25 augustus 2008

Hoe Wijnand Duyvendak afrekende met zijn actieverleden kreeg veel nieuws. We kunnen ons er zo aan spiegelen. Voor zover ik Wijnand ken, laat hij weinig aan het toeval over. Toch onderschatte hij nu de krachten die zijn verantwoording opriep, mede door onhandig opereren. Bijvoorbeeld dat hij, om zijn boek extra te promoten, in zijn tweede persbrief de omstreden inbraak van 1985 ‘een groot succes’ noemde. Het leek zo alsof hij die nog steeds omarmde. Femke Halsema viel daar terecht over. De media vielen daardoor ook steeds meer over hem heen.

Ze gingen op onderzoek uit naar wat hij als redacteur van Bluf in de jaren tachtig zou hebben geschreven of met zijn functie gedekt. Bovendien klom kernenergieambtenaar Verberg, die zich nog de dreigtelefoontjes en de brandende lap in zijn brievenbus herinnerde, op het vinkentouw. In Bluf van 11 juli 1985 had zijn telefoonnummer en die van collega’s gestaan met de oproep ‘hun rust te verstoren’. Wijnand heeft hiervoor – en voor zijn tweede persbrief – uitvoerig spijt betuigd, tevens in zijn tv-optreden op 20 augustus. Geloofwaardig. Ook omdat hij in zijn boek zegt dat de ‘ontwikkeling van de kraakbeweging en het zien van de consequenties daarvan’ hem deden inzien dat ‘acties absoluut geweldloos moeten zijn’.

Jammer dat hij in zijn eerste interview in Nova op 7 augustus blijk gaf van een meer instrumentele visie, betogend dat inbraken mensen van het doel doen vervreemden. Dat was zijn tweede ‘onhandigheid’. Zeker toen uit de open brief van ambtenaar Verberg bleek hoezeer men in de actie het vaak tevens gemunt had op personen. Ook de Amsterdamse ex-wethouder Wolffensperger kan daarover mee praten. Die brief van Verberg was de ‘druppel’ die Wijnand deed besluiten terug te treden als Kamerlid. Volgens Europarlementariër Joost Lagendijk had dat ‘niet gehoeven’. Maar ik vind dit een onvermijdelijk en goed besluit. Zijn positie werd toen ineens veel sterker. Je actieverleden verdedigen als Kamerlid is kwetsbaar. In een uitzending van de tv-rubriek Achter het Nieuws van 1980 komt ook naar voren hoe hij vroeger al afstand nam van relschoppers en geweldsgroepen als RaRa. Thans wil hij als ‘geweldloos activist’ verder door het leven.

Royement
Dat gaat vandaag overigens gemakkelijker dan in de jaren tachtig. Ik weet als activist uit eigen ervaring hoe moeilijk het toen was in de interne discussies over ‘wel of geen geweld’ de strategie van Gandhi te bepleiten. Ik herinner me nog hoe een lid van de oecumenische antiapartheidgroep Kairos, die met zo’n pleidooi kwam op het moment dat Kairos voor een radicalere opstelling wilde kiezen, werd geroyeerd. Kairos was ooit opgericht door de activist en hoogleraar Jo Verkuyl ter ondersteuning van dr. Beyers Naudé en zijn Christelijk Instituut van Zuid-Afrika. Verzoening scoorde dan ook hoog in Kairos. Reden waarom Verkuyl niet mee kon gaan met dat royement, noch met partij kiezen voor het toenmalige ANC en de club verliet. Opmerkelijk is dat Kairos en voorzitter Cor Groenendijk een en ander niet publiek maakten. Degene die dat royement onderging – de schrijver van dit commentaar – ook niet. Het zou de apartheid in de kaart spelen, zo was zijn gedachte. Vreemd, maar zo dachten we toen. Maar achteraf is dat, ook in het licht van wat Wijnand nu vraagt, jammer. Dus dat daar tot op vandaag nooit verantwoording voor is afgelegd. Iemand uitstoten om strategisch geen last van hem te hebben, is immers een vorm van geweld.

Geweld werd hoe dan ook in de meeste actiegroepen niet uitgesloten. Het doel stond centraal. Wellicht is hier ook een zekere invloed van Marx te bespeuren, die sprak van ‘strijd met alle middelen’. Geeft Greenpeace tegenwoordig aan haar activisten training in geweldloze actie, er was toen veel te weinig aandacht voor de eenheid van doel en middelen, dus dat het doel zichtbaar wordt in de te hanteren middelen. Tot op vandaag vind je dat gemis terug in GroenLinks, getuige de sterke neiging in die partij militaire interventie ‘voor het goede doel’ niet af te wijzen. Maar dat geweld ‘echt bij links hoort’, zoals de filosoof Ruud Welten betoogt (Trouw, 20 augustus), gaat te ver. Geweld is hooguit iets van de mens. Er waren in de linkse gelederen genoeg activisten die zich principieel tegen geweld keerden.

De laatsten waren voor burgerlijke ongehoorzaamheid en vonden dat die – mits openlijk, gewetensvol en geweldloos – binnen de rechtsstaat viel. Als vandaag door het ‘zoenoffer’ van Wijnand de gewetensvolle burgerlijke ongehoorzaamheid maar niet uit het vizier verdwijnt. Er is in de jaren tachtig immers ook veel goeds tot stand gebracht. En ook vandaag zijn er nog genoeg ‘ongerechtigheden’ waartegen men actie kan voeren. Of in de woorden van Kees Schuyt: “Ook in een democratie kunnen wetten tegen het geweten indruisen en onrechtmatig zijn.” Betrokken was Wijnand in elk geval. Hij stond ergens voor en meende in het klimaat van de jaren tachtig tegen de grenzen van ‘wat nog kon’ te moeten opereren. Dat hij er soms overheen ging, zij hem vergeven, nu hij dat openlijk als fout erkent. De Tweede Kamer verliest een competent lid. Zijn tijd komt wel weer.

Dit artikel verscheen tevens in De Linker Wang (september 2008) en in een andere versie in Trouw van 28 augustus 2008.