7 december 2009

We hebben net de twintigjarige herdenking van het einde van de Koude Oorlog achter de rug, en we zitten in een crisis, zowel ecologisch als economisch. Het Oost-Europese ‘socialisme’ ging ten onder aan de illusie van de rigide maakbaarheid van de samenleving door de overheid. Maar niet lang daarna raakte het Westen in de ban van eenzelfde soort maakbaarheid. Geopolitiek, militair en economisch.

De Russen ontdeden zich van het communisme, zeker, maar ze kwamen voor hun gevoel toch eerder als verliezers dan als overwinnaars uit de Koude Oorlog tevoorschijn. Vanuit de vredesoptiek strooi je een gewonde beer geen zout in de wonden. Een ‘verslagen’ natie een ‘trap na’ geven, is vragen om ellende, zoals de opkomst van Hitler na Versailles (1919) ons heeft geleerd. Toch deed het Westen dat na 1989. Vooral de snelle NAVO-expansie kwam hard aan in de Russische ziel. Dat Rusland nu autoritair wordt geleid en dat de Russen volharden in hun verzet tegen NAVO-uitbreiding, kan hiervan maar moeilijk los worden gezien.

Dom was ook dat de VS onder George Bush sr., Bill Clinton en George Bush jr. zich al snel gingen ontwikkelen tot een min of meer imperiale mogendheid die eenzijdig en grootschalig militaire macht inzette, voorbijgaand aan internationaal recht. Het bombarderen van Kosovo (1999) en de invasie in Irak (2003) vonden plaats zonder VN-mandaat – met recht een terugslag op de ontwikkeling van de internationale rechtsorde, een der sociale tegenbindingen (Kees Schuyt) tegen geweld. Arrogantie van de macht dus. Tegen de kersttijd in december – ‘a seazon of hope, zoals Obama zei op 4 december – lijkt het geen overbodige luxe een hand in eigen boezem te steken. Samen met de ingreep in Afghanistan leidde genoemde arrogantie paradoxaal genoeg tot verzwakking van het Westen.

Tegelijk ontstond in de financieel-economische wereld een wat Herman Wijffels noemt ‘verkokerd, atomistisch, egocentrisch en (voor het gevoel) rationeel gedrag van pakken wat je pakken kunt’. Dit eveneens arrogante gedrag ondermijnt de vrede. En ook de natuur, omdat het de biodiversiteit en ecosystemen aantast of vernietigt. Gedrag? Het is ook een ideologie, namelijk die van de rusteloze toewijding aan de god van de ongelimiteerde materiële groei. Met dat denken en het daarmee analoge gedrag lopen we vast. Wat we nodig hebben, is naar de mening van Wijffels (en vele anderen onder wie ikzelf) een paradigma shift, oftewel een wijziging van denken en handelen, een transformatie van bewustzijn. De idee van het almaar toenemende rijkdom en welvaart is voorbij. Een bijstelling van ons denkmodel is vereist. Het net uitgekomen boek Aftershocks van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt dat zonder een koerswijziging de kiem wordt gelegd voor een volgende crisis. De mens is op zijn grenzen gestuit. De natuur ‘slaat terug’. We weten het in wezen wel, alleen dringen de consequenties nog niet goed door.

Handvest voor mededogen
Om te overleven zijn we echter toe aan een nieuwe impuls van eerlijk delen, wat een meer liefdevol met elkaar omgaan impliceert. Ik bedoel hiermee niet een vol heimwee terugverlangen naar de jaren zeventig, een sentiment dat ik iets te veel proef in de tv-productie De onrendabelen van Marcel van Dam, ook al is mededogen altijd van groot belang. Geen nostalgie naar vroeger; het gaat mij erom dat de inkomenskoek een eerlijker verdeling behoeft, nu onvermijdelijk de spoeling dunner gaat worden door de ecologische grenzen waarop onze groei-economie thans stuit. Ook op andere grenzen trouwens, als we bedenken, dat in 2050 Europa 31 miljoen arbeidskrachten tekort zal komen als de economie op dezelfde voet doorgaat

Maar een probleem is dat bij de christendemocraten hun idee van rentmeesterschap en ‘behoud van de schepping’ naar de achtergrond lijkt te zijn geraakt en de sociaaldemocraten hun inspiratie lijken te hebben verloren na het echec van de rigide maakbaarheid in Oost-Europa van voor de val van de Muur. Dat men nu bang is voor de term links – Tweede Kamerlid Tofik Dibi stelde zelfs voor het uit de naam van GroenLinks te halen –, is een blijk van de matheid in progressief Nederland of van een te weinig geloven in zichzelf. Als links zich losmaakt van de marxistische visie dat ideeën een afgeleide zijn van materieel belang, kan het best met bezieling en in samenwerking met anderen een antwoord geven op de huidige uitdagingen. En met de term ‘links’ is op zich niets mis, het staat voor idealen. De dogmatische en soms regenteske invulling ervan is wat weerstand oproept. Dat moet anders. Met of zonder Kopenhagen.

Ten behoeve van 1) het oplossen van de crises, 2) het gewenste eerlijk delen en 3) het bereiken van een groenere economie zonder ‘graaien’, hebben we hoe dan ook een nieuw, spiritueel elan nodig. Een elan dat authentiek is en daardoor tevens het gebekvecht met de PVV overstijgt. Het realistisch idealisme en de hoop van Obama kunnen (even los van zijn Afghanistan-dubbelbesluit) hierbij dienen als richtsnoer. Dat geldt ook voor de noodzaak om elkaar respectvoller en toleranter te bejegenen. De polarisatie van de laatste jaren over ons interetnisch samenleven verbloemt de ernst van de planetaire situatie die voor ons allen, democraat of niet-democraat, autochtoon of allochtoon, gelijk is. Agressie en hufterigheid werken verlammend en dat kunnen we nu even niet gebruiken.

Dit artikel verscheen eerder in Centraal Weekblad (11 december 2009) en Friesch Dagblad van 18 december 2009.

Advertenties