17 november 2009

In april 2009 schreef ik in het Franciscaans Maandblad op verzoek een beschouwing onder de titel Heeft Obama met zijn hoop, eenheidsbewustzijn en moed iets van Franciscus? Over moed gesproken. Ik vind het ruim een halfjaar later verre van gemakkelijk hierop een vervolg te geven. Dit nu hij slechts ruim een jaar aan het bewind is in de VS, ook al ontving hij begin oktober de prestigieuze Nobelprijs voor de Vrede. Overigens een omstreden prijs in dit stadium, ook wel de ‘kus des doods’ genoemd. Op zich is die prijs best te verdedigen, gezien de mentaliteitsverandering die hij in korte tijd heeft aangebracht, niet in de laatste plaats inzake internationale cohesie, terugkeer van de VS tot de VN en verzoening met Rusland, maar de timing was niettemin minder adequaat.

Die Nobelprijs voor de Vrede maakt het me dus enerzijds niet gemakkelijker. Anderzijds vlei ik me in goed gezelschap te zijn, als ik na de verdrietige periode van George Bush jr. met als centrale emotie de ‘terreur van de angst’, nog steeds blijf hopen. Anders gezegd, als ik vertrouwen houd in de integriteit van Obama, die de kracht van de hoop zowel predikt als uitstraalt. Hoop is ‘real and keeps people going’, zeiden in het tv-programma Tegenlicht op 26 januari Amerikaanse jongeren die zich het vuur uit de sloffen hadden gelopen voor Obama. Ook al mag er door rechts populisme en door ellende van de economische crisis thans sprake zijn van een zekere terugslag, de overwinning van 4 november 2008 was niet in de laatste plaats een zege van het nieuwe denken en de nieuwe spiritualiteit van onderop, vooral bij jongeren.

Verbinding
Herman Wijffels, die ik zaterdag kort sprak bij het lanceren van Karen Armstrongs Handvest van Compassie, was in 2008 in de VS en signaleerde dat toen ook. Er was bij die jongeren een andere geest dan wat hij noemde het ‘atomistische, egocentrische en rationele gedrag van strijd en pakken wat je krijgen kunt’ – gedrag zoals dat met name in de financiële sector zou heersen en dat de crisis zou hebben veroorzaakt. We staan volgens hem aan het begin van een omslag qua paradigma en beschaving, een transformatie van bewustzijn en cultuur. Een omslag waarbij verbinding, dus ook compassie, van belang zijn. Ik refereer eraan, omdat wat er gaande was in 2008 al iets weergaf van die omslag. Obama was en is in wezen een vertolker ervan.

Tegelijk ook een aanjager door zijn inspirerend idealisme, door zijn welsprekendheid, intelligentie en jeugdig elan. Naast het yes, we can was bij hem hoop de term die deze transformatie van bewustzijn en cultuur aanduidt. Hoop geeft een eenheidsgevoel, jaagt ons handelen aan, is spiritueel en heeft met vertrouwen en dus innerlijke kracht te maken. Op dat vlak ligt er een verbinding met Franciscus, ook bij uitstek een grondlegger van vernieuwing. De laatste is de man van zelfgekozen armoede en ook van vrede en solidariteit, dus tevens van de ander niet langer te beschouwen als concurrent. En ook niet bezig zijnde met diens schaduwen, omdat we die ook zelf hebben, maar hem of haar aanvaarden als deel van het geheel net als jij, als een geschenk van het universum. Dat minder denken in termen van concurrentie zien we ook bij Obama, die als Franciscus ook de zelfrealisatie van het individu serieus neemt. De verschillen zijn daarentegen ook groot, vooral gezien de positie van macht van Obama als leider van de VS. ‘Macht corrumpeert’, is de gevleugelde uitdrukking.

Er is altijd de valkuil macht te misbruiken, hoe heilig of verlicht een mens ook mag zijn. Misschien geldt dat wel in sterke mate in de politiek, waarin leiders vaak te veel individuen en groepen in achterkamertjes te vriend moeten houden. We hebben het gevoel dat Obama hierop een uitzondering vormt, maar hij is niettemin de leider van een politieke en militaire wereldmacht. Franciscus had ook macht, alleen al door zijn afkomst, verbale gaven, persoonlijkheid, visies en leefwijze. Iedereen heeft een beetje macht, maar dat staat in geen vergelijk met die van Obama, wiens macht trouwens ook enorm veel weerstand oproept. Wat er voor venijn via FOX News en andere Republikeinse krachten komt, kunnen we ons hier nauwelijks voorstellen.

De ander zijn eigen proces gunnen
Op het moment dat ik tot u spreek, is Obama in Azië op bezoek in Japan, China, Singapore en Zuid-Korea. Banden aanhalen, plooien gladstrijken en paden effenen, heet het. Met andere woorden, via dialoog en ontmoeting het imago van Amerika, dat tijdens George Bush jr. grote schade opliep, versterken. Prima, zeg je dan, en geheel in lijn van de kracht van Obama. En ook geweldig hoe hij in China niet verschillen, maar overeenkomsten, niet competitie, maar samenwerking benadrukt. Elkaar leren kennen, zei hij, en ‘de ander niet een sterke opkomst in de wereld misgunnen’. Het is een eerbiedwaardige benadering: wel de zaak van de mensenrechten naar voren brengen, maar niet scherpslijperig zijn en de ander in zijn waarde laten door deze zijn eigen proces te gunnen. Daar is grote moed voor nodig, omdat Amerikanen gewend zijn aan de moraliserende benadering van ‘het vingertje’ of de havikachtige van je spierballen te laten zien. Al of niet vanuit trots nationalisme.

Tekenend hiervoor is dat Obama tegelijkertijd aan het thuisfront in een kleine crisis is geraakt door een nieuwe stap in wat wel wordt genoemd het mijnenveld van de  martelgevangenis op Guantanamo Bay. Het was een van de eerste progressieve daden van hem te besluiten daaraan een eind te maken. Zeer belangrijk in het kader van de mensenrechten. Een logisch gevolg is nu ook dat vijf terreurverdachten, onder wie Khalid Sheikh Mohammed, het waarschijnlijke brein achter 11 september, niet voor een militaire rechtbank, maar voor de Federale Rechtbank in New York terecht zullen staan – het wordt mogelijk het proces van de eeuw –, zodat hun rechtsbescherming normaal is. Razernij is het gevolg, niet alleen bij de nabestaanden van 11 september, maar al of niet gespeeld ook bij rechts. FOX News zond meteen herhaaldelijk beelden van 11 september uit.

Het is een signaal van een nog sluimerende terreurangst en ook dat Obama voor een immense taak staat en daarbij gezien het geringe ik-bewustzijn van een groot aantal Amerikanen, steeds op eieren moet lopen. In het fasemodel van geen tot volledig ik-bewustzijn van Marco de Vries, die daarin vier typen onderscheidt, namelijk 1) speelbal, 2) slachtoffer 3) bestrijder en 4) deelnemer, ontberen vooral de speelbal en het slachtoffer ik-bewustzijn, waardoor ze hun onbehagen afreageren op de ander of via wantrouwen jegens de overheid. Onderzoek wijst uit dat de bewoners van het machtigste land ter wereld zich allerminst veilig en gelukkig voelen. En wat dat op eieren moeten lopen van Obama betreft, dat komt ook omdat veel Amerikanen er nog niet aan kunnen wennen dat de opperbevelhebber van hun land zwart is.

Eenzame solopositie
Naast de erfenis van zijn voorganger, met name de oorlog in Afghanistan en Irak en de onder diens bewind begonnen economische crisis, liggen er momenteel zo veel zaken op zijn bord dat in Washington veelvuldig wordt gepraat over de overload-factor, dus of de president niet wordt overbelast. Dat heeft te maken met de eenzame solopositie van de Amerikaanse president, maar ook met zowel de urgentie van de problemen als de hoge verwachtingen die Obama heeft gewekt met zijn nadruk op change tijdens de verkiezingen. Hij wil een hervormer zijn, zoals Reagan, zij het in een andere geest, en niet iemand die op de winkel past. Obama heeft qua charisma en elan wel enige overeenkomst met Bill Clinton, die overigens in de praktijk structureel weinig tot stand bracht, maar het grote verschil is, dat de verwachtingen nu met Obama veel hoger gespannen zijn dan bij Clinton in zijn beginperiode.

En dat komt niet in de laatste plaats door onszelf, door ons ongeduld en dat we nog niet onderkennen dat Obama, hoe bevlogen ook, een realist is of een pragmatische idealist. Tijdens de verkiezingen zei hij vaak dat er ‘geen tegenstelling is tussen veiligheid en idealen’ en dat het ‘niet gaat om de macht van onze wapenen, maar om de onuitputtelijke kracht van onze idealen’. Vooral dat laatste, de kracht van idealen, is wat hem dicht bij Franciscus brengt. Trouwens misschien ook wel zijn realistisch idealisme. De ellende en oorlogsdrama’s waarin Bush jr. zijn land en de wereld stortte, kwamen immers naast machtspolitiek mede door diens utopisme of grote gebrek aan realisme. Alleen al het idee een dictatuur tot een democratie te kunnen ‘bombarderen’…

Een utopisme dat tot nu toe 84.000 burgers en zesduizend Amerikaanse soldaten het leven kostte en ook meer dan een miljoen Irakezen het land deed verlaten. Hoed je dus voor utopisme, de Europese historie toont aan hoe gevaarlijk dit kan uitpakken; denken we maar aan de miljoenen doden die het stalinisme en het nazisme, hoe ‘idealistisch’ ook verkocht, op hun conto hebben staan. Je zit met utopisme bijna altijd in de rampzalige tweedeling van wij-zij, van ‘wie niet voor ons is, is tegen ons’ of van het zondebokdenken, van demoniseren, van het ‘donkere’ steeds bij de ander te leggen, dus van het vijanddenken, waaraan het christendom helaas zich ook te veel schuldig heeft gemaakt, of van zoals Bush jr. te spreken in termen van ‘de as van het kwaad’. Dus ten voeten uit dualiteitsbewustzijn, waaruit oorlogen voortvloeien. Dat Obama dit tweedelingsdenken wist te doorbreken, zagen de mensen van de Nobelprijs in Oslo. Obama bracht niet in de laatste plaats in hun ogen een nieuw klimaat in de internationale politiek, door te kiezen voor samenwerking in plaats van voor polarisatie. Hij benadrukt de wijze waarop en het respect voor de persoon van de tegenspeler. Daarin is hij in lijn met Gandhi, die steeds met zijn ‘the means are everything’ betoogde dat de middelen de verafschaduwing zijn van het doel dat je wilt bereiken.

Idealistische daadkracht
Toch heeft dit niet iedereen weten te overtuigen. Mensen willen resultaten zien, reeds na een jaar. Begrijpelijk, hoewel er ook begrip zou moeten zijn voor de weerbarstige politieke realiteit in de VS. Hier in Nederland verbazen we ons over de grote aanhang die Geert Wilders lijkt te hebben, maar wat te denken van het verzet tegen Obama’s plan ruim 46 miljoen onverzekerden een ziektepolis te bezorgen. Het zal je immers maar gebeuren langdurig ziek te worden, zonder dat je verzekerd bent, te meer als je ook nog je huis bent uitgezet als gevolg van de hypotheekcrisis. Dat is ideologisch verzet, namelijk antioverheidsdenken en angst voor socialisme, gevoed door kortzichtig eigenbelang van niet willen betalen voor hen die ziek worden door, zo is het oordeel, ‘eigen toedoen’.

Idealisme roept met andere woorden weerstand op. Ook Franciscus heeft dat ervaren. En wat de daadkracht betreft, die is groter dan het in de beeldvorming lijkt. Amerikadeskundige Ruth Oldenziel meent dat Obama zijn leiderschap al heeft bewezen. Ik ben misschien wat voorzichtiger: hem moet meer tijd worden gegund. Los daarvan zijn positieve punten tot nu toe zeker: 1) hoe hij na zijn inauguratie meteen de toon zette met het introduceren van een gigantisch stimuleringspakket in de economie en dat binnen zes weken door het Congres loodste; 2) hoe dit pakket nu al enig positief effect heeft, zelfs via een licht herstel van de werkgelegenheid; 3) hoe hij zich in die crisis een evenwichtige en rustige crisismanager toonde; 4) hoe hij een klimaatsuccesje boekte op de G20-top, namelijk het op termijn afschaffen van subsidies op olie en andere fossiele brandstoffen; 5) hoe hij al kleine wetten door het Congres kreeg, bijvoorbeeld wetgeving tegen haat op basis van seksuele geaardheid, of een wet voor meer overheidsbemoeienis om de sigarettenindustrie aan te pakken, verder een wet voor het behoud van de natuur in het Amerikaanse Westen en een om dure wapensystemen af te blazen; 6) dat zijn hervorming van de gezondheidszorg, waarop Truman, Carter, Ford, George Bush sr. en zelfs Clinton faalden, door het Huid van Afgevaardigden is en nu bij de Senaat ligt. Daar lijkt er nu een meerderheid voor te zijn, maar de wat eigenzinnige Joodse senator Joe Lieberman, voorheen Democraat, kan nog voor vertraging zorgen. Dan is er wat ik al noemde, 7) hoe de VS met groot applaus voor Obama terugkeerden in de VN, waarbij hij een indrukwekkende rede hield, benadrukkend dat verandering komt van degenen die kiezen voor gerechtigheid, maar dat anders dan voorheen wel is betoogd door zijn land, ‘democratie niet aan landen via dwang kan worden opgelegd’; 8] hoe de VS terugkwamen op het raketschild in Oost-Europa en zich zo verzoenden met Rusland, voor wie dat schild een doorn in het oog was; en tenslotte 9) hoe Obama de Veiligheidsraad unaniem meekreeg voor het ‘uitbannen van kernwapens’, te beginnen met het verkleinen van nucleaire arsenalen en het tegengaan van proliferatie.

Heikel
Hij ontplooide ook al direct en indirect wat activiteiten richting de islamitisch wereld, onder meer door een rede voor studenten in Caïro en richting Israël en Palestina. Vooral dit laatste is voor hem een heikel punt, door de situatie zelf en door de sterke Joodse lobby in de VS. Clinton beet zijn tanden er al op stuk en Obama kan daar alleen met gezag opereren als hij eerst binnenslands een groot succes heeft, zoals de hervorming van het zorgstelsel, dat nu bij de Senaat ligt.

Terug naar het raketschild. In de retoriek tijdens het bewind van Bush was dat gericht tegen mogelijke raketten vanuit Iran, maar de Russen zagen het als een daad tegen hen, zo vlakbij in Polen en Tsjechië. Terecht, omdat je voor een schild tegen raketten uit Iran eerder aan een andere plek denkt. Dat raketschild te stoppen vereiste moed. Niet alleen omdat hij daarvoor de weerstand van rechts moest trotseren, maar ook de teleurstelling van Polen en Tsjechië, die vanuit wantrouwen zo’n schild naar het Oosten wel wilden. En tevens de weerstand van vele politici in de EU.

Geen trap na geven via zout in de wonden
Vanuit de vredesvisie niettemin onverstandig, omdat je een verslagen vijand, in dit geval Rusland dat als Sovjet-Unie de Koude Oorlog verloor en toch via Gorbatsjov meewerkte aan de eenwording van Duitsland, geen trap na gaat geven. Dat brengt vernedering en speelt rechtse krachten in de kaart. Die fout maakte men helaas tot immense schade in 1919 jegens Duitsland. Een fout die mede door de oostwaartse expansie van de NAVO na de val van de Muur weer is gemaakt richting de Russische ziel door het strooien van zout in de wonden. Obama begrijpt dat vanuit zijn empathie en zijn door Luther King beïnvloede vredesdenken. Dit stoppen van provocatie jegens de Russen noem ik bij uitstek daadkracht.

Obama’s achilleshiel is echter Afghanistan. In meerdere artikelen heb ik dat, hoezeer ook een fan van Obama, betoogd. Afghanistan is een erfenis van zijn voorganger, maar om verkiezingstechnische redenen kon hij zich in 2008 moeilijk distantiëren van de oorlog tegen Al Qaida, de beramer van 11 september en haar ‘halfbroer’ de Taliban. Een stukje nationalisme wellicht ook, niets menselijks is de Amerikaan Obama vreemd, gezien de diepe wond die 11 september in de Amerikaanse ziel heeft geslagen. Niettemin noem ik Afghanistan diens achilleshiel. Dit ook omdat voor het Westen de oorlog in Afghanistan gedoemd is te falen. Dat is de visie niet alleen van vredesmensen of politieke analisten, maar ook van militairen. Obama worstelt met Afghanistan, vooral toen hij al vrij gauw na zijn inauguratie zag hoe moeilijk en ingewikkeld de situatie was geworden, hoe de oorlog zich had uitgebreid in het grensgebied met Pakistan, hoe de veiligheid erg te wensen overlaat, het verzet tegen de westerse aanwezigheid toeneemt en Karzai een ongeloofwaardige vriend blijkt. Obama’s bevelhebber aldaar, Stanly McChristal, wil veertigduizend soldaten erbij, waarover generaal b.d. Karl Eikenberry, nu ambassadeur van de VS in Kabul en tegelijk een hoge Amerikaanse militair, ernstig tegen blijkt, aldus een memo van hem aan Obama, dit mede vanwege het functioneren van Karzai en de alom tegenwoordige corruptie. De Britse generaal b.d. Christopher Meyer, lang de man van Tony Blair in Washington, noemde onlangs de oorlog ‘dwaas, doelloos en een verspilling van bloed en middelen’.

Moeras
In ons land hebben vooral naast de journalist Henk Hofland, volgens wie ‘Afghanistan zich met de dag verder ontwikkelt in een moeras’, generaal-majoor A.J. van Vuren en majoor Kees Homan de visie vertolkt dat deze oorlog slechts kan mislukken. Ook omdat ‘het Westen simpelweg niet in staat is overal als politieagent op te treden’, aldus van Vuren in een recent artikel. Ik ben dat met hem eens, maar voeg toe dat dit ook niet de taak is van het Westen. Ik denk dat Obama dat laatste in principe ook zo ziet. Maar door de ‘nieuwe wereldorde’ van George Bush sr. is sinds 1992  door VN-secretaris Boutros Ghali het ‘gewapenderhand ingrijpen’ in landen bij burgeroorlogen of andere conflicten helaas het beleid geworden. Ik bedoel niet vredeshandhaving na een bestand, maar hard militair ingrijpen. Dit is een beleid dat fataal werkt, omdat het de burgeroorlogen doet escaleren, het de partijen harder doet vechten en het de troepen meestal in een wespennest verstrikt laat belanden.

Gelukkig komt men door het drama Irak nu op dit beleid terug. Ik schreef in 2002 en 2003 meerdere artikelen om te waarschuwen, onder meer in Friesch Dagblad en Centraal Weekblad met als titel ‘Het middel is erger dan de kwaal. Vijf redenen om geen oorlog tegen Irak te voeren’. Ook kwamen er artikelen van me in onder meer Algemeen Dagblad van toen tegen de bombardementen op Afghanistan, waarvoor men zich zij het met wat kromme bochten iets beter kon rechtvaardigen, terwijl Irak een totaal onwettige oorlog was gezien het geweldsverbod van VN- artikel 2 lid 4. Maar de retoriek dat geweld bij een dictator de enige ‘reddende’ optie is, was zo sterk dat het drama niet te stoppen bleek. Dat terug te draaien en tegelijk het denken dat ‘geweld redt’ te doen stoppen, althans minder dominant te doen zijn, is geen geringe uitdaging voor Obama. Maar dat kan hij om te overleven als president heel moeilijk te drastisch doen. Naar mijn overtuiging is toch verreweg de beste optie voor hem Afghanistan te verlaten, hoe groot de hoon van rechts Amerika dan ook zal zijn. Doet hij dat niet en kiest hij voor de surge met veertigduizend man, dan zal Afghanistan de rest van zijn presidentschap prominent om zijn nek hangen en een tweede Vietnam worden.

Tweede Vietnam?
Het terugtreden uit dat land, althans de huidige missie niet vernieuwen, geldt wat mij betreft ook voor Nederland. Je hoeft er geen antropoloog voor te zijn om te beseffen dat elk niet-westers volk een buitenlandse en zeker een westerse macht bijna altijd ziet als een bezetter. Mensen in de derde wereld zien missies, hoezeer ook met de mooie naam vredesmissies, als inmenging in hun aangelegenheden en het opleggen van waarden en normen die niet of nog niet passen bij hun cultuur. Generaal Van Vuren vertelt over een aanslag van de Taliban in Kandahar met veel burgerslachtoffers, maar waarbij de bevolking toch de schuld gaf aan de NAVO-troepen omdat ‘zonder die troepen de aanslag niet had plaats gevonden’, zo was hun redenering. Tekenend is ook dat de VN door de sterke afname van de veiligheid begin november besloot zeshonderd man terug te trekken. Afghanistan is voor de eigen burgers ook onveiliger geworden, reden dat ze volgens majoor Kees Homan ‘meer hekel aan de buitenlandse troepen krijgen’.

De grootste hobbel voor Obama lijkt wat te doen met Afghanistan. Het is als het ware kiezen tussen twee kwaden, misschien wel tussen zijn hart en de ambitie om herverkozen te worden over drie jaar. Als je een missie hebt, is dat laatste niet meteen scherp te veroordelen. Ik zou niet graag in zijn schoenen staan. Franciscus heeft ook weleens voor dilemma’s gestaan. Raakte deze niet gebrouilleerd met zijn vader en ontdeed hij zich niet van zijn erfrecht? Maar Franciscus stond er wel alleen voor, ook al kreeg hij snel volgelingen, terwijl Obama als president en Democratische kandidaat niet slechts een persoonlijke verantwoordelijkheid lijkt te hebben. Althans zo zal hij het kunnen voelen. We zullen snel weten welke keus hij maakt.

Kracht van de hoop
Hij blijft voor mij hoe dan ook de man die de kracht van de hoop heeft laten zien en vooral heeft teruggebracht in de harten van jongeren om zich in te zetten voor vrede en gerechtigheid. En om hen gaat het in wezen. Hoezeer we ook van Obama houden, het is altijd risicovol om ons afhankelijk te maken van één persoon. Carrl Gustav Jung zei tijdens de Tweede Wereldoorlog: “De wereld hangt aan een zijden draadje, namelijk de psyche van de mens en de massa, en dus de wereld verandert niet, tenzij het individu verandert.” We verwachten te veel van Obama als we denken dat hij het alleen is die de wereld moet veranderen. Het zijn wij individuen die het zullen moeten doen, ieder voor zich, door de energie die we uitstralen vanuit bewustwording en innerlijke kracht. Innerlijke kracht betekent op zijn minst het hebben van zelfvertrouwen, zelfliefde en compassie. Er is in deze een hoopvol proces van bewustwording gaande. Zoiets is vaak een wat langer proces, zoals ook met de nieuwe spiritualiteit die overal aan het opkomen is. Obama, staande in de traditie van Luther King, heeft dat proces met zijn Yes, we can versterkt en wellicht versneld. Het is natuurlijk van belang dat hij in zijn huidige positie slaagt, maar we moeten er niet afhankelijk van worden. Zeker nu we sinds de ontdekkingen van de kwantumfysica weten, dat alles energie is en dat het dus onze gedachten en intenties zijn voor vrede en menselijkheid, die de wereld maken. Het persoonlijke is politiek. Zoals de mensen zijn, zullen de tijden zijn. Laten we in termen van Gandhi geïnspireerd met soul-force opereren en Obama zegenen. Door Obama te zegenen zorgt het universum er voor, dat wij ook onszelf zegenen.

Deze lezing werd uitgesproken op 17 november 2009 voor een Franciscaanse discussiegroep te Haarlem.