10 juni 2009Rattenvanger

Lange tijd was de houding van politici jegens Geert Wilders genuanceerd: hij draaft door, maar heeft een punt door de problemen te benoemen. Onverstandig, omdat het mensen het idee geeft dat Wilders in essentie gelijk heeft.

De laatste tijd begint men hem van repliek te dienen. GroenLinks en D66 deden dat al eerder, maar nu gebeurt dat gelukkig ook van de zijde van de regering, die veel goede dingen probeert te doen op het terrein van integratie of inzake het ‘bij mekaar houden’, in de woorden van Job Cohen. Minister Van der Laan nam daarin beleefd doch krachtig het voortouw. Bijvoorbeeld toen Wilders voor de Deense televisie het had over ‘tientallen miljoenen moslims’, die hij bij misstappen en/of verkeerd denken Europa wil uitzetten. Minister Donner volgde daarin bij de uitreiking van de Anne Vondelingprijs eind juni. En zijn collega Van Middelkoop deed dat vervolgens ook op een congres van de ChristenUnie. Ex-minister Ella Vogelaar sloeg alleen de plank mis toen zij een vergelijking maakte met de jaren dertig in Duitsland. In dat land was toen sprake van een groot en diep trauma als gevolg van de zeer vernederende vrede van Versailles, iets waarvan men nu bij ons in de verste verte niet kan spreken.

Milde maar duidelijke repliek is nodig, omdat Nederland na Pim Fortuyn aan een nieuwe rattenvanger van Hamelen geen behoefte heeft. Zeker niet in de meer verbeten en humorloze versie van Wilders. In een samenleving waarin er sprake is van een grote nieuwe minderheid kan men het wij-zijdenken langs etnische of religieuze lijnen beter zo veel mogelijk beperken. Zeker nu door individualisering, globalisering en arbeidsflexibilisering argwaan de grondstemming van de moderne mens lijkt zijn geworden. Argwaan dan vooral richting de overheid. Als deze fouten maakt of als de politieke elite te regentesk is – en dat lijkt weer op te komen helaas – dan wel te weinig doet aan directe democratie, gaat de moderne mens dwarsliggen.

Dat kan door agressief gedrag jegens publieke dienstverleners, door gewoon thuis te blijven bij verkiezingen of juist wel op te komen en dan een volkstribuun te steunen. Normaliter kan zeker dat laatste fungeren als een extra reden voor politici om naar zichzelf te kijken en dingen te corrigeren waar nodig. Maurice de Hond spreekt van ‘woede’ en ‘het steken van een dikke vinger naar de macht’. Steekproeven in Volendam en Amsterdamse wijken duiden daarentegen meer op onvrede over criminaliteit en een politie die niets zou doen. Ook op een te veel aan regelgeving. Maar nog niet op een volstrekte antistemming jegens de overheid. Evenmin jegens de moslims, ook al werden opmerkingen als ’zij pikken al onze baantjes’ wel genoteerd. Kortom, het beeld van protest. Daar is op zich niets mis mee. Het hoort er bij.

Maar een complicerende factor is dat Wilders de nationalistisch-religieuze kaart speelt en een bevolkingsgroep dreigt te demoniseren. Dat raakt de rechtstaat, omdat het vijanddenken oproept. En omdat in een democratie een minderheid rechten heeft en de overheid de plicht heeft deze te beschermen. Vooroordelen debiteren aan de bittertafel is onprettig en onwenselijk. Maar als een politicus demagogisch week na week spookbeelden oproept over islamisering en het verdwijnen van onze nationale identiteit, kan dat funest worden voor de cohesie in de samenleving.

Gevaarlijk ook, omdat in onze toeschouwersdemocratie niet iedere burger volwaardig participeert, ook al staat hij op zijn punt. Daartoe heeft men het volste recht. Ik stel slechts vast dat er tussen mensen een verschil in bewustzijn is. Een onderscheid tussen nationalisten en kosmopolieten? Misschien. Het is hoe dan ook een zaak van attitude bij ons. Het ligt niet alleen aan de politici. Er is ook beeldvorming. En het is niet alleen winners en losers. Het is tevens een luisteren naar wat men graag wil horen, zeker als met de vinger naar de ander wordt gewezen. Marco de Vries (Erasmus Universiteit) schetst het bewustzijnsmodel van 1) ’speelbal, 2) ‘slachtoffer’, 3) ‘bestrijder’ en 4) ‘deelnemer’. Een speelbal is sterk in de ontkenning en nogal eens het mikpunt van pesterijen, het slachtoffer moppert en is zowel onverschillig (‘ze doen maar’) als boos, de bestrijder is echt boos en pikt het niet meer, terwijl de deelnemer het meeste bewustzijn heeft, voor dialoog is, minder oordeelt en beseft deel te zijn van een groter geheel. Het is een ideaaltype van innerlijke groei, waarbij we ook kunnen terugvallen. Het zijn rollen in soms diverse fasen van ons leven. Je voelt je slachtoffer, ook al ben je het niet. Je kiest dan die rol.

Het nare van populisten is dat ze negatief op deze emoties inspelen en in onze niveaus van bewustzijn gaan zitten wroeten. En wel door handel te drijven in onvrede, problemen drastisch op te blazen, zelf zowel de rol van verleider als die van slachtoffer in te nemen en als klap op de vuurpijl een zondebok ‘aan te bieden’, op wie de onvrede kan worden afgereageerd. Dat mensen zich laten meeslepen door de zoetgevooisde muziek van een rattenvanger van Hamelen als Wilders is geen ‘verdere stap van hun emancipatie’, zoals NRC Handelsblad-columnist Heldring meent, maar zegt veeleer iets over het stadium van ons bewustzijn als burger. Niemand kan mij immers, als het goed is, ongelukkig maken, tenzij ik dat zelf toesta. Maar dat is een kwestie van bewustzijn en als die te wensen over laat, is het zaak daar aan te werken, liefst zelf als burger. Wilders kan anders grote schade aanrichten, temeer omdat zijn retoriek vaak raciale ondertonen heeft.

Aan politici de taak een rechtvaardig en beleid te (blijven) voeren en misstanden op te heffen. Tevens de uitdaging het vertrouwen te herwinnen, ook door als een Obama een beroep te doen op de betere kant van mensen of hun zelfrespect te helpen versterken en tegelijk de muziek van ‘verleiders’ mild doch krachtig te weerspreken.

Dit artikel verscheen al of niet in een kortere versie onder meer in De Gelderlander van 8 juli 2009 onder de titel ‘Rattenvanger mild ontmaskeren’.

Advertisements