20 maart 2009

‘Heer geef mij de rust om te aanvaarden
wat onvermijdelijk is, de moed om
te veranderen, wat ik niet mag aanvaarden,
en de wijsheid daartussen te onderscheiden’
– FR ANCISCUS

De valkuil van succesvolle politici is dat ze hun nederigheid verliezen. Narcisme en arrogantie liggen altijd op de loer, als charisma en idealisme zich verbinden met macht. Ook al is het dienende macht. Franciscus had overigens ook macht. Alleen al door de woorden die hij sprak, door zijn spiritualiteit en door het gezag van zijn idealen en van zijn leefwijze. Ieder mens heeft macht, vaak alleen al door wat je bent, wat je zegt of hoe je het zegt. Zie je er goed uit, dan heb je al een beetje macht. Ook als je van gegoede familie bent, zoals Franciscus (en Boeddha).

De valkuil is er dus voor iedereen, maar hij is levensgroot als je de leider bent van een van de machtigste landen ter wereld. Obama is zich daarvan terdege bewust, zo bleek door zijn gebed om nederigheid al tijdens de campagne. Naast het ‘gekleurd’ zijn in een ‘blanke’ Amerikaanse context, lijkt dit terug te voeren tot zijn door Martin Luther King en andere zwarte pastores beïnvloede spiritualiteit. Een spiritualiteit waarin hij via het bewust proberen te leven vanuit zijn Bron zelfvertrouwen, kracht en moed uitstraalt. Een kracht, die bij Obama tijdens de verkiezingen een ‘van-onderop’-lading kreeg via onder meer zijn slogan Yes, we can. Hij heeft daarin raakvlakken met zowel Franciscus als Gandhi, die beiden de broederschap van de mensen aan de basis benadrukten. En tevens het belang van het individu in de strijd voor rechtvaardigheid, vrede en duurzaamheid.

Net als Franciscus neemt Obama kortom het individu serieus. Deden meer mensen dat maar. Carl Jung, de grote kenner van de psyche van de mens, zei niet voor niets: De massa verandert niet, tenzij het individu verandert. Recente onderzoekingen laten zien dat Obama de Amerikanen nog in meerderheid achter zich heeft en dat vooral jongeren nog steeds erg ‘enthousiast’ over hem zijn. Ook daarin schuilt een valkuil. Spiritualiteit is geen waterdichte garantie. Ook de heilige Franciscus had zijn schaduwkanten. Maar het blijft een enorme prestatie van Obama dat hij de terreur van de angst die er heerste tijdens acht jaar neoconservatief bewind wist te transformeren in zelfvertrouwen, in de kracht van Yes, we can.

Dat is te meer opmerkelijk, omdat angst volgens Dominique Moisi in het Westen juist een dominante emotie is. Wat er in de komende tijd ook mag gebeuren, dit kan men hem niet meer ontnemen. Hij heeft tijdens een economische crisis en in een cynische of donkere tijd van wanhoop en wantrouwen de (mensen klein houdende) angst en de ermee samenhangende polarisatie in de samenleving weten te temmen.

Hoe hij dat deed, is bekend. Hij mobiliseerde de basis, die hij via internet liet participeren. Voorts hamerde hij tot vandaag steeds op eenheidsbewustzijn, de kracht van de hoop en op moed. Was het tijdens het bewind van Bush jr. antagonisme wat de klok sloeg – the West against the rest –, Obama’s continue pleidooi was en zijn beleid tot nu toe is: vrede en samenwerking op basis van wederzijds belang en respect. Ook als het kan met de tegenspeler in eigen land. Idealen die men ook ziet bij Franciscus. “Iemand die bereid is om te praten met de vijand – dat is in hedendaagse termen pas echt heldhaftig,” schreef filosoof Ger Groot onlangs. Franciscus deed dat tijdens de kruistochten in het Palestina van toen. En Obama wil dat bijvoorbeeld zonder voorwaarden met Iran, welk land zelfs aanwezig was op de Afghanistanconferentie van begin april in Den Haag.

Het verschil met Franciscus is echter wel dat Obama nu leider is van een grote staat met een enorm wapenarsenaal. Om dat gegeven kunnen we moeilijk heen. Hoe vaak hij ook tijdens zijn verkiezingscampagne gezegd heeft dat er ‘geen tegenstelling is tussen veiligheid en idealen’ en dat het ‘niet gaat om de macht van onze wapenen’ maar om ‘de onuitputtelijke kracht van onze idealen’. Een groot geluk daarbij is dat hij jegens het buitenland naast idealisme ook blijk geeft van realisme. In die zin dat hij inziet dat Amerika de wereld niet naar zijn hand kan zetten. Ook niet in Afghanistan, waar hij steeds minder gelooft in een militaire overwinning en begint te denken aan een dialoog met het gematigde deel van de Taliban. De idealist Obama blijkt kortom tevens pragmatisch te zijn. Ik noem dat wijs en zie daarin zelfs een parallel met het boven dit artikel geciteerde gebed van Franciscus.

De ellende en de oorlogdrama’s waarin Bush jr. zijn land en de wereld stortte, kwam immers mede door diens grote gebrek aan realisme. Via de sterke neoconservatieve invloed in zijn regering was deze in de greep geraakt van gevaarlijk utopisme onder het mom van idealisme. Naast machtspolitiek was de idealistische drive: het Midden-Oosten met harde hand de democratie opleggen, alsof je theocratieën en/of dictaturen kunt ‘bombarderen’ tot democratieën. Een rampzalig beleid in het kader van dom ‘idealistisch’ militair ingrijpen elders en gepraat over ‘de as van het kwaad’, waaraan Obama gelukkig niet wil meedoen. Ik noem hem dan ook een realistische idealist, net als Gandhi en ook Franciscus. Niet bezwijken voor de verleiding van de (militaire) macht, maar kiezen voor diplomatie, druk en samenwerking. Naast het aanhalen van de banden met de EU en Brazilië, zien we dit ook weerspiegeld in het beleid jegens Rusland, China, Cuba en Venezuela. Beleid van soft power is terug.

Ook binnenslands, in zijn eerste ‘State of the Union’ en in zijn optredens daarna opereert Obama in de lijn van hoop en moed waarmee hij president werd. Mensen moed inspreken om zelfvertrouwen te hebben of te houden. Hij schiet daarin niet door naar overmoed, laat staan hoogmoed. Dat is de mildheid van Obama, wat spoort met de geweldloosheid van mensen als Luther King, Gandhi en Franciscus. Net als het wapen van de hoop dat hij blijft hanteren. Hoop is real and keeps people going, zeiden in het tv-programma Tegenlicht op 26 januari Amerikaanse jongeren, die zich het vuur uit de sloffen hadden gelopen voor Obama. Hoop geeft een eenheidsgevoel, jaagt ons handelen aan, is spiritueel en heeft met vertrouwen te maken. Op dat vlak ligt de belangrijkste verbinding van Obama met Franciscus. Structureel zijn er grote verschillen tussen de man in een hoge machtspositie en de bedelmonnik, maar er zijn zeker overeenkomsten qua gezindheid.

Dit artikel verscheen tevens in en op verzoek van Franciscaans Maandblad (april 2009).