17 december 2008

Op 11 december is een nauwkeurig voorbereide zelfmoordaanslag van Al Qaida in België verijdeld. Het is voorpaginanieuws, onder meer in de Volkskrant (12 december). Veertien verdachten werden opgepakt. Ook de aanslag in Mumbai eind november maakt duidelijk dat de golf van ‘terrorisme’ waarin de wereld zich nu bevindt, nog niet voorbij is. Hoe komen mensen ertoe van onderop anderen te terroriseren, ten volle bereid er hun leven voor te geven? Dat laatste is overigens vrij nieuw.

Meerdere golven van ‘terrorisme’
Historisch kun je een onderscheid maken in vier golven van ‘terrorisme’. Namelijk 1) die van anarchisten in de jaren tachtig van de negentiende eeuw in vooral Rusland; 2) die van het antikoloniale verzet in de Derde Wereld rond de jaren twintig; 3) die van nieuw-links (Rote Armee Fraktion) tegen het kapitalisme/de kapitalistische elite in de jaren tachtig; en nu 4) de golf van ‘terrorisme’ in naam van religie tegen de dominantie en/of onderdrukking vanuit het Westen en Israël, inclusief de eigen elite die hieraan steun verleent. Alleen in die laatste golf is er sprake van echt zelfmoordgeweld. Ook al komt dit laatste ook voor in christelijke, in joodse en in hindoekringen, het feit dat momenteel vanuit islamitische kring de verleiding tot zelfmoordterreur nogal groot lijkt, is aanleiding tot vooroordelen en het met de vinger wijzen naar de islam. Geert Wilders doet dat met zijn film Fitna, tevens in een artikel in Trouw naar aanleiding van Mumbai en nu ook weer door zich als een held te laten ontvangen op een conferentie te Jeruzalem van het rechts-zionistische parlementslid Arjeh Eldad, die stelt dat het bij de Palestijnen niet zou gaan om ‘een territoriaal conflict, maar om een religieuze strijd’ (NRC Handelsblad, 14 december). Nogal doorzichtig van Eldad, als je al het Palestijnse gebied wilt en vooral de hele Westoever.

Vrienden worden met je schaduw
Wat is de bron van het kwaad of wat maakt de mens tot een moordmachine? In de column Boze Geesten noemt Elsbeth Etty dat ‘machteloze vragen’ (NRC Handelsblad, 2 december). Ze komt er niet uit. Participerend in een themadag ‘Vrienden worden met je schaduw’ van het Centrum voor Zelfbezinning te Leusden, leerde ik dat ieder mens schaduwen heeft, inclusief die van geweld. De kwestie vooral is hoe ermee om te gaan. Ze ontkennen werkt niet. Je verdringt ze en projecteert ze dan op een ander. Terreur maakt dat ‘onbewuste’ geweld in ons los, waarvoor we vervolgens een zondebok zoeken. Voor velen is dat dan de islam.

Dat er ook veel niet-islamitische terreur was en is — in India leidde zo in 1992 de verwoesting van de moskee in Ayodhoya door fanatieke hindoes tot 1400 doden, voornamelijk moslims –, wordt gemakshalve vergeten. Wilders en anderen voelen van binnenuit de noodzaak tot projectie op een zondebok. En zo leidt het verdringen van eigen schaduwen alleen maar tot oorlog. Ze bestrijden werkt ook niet. Wat helpt is erkennen dat ze er zijn en ze enige aandacht geven, om te voorkomen dat je ze gaat uitleven. Erkenning van je schaduwen is al een proces van heling, aldus Carl Gustav Jung. Je eigen schaduwen zichtbaar maken voor jezelf maakt je ook milder ten aanzien van de schaduwen van anderen.

Onderzoekster Jessica Stern
De bekende Amerikaanse Jessica Stern stuitte in haar onderzoek naar terreur bij christelijke, joodse en islamitische fundamentalisten op woede en wraak als antwoord op vernedering.

Er zijn volgens haar ook (persoonlijke) nevenfactoren, maar de diepere grond is vernedering en wel meestal van politieke aard, bijvoorbeeld als gevolg van een collectief trauma in een volk. Trauma’s raken de ziel van een natie, waardoor men elkaar kan opjutten tot haat en wraakuitoefening jegens een ander volk of groep. Niet in de laatste plaats jonge mensen, waarbij ook een soort hersenspoeling met mooie beloften voor de familie nu en voor henzelf na dit leven een rol kunnen spelen. Maar ik zie met Stern hoe dan ook in wraak voor vernedering de hoofdverklaring voor het ontstaan van de radicale islam, waarbij de religie eerder dekmantel dan oorzaak is.

Het (hebben) moeten verduren van uitsluiting, achteruitstelling, arrogant gedrag en niet te vergeten een (eeuwenlange) bezetting, kunnen leiden tot trauma’s en tot vernedering. Die vernedering heeft vaak zowel een nationale als een internationale dimensie. De moslims in India — 13 procent van de bevolking — bungelen er bijvoorbeeld maar een beetje bij in het land en hadden de afgelopen tijd bovendien nogal wat te verduren van de zijde van extreme hindoes. Dat en ook andere zaken tussen India en Pakistan wreken was inzake ‘Mumbai’ een belangrijk motief. Van een internationale dimensie is sprake als men (tevens) zich wil wreken voor wat broeders elders in de wereld wordt aangedaan. Bij de aanslagen van 11 september speelde dat een grote rol, en het was voor de daders van ‘Mumbai’ de reden dat zij tevens speciaal gericht waren op het doden van Israëliërs, Amerikanen en Britten.

Reflectie op onze eigen rol in deze?
Dit is uiteraard scherp af te wijzen, maar tegelijk is voor ons in het Westen en voor andere machthebbers diepe bezinning op zijn plaats over de eigen rol in genoemde vernedering. Als we hier bij stil staan en ook bij het feit dat vooral Arabieren zich in de huidige wereld voelen buitengesloten en vernederd, komt tevens boven tafel waarom momenteel de verleiding tot terreur in islamitische kring zo groot is. En wel doordat de ene ‘religieuze zone’ zich in een meer achtergestelde positie bevindt in de wereld dan de ander, waardoor uit haar midden eerder kleine radicale groepen kiezen voor wraak vanuit vernedering dan vanuit religieuze tradities of ‘zones’ met een bevoorrechte plaats in de wereld of in een regio. Met de vinger wijzen heeft dan weinig zin. De religie is hooguit de dekmantel. Een parlementslid als Wilders zou dat moeten begrijpen.

Het enige antwoord op terreur is werken aan een adequate preventie, waaronder ook eerlijker delen. Voorts het toegepaste geweld veroordelen, het hoofd koel houden en vooral van westerse kant niet gaan kiezen voor de ‘olie op het vuur’-strategie. Met andere woorden niet een analoge militaristische weg opgaan, al was het maar alleen om te voorkomen dat we zo de geweldspiraal versterken, kortom de terreurgroepen nog fanatieker of strijdbaarder maken dan ze al zijn.

Dit artikel verscheen eerder in het decembernummer van het Vredesmagazine en in Friesch Dagblad van 19 december en in het weekblad Het Goede Leven.

Advertenties