2 juni 2009Wilders-Rutte

Alom is er emotie in het land over de opmars van Geert Wilders en zijn PVV. Mark Rutte probeerde nog voor 4 juni hem de wind uit de zeilen te nemen door een wetsvoorstel tot verruiming van de vrijheid van meningsuiting. Het voorstel kreeg een emotionele lading doordat de VVD de ontkenning van de Holocaust ook uit ons strafrecht wil halen. En tevens omdat het naar het gevoel van velen niet los zou staan van het onder de rechter zijn van diens vergelijking van de Koran met Mein Kampf.

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Op zich is er niets mis mee eens wat te stoeien met dat grondrecht in de wet. De zaak ligt voor de VVD bovendien principieel, maar de ‘timing’ wijst tevens op het stemmen proberen terug te winnen.

Dat mag, maar het is de vraag of dat zo lukt. Mensen steunen Wilders immers vooral vanuit diepe emoties. Het moderne leven, door de socioloog Zygmunt Bauman  betiteld als ‘het vloeibare leven’, gaat voor velen te snel. Er is globalisering, alles wordt open en het individu is teruggeworpen op zichzelf. Niets lijkt meer duurzaam en de spelregels veranderen voortdurend. Dat maakt onzeker.

En dan zijn er ook nog een miljoen moslims bijgekomen, mensen die voorheen ontbraken in het Nederlandse plaatje. Onzekerheid geeft angst. En vaak ook wrok, al of niet vanuit een soort slachtoffergevoel, dat op zoek is naar een zondebok. Aan de bitterballentafel ontstaan zo mythen als zou ons land verislamiseren. En als zou onze ‘joods-christelijke’ cultuur in gevaar zijn. Neem zulke zorgen serieus zou ik zeggen, een en ander maakt nu eenmaal deel uit van onze ‘vloeibare’ samenleving van risico en angst. Het kwalijke alleen is dat populisten erop inspelen. En ook nog met succes, omdat zij dieperliggende emoties weten te raken.

Maar dat maak je niet ongedaan door als VVD de regeringspartijen proberen te overtreffen inzake vrijheid van meningsuiting. Emoties vragen om een ander antwoord. De Franse onderzoeker Dominique Moisi spreekt van drie dominante emoties in onze tijd. In Europa zou dat angst zijn, bij de Arabieren vernedering en in Azië hoop. Angst en vooroordelen kun je beter niet beantwoorden met dezelfde emotie of met felle politiek correcte tv-debatten. Mensen krijgen hierdoor het idee dat ze ‘niet deugen’. Van belang is daarentegen contact en dialoog, waarin over en weer de angsten en zorgen met begrip worden besproken.

‘Zoek de fans van Wilders op’, houdt deelraadvoorzitter van Slotervaart Ahmed Marcouch de moslims en hun organisaties voor in een artikel met dezelfde kop in de Volkskrant van 30 mei 2009. Autochtonen zouden mijns inziens hetzelfde kunnen doen. Behalve begrip tonen ook rustig de feiten noemen. Bijvoorbeeld dat de voorheen hoogontwikkelde Arabische cultuur vandaag nogal zwak is en voor ons verre van een gevaar vormt. Of dat de moslim in ons land veeleer aan het vernederlandsen is in plaats van andersom. Niet het (felle) debat en het elkaar vliegen afvangen over de ruggen van een minderheid heen is het antwoord, maar dialoog, open en constructief.

Het zou weleens kunnen zijn dat hier de grote zwakte van het wetsvoorstel van de VVD ligt. In de zin dat het onbedoeld zal leiden tot verruwing van de samenleving. Dat is wel het laatste waarop we zitten te wachten, als angst in termen van Moisi ‘de afwezigheid van vertrouwen’ en vernedering  (zoals bij veel moslims) ‘gekwetst vertrouwen’ en ‘verlies aan hoop’ is. Rutte ontkent dat verruwing het gevolg zal zijn. Hij meent dat ons beschavingsniveau hoog genoeg is voor zelfdiscipline in onze uitingen. Maar hij vergeet, dat wij ons beschavingsniveau ten spijt terug kunnen vallen op negatieve emoties. De vraag welk signaal we geven is dus niet onbelangrijk.

Het gaat er in het voorstel om dat we het kwetsen door anderen pareren via het woord en niet via een beroep op de rechter. Het is een bijna onbegrensde uitingsvrijheid die wordt bepleit. Maar of daar het goede signaal van uitgaat, is zeer de vraag. Het publieke debat wil de VVD niet laten bepalen door lange tenen, heet het. De enige beperking is het aanzetten tot geweld en discriminatie van mensen. De filosoof  Spinoza (1623-’77), criticus van wat hij noemt de ‘dwingelandij van dominees’, is ook sterk voor vrijheid. Maar medeburgers te schande zetten, bespotten, verdacht maken, veroordelen of kwetsen zou zijns inziens niet onder vrijheid van mening vallen. Dit omdat het de maatschappelijke cohesie zou ondermijnen.

Anderzijds heeft zijn tijdgenoot John Locke een sterk punt, wanneer hij stelt dat overtuigingen of opinies niet bij wet afdwingbaar zijn. Meningen kunnen bovendien vandaag omstreden zijn, maar op termijn de waarheid blijken te dienen en dus hun tijd vooruit zijn. Het is dan ook van belang dat we grote waarde hechten aan de vrijheid van meningsuiting. Niettemin ben ik geen voorstander van het verruimingsvoorstel van de VVD. Ten eerste omdat dit grondrecht nu in de wet al goed gegarandeerd is, en ten tweede omdat in het voorstel de grens met geweld en discriminatie moeilijk te trekken is. Dan bedoel ik niet dat er ook verbaal geweld is, dus dat woorden tevens kunnen ‘doden’. Maar hoe te weten dat haat zaaien niet aanzet tot geweld? Direct dan wel indirect? Rutte beperkt zich tot het eerste, maar ook dat is niet waterdicht. De diepere oogmerken van mensen kennen we immers meestal niet.

Een derde reden om tegen het voorstel te zijn is dat we sinds enige decennia een vrij grote minderheid van nieuwkomers in ons midden hebben. In een risicosamenleving maakt dat  mensen extra onzeker. Vreemdelingenhaat en latent racisme liggen daardoor op de loer. Van beide kanten overigens. In bijna absolute zin alles maar kunnen zeggen, inclusief beledigen en haat zaaien, is in zo’n situatie niet verstandig.

Dit artikel verscheen tevens in onder meer Het Parool van 6 juni, Leidsch Dagblad van 9 juni, Dagblad van het Noorden van 11 juni en De Linker Wang van juli 2009.