1 mei 2009mahatma-gandhi

Lange tijd al opereert de mens vanuit een soort dualiteits- of tweedelingsbewustzijn. Mensen ervaren daarin afgescheidenheid van hun diepere kern, van de ander en het Andere en zijn hierdoor eenzaam. Vandaar het zoeken van de toevlucht in een groep. Sociologisch heet dat een ingroup, zoals de eigen zuil, religie, klasse, natie of ras, of een outgroup, waarmee anderen zich vereenzelvigen. Naast het gevoel van afgescheidenheid is kenmerkend voor het dualiteitbewustzijn het ‘wij-versus-hulliedenken’, het hebben van vooroordelen jegens een andere groep en/of het generaliseren van ‘slechte’ ervaringen met één persoon daaruit naar de hele groep. Antisemitisme, racisme en ook islamofobie horen bij dit patroon. De outgroup wordt vaak ‘verworpen’, terwijl men strikte solidariteit vraagt met de ingroup. Polarisatie in de samenleving is veelal het gevolg. En oorlog eveneens, zoals de geschiedenis aantoont.

Valkuil van het dualiteitsdenken
Extreem nationalisme, het idee van Tweede Kamerlid Geert Wilders om de Koran gelijk te stellen met Mein Kampf en ook de marxistische klassenstrijd by all means ten behoeve van de ‘door kapitalisten’ uitgebuite klasse, dat alles past naadloos in het door strijd en projectie gekenmerkte dualiteitsbewustzijn. Het kwaad ligt bij de ander, ‘goed’ is de eigen groep evenals de eigen underdog.

In deze tijd van individualisering groeit echter het inzicht dat de mens met het tweedelingsdenken en met de solidariteit van my underdog is always right vastloopt. En dat hij zo voorbijziet aan het individu en aan de eenheid van mens en kosmos. De underdog van vandaag wordt immers nogal eens de topdog van morgen, zoals het conflict tussen Israël en de Palestijnen duidelijk maakt. En het individu heeft bovendien vaak helemaal niet de innerlijke kracht om solidair te zijn met de underdog van zijn groep.

Nog los van het feit dat underdogs zelf ook onderling strijd voeren. Solidariteit op zich is goed, maar het leidt tot oorlog als je je met huid en haar overlevert aan je underdog, meent Mahatma Gandhi, die antagonisme zag als de valkuil van het dualiteitsdenken. Hij was tegen geweld en het militarisme, maar noemde zich liever geen antimilitarist. Dit om het idee van tegenover elkaar staande groepen, namelijk ‘militaristen’ en ‘antimilitaristen’, te vermijden. Hij waarschuwde niemand vijand te noemen, omdat je deze dan wilt ‘overwinnen’, terwijl het er juist om gaat deze te bevrijden tegelijk met de onderdrukte voor wie je opkomt. Niet op de persoon spelen dus, maar wel het onrecht op tafel leggen. Geweldloosheid is bij hem een techniek en een levenshouding, waarbij zaak en persoon worden gescheiden. Proberen het recht te herstellen, zonder mensen af te schrijven of te doden. Mede omdat ‘ieder mens een stukje waarheid in zich bergt’. De vijand zit bovendien ‘ook in onszelf’.

Over dat laatste, dus over onze schaduwen, zijn er gelukkig de laatste decennia nieuwere inzichten gekomen, niet in de laatste plaats door het baanbrekende werk van Carl Gustav Jung. Schaduwen als rugzak waarin we wegstoppen wat niet bij ons opgepoetste ego-ideaal past en niet gekend wil worden, maar die indirect manifest worden in irritaties over daden en karaktertrekken van anderen. Schaduwen als de manier waarop we ‘de ander’ archetypisch, dus vanuit het oerbeeld in het collectieve onbewuste, ervaren als iemand die we welbeschouwd de schuld geven om zelf gelijk te kunnen hebben en onszelf te kunnen rechtvaardigen – een schaduw die ook collectief gestalte kan krijgen in vooroordelen en discriminatie.  Schaduwen ook als angst en haat, die je niet met haat en geweld kunt temmen, maar in wezen louter via een strategie van de liefde. Ze ‘erkennen is al een proces van heling’, aldus Jung.

Eenheidsbewustzijn: zaad zijn van dezelfde boom en zo deel van groter geheel
Je bewust zijn van je eigen schaduwen – zelfkennis dus – is van het grootste belang:

  1. Het maakt de mens milder jegens de ander en zijn of haar schaduwen, doet ons met andere woorden minder oordelen of minder gauw ontploffen over het gedrag van de ander. Ook omdat je inziet dat je met dat laatste het alleen maar erger maakt, in de zin dat het negatieve wordt versterkt door er overeenkomstig op te reageren;
  2. Het maakt sceptisch ten aanzien van polarisatie en strijd, ook jegens groepen, omdat zoiets haat en bitterheid oproept of intensiveert en kan leiden tot destructie;
  3. Het doet het grote belang inzien van in het reine te zijn met zichzelf en innerlijke kracht te hebben, zonder welke je immers moeilijk recht kunt doen aan de verdrukten;
  4. Erkennen van zowel goed als kwaad in je, het helpt tenslotte te komen tot (meer) eenheidsbewustzijn, dus het besef dat alles met elkaar samenhangt, dat wij en al wat leeft zaden zijn van dezelfde boom en zo ook deel van een groter kosmisch geheel. Mystiek, het doen ontwaken van de goddelijke vonk in jezelf, draagt daar toe bij.

In deze tijd van individualisering, toenemend eenheidsbewustzijn en Obama-uitstraling lijkt het zaak als antwoord op onrecht en geweld een nieuwe strategie te leren. Minder die van strijd, polarisatie en geweld en meer die van de liefde, waardoor men een beroep doet op het beste in de tegenspeler in plaats van op het slechte in hem. Waardoor men zich richt op de confuciaanse Gulden Regel van mensen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden, kortom, het  trachten te realiseren van de softpower-strategie van Gandhi en Luther King.

Spiritualiteit als stille, altijd aanwezige kracht en individualisering als paradox
De economische crisis laat zien dat het sociale fundament van onze samenleving niet erg bij de markt ligt, maar naast een regulerende overheid bij de persoonlijke verantwoordelijkheid van het individu. Voelen we ons een speelbal of slachtoffer, sterk in ontkenning of zelfmedelijden? Of zijn we een bozige antigerichte bestrijder? Dat laatste getuigt natuurlijk van meer bewustzijn dan het slachtoffer-, laat staan het speelbaltype, maar je bent volgens Marco de Vries (Erasmus Universiteit Rotterdam) het meest bewust als je je deelnemer voelt. Deelnemers beseffen deel te zijn van het grotere geheel, kijken ook naar binnen, laten los, accepteren, hebben innerlijke rust, leven en kiezen bewust. Ik geef er de voorkeur aan de deelnemer schepper te noemen, iemand die zich scheppend manifesteert met liefde voor mens en milieu. Hoe meer mensen in hun kracht komen, een bezield en ethisch voorbeeld geven, kortom bewust zijn en scheppend deelnemer worden, des te groter zal de uitstraling daarvan zijn.

Dat heet ook wel spiritualiteit. Ik zie dat als je innerlijke leiding, als een stille, altijd aanwezige kracht bij ieder van ons. Het is de diepere dimensie van de realiteit. Dr. Nico Kools van de universiteit van München omschrijft spiritualiteit als mystiek, maar ook als het ‘zich richten op een werkelijkheid, die uitstijgt boven de onmiddellijke persoonlijke belangen – 1) op cognitief niveau via begrijpen, 2) op emotioneel niveau via engagement, zelfvertrouwen en mededogen en 3) op praktisch niveau door actie, politieke betrokkenheid en zorg voor medemens en milieu.’ (Bres, 254, 68)

Het is vooral een individuele zaak. Het gaat om jouw innerlijke ervaring of kracht, om jouw diepere beleving. Het proces van individualisering lijkt daarom minder ongunstig dan wel wordt gedacht. Herman Wijffels noemt het evenals ik ‘ontwikkeling van bewustzijn’ en probeerde het in 2006 daarom – zij het tevergeefs door verzet van CDA en CU – opgenomen te krijgen in het regeerakkoord.  Het gaat ook met uitwassen gepaard, zeker, maar als we ons daar op blind staren, dreigen we te vergeten dat dit proces tevens bewustzijn bevordert. Het is een soort paradox, dus dat de grotere nadruk op individualiteit samengaat met een sterker eenheidsbewustzijn.

Hoe dit ook zij, als in onze tijd het individu een grotere rol krijgt dan voorheen, lijkt het niet ondienstig in ons leven, om te beginnen in het onderwijs, deugden veel aandacht te geven. Uit de klassieke Oudheid kennen we de vier kardinale deugden wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en moed. Om de ‘zachte krachten te doen winnen’ in termen van Henriette Roland Holst, denk ik ook aan de Kracht van Mildheid, Moed en Mededogen als een effectief trio om de mens los te maken van het dualiteitsdenken van projectie, strijd en polarisatie.

Zachtmoedig actief
Mildheid is niet passief, maar zachtmoedig actief. Het sluit boosheid niet uit, maar het weerhoudt je om hard te worden. Je drijft je boosheid niet op de spits, wordt niet fanatiek, maar bent en blijft vriendelijk. Het Virtues Project International noemt mildheid zelfs ‘het dagelijks brood van de liefde’. Je hebt zorg voor anderen, de gerechtigheid en voor de aarde. En als het om waarheid gaat, houd je ‘eerlijkheid en tact in balans’. Je hebt een diplomatieke gezindheid, je bent open, humaan, redelijk en je bent er bij een conflict op gericht de ander niet van je te vervreemden.

Moed ontbreekt nogal eens, maar is niettemin een wezenskenmerk van het leven. Je hebt het nodig om de onzekerheden van het leven aan te kunnen en dat is dan ten diepste levensmoed. Bij de inzet voor gerechtigheid en geweldloze acties is moed te vertalen als vastberadenheid. Vastberadenheid geeft kracht, ook om angst te overwinnen en om bereid te zijn in principe offers te brengen of risico’s te nemen voor het goede. De mildheid houdt de moed in evenwicht, voorkomt dat het doorslaat naar overmoed of hoogmoed. Dit is maar goed ook, omdat overmoed en zeker hoogmoed de goede zaak meestal schaadt. Mildheid voorkomt ook dat  vastberadenheid overslaat in een antihouding of in verwijtend negativisme.

Mededogen tenslotte is een vorm van liefde. Het gaat om het luisterend meeleven met en het zich inleven in (het leed of de tegenslag van) de ander, corresponderend met de Gulden Regel om ‘datgene jegens anderen te doen wat je zou willen dat zij jegens jou doen’. Mededogen is meer dan medelijden, vraagt inzet, ook jegens het milieu. Het gehoord-worden kan mensen net het duwtje geven om te luisteren naar de innerlijke stem en (weer) in de eigen kracht te komen. Mededogen is dus belangrijk.

Je eigen krachtbron aanboren
Maar samen lijken mildheid, moed en mededogen een uniek trio voor de inzet van gerechtigheid, vrede en duurzaamheid. Mededogen om niet voorbij te gaan aan de naaste en de schepping, mildheid om in het activisme voor het goede niet door te slaan in fanatisme, en moed om de angst te temmen en kracht te krijgen. Daarbij is het essentieel, zo niet een voorwaarde je eigen krachtbron aan te boren. In een tijdperk van toenemende individualisering is het van belang dat mensen in contact zijn met hun ware zelf, kortom in hun kracht staan.

Anders kunnen zij moeilijk vrienden zijn met mens en milieu. Er is dan ook niets mis mee, wanneer mensen in een tijd van hectiek en depressies aan zichzelf werken. Hoe evenwichtiger en sterker zij zijn, des te aanstekelijker zal hun uitstraling en hun eenheidsbewustzijn zijn; des te meer kunnen zij ook zelf tonen welk een kracht het trio mildheid, moed en mededogen geeft in de inzet voor het goede. Wat we denken en doen en hoe we ons gedragen kan een enorme invloed hebben op de hoedanigheid van de wereld. Misschien wel meer dan het daar louter mentaal mee bezig te zijn. Opereert de mens vandaag dan meer vanuit het hart? Nog niet of enigszins, maar we zitten, de recente verkiezingen in de VS lieten dat zien, wel in een periode, waarin het individu en zijn innerlijke kracht een veel grotere rol speelt dan voorheen. En tevens in een tijd, waarin er van een soort eenheidsbewustzijn nu meer sprake is dan tot voor kort. Iets waardoor ook het gevoel van afgescheidenheid, zo typerend voor het dualiteitbewustzijn, nu hopelijk een minder verlammend effect heeft op veel mensen.

Dit artikel verscheen onder dezelfde kop in Spiegelbeeld, 16e jrg, 7 (juli) 2009 en in VredesMagazine 2e jrg,3, 2009. Voorts ook in een iets andere versie in weekblad Het Goede Leven, 10 mei 2009, met als kop ‘Ik ben het sociale fundament’.