11 oktober 2009Vredesmagazine

Een spreekbeurt heb ik ervoor afgezegd: ik moest en zou vandaag hier zijn en een verhaaltje houden. En het moet gezegd, het creatieve initiatief tot samenwerking van drie of meer vredesbewegingen van diverse ideologische snit in een uiterlijk mooi magazine, is niet niks. Zelf acht ik me overigens niet de meest geëigende persoon om een oordeel te geven over het blad. Formeel ben ik immers als redactielid medeverantwoordelijk voor het beleid, ook al wordt het hoofdwerk natuurlijk in en rondom de Obrechtsstraat gedaan.

Een samenwerking veronderstelt kritisch zijn ten aanzien van macht, kritisch ten aanzien van onderdrukking en economische ongelijkheid, kritisch ten aanzien van fanatisme en utopisme, kritisch ten aanzien van liefdeloos met elkaar omgaan of elkaar vernederend of respectloos behandelen, kortom, kritisch zijn ten aanzien van het geweld in mens en maatschappij en proberen het helpen terug te dringen. Geweld dan wellicht in de brede zin van het woord.

Er zijn overigens recente studies die aantonen dat enerzijds de geweldsenergie in ons er nog steeds is, dat een hoog percentage mensen in hun fantasieën wel eens iemand wil of heeft willen doden. Maar dat anderzijds ook afname van het uiterlijke geweld een duidelijke trend is. Onze voorouders waren aanmerkelijk gewelddadiger dan wij, naar het lijkt. Je schrikt als je de agressie in onze steden soms ziet, of verneemt dat er in 2006 in ons land 150 mensen werden vermoord. Maar onze voorouders konden er ook wat van. De middeleeuwse steden waren tientallen keren gewelddadiger dan de onze van nu. Misschien ben ik nu aan het vloeken in de kerk, maar ook in Nederland is niet alleen sinds 2002 het aantal geweldsmisdrijven aan het verminderen, maar ook het aantal moorden – in de jaren negentig nog 250 per jaar –, terwijl er ook sinds 1945 een scherpe afname is te zien van het aantal binnenlandse oorlogen, pogroms en militaire coups in Europa, de VS en in Zuid-Amerika.

We kunnen ons werk echter niet stoppen, geweld is er nog steeds, onze onzichtbare geweldsenergie incluis, en niet te vergeten het goedpraten van geweld. We zijn niet in de laatste plaats een samenwerking van 1) antimilitarisme, 2) pacifisme en 3) geweldloosheid, alledrie met diverse inspiratiebronnen van humanisme tot religie of spiritualiteit en vaak ook nog een vleugje anarchisme en marxisme. Het antimilitarisme probeert vooral het wapengeweld, wapensystemen en de militaire macht te analyseren en te ontmaskeren ­– naast acties zijn de onderzoeksdossiers van AMOK  in het magazine dan ook functioneel. Het pacifisme, als term ontstaan rondom 1890 op een vredescongres in Glasgow,  is vooral een filosofie van vrede, die zich keert tegen oorlog en in principe ook tegen de klassieke leer van de ‘rechtvaardige oorlog’ van Augustinus, een leer waarop George Bush sr. zich nog beriep voor de eerste oorlog tegen Irak. In vergelijking met pacifisme zoekt geweldloosheid het vooral in het alternatief, dus het niet willen blijven steken in het actie-reactiepatroon van aanvallen en verdedigen jegens de tegenspeler, maar daarboven uitstijgen, met andere woorden. de tegenspeler niet willen vernietigen, maar met hem in een proces komen waarin deze verandert. Het is naast een levenshouding niet ook  in de laatste plaats een alternatieve methode van conflictoplossing, een strategisch proberen de onderdrukte te bevrijden en tegelijk ook de onderdrukker. In het aan te bevelen boekje Beter Geweldloos van het Platform voor Vrede en Geweldloosheid (€ 3,- per stuk) zet ik beknopt maar dacht ik handzaam de negen  aspecten of dimensies van geweldloosheid uiteen.

Welnu, aan jullie het antwoord op de vraag of dat wat ons bindt en ook wat de accentverschillen zijn aan bod komt in het Vredesmagazine en of men zich herkent. In het prima interview in het nummer 3, 2009 met PvdA-lid en vredesvrouw Sonja van der Gaast zegt deze op grond van het stoppen van apartheid, dat dit ‘niet zonder wapens had gekund’ en dat ze daarom ‘niet echt antimilitaristisch meer’ is, maar, voegt ze toe, dat het terugkijkend ook weer zo is dat het ‘altijd op een andere manier kan’, en dat ze  theoretisch denkt dat ‘je met oorlog zelden iets goeds bereikt’, maar dat je ‘dan wel twee kanten nodig hebt’. Nog afgezien van het feit dat niet het ANC-geweld de apartheid op de knieën kreeg – integendeel –, maar de internationale druk, zijn deze negen regels op pagina 8 een toonbeeld van de ideologische verwarring waarin we verkeren. We weten het niet meer. Ook al is er niet meer de gedachte dat geweld het enige is wat uitkomst brengt, zoals in de tijd van de Baader-Meinhofgroep, er is bij velen van ons nog wel het denken dat oorlog soms moet omdat er in de woorden van Sonja ‘een partij is die niet meewerkt’. Alsof dat nu juist niet het probleem is, met andere woorden, dat er altijd een groep in de greep van het gewelds- of machtsdenken en de hebzucht is en dat het er juist om gaat hoe daarop te antwoorden, hoe die groep zo te benaderen dat een oorlog wordt voorkomen. Een militaristische benadering doet die meestal uitbreken omdat tegengeweld het conflict niet alleen doet escaleren, maar bovendien de onderdrukker een extra argument geeft. De Palestijnse Intifada begon geweldloos, wat de Israëlische machthebbers in verlegenheid bracht. De laatste waren er bepaald niet rouwig om dat op een gegeven moment het geweldsdenken helaas de overhand kreeg bij de Intifada.

De artikelen van John Zandt in het Vredesmagazine las ik trouwens steeds met genoegen. Hij wijst er terecht op dat het pacifisme nu helaas ontbreekt in de politiek. Misschien is het een uitdaging te proberen het daar weer terug te brengen. Als politieke partijen proberen conflictgroepen bij elkaar te brengen door eerst hen elkaars waarheid te doen erkennen, al of niet geïnspireerd door ons, zie ik dat trouwens als pacifisme, zeker als geweldloosheid, wat immers bekend werd door conflictoplossing. Zandt gaf ook een voortreffelijke bespreking in nummer 4, 2009 van het recente boek Met alle geweld van Hans Achterhuis. De laatste onderscheidt zes oorzaken van geweld, namelijk: 1) het (verheven) doel heiligt de middelen, 2) de mimetische of nabootsende begeerte, ook richting bezit en macht, 3) moraal of het door mensen gemaakte onderscheid tussen goed en kwaad, 4) het irrationele of opvliegende in de mens, 5) strijd om erkenning, je niet geliefd of gerespecteerd voelen en 6) het ingroup-gevoel of het wij-zijdenken.

Onderzoekster Jessica Stern ontdekte dat het zich vernederd voelen een belangrijke oorzaak van het zelfmoordgeweld is. De psychische component van de mens blijkt met andere woorden en ook bij de meeste oorzaken die Achterhuis noemt, niet onbelangrijk, ook niet voor ons magazine, denk ik, om daaraan aandacht te geven. John Welwood, een bekende, aan Harvard opgeleide psycholoog, zegt in zijn boek Liefde geven en ontvangen: En waarom liefde ontvangen zo moeilijk is? dat minstens driekwart van de mensen het gevoel hebben dat er niet van hen kan worden gehouden zoals ze nu zijn. Ze lijden aan zelfafwijzing of zelfs zelfhaat en op zijn minst groot gebrek aan zelfvertrouwen. Dat geeft bitterheid, jaloezie en negativiteit, wat dodelijk is voor een samenleving, zeker sinds we door de ontdekkingen van de kwantumfysica weten dat alles energie is en wij allen non-lokaal verbonden zijn met het bewustzijn van anderen. Dus dat alles wat we uitstralen effect heeft op anderen en onszelf. Carl Jung zei tijdens de Tweede Wereldoorlog: “De wereld hangt aan een zijden draadje, namelijk de psyche van de mens, als het individu niet verandert, wijzigt de wereld niet.”

Sindsdien is de bewustwording via zelfkennis en transformatie en ook door het proces van individualisering gelukkig wel behoorlijk toegenomen. Laten we ook niet vergeten dat de psychologie nog slechts een jonge wetenschap is. Op de vele workshops waar men tegenwoordig aan zelfreflectie, chikung, yoga of psychosynthese doet (ik noem maar een dwarsstraat), hoeven we niet neer te kijken. Ze doen in wezen indirect vredeswerk. Een individu dat zichzelf niet ziet zitten, dus zonder innerlijke kracht is, moet zijn eigen onbehagen afreageren of wordt een speelbal, slachtoffer of bestrijder, kortom een Wildersstemmer. Hij straalt geen positieve maar negatieve energie uit en is daarom vaak nutteloos voor de vrede. Zal dus ook geen abonnee worden, voelt zich totaal niet aangesproken door ons blad. En het lijkt beter het woord ‘zweverig’ niet te gauw in de mond te nemen, de haviken ter rechterzijde betitelden ons vredesmensen immers ook vaak als zwevers. De aan empowerment werkende boeddhist Thich Nath Hanh van Plumvillage, waar elk jaar tienduizenden mensen komen, was trouwens een vredesactivist bij uitstek tijdens de Vietnamoorlog.

Als wij samenvattend als magazine naast onze mentale bespiegelingen, ook kunnen bijdragen aan de empowerment van de mensen, bewijzen we niet alleen de samenleving een dienst, maar zullen ook de abonnees toestromen. Een aansprekend voorblad en mooie foto’s zijn prima, maar zowel de politiek (Obama uitgezonderd) als de vredesbeweging weet mensen momenteel niet meer in het hart te raken. Dat er nu vrede is in Ulster, vinden ze best fijn, maar ze lezen dat ook in de krant, menen ze. Zeggen dat dingen zus en zo moeten, weten ze nu wel, net als het sterk mentale en het moraliseren van ons. Moraliseren is zeker niet meer ‘in’. Zijn is waar de mensen tegenwoordig vooral naar kijken. Gandhi was van die geest onder de mensen een voorloper, getuige zijn ‘Be the change you want to see. Het draait in het tijdgewricht waarin we lijken te zitten vandaag minder om kennis en weten, als wel om bewustzijn en daarin vooral om drie dingen: authenciteit, innerlijke kracht en individualiteit. Indien we als redactie en als abonnees van het magazine die trend versterken, liefst met een creatieve actie, zijn we in tune met de samenleving en hebben we toekomst.

Dit is de weergave van een toespraak gehouden op een bijeenkomst van Pais en Vredesmagazine op 11 oktober in Emma, Utrecht.