25 april 2009Vertrouwenscrisis

De regeringscoalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie stond weer eens even op scherp. Nu door de JSF-kwestie. Het droeg uiteraard niet bij aan de goede onderlinge relatie tussen de regeringspartijen, waarin wantrouwen een steeds weer opkomende emotie blijkt. Ze staat evenals het voorzichtige flirten van de rechtervleugel van het CDA met de PVV – de bekende Rotterdamse socioloog Anton Zijderveld is daar terecht verdrietig over – haaks op de geest van Beesterzwaag. En ook haaks op de geest van de eerste honderd dagen toen men in gesprek ging met ons aan de basis van de samenleving. Jammer vooral ook, omdat er juist in die samenleving eveneens wantrouwen is te bespeuren. Dit zeker door de economische crisis jegens de banksector, maar tevens jegens de politiek, die immers lang tekortschoot in toezicht. De vicepresident van de Raad van State Herman Tjeenk Willink klaagde onlangs niet voor niets terecht over het zoek-zijn van de balans tussen staat, markt en samenleving.

Maar er is meer aan de hand. Denken we alleen maar aan de mediaberichten over geweld, verbaal of fysiek, jegens dienstverleners en aan de sterke opkomst van de PVV van Geert Wilders. Filosoof Ger Groot noemt in een bijdrage van de brede studie De vertrouwenscrisis. Over het krakend fundament van de samenleving, 2009 ‘argwaan de grondstemming van de moderne mens’. Deze leeft als vrij individu in een risicosamenleving, waar je als het ware ‘alles kunt winnen’ maar ook ‘veel kunt verliezen’. Waar je zowel de lusten als de lasten van de vrijheid hebt. Als individuele burger meen je recht op geluk te hebben. De lusten acht je vanzelfsprekend, maar je neigt er toe de ‘lasten’ niet te pikken. Ziedaar de grondstemming van argwaan.

Het is een emotie die gemakkelijk kan doorslaan naar agressie of naar pogingen je frustratie af te wentelen op een zondebok. Bijvoorbeeld op de publieke sector of de (stedelijke) elite. En dat terwijl de economische crisis nog in een beginfase lijkt te zijn. Wie weet wat ons dus nog te wachten staat in deze? In steden kan het soms zelfs uitgroeien naar criminele jeugdbendes vanuit een eigen wijk. De grote opkomst van populisme, – verbaal nogal eens agressief naar een etnische of religieuze minderheid -, is tevens in dit kader te plaatsen. Naast angst speelt zeker ook argwaan een rol bij populisme. De onderzoekers Mark Bovens en Anchritt Wille tonen in een rapport (april 2009) aan dat Nederland een diplomademocratie is geworden, ‘geregeerd door burgers met de hoogste diploma’s’. Een nieuwe klasse van hoogopgeleiden zou niet alleen de hogere posten bezetten, maar ook inhoudelijk de dienst uitmaken.

Zij zouden mede daardoor ook hun eigen (politieke) voorkeuren en zorgen de meeste aandacht geven, waardoor vooral bij laagopgeleiden het cynisme over regering en parlement hoog scoort. Voer voor populisme of het gelijk van de grote bek. Tevens voer voor vreemdelingenhaat, stigmatisering en/of racisme. Het is ook mede daarom van belang dat christendemocraten en sociaaldemocraten zich niet door onderling wantrouwen laten meeslepen, maar elkaar vasthouden. Er is echter meer.

Balkenende en Bos vragen terecht om respect en participatie, maar geven ze die ook zelf? Zeven of acht jaren terug was er de kritiek over de ‘Haagse stolp’ en/of een regenteske attitude van politiek Den Haag. Leerden we daarvan? Ik denk te weinig, ook al schrokken we toen wel even. Laat Den Haag oppassen niet opnieuw regentesk te worden. De symptomen daarvan lijken vaak slechts subtiel. Zelfreflectie van de politiek is in elk geval van belang. Meedoen aan de oorlog in Afghanistan ging door, ook al bleek uit opiniepeilingen dat het volk er in meerderheid tegen was. Het onderzoek naar ons politiek deelnemen aan de oorlog in Irak komt er nu, maar het groene licht daarvoor duurde wel erg lang. Het parlementaire dualisme zakte weer in. Invoering van (correctieve) referenda of rechtstreekse burgemeestersverkiezingen staan wel eens ter discussie, maar daar blijft het bij. En van interactief beleid, bijvoorbeeld bij grote projecten, is geen sprake. Het in gesprek gaan met de basis zoals in de eerste honderd dagen blijkt een eenmalige zaak. De politieke elite doet met andere woorden weinig om het wantrouwen tegen te gaan. Er is het grote risico, dat ze daardoor willens en wetens de gesel van zowel agressie als het negatief gericht en angst voedende populisme over zich heen roept.

Dit artikel verscheen tevens in NRC Handelsblad (28 april 2009) en Friesch Dagblad (4 mei 2009).

Advertenties