25 november 2008

Verschillende crises teisteren de wereld. Naast een dreigende recessie zijn dat onder meer de klimaatcrisis en die van de haat en polarisatie tussen het Westen en de radicale islam. Barack Obama riep inzake de klimaatcrisis tijdens en na zijn verkiezingen op tot een flinke reductie van de CO2-uitstoot en het nemen van een leidende rol van de VS in deze. Maar vooralsnog heeft hij zijn handen vol aan de economische malaise en het formeren van een ministersploeg en het zich laten omringen met uitgelezen adviseurs.

Dat hij medio november al zijn verkiezingbelofte om kamp Guantanamo Bay te sluiten herhaalde met het argument dat hij de VS hun ‘morele status wil teruggeven’, viel goed. Eveneens dat hij zich ontdoet van behoudende christelijke adviseurs en zich in de plaats daarvan laat inspireren door onder meer de ‘linkerwangachtige’ theoloog Jim Wallis. Met de keuze van sommige ministers en adviseurs, vaak bekende namen uit het Clintontijdperk, ligt dat anders. Een lichte teleurstelling is te bespeuren over Obama’s handhaving van de huidige minister van Defensie Robert Gates. Ook zijn er vragen over de keus voor generaal James Jones als nationaal veiligheidsadviseur.

In 1997 benoemde Bill Clinton ook een Republikein op Defensie, om niet meteen in een diepe polarisatie verstrikt te raken. Gates valt trouwens mee en Jones zit geheel op de lijn van Obama. Dat Obama Clintons strategie eveneens uitprobeert, is op zich wel begrijpelijk. Hij kiest in de huidige crises voor ervarenheid en gematigdheid. Zoals hij op bewonderenswaardige wijze jongeren bij politiek betrok, zo lijkt hij nu ook de ervaring van oude rotten te willen benutten. Overigens zorgde druk van de jongeren die hij aan zich bond ervoor dat hij de omstreden John Brennan als kandidaat om de CIA te leiden, snel liet vallen.

Meer een duif dan een havik
Obama gaf de Amerikanen en zeker jongeren weer zelfvertrouwen en kracht. Onder meer door de herhaalde uitspraak: ‘Ik vraag jullie niet te geloven in mijn vermogen het land te veranderen. Ik vraag jullie te geloven in jullie vermogen dat te doen’. Prima. Maar hij beloofde ook verandering en daadkracht. Dat is de grote uitdaging waar hij nu voor staat, zeker internationaal. Op het punt van de vrede toonde hij zich herhaaldelijk meer een duif dan een havik. Bijvoorbeeld door zijn standpunt over de oorlog in Irak. Hij was er vanaf het begin tegen en pleitte tijdens de verkiezingen steeds voor een versneld terugtrekken van de troepen. Dat hij geen havik is, bleek ook door zijn bereidheid met Iran het gesprek te willen aangaan zonder voorwaarden vooraf.

Inzake Afghanistan pleitte hij echter voor het sturen van meer Amerikaanse troepen, mede omdat deze door hun geringe aantal nu bij het minste of geringste aan het bombarderen slaan vanuit de lucht, wat veel burgerslachtoffers oplevert. Met Robert Gates en ook met generaal David Petraeus zal hij op dit punt geen moeilijkheden krijgen. Gates besloot 10 december jl. al tot het zenden van twee extra brigades.

Maar het impliceert helaas wel voortzetting van de strijd tegen het terrorisme met militaire middelen. Er is, zei ik al, ook de crisis van de haat of de polarisatie in de wereld. Daarmee stuiten we op onze westerse arrogantie en bevoogding. Deze roept tot op vandaag naast de westerse (militaire) machtspolitiek verzet op. Eenieder weet dat sinds 11 september, en men beseft dat er haat (en een gevoel van onrecht) is tussen mensen, etnische groepen en religies: de voedingsbodem voor terrorisme. Nederland is er in directe zin bij betrokken — niet alleen via symptomen van intolerantie in de eigen samenleving, maar ook door mee te doen aan de oorlog in Afghanistan. Haat en terrorisme zijn geen vijanden die je militair kunt verslaan. Toch proberen we dat steeds weer, zonder te beseffen dat je via deze weg de haat juist vergroot. Als je bewust bent van je eigen schaduwen — persoonlijk, maar ook collectief zoals we nu weerspiegeld zien in de crises –, word je milder jegens andere mensen, krijg je meer mededogen met hen en ben je bereid tot dialoog. Als je het kwaad alleen bij de ander plaatst en daar al je aandacht en pijlen op richt, geef je dat kwaad juist meer energie.

Dialoog met Taliban?
We zien dat nu ook in Afghanistan. Daar lijkt de Taliban zo’n comeback te hebben gemaakt dat Amerikaanse inlichtingendiensten in een uitgelekt rapport spreken van een bijna niet te stoppen ‘neerwaartse spiraal’. De regering-Karzai verliest sterk aan gezag en de onveiligheid neemt eerder toe dan af. Mark Carleton-Smith, de Britse brigadegeneraal in Afghanistan, zei onlangs dat de oorlog tegen de Taliban niet kan worden gewonnen. Dat niet alleen door de situatie in buurland Pakistan, maar vooral door de hernieuwde kracht van deze tegenspeler. Meer soldaten werkt evenmin volgens Kai Ede, de hoogste vertegenwoordiger van de VN in Afghanistan. ‘Een militaire oplossing is er niet voor Afghanistan, alleen een politieke’, zo stelt hij (De Volkskrant, 4 december). Het voeren van een dialoog met het gematigde deel van de Taliban, wat de Afghaanse regering-Karzai al lange tijd bepleit, komt de laatste tijd dan ook meer en meer op als wens of als enige oplossing. “We moeten praten met terroristen,” liet Ingrid Betancourt half oktober in een emotionele toespraak voor het Europees parlement weten. In het weekblad Time zei ook Barack Obama te willen onderzoeken ‘wat de mogelijkheden zijn voor onderhandelingen met de Taliban’. Geeft deze uitspraak, en trouwens zijn imago als bruggenbouwer, hoop dat er in de oorlog van de VS met het islamisme toch iets gaat veranderen? Het Westen en vooral de VS wil de wereld te veel beheersen, desnoods met geweld. Als we dat willen verminderen en de dialoog overwegen, ook met de Taliban, zou dat met recht change zijn. Maar het is niet onmogelijk dat het eerst nog erg vechten wordt. In welk geval Afghanistan wel eens Obama’s vuurproef zou kunnen worden.

Over tegenstellingen heen
De wereld vraagt echter van Obama het werken aan een verzoening van tegenstellingen. Zoals ook die tussen Noord en Zuid, West en Oost, Israël en de Palestijnen, tussen rassen, religies, haves en have-nots, tussen tolerantie en intolerantie, hardheid en mildheid, tussen geweld en geweldloze kracht etc. Verzoening impliceert tevens eerlijk delen, ook van de macht, en een gerichtheid niet op scherpslijperij, maar op dialoog en samenwerking. Ook met grootmachten als Rusland — terecht boos over het raketschild in Tsjechië en Polen — en China. En zeker ook met Iran. Onlangs stelde de Amerikaan Amitai Etzioni dat ‘dit het goede moment voor vrede met Iran’ is. Hij riep Bush op dat voor te bereiden, maar deze liet verstek gaan. “De Verlichting heeft helden nodig,” meent de New Yorkse filosoof Susan Neiman terecht.

Heldendom? Er is in elk geval leiderschap voor nodig. Staat dat er nu aan te komen in de VS? Barack Obama is van nature een behoedzame en pragmatische verzoener die, om met Colin Powell te spreken, ‘zijn hand uitstrekt over tegenstellingen heen’. Dat hij Rick Warren het openingsgebed laat uitspreken bij zijn inauguratie, is ook een illustratie hiervan. Erg mild ook. Hij is het heel oneens met diens standpunt over het homohuwelijk, maar noemt die keuze ‘een handreiking naar de wat behoudende ‘evangelicals’, zo laat hij weten. Zijn installatie op 20 januari is bij voorbaat historisch en een signaal van hoop. Het blijft uiteraard onzeker of hij straks samen met andere goedwillende krachten de haat en polarisatie in de wereld kan helpen ombuigen naar verzoening. Maar ik acht het niet uitgesloten, zij het niet op korte termijn.

Dit artikel verscheen eerder in verschillende versies in het decembernummer van zowel Vredesmagazine als De Linker Wang en ook via het GPD-net in onder meer De Stem (4-12-2008), Brabants Dagblad (5-12-2008), Leidsch Dagblad (16-12-2008) en tevens in Friesch Dagblad (1-12-2008).

Advertenties