22 maart 2010

Onlangs vond in Groningen in aanwezigheid van Dries van Agt een publieke discussie plaats over de Molukse treinkaping in De Punt in 1977. George Flapper, die de gijzeling als passagier meemaakte, bestreed de inschatting van psychologen destijds dat de druk voor de gegijzelde passagiers te groot zou gaan worden en dat hun gemoedstoestand zich ‘zou kunnen uiten in lichamelijke klachten en agressie jegens de kapers’. Het was naast angst voor het gebruik van fysiek geweld tegen de passagiers een van de argumenten van het kabinet-Den Uyl om militair in te grijpen. Van Agt, toen demissionair minister van Justitie, zei in de discussie dat er in 1977 ‘geen verwachting was dat er spoedig geweld zou worden gebruikt door de Molukkers’. Belangrijk dat Van Agt dat toegaf. Ook volgens Flapper was ‘de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de passagiers niet in acuut gevaar’. Latere onderzoeken  bevestigen dit. De relatie tussen kapers en gegijzelden was verhoudingsgewijs zelfs goed.

Ik behoorde tot de actiegroep Plaatsvervanging Gegijzelden, zo’n vijftig mensen die vanuit een school in De Punt opereerden. We oefenden op diverse manieren druk uit op het kabinet om het laakbare geweld van de kapers niet met geweld te beantwoorden, maar de kaping via onderhandelen op te lossen – mede ook gezien de vele grieven van de Molukkers, die overigens door het kabinet wel werden erkend, zoals nu ook weer in Groningen bleek. We lieten weten als groep de plaats van de gegijzelden tijdens de onderhandelingen te willen innemen en koersten op tijdwinst, ook omdat we wisten dat in het kabinet premier Joop den Uyl en minister Harry van Doorn (PPR) dat ook deden, althans niet meteen militair wilden ingrijpen.

Vrije aftocht?
Er waren meerdere pogingen tot bemiddeling. Er was zelfs sprake van een mogelijke vrijgeleide in een vliegtuig naar het toenmalige Benin. En psychiater Dick Mulder deed in de onderhandelingen met de kapers de toezegging van een vrije aftocht. Van Agt doet dat nu af als ‘een onder geweld afgedwongen toezegging’. Onzin, met alle respect. Mulder had die toezegging immers niet hoeven te doen. Dat hij het wel deed, duidt erop dat hij dacht aan een vreedzame oplossing. En ook dat die mogelijkheid er in principe lag. Maar het ontbrak helaas aan politieke wil. Vooral bij minister Van Agt. Toen deze voor zijn beleidskeus op zeker moment binnen het kabinet de steun kreeg van wijlen Bas de Gaay Fortman sr., haalden ook Den Uyl en Van Doorn bakzeil en ging men over tot militair ingrijpen. Het siert Den Uyl dat hij toen openlijk uitsprak dit te zien als een nederlaag.

Maar dat de keuze onvermijdelijk was, is onjuist. Het is een mythe die men ook nu weer probeert in stand te houden. Het had anders gekund, maar de politiek wilde niet. Ik acht de politicus Van Agt hoog. Niet in de laatste plaats om zijn geslaagde verzoening met Willem Aantjes en de bewonderenswaardige introspectie inzake zijn eenzijdige pro-Israëlhouding in het verleden, met als gevolg dat hij zich nu met kracht inzet voor een rechtvaardige vrede tussen Israël en de Palestijnen. Hij zou nog meer in mijn achting stijgen indien als hij alsnog op zijn minst zou erkennen dat het anders had gekund. Gezien de worsteling in het crisisteam, met name bij Den Uyl, kan men rustig zeggen dat, behalve de kapers en hun leider Max, in dit drama ook ex-minister Van Agt een cruciale rol heeft gespeeld.

Dit artikel verscheen in Friesch Dagblad 23 maart.