3 maart 2009

Rituele dansen rondom het welvaartsbeeld, toen en nu?

In de jaren zestig gingen we als student zaterdagavond nogal eens naar Het Lieverdje aan het Spui in Amsterdam. De pas overleden Robert Jasper Grootveld leidde daar al blowend zijn rituele dans tegen ‘de misselijk makende middenstand’ en het ‘kleinburgerlijk klootjesvolk’. Hij promoveerde het door een sigarettenfabrikant aan de stad geschonken standbeeldje tot het symbool van de consumptiemaatschappij.

Ook vandaag zijn er rituele dansen, maar dan rondom ons economisch systeem. Niet tegen kleingeestig moralisme en hiërarchische denken, maar vanwege een dieper wordende financiële crisis. ‘Boosdoeners’ zijn nu de bankmanagers. In Engeland heeft een aantal van hen al openlijk spijt betuigd. Een mooi gebaar overigens, maar deden we allen niet een beetje mee? “Wallstreet, dat zijn we zelf,” hoorde ik iemand zeggen. Klinkt althans beter dan het ‘wij versus hullie’ van het nog steeds niet verdwenen tweedelingsdenken, waarbij de ‘ander’ het steeds heeft gedaan.

Na de val van de Muur gingen we, geschrokken door bureaucratische verstarring, helaas maar al te snel overstag voor meer vrije markt, meer privatisering en voor neoliberalisme. Er was wel wat lippendienst over economische democratie, maar het bleven bezweringsformules, zoals over de te grote inkomensverschillen en de bonussencultuur. Balkenende promoveerde bijvoorbeeld op maatschappelijk ondernemen, maar als iemand een ondersteuner werd van neoliberaal beleid, dan is hij het wel. Blind vertrouwen in economische rationaliteit bleek onze grondfout. En ook dat we vergaten dat zonder goed toezicht bijna elke elite gaat graaien of nogal gauw onverantwoorde risico’s neemt. Dat zij eigen belang plaatst boven het publieke belang, waarmee geldschepping door banken nu eenmaal is gemoeid. Begrijpelijk dat in de ‘dansen’ van nu rondom het Rijnlandse of Obamamodel zelfs het nationaliseren van banken geen taboe meer is, ook al worden de nadelen daarvan ook terdege ingezien.

Het is in elk geval zaak dat de politiek weer haar verantwoordelijkheid neemt jegens de economische sector, echt toezicht uitoefent, de bonuscultuur doet stoppen en ook het privatiseren van wat openbaar nut heeft, beëindigt. En als individu lijkt het zaak niet in de angst te schieten, maar in de eigen kracht te gaan staan, solidair te zijn en te beseffen dat het verbeteren van de wereld vooral begint bij zichzelf, bij het eigen denken en handelen. “Mijn leven is mijn boodschap,” zei Gandhi. De generatie van de jaren zestig bracht vernieuwing, zeker, maar haar zwakte was dat zij te weinig leefde wat ze predikte. De sympathieke Grootveld heette door zijn acties de ‘antirookmagiër’, maar hij was zelf een kettingroker. Zagen we in het heden tot voor kort niet hetzelfde: wel praten over maatschappelijk ondernemen, maar het niet doen? En dat nog wel onder het oog van een politiek die dat liet gebeuren?

Dit artikel verscheen tevens in De Stentor van 13 maart 2009, in andere bij de GPD aangesloten dagbladen en in het VredesMagazine van februari 2009.

Advertenties