1 januari 2009

In hoeverre is onsterfelijkheid nog relevant vandaag? Ziedaar de vraag die me werd voorgelegd voor dit essay. Ik prefereer overigens het woord eeuwig. Het is breder van optiek, niet louter aan het stoffelijke gerelateerd. En het is tijd overstijgend, de tijd met een begin en een eind, bekend als chronos. De klassieke Grieken hanteerden ook een twefde woord voor tijd, namelijk kairos, het eeuwige nu of het zonder tijd zijn van de geestelijke wereld. Zo lang we blijven hangen in chronos, is niets eeuwig. (Bij synchroniciteit raken kairos en chronos elkaar even en spreken we van ‘toeval’.)

Civis Mundi is niet de eerste die zich met dit thema bezig houdt. Alleen al het verschijnsel religie maakt dit duidelijk. Ook de wetenschap liet zich op dit punt niet onbetuigd. Duidelijk is dat het boek van de humanist Ilja Maso over onsterfelijkheid 1) niet nieuw is. Sinds mensenheugenis is er aandacht voor ‘dood en leven’. Of dat nu minder is dan vroeger en of eeuwigheid voor de mens vandaag nog relevant is, is niet in de laatste plaats een sociologische vraag.

In de antropologie kunnen religie en magie bogen op een grote belangstelling. Zeker in de Derde Wereld zijn beide een niet weg te denken factor. Religieuze antropologie is zo een bloeiend onderdeel van het vak. Recente antropologische publicaties van mij liggen op dat terrein, zoals a) boeddhistische uitdrijving van demonen op Sri Lanka, b) vervloeking in naam van de boeddhistische god Devol en c) de bloeiende cultus van de beschermgod Suniyam op Sri Lanka 2). Dat er ‘meer is tussen hemel en aarde’ voel ik sterker in Azie of Afrika dan in het Westen.

Maar of de secularisatie bij ons ‘het eeuwige nu’ heeft weggedrukt, lijkt me zeer de vraag. We hebben naar het lijkt niet meer zo onze zinnen gezet op een hemel na de dood, ook omdat we, althans in het Westen, de hemel als het ware op aarde brachten. Ook is er nu minder sprake van angst voor de verschrikkingen van een hel, zoals ons die van religieuze zijde wel werden aangepraat vanuit de perceptie van een straffende God. Maar ‘hemel op aarde’ of niet, het leven blijft vaak tot het eind vol stress en zelfhandhaving. Materieel mogen velen van ons het goed hebben, stoornissen op het psychische en intermenselijke vlak zijn er te over, om over verslavingen maar niet te spreken. Echt contact hebben met zichzelf blijft voor velen een probleem, reden dat ook hun verbinding met de ander en met het Andere vaak moeilijkheden geeft.

Meer reflectie door individualisering
Het leven wordt mede door de medische wetenschap verlengd. We kunnen de dood dus, zelfs bij vervelende ziekten als kanker, voor ons uit schuiven. Maar de eindigheid van ons fysieke leven blijft doemen aan de horizon. Ik bespeur dan ook eerder een toe- dan een afname van reflectie op de zin van het leven en die van de dood. Dat wordt bevorderd door individualisering en individuatie. Het eerste houdt in, dat je jezelf als zelfstandig individu aanvaardt, dat je ziet wie je bent, waar je staat en wat je wilt. Ook dat je je vrijer voelt van groepsdruk. Mobiliteit, massale educatie en emancipatie droegen bij aan dit fenomeen. Individuatie is dat je als mens van object tot subject wordt en in contact komt met je innerlijke kern en met je diepere weten. In de school van Carl Jung staat individuatie ook wel gelijk aan innerlijk heel worden.

Individualisering is omstreden. Met het oog op de groei van de spiritualiteit van de mens, sta ik jegens dat proces al enige jaren positief 3). Ik verkeer daarbij in gezelschap van kabinetsformateur Herman Wijffels, die individualisering ziet als ‘ontwikkeling van bewustzijn’ en eerder leidend ‘tot verantwoordelijkheid dan tot losbandigheid’ en tevergeefs poogde dat in het regeerakkoord te laten opnemen 4). Men ziet niet, dat activering van het eigen bewustzijn in deze tijd wordt versneld 5).

Spirituele revolutie
De ‘dood is dood’ visie heeft naast voordelen het nadeel, dat we dan blijven zitten met de vraag naar de zin van het leven. Voor mijn probleemstelling is de toenemende reflectie op dat laatste niet zonder belang. Natuurlijk deden en doen religies dat van oudsher ook, maar ik wijs er in deze graag op, dat er een nieuwe spiritualiteit aan het opkomen is. De Britse godsdienstsocioloog Paul Heelas en zijn collega Linda Woodhead, beiden van de universiteit van Lancaster, deden er onderzoek naar en spreken verrast over een Spiritual Revolution, tevens de naam van hun boek (2005). Zij signaleren, dat de nieuwe vrijzinnigheid, zoals ik deze spiritualiteit van onderop noem, in onderwijs, gezondheidszorg en de zakenwereld, ja zelfs enigszins binnen de kerkmuren, is doorgedrongen. Martijn Lamperts (Motivaction) en Gerrit Kronje (Wetenschappelijke Raad van Onderzoek) deden er in Nederland onderzoek naar en telden volgens hun rapport van oktober 2007 vier miljoen ‘ongebonden spirituelen’6).

Het denken van deze herinnert mij aan de pluriforme spiritualiteit van de eerste drie eeuwen na Christus in het Helleense Midden-Oosten met de stad Alexandrie als kristallisatiepunt. Kenmerken daarvan waren innerlijke ervaring, mystiek, leven vanuit het hart, persoonlijk niet-doctrinair geloven, zij het met spirituele bevruchting van derden in de meltingpot van naties en religieuze tradities van toen. Rondom het jaar 350 moest die pluriforme spiritualiteit ineens, zo werd van bovenaf gedecreteerd, veranderen. Voortaan was een ieder genoopt allen hetzelfde te geloven, een zeer beperkt aantal religieuze geschriften te lezen en de rest te vernietigen. Er zijn zelfs menigten opgejut huizen en bibliotheken binnen te vallen en verboden boeken, waaronder ook het evangelie van Thomas, publiek te verbranden. Het was zowel geestelijke terreur als cultuurvernietiging. Een ramp was vooral de verwoesting van de beroemde bibliotheek van Alexandrie met een rijke schat aan Helleense, joodse, Egyptische en christelijke, ja zelfs boeddhistische literatuur.

Geen fraai begin voor een sterk dogmatische religie, zoals het christendom lange tijd is geweest en dan vaak ook nog in een machtspositie. Ik breng dit in herinnering, omdat de mystieke of esoterische christenen gedwongen waren ondergronds te gaan. En, zo voeg ik toe, de laatste tijd weer in volle kracht boven water lijken te komen. Met als kenmerken wederom pluriformiteit, innerlijkheid, ‘zo binnen zo buiten’, bezield of van binnenuit leven, kosmisch bewustzijn, energie die het leven doortrekt, nadruk op intuitie en/of innerlijke Stem, eenheidsbewustzijn en in elk geval een nieuwe kijk op het leven, het paranormale, zichzelf, en God. Deze postrationele spiritualiteit, waarvan Lisette Thooft terecht zegt dat die ‘overal is – onontkoombaar’ 7), botst niet alleen met doctrinair kerkelijk denken, maar ook met het rationeel-wetenschappelijke wereldbeeld. Een wereldbeeld waarin de innerlijkheid uit de materie is gehaald. Robert A. Pullen verwoordt wat breed wordt gevoeld als volgt: ‘Het Westen heeft de laatste twee eeuwen klem gezeten tussen een dogmatische godsdienst en een materialistische wetenschap’. Hij spreekt ook van ‘materialistische visies op leven en dood’ 8).

Kanteling van ons wereldbeeld?
Annick de Wit van Stichting Aarde bepleit in een geruchtmakend artikel Tijd voor innerlijke klimaatverandering in de NRC van 7 juli 2007 een ‘kanteling van ons wereldbeeld’, willen we de vele problemen adequaat kunnen beantwoorden, waarbij hij de wetenschap met een soort vetorecht op waarheid zelfs ‘de nieuwe kerk van vandaag’ noemt. Ik laat dat nu verder daar, maar het schetst wel het belang van studies als De wedergeboorte van de natuur van Rupert Sheldrake, Bezielde Kosmos van Ervin Laszlo en Het Veld. De zoektocht naar de geheime kracht van het universum van Lynne Mc Taggart. Trouwens naast de kwantumfysica ook van de studie Eindeloos bewustzijn van de cardioloog Pim van Lommel over en naar aanleiding van bijna-dood-ervaringen 9). En het schetst ook de moed van Ilja Maso.

We hebben als mens een lichaam, maar zijn we ook dat lichaam? Je met je lichaam en je ego vereenzelvigen, wat we nogal eens doen, bevordert geen eeuwigheidsgevoel. En toch zit er een sterk continuïteitsidee in de mens, bij jong en oud. Drukken we iets weg, dat we wellicht mee kregen bij onze incarnatie, maar daarna zijn ‘vergeten’? Incarnatie betekent vleeswording. We lijken al zo geprogrammeerd in materieel denken, dat we onze Bron vaak negeren of ontkennen en alles herleiden tot een toevallige geslachtsdaad van onze ouders. Toevallig? Nou nee, zo zeggen we dan, onze hersenen stuurden die daad. Een misvatting, lijkt me. Hersenen zijn een doorgeefinstrument. We zijn niet onze hersenen.

In de mystieke en esoterische traditie is incarnatie minstens zo belangrijk als reincarnatie. Zelf vind ik dat ook. Als de dood een overgang is naar iets anders, dan is dat tevens omgekeerd het geval met de geboorte. Waar ik vandaan kom en of die oorsprong betekenis heeft voor mijn leven nu, is wezenlijker voor me dan hoe mijn leven er uit ziet na mijn fysieke dood. Mijn hersenen zijn een prima intermediair, maar ik zie daarnaast op de achtergrond een soort primemover in mijn leven, een stille kracht, een bezieling of een soort chemie, zoals tussen gelieven. Het is denk ik de essentie van mijn leven. Het is spiritualiteit, wat ik definieer als leven vanuit de Bron, waaruit alles zich manifesteert. Dit is vooral een zaak van innerlijk weten. De meer intuitieve ‘verstehende’ methode in de antropologie zou hier van pas kunnen komen.

Ervaren van continuïteit
We krijgen via onze innerlijke Stem vaak ingevingen en (creatieve) inspiratie. Komen die van ‘God within’, het collectief onderbewuste, ons bewustzijn en/of van onze beschermengel, die ons zou hebben geholpen bij onze incarnatie en ook daarna voortdurend ‘standby’ is 10)? Van Lommel wijdt bijna 400 pagina’s aan wat hij noemt ‘non-lokaal bewustzijn’. Anders dan wetenschappers denken, is dat bewustzijn geen product van de hersenen. Er is bij de mens behalve een ervaren van continuïteit qua bewustzijn, aldus Van Lommel, ook een ervaren van ‘ons lichaam als continuiteit’, het laatste ondanks het feit dat er ‘in ons lichaam dagelijks vijftig miljard cellen worden afgebroken en weer aangemaakt’. Die paradox verklaart hij met de ‘resonantiefunctie die het DNA in elke cel heeft voor de uitwisseling van het lichaam met alle erfelijke informatie uit de non-lokale ruimte en met non-lokaal bewustzijn’ 11). Zeker na de bijna-dood-ervaringen, uittredingen, sterfbedvisioenen, contact met het bewustzijn van overledenen, pre- en postmortale ervaringen, komt er ‘een innerlijke zekerheid, dat er een vorm van voortbestaan is’, aldus van Lommel12).

Zelf heb ik dat innerlijk weten ook, wat mogelijk samenhangt met een verruimd bewustzijn. Mijn loopbaan, me staande houden in de samenleving of het sterk meedoen aan de hectiek of illusie van de wereld waren niet bevorderlijk voor het dunner doen worden van de ‘sluier’ of ‘hersendrempel’ tussen de geestelijke wereld en mij. Ik richtte me als een Parcival lange tijd sterk op de buitenkant, hoewel politiek-ideologisch opererend in een regime, dat het ‘koninkrijk van God’ zei na te streven. Er was toen wel vaag een continuïteitsbesef tot over de grenzen van de dood. Maar in de praktijk waren we meer bezig met ons eigen gelijk en het bestrijden van dat van anderen dan dat we in verbinding waren met ons hogere Zelf. We waren evenmin bezig met het erkennen van of werken aan onze persoonlijke schaduwen.

In de tweede levenshelft gaan we die schaduwen erkennen, ook onze persoonlijkheid relativeren, voorts onze anima en animus integreren en tenslotte ook het Zelf in ons ontwikkelen, de fysieke dood aanvaarden en God ontmoeten, aldus de zich tevens op Carl Jung baserende Anselm Grun 13). Ik herken dat bij mezelf. Een je meer op de binnenkant richten dus en inzien dat dingen veel minder maakbaar zijn dan je vroeger dacht. Ook dat je als mens veel meer geleid wordt dan je denkt, hoe subtiel ook. Een gevoel tevens dat je je kunt overgeven in vertrouwen. Of zoals de mysticus Eckhart zegt, in gelatenheid en ontvankelijkheid. Dag Hammarskjuld schreef ooit in zijn dagboek, dat de weg naar binnen de langste weg is. Zeker, maar het is ook verrijkend. Je voelt je gedragen in een kosmische en dus goddelijke levenstroom. Je bent deel van het geheel. Alles hangt met elkaar samen, ook goed en kwaad, licht en donker etc.. En je bent niet meer krampachtig als een St Joris bezig het kwaad bij de ander te bestrijden, al of niet onder een humanitaire vlag, iets wat alsmaar tot oorlogen leidt.

Onsterfelijkheid verwerf je niet, maar ‘moet worden ontdekt’, aldus de soefi filosoof en mysticus Inayat Khan, en wel door ‘niet langer voorbij te gaan aan het mysterie in je eigen hart’ of in je ziel 14). De geest slaapt bij vele, zo niet de meeste mensen en ze hebben daardoor geen zielskracht, aldus Mahatma Gandhi, een ‘grote ziel’, die me tot op vandaag inspireert. Als de geest bij iemand ontwaakt, wordt daarmee, voegde hij toe, ‘de aarde een beetje opgetild’, ontstaat er kortom zielskracht. Volgens de gnostici is de ziel een ’omhulsel rondom het licht’ van het goddelijk bewustzijn, dat ‘te verblindend zou zijn om ongefilterd in een lichaam te verblijven’15). In het moderne levensgevoel, waarin reincarnatie en karma steeds meer gemeengoed worden, gaan mensen meer leven vanuit hun ziel, aldus de esoterische Jezuiet Karel Douven, die daarnaast al sprak van ‘een goddelijke kern’ in ons 16).

Persoonlijkheid is voertuig van de ziel en niet andersom
Van Lommel noemt die kern ‘non-lokaal bewustzijn’. Gandhi spreekt van God, door hem omschreven als een ‘ondefinieerbare mysterieuze macht die alles doordringt’. Hij voelde diens ‘aanwezigheid in zichzelf’17). Logisch dat hij zich zeer bewust was van zijn ziel en van de kracht daarvan. Thans is er op vele terreinen grote activiteit gaande om te bevorderen dat mensen meer vanuit hun ziel gaan leven en zo in hun kracht komen. Ik wijs graag ook op twee bestsellers in deze: De zetel van de ziel en vooral De intelligentie van de ziel van de Harvard–adept Gary Zukav (Servire). Boeken die na lezing ons leven doen veranderen. Mensen hebben, vage religieuze begrippen ten spijt, tot voor kort de grote betekenis van de ziel of ons bewustzijn voor ons leven niet gezien of staarden zich blind op onze persoonlijkheid. Onze persoonlijkheid en ons lichaam zijn echter voertuigen van de ziel en niet andersom. Je intenties komen vaak vanuit je ziel, zeker als ze op eensgezindheid, delen en eerbied voor leven zijn gericht.

Door vanuit de ziel te gaan leven, kom je tot overgave. Overgave aan eeuwig leven. En uiteraard ook tot luisteren naar je innerlijke Stem. Men overstijgt zo het louter overleven via je vijf zintuigen en er ontstaat het besef, dat het in je incarnatie behalve om spel vooral gaat om een leerschool, om innerlijke groei. Als je aandachtig (Thich Nath Hanh) en vanuit je ziel leeft, dan gebeuren er wonderen. De bekende Course in Miracles en de even bekende schrijfster Marianne Williamson, – ik denk aan haar boek Verandering doet wonderen, 2006 -, zitten er niet ver naast in deze.

En of er na het afleggen van je voertuig meteen een nieuwe incarnatie moet volgen, is later aan de orde. Daarover beslis je met anderen in je nieuwe bestaan als ziel in de geestelijke wereld. Khan onderscheidt in de laatste een grote engelensfeer, voorafgegaan door een minstens even omvangrijke djinn-sfeer18). In beide schijnt het bedrijvig en prettig te zijn, zoals de bijna-dood-ervaringen ook lijken aan te geven. Je bent er als individuele ziel met tevens je ervaringen, herinneringen en gevoelens van je aardse persoonlijkheid. Die ervaringen en dat beleven worden ook meegenomen, als je ziel besluit tot het scheppen van een nieuwe persoonlijkheid bij terugkeer in het vlees. Je wordt met andere woorden in het hiernamaals niet gedepersonaliseerd.

Ook na de overgang gaan we door met evolueren
Naast de 2 sferen zijn er ook nog de ‘dolende zielen’, die maar niet kunnen loslaten en daarom lang aan de aarde blijven hangen. In mijn onderzoek in Zuid Sri Lanka kwam ik ze ook tegen bij de demonenuitdrijving in naam van Boeddha. Zo’n dolende ziel heet daar prethayo 19).Ik heb niet de ruimte over genoemde sferen in details te treden. Men raadplege oude wijsheden. Engelen komen voor in bijna alle religies als boodschappers. Maar dat genoemde sferen, zij het zonder chronos in veel op de aarde lijken, dat hun bewoners doorgaan met evolueren en, hoewel zonder lichaam, ‘een perfect menselijk uiterlijk plus een eigen spreek- en schrijftaal’ hebben, vernemen we van de zieners. Engelen en demonen zouden volgens de 18de eeuwse Zweedse fysicus (leerling van Newton) en mysticus Emanuel Swedenborg ‘allen ooit hun leven op aarde of op andere planeten zijn begonnen’ 20). Dit is de Swedenborg die een vrij grote invloed had op Kant, Goethe en Jung.

Primair voor mij nu is, dat bij de fysieke dood, zoals Socrates het formuleert,‘het sterfelijke in de mens sterft, maar het onsterfelijke ongedeerd en onaangetast weggaat’ 21). Dat onsterfelijke gaat zo voeg ik toe nu weer terug naar waar het vandaan kwam. Om zo als een soort eeuwigheidspelgrim een nieuw avontuur te beginnen. Het is inderdaad, een soort ‘cyclus van ontwaken, doodgaan en wedergeboorte’ 22).‘Ken jezelf’ is tevens een bekende uitspraak van Socrates. Die uitspraak stond ook centraal bij de voorlopers van de grote religies, namelijk de mysteriescholen. Vandaag is dit weer een belangrijk thema in diverse cursussen voor zelfontwikkeling, leven vanuit je ziel etc.. Niet te vergeten in de beweging van de nieuwe spiritualiteit, hoewel kerk, synagoge en moskee ook met zelfkennis bezig (beginnen te) zijn, indirect althans, ook de door mij wel bezochte Ecclesia.

De eeuwigheidsvraag lijkt kortom in de huidige tijd van individualisering en individuatie bij uitstek relevant.


Noten

  1. Ilja Maso, Onsterfelijkheid. Van twijfel naar zekerheid. 2007
  2. Drie antropologische studies van de hand van de auteur, verschenen in de buitenlandse tijdschriften Anthropos 90 en Journal of Asian and African Studies, volume 32 en voorts ook in het Nederlandse antropologische tijdschrift FOCAAL, nr 28. Zie voorts http://www.hansfeddema.nl , ad Biografie
  3. Hans Feddema, Een Linker Wang-visie op Individualisering en Humanisering. In: Magazine De Linker Wang, juni 2004. Zie ook http://www.linkerwang.nl
  4. Hans Feddema, INDIVIDUALISERING, een vriend en geen vijand. In: Magazine Spiegelbeeld, sept. 2007, p 44-48. Zie ook http://www.hansfeddema.nl
  5. Margarete van den Brink, De Weg naar Vrijheid. 2006, p.36 en 39
  6. Hans Feddema, Wees blij met zoveel spiritualiteit. Het christendom is zelf ook ooit begonnen als mystieke beweging. In: Trouw 9 -11- 2007. Zie ook website
  7. Lisette Thooft, Civis Mundi, oktober, 2007, p 19
  8. Robert A. Pullen, Uitzicht door inzicht.Universele wijsheid. 2008 p.22 en 23
  9. Pim van Lommel, Eindeloos bewustzijn. Een gemeenschappelijke visie op de bijna-dood ervaring. 2007
  10. Zie onder meer Hans Stolp, Mijn beschermengel en ik. 2008
  11. Pim van Lommel, 2007, p. 258 en 261
  12. ,, ,, p. 290
  13. Anselm Grun, De spiritualiteit van de tweede levenshelft. 2004, p.54-74
  14. Inayat Khan, Het doel van het leven.1992, p.15
  15. Jacob Slavenburg, Inleiding tot esoterisch christendom. Een verborgen geschiedenis. 2006, p.77
  16. Karel Douven, Het christendom op weg naar de 21ste eeuw. 1994, p. 141
  17. Ben Claessens, Mahatma Gandhi. Facetten van zijn Filosofie. 1997,p. 62
  18. Inayat Khan, De Ziel, vanwaar, waarheen? 1989
  19. J.P. Feddema, The ‘Lesser’ Violence of Animal Sacrifice.Anthropos 90,140
  20. Paola Giovetti, Engelen. Stralende beschermers, gevleugelde boodschappers. 1992, p.121, 130 en 133
  21. Geciteerd in: Pim van Lommel, 2007, p. 311
  22. A.H. Almaas, Essentie. 1995, p. 174

Dit artikel verscheen in CIVIS MUNDI , Tijdschrift voor Filosofie en Cultuur, 48e jaargang, februari 2009, nummer 1, pag.41-47.

Advertenties