17 juli 2009Berlusconi

Het is medio juli. Er heerst rust. Ik voel nu niet als anders energie vanuit de media. Maar ligt dat aan de media? Het zit in wezen in mezelf. Als de buitenwereld er nu even niet is en ik daar zo op reageer, geeft dat aan dat ik te weinig autonoom ben. Te weinig stil in mezelf. Te gevoelig dus voor de energie vanuit de buitenwereld. Ik kijk in deze zomerluwte, voordat ik vakantie ga houden in Frankrijk, ook nog nauwelijks tv. In wezen is dat alles een verademing. Ook de kranten lees ik minder nauwgezet.

Toch heb ik me vandaag, nu ik deze column aan het schrijven ben, me weer wat grondiger verdiept in de krant. Het lijkt nog steeds hetzelfde, veel negatief nieuws afgewisseld met wat hoop. Natuurlijk is er weer een aanslag, nu in Jakarta met acht doden. En de gruwelijke moord op mensenrechtenactiviste Natalja Estemirova in Tsjetsjenië, een geweldige vrouw die de hoop was van velen in dat geplaagde land, raakt me ook. Ik zie tevens een klein bericht over Silvio Berlusconi. Volgens zijn voormalige advocaat en ex-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Carlo Taormina is Berlusconi ‘een dictator in een democratisch land’. Dat ligt, aldus Taormina, niet alleen aan Berlusconi zelf, maar ook aan zijn partijgenoten, die gewoon ‘gehoorzamen’ aan wat Berlusconi beslist. Eerlijk gezegd vind ik dit erger dan diens geflirt met jongere vrouwen, waarover veel ophef is. Als de democratie en de weerbaarheid zelfs in een EU-land teruglopen, moeten we alert zijn.

Natuurlijk moeten we ook alert zijn op ons geweld in Afghanistan, een oorlog die met de dag uitzichtlozer wordt. De Taliban krijgt door onze maar voortgaande bestrijding juist energie. Hopelijk wordt het niet de achilleshiel van Obama, maar trekt hij tijdig lering. Interessant is verder nog wat ik lees over de arrestatie van een oppositieleidster wegens belediging van de vrouwelijke premier in een Indiase deelstaat. In een discussie over de vele verkrachtingen in die deelstaat had ze gesuggereerd dat de premier om hier wat meer begrip te krijgen ‘zelf eens verkracht zou moeten worden’.

Wij zouden zulks opvatten als gewaagde ironie of althans als vallend onder de vrijheid van meningsuiting, maar daar moet ze in het gevang voor ‘opruiing’ en ‘aantasting van de vrouwelijke waardigheid’. De cultuur daar en hier verschillen nogal, zullen we maar zeggen. Een teken van hoop vond ik ten slotte, dat er weer protesten en betogingen zijn in Teheran en zeker ook dat Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, de invloedrijke geestelijke en ex-president van Iran, het in een publieke rede opnam voor de tegenbeweging in dat land ‘in crisis’. Er zijn krachten en tegenkrachten aan de gang in de wereld. En alles moet kennelijk zijn eigen beloop hebben. Ook tijdens de zomerstilte word je je daarvan bewust, als je voor een dag de krant nauwgezet leest.

Dit artikel verscheen als column in het juli-augustusnummer van het magazine ’t Kan Anders.