20 maart 2008

Het laatste nieuws inzake Kosovo na zijn onafhankelijkheidsverklaring is dat in het noorden de al eerder begonnen ‘zachte’ etnische opdeling zich nu definitief voltrekt, ja er zelfs al even een opstand is uitbrak en dat in Servië het kabinet, zich beradend op een breuk met de EU, is gevallen. Heeft het Westen niet onverstandig en te veel vanuit macht gehandeld? Ooit bracht ik met een kleine vredesdelegatie een nacht door in het huis van de gastvrije Kosovaarse leider Rugova, bekend om zijn politiek van lijdzaam verzet. We steunden hem voor herstel van autonomie. Had Milosevic toen maar gehoor hebben gegeven aan die vreedzame strijd. Maar hij bleek in de greep van Servische nationalisme. En zo riep hij in 1998 het tegengeweld van het UÇK op.

Uiteindelijk leidde een en ander zelfs tot militair ingrijpen tegen Servië door de NAVO in 1999, die daarmee impliciet de luchtmacht van het UÇK werd. Het was een onrechtmatig ingrijpen zonder VN-sanctie. Maar ex-president Clinton meende dat hij daarmee zowel ‘humanitair’ (een minderheidsnatie steunen) als geopolitiek (voor de Amerikanen politiek en militair een voet aan de grond krijgen in een lange tijd op Rusland gerichte regio) goed kon scoren. Hij kon dat doen, omdat Servië door zijn starre en vaak ook brute opereren tegen de afscheiding van Kroatië en Bosnië en ook tegen de Albanese natie in Kosovo de wereld van zich had vervreemd. Dat er door Kroaten, Bosniërs en het UÇK vaak ook bruut werd geopereerd, kwam overigens minder goed boven tafel.

Bijna een vijfde van de bij de VN aangesloten landen erkent Kosovo nu als staat. Hieronder behoren, Spanje uitgezonderd, vooral de NAVO-staten, die verantwoordelijk waren voor het bombarderen van Servië. Het is niet voor niets dat de Amerikanen erg populair zijn in Kosovo en daarentegen niet in Servië. De NAVO-staten konden hoe dan ook nu moeilijk hun kindje in de steek laten toen dat zich volwassen verklaarde. Mient Jan Faber uitte zich zelfs cynisch over minister Verhagen, omdat hij twee weken wachtte, alvorens tot erkenning over te gaan.

En over die ‘volwassenheid’ zijn er zorgen of het staatje wel levensvatbaar is. De EU zal alle zeilen moeten bijzetten. Vooral economisch. De werkeloosheid is zeer groot. Zonder lid te zijn van de VN, waar het voorlopig niet naar uit ziet, heeft het geen toegang tot internationale financiële instellingen.

Los daarvan zie ik de erkenning door het Westen als risicovolle gelegenheidpolitiek. Zo gaat dat met machtspolitiek. Als je eenmaal buiten de Veiligheidsraad om militair ingrijpt, dan is de weg terug daarna erg moeilijk.

Het begon al meteen in 1999 met een lichte omgekeerde etnische zuivering en nu is er dan een onafhankelijkheidsverklaring op basis van culturele en etnische tegenstellingen. Zulke tegenstellingen geven volkenrechterlijk geen recht op afscheiding. Als dat wel het geval was, zou het hek immers van de dam zijn. Logisch dat ook Spanje precedentwerking vreest in eigen land.

Die vrees is er behalve in buurland Macedonië ook in Rusland, het land dat tevens het Servische broedervolk niet in de steek wil laten. Nog los van het feit dat Rusland de geopolitieke dimensie van de kwestie doorziet. Het was al in 1999 vreemd dat er ten behoeve van de Kosovaren en niet van andere verdrukten als Palestijnen en Tamils werd ‘gebombardeerd’. De maar doorgaande NAVO-expansie richting Russische grens na 1989, de plannen voor raketbases in Polen en Tsjechië, de grote Amerikaanse militaire basis in Kosovo zijn voor Rusland voldoende indicaties.

Die politiek versterkt de nationalistische krachten in Rusland en indirect ook de roep om een sterke man als Poetin. De ontwikkelingen in Rusland zijn verre van goed. Robert Kagan spreekt over ‘een land vol rancune’, maar hij ziet over het hoofd de eigen rol van het Westen daarbij sinds 1989, zoals nu ook de gelegenheidspolitiek inzake Kosovo. Ik mag Kosovaren en ik gun het hen dat het hun lukte qua eigen streven mee te liften op de vleugels van westerse geopolitiek en militaire interventie. Maar het geeft, naast internationale spanningen en angst voor precedenten, ook verharding met Servië en de Servische minderheid in het land. De Serviërs blijven, wat ze in het verleden ook misdeden, de buren. Er had in de laatste jaren hard moeten zijn gewerkt aan verzoening, zoals in Zuid-Afrika. Maar ex-bemiddelaar Ahtisaari kwam met een dictaat door in 2005 tegen de Servische premier Kostunica te zeggen: ‘Servië heeft Kosovo definitief verloren’. Van echt bemiddelen kwam toen niet veel meer terecht. Een goed onderhandelde overeenkomst, waarbij de Kosovaren een optimale zelfbeschikking verkregen, desnoods in de vorm van een unie of federatie, was de koninklijke weg geweest. Nu is het een nederlaag en zie ik problemen in het verschiet.