26 augustus 2007

Geweldloosheid wordt vaak gezien en verkreeg haar bekendheid als alternatieve methode van conflictoplossing. Maar zij is heel wat meer dan dat. Je kunt zelfs spreken van een wereldbeeld, met een eigen manier van leven, met een eigen spiritualiteit. Kortom een (spirituele) levenshouding.

Er is daarin de pretentie doelen te bereiken zonder fysieke, psychische en materiële schade toe te brengen. Niet kwetsen dus. Dat is nogal wat. Laten we ons even beperken tot het psychische aspect. We mogen dan fysiek niet verwonden of doden, maar vaak doen we dat wel psychisch. Bijvoorbeeld anderen ‘katten’, aftroeven, bevoogden, negeren, miskennen, vernederen en sociaal uitsluiten of soms zelfs openlijk treiteren, pesten en zwartmaken.

Allemaal vormen van psychisch geweld. Het is van belang deze en andere schaduwzijden onder ogen te zien. Carl Jung zei hierover: ”Wie naar buiten kijkt droomt, wie naar binnen kijkt wordt zich bewust. Men wordt niet verlicht door zich allerlei beelden van licht voor te stellen, maar door zich bewust te worden van de eigen duisternis.”

Het hebben van eigenwaarde is van belang, maar bewustwording van onze schaduwzijden is niettemin essentieel. Dit omdat arrogantie het laatste is wat bij mensen past. Maar vooral omdat ontkenning of verdringing van het geweld in ons leidt tot projectie op de ander. Erkenning van dat geweld in ons werkt vaak al helend.

Sterke punten van geweldloosheid zijn dat 1) deze geen symptoombestrijding is, maar boven het geweld uitstijgt, 2) dat met open vizier wordt gestreden, dat je 3) het goede niet kunt afdwingen met geweld, dat 4) mede daarom geen lijden wordt toegebracht, maar er in het uiterste geval de bereidheid is dat op zich te nemen, dat 5) geweldloosheid zich richt op het beste in de ander en dat 6) mede daarom haat en het woord ‘vijand’ taboe is, dat 7) in de geweldloze strijd het middel minstens zo belangrijk is als het doel, dit om niet in de spiraal van geweld te blijven hangen en dat 8] steeds een goede verstandhouding met de tegenspeler wordt nagestreefd, daarbij 9) een onderscheid makend tussen de persoon van de tegenspeler en de zaak in kwestie.

Maar kunnen mensen, ondanks dit mooie rijtje, zo vraag ik, dit alles wel opbrengen, als ze bij zichzelf geen innerlijke vrede constateren? Kunnen we überhaupt wel in vrede leven met een ander, laat staan vrede bij hem brengen, als we niet in staat zijn in vrede te leven met onszelf? Moeten we niet allen eerst aan onszelf gaan werken, voordat we bijvoorbeeld een Gandhi kunnen nazeggen: “Ik heb van vijanden vrienden gemaakt. Mijn grootste succes was dat de Britten India verlieten als vrienden.”

Ik denk dat dit ook geldt voor het beleid van vergeving en verzoening van Nelson Mandela en Desmond Tutu. Een geweldloze strategie zou ook kunnen zijn om halfwankelende dictators zoals Mugabe een vrijwillig ballingschap aan te bieden met dan tevens amnestieverlening om zo een verdergaand lijden en bloedvergieten in het land te voorkomen. Maar vergt dit niet heel wat zelfoverwinning bij ons? We willen immers diep in ons hart vaak de genoegdoening van wraak.

De spirituele giganten Gandhi, Mandela en Tutu waren zich alledrie sterk bewust van de belangrijke innerlijke component bij geweldloosheid. Zo waren ze zich zeer bewust van angst als dodelijke factor, volgens de eerste zelfs de oorzaak van geweld. Angst die ons kleinmaakt of ons in zelfafwijzing laat belanden met alle gevolgen van dien, en dat terwijl ook voor het leven in het algemeen juist zelfvertrouwen en spirituele kracht zo belangrijk is. Van Inayat Khan is de in deze relevante soefiwijsheid: ‘Vechten met de ander geeft oorlog en worstelen met zichzelf geeft vrede’. Om anderen te transformeren, moet je eerst jezelf transformeren, wist ook Gandhi.

“Geweldloosheid,” zei hij eens,” is zachtmoedig, het kwetst nooit, het is als het goed is niet een gevolg van boosheid of kwaadaardigheid, het is nooit bedillerig, nooit ongeduldig, nooit schreeuwerig en lijnrecht tegenover dwang,” om eraan toe te voegen: “En ik zal niet wachten tot het hele volk zich daartoe heeft veranderd, maar zonder omwegen een begin bij mezelf maken”. Zelf voorleven dus. Er zijn zelfs mensen die stellen dat vredeswerk gedoemd is te falen als men niet in de gaten heeft dat een ‘conflict dat ik buiten mezelf tegenkom een uitdrukking is van een conflict in mezelf’, of nog sterker, dat we zelf geweld uitlokken, omdat de wereld in ons zit, kortom een uitdrukking is van wat er in ons omgaat. Dat dus het zich inzetten voor vrede in de wereld alleen werkt als ik systematisch werk maak van de weggemoffelde conflicten in mijzelf en ook, zoals Christus ons al voorhield, minder denk in termen van ‘oordelen en veroordelen’. Kortom moeten we niet stil staan bij de vraag of we niet bezig zijn onze omgeving te veranderen om zo ons eigen probleem op te lossen? Ook in het groot, denken we maar aan Uruzgan, alle retoriek ten spijt?

Zanger-tekstschrijver Stef Bos zei in een tv-programma op oudjaar 2006 heel treffend: “Aanvaard toch eerst vooral jezelf. Zonder dat is er geen vrede, want dan wil je met de ander in wezen jezelf vermoorden.” En Marco Bosato in datzelfde programma: “Als je de vrede bij de ander neerlegt, komt er geen vrede.” Beide ontmaskerden in die twee korte zinnen ons projecteren op anderen, wat samenhangt met oertrauma’s, onbewuste schuld, angst en ons nog niet geheeld zijn. En toch willen we naar een ‘wereld voorbij de angst’, een wereld van bruggenbouwers. Mijn antwoord is daarom: 1) we zijn niet schuldig, dat hebben we onszelf aangepraat of ons laten aanpraten; 2) we hebben angst, omdat we ons te afhankelijk van de mensen hebben gemaakt of ons verkeerd vereenzelvigen, zoals met onze status of zelfoordeel, te veel in onze ‘kop’ en/of in een basisgevoel van afgescheidenheid zitten in plaats van eenheidsbewustzijn.

Dat laatste betekent dat er achter alles een essentiële innerlijke ‘goddelijke’ eenheid zit, ook omdat wij, of we dat nu beseffen of niet, geestelijke wezens en kosmos zijn.

Geweldloosheid is een beleving van dat eenheidsbewustzijn, leven in verbondenheid, leven vanuit je hart, waardoor we het niet in ons hoofd halen een ander te doden. Hebben we ons niet al eeuwen bang laten maken voor elkaar door een basisgevoel van afgescheidenheid, tekort en eenzaamheid? Gandhi had zijn successen, omdat hij geheel opereerde vanuit eenheidsbewustzijn, wat ook betekende veel stilte inlassen, weet hebben van de wetten van het universum en luisteren naar je innerlijke stem.

Vandaag zien we in dat zo’n spiritualiteit een enorme kracht is en leidt tot vrijheid, authenticiteit en individualiteit. Gandhi was een voorloper van dit denken. “Als één mens spiritueel ontwaakt, wordt daarmee de aarde een beetje opgetild,” zei hij. Hij richtte zich sterk op het individu en zijn innerlijk kracht en had het ook vaak over het mogelijk maken van het onmogelijke. Vanuit eenheidsbewustzijn ben je niet bang voor mensen met wie je in wezen verbonden bent via onze ‘ware ik’, zei hij.

Overal in ons land zijn er nu kringen rond het boek Geweldloze Communicatie van Marshall Rosenberg, die het onderscheid maakt tussen wolven- en giraffentaal. Het ligt vaak heel subtiel, maar als je zegt: Dat heb je mooi verpest, of als je zegt: Ik schrik van het resultaat, ik had dat anders voor ogen, dan is er toch verschil. Wolventaal is hoe dan ook doorspekt met oordelen, kleineringen, beschuldigingen, verwijten, terwijl giraffentaal de taal is van het hart, van mededogen en de vredelievendheid. Gandhi liet ook steeds zien, dat het gebruiken van wolventaal en het neerkijken op anderen alleen maar vijandschap geeft, dat je door anderen te kleineren jezelf kleineert. Iets wat momenteel maar al te vaak wordt vergeten in het islamdebat.

Behoeven we niet allen transformatie? Aan de innerlijke vrede in mezelf werken is niet, kun je zeggen, omdat ik vrede nodig heb, maar omdat vrede nodig is. En omdat ik het ook anderen gun. Maar om dat te kunnen, moet ik het eerst mijzelf geven. Ik realiseer blijheid en vrede in mezelf en daarna deel ik die.

Innerlijke kracht (door Gandhi soul-force genoemd), is immers een enorme kracht, misschien wel de grootste die er is. Daarom prefereer ik ook de term geweldloze kracht boven geweldloosheid, via welke je leeft vanuit een hoger ideaal en via welke je niet gericht bent op eenzaamheid, angst, rivaliteit, wrok, iemand gebruiken, op tekort en eigen belang, maar meer op gelijkwaardigheid, verbinding, mededogen, vrijheid, geven en denken in overvloed. Martin Luther King, ook een spirituele gigant, formuleerde deze kracht als volgt: “De zwakte van geweld is dat het een neergaande spiraal is en juist datgene opwekt wat je wilt vernietigen. Met geweld kun je de hater doden, maar niet de haat. Met geweldloosheid hebben we echter een kracht die groter is dan een kernbom. Want een bom kan alleen vernietigen, maar geweldloosheid kan harten veranderen”.

Advertisements