30 maart 2010

Synchroniciteit – ‘toeval’ in je leven, wat geen toeval is en hoe je dat zelf kunt creëren.

Lang dacht ik dat synchroniciteit louter iets was dat ons van buitenaf overkomt en dan onverklaarbaar is, vaak griezelig lijkt, maar ons ook troost dan wel redt in gevaar. Nu zie ik dat we er zelf ook een rol in kunnen spelen. “We zijn zowel de protagonisten in het eigen leven als de bijfiguren in een groot drama,” aldus Carl Jung.

Dat ik dat nu anders zie, heeft te maken met de verandering van wereldbeeld door de opkomst van de nieuwe religiositeit. Het antieke wereldbeeld (ook dat van de Bijbel) is dat van ‘zo boven, zo beneden’. Als de goden ruzie maken, voeren bij wijze van spreken de mensen op aarde oorlog. Daarna heerste lang het theologische beeld van God ‘op afstand’, buiten de wereld maar wel de zielen oordelend en straffend. Nu is er (naast het achterhaalde moderne wereldbeeld van ‘alles is louter materie’),  meer de visie van ‘zo binnen zo buiten’, van ‘God in alles’, van ‘God within en outside’, van God als een aanwezige (liefdes)energie die het leven doortrekt.

Onlogisch
Synchroniciteit ervaar je als individu. Voor wetenschappelijk onderzoek is het zaak een sample personen over hun ervaringen te laten vertellen. Frank Joseph, een leerling van Jung, interviewde zo een honderdtal individuen. Met als resultaat dat 97% van hen zich onlogische coïncidenties herinnerde, vooral bij crises in hun leven.

Jung, die synchroniciteit definieert als een ‘non-causaal verbindend principe’ of als een ‘schijnbare toevalligheid die een gevoel van verwondering geeft’, is een van de eersten die zich waagde aan een diepgravende interpretatie. Maar ook Schopenhauer, die sprak over ‘de gelijktijdigheid van het causaal niet-samenhangende dat men toeval noemt’ en Leibniz, die het zag als ‘door God ingestelde harmonie en het gelijktijdig samenvallen van immateriële en materiële gebeurtenissen’, hielden zich er mee bezig.

Om synchroniciteit te begrijpen, zullen wij zekere percepties moeten loslaten. Anders spreken we als we iets niet kunnen verklaren liever van ‘vergissingen’, ‘willekeur’ of ‘spelingen der natuur’ of noemen we het gewoon toeval. Dan hoeven we er niet verder bij stil te staan. Ziedaar waarom we synchronische voorvallen meestal snel vergeten, net als dromen. In ons leven is er vaak ook te weinig tijd voor een dagboek.

Toevallige’ ontmoetingen
In de literatuur wordt synchroniciteit gecategoriseerd in diverse typen, bijvoorbeeld in ontmoetingen, waarschuwingen, objecten, raadsels, getallen, telepathie, voorgevoelens, parallelle levens, richtingaanwijzers en reddingen. Het lijkt zaak elkaar te bevragen op zulke voorvallen. Zelf herinner ik me ‘toevallige’ ontmoetingen, die een wending in mijn leven gaven. Ik noem er enkele. Ten eerste: Mijn vader zag me graag theologie studeren, maar ik aarzelde over het keurslijf van het predikantschap en voelde ook wel voor geschiedenis. Freddy, een ‘toevallig’ ontmoet mooi meisje uit een buurdorp, had een eenvoudige maar wijze moeder. Zij kende ‘toevallig’ een Amsterdammer, die twee studies had gecombineerd en ried me aan deze te bezoeken alvorens te kiezen. Gevolg: ik ging ook twee studies tegelijk doen. Toen ik al gauw genoeg kreeg van theologie, werd ik historicus met als bijvak antropologie. Door ‘toeval’ kwam ik – via een stipendium op basis van een historisch onderzoeksontwerp – in Zuid Afrika terecht. Een land waar ik al snel overging op antropologisch onderzoek, maar dat me indirect ook politiek bewust deed worden, mede onder invloed van Beyers Naudé. Terug in Amsterdam bezocht ik bij toeval een studiegenoot in geschiedenis, met wie ik verder weinig contact had. Hij kende toevallig een hoogleraar antropologie die een medewerker zocht. Ik was nog niet gepromoveerd en vond de baan nog te hoog gegrepen, maar hij wuifde dat weg. En zo kreeg ik mijn universitaire baan.

Ten tweede: Ik had twee partners die beiden een rol speelden in mijn uiterlijke en vooral spirituele ontwikkeling. Beiden ontmoette ik onverwacht, de één in een vliegtuig vanuit Praag, en de ander, een Duitse uit Hannover, in een volle nachttrein vanuit de DDR, waar ik op bezoek was voor een politieke dialoog en waarbij ik als enige van de delegatie eerder terugging zonder dat dit achteraf echt had gemoeten. De betrokkene belandde wegens een plotseling in haar opgekomen bezoek aan Londen om vier uur ’s nachts in mijn volle coupé. In beide gevallen waren er zo veel ‘toevallige’ externe en ook interne (wils)omstandigheden in het spel, dat statistisch gezien beide ontmoetingen nooit hadden kunnen zijn voorzien.

Ik herinner me ook wonderlijke reddingen in mijn leven, onder meer in het verkeer op rijkswegen en ook in Nigeria en Botswana in een slum, maar daar sprak ik bijna nooit over. Dat ik gewoon had kunnen zeggen dat het kennelijk ‘nog niet mijn tijd was’, kwam toen nog niet bij mij op. In Sri Lanka hielp ik in februari 2006 in mijn onderzoeksdorp Dodanduwa bij het lenigen van de nood na de tsunami. Hierbij hoorde ik behalve over dieren verhalen van en over mensen die de dans ontsprongen doordat ze ‘onbedoeld’ op een veilige plek waren of over twee kleine kinderen die net op tijd hand in hand het ouderlijk huis ontvluchtten. Naast vele ‘reddingen’ was er ook één verhaal van een oudere vrouw, die ‘toevallig’ bij een nicht in een huis aan de kust op bezoek was en samen met het nichtje omkwam.

Door ‘toeval’ de dans ontsprongen
De bekende humanist Ilja Maso vertelde ons in het Leids Filosofisch Café eens het ook in de literatuur voorkomende geval van een koortje, dat elke maandagochtend om tien uur bijeenkwam in een armetierig kerkje ergens in het midden van de VS. Ze waren met zijn tienen en steeds op tijd om elkaar niet te laten wachten, maar op de bewuste dag waren ze allen meer dan een uur te laat, de één omdat hij/zij door de wekker heen sliep, de ander omdat de auto niet startte, hoewel die het anders altijd deed, een derde omdat een kind dwars lag of maar bleef huilen, een vierde omdat de auto plotseling een lekke band kreeg, een vijfde omdat er een echtelijke ruzie ontstond, een zesde omdat de echtgenoot of echtgenote plotseling nogal ziek werd; kortom, allen hadden een duidelijke reden om te laat te komen. Om kwart over tien explodeerde de kachel van de kerk met zulk een kracht dat niemand van het koortje, waren zij zoals anders op tijd geweest, het zou hebben overleefd.

Bij vliegreizen zijn er altijd mensen die kort tevoren afboeken, zich later bij het verongelukken van het vliegtuig afvragend, waarom juist zij meenden te moeten afboeken. Dat laatste geldt ook degene die de ingeving krijgt een persoon te bellen, juist op het moment dat deze op het punt stond zelfmoord te plegen, een telefoontje dat zo diens daad voorkwam. Cynici halen over afboekingen hun schouders op. Statistieken waaruit blijkt, dat bij verongelukte vliegtuigen veel meer lastminuteafboekingen plaatsvinden dan bij normale vluchten, overtuigen hen wel. Een recent voorbeeld is de man met de voornaam Jasper, die de esprit en de kracht had om de Nigeriaanse ‘terrorist’ uit Jemen te overmeesteren in het vliegtuig naar Detroit. Vrienden van Jasper zeiden over hem: ‘Hij heeft altijd zoiets’. Kortom, een persoon met initiatief, soul-force en tegenwoordigheid van geest. Als hij niet ‘toevallig’ in dat vliegtuig en ook nog eens niet ‘toevallig’ vrij dicht achter de dader had gezeten, zou dat vliegtuig waarschijnlijk zijn neergestort. Eerder in 2009 stortte bij Schiphol een Turks vliegtuig neer met daarin een Turkse zakenman die voor in het vliegtuig wilde zitten. Hij poogde van stoel te veranderen, wat niet lukte en wat nu zijn redding bleek.

Als je in de krant ‘tussen de regels door’ leest, ontdek je synchroniciteit. En nog meer als je aan introspectie doet in je eigen leven. Of er sprake is van een parallelle leven van je met iemand, weten we meestal niet zelf. Historici ontdekten pas later dat er mogelijk een was tussen Abraham Lincoln en John Kennedy, die op dezelfde dag en datum tot president werden verkozen, met precies honderd jaar verschil en ook beiden werden vermoord op het hoogtepunt van hun werk. Zo’n parallel leven overtuigt niet meteen, maar heeft niettemin iets wonderlijks.

Mysterieus voor mij was tevens dat ik ‘toevallig’ was gevraagd om op 6 juni 2009 in Leiden een excursie te leiden over Britse pelgrims die in 1609, dus toen vierhonderd jaar terug, naar Nederland vluchtten en enige tijd later vanuit Leiden naar Amerika vertrokken. Of liever dat ik een paar dagen eerder ‘toevallig’ een mail  kreeg van een onbekend iemand met bovengenoemd parallellie, wat ik door een ingeving heb voorgelezen tijdens het door mij voorgezeten diner in het Koetshuis.

Hetzelfde archetype meerdere keren tegenkomen
Grappig is ook dat we soms een aantal keren met hetzelfde archetype of sterrenbeeld in wisselwerking staan. Een symbolisch type man of vrouw, die steeds opduikt om er hetzelfde spel mee op te voeren. Als je gelooft dat alle vrouwen ‘draken’ zijn of alle mannen ‘ontrouw’, kun je er gif op innemen dat je dat archetype steeds weer tegenkomt, totdat je je vooroordeel hebt bijgesteld. De kosmische wet van de aantrekkingskracht zal hier werken, maar ook het leven als een leerproces, waarin juist intieme relaties effectief zijn. Kennelijk moet je de mensen ontmoeten die op je pad komen. Geldt dat ook voor ongelukjes en vreemde voorvallen? ‘Wat je nodig hebt, kom je tegen in het leven’, is het antwoord in de volksmond.

Er is nauwelijks een andere conclusie mogelijk dan dat we ondanks de beslissingen die we dagelijks nemen, tegelijkertijd met allerlei onzichtbare draden vastzitten aan een parallel universum. Aan een verborgen orde of kosmisch dan wel goddelijk plan met eigen wetten, ook wel een  Tao of niet-plaatsgebonden intelligentie genoemd. een onzichtbaar geheel, waarmee we als individu, zonder dat vaak te weten of te willen weten, verbonden zijn. Jung hanteert daarvoor de term het collectief onbewuste en de kwantumfysica het Veld. De kwantumfysicus David Bohm komt door onderzoek tot de conclusie dat de waarneembare orde gedragen wordt door een verborgen impliciete orde en dat het geheel een soort holomovement is met twee niveaus van realiteit, die voortdurend in elkaar overlopen.

Uitvindingen soms gelijktijdig
Dat in elkaar overlopen lijkt ook het patroon van synchroniciteit. Waar we aan moeten wennen is, dat er in de orde van de goddelijke intelligentie net als in dromen geen sprake is van tijd en leeftijd, dat voorts een obstakel er geldt als een kans, dat ten derde rechtvaardigheid er een heel andere betekenis heeft dan bij ons – erg moeilijk voor ons mensen dat te bevatten –, en dat ten slotte zaken er geen begin en einde hoeven te hebben. Zorgelijk en gestrest zijn passen evenmin in die verborgen orde. Dat er niettemin een wisselwerking is, blijkt onder meer uit het feit dat nieuwe ideeën al heel lang bestaan in het parallelle universum, maar dat die ineens via verbondenheid van die orde met een individuele ziel worden gematerialiseerd. We spreken over een ‘uitvinder’ of ‘ontdekker’, maar de nieuwe creativiteit ontspringt niet aan diens brein, maar als een kwantumsprong aan het collectief onbewuste. Dat uitvindingen soms gelijktijdig plaats vinden wijst daarop. Grote muzikaliteit ook.  Cryptomnesie, waarbij je hetzelfde idee krijgt als dat van je collega, door een rechter ooit ‘onbewust plagiaat’ genoemd, zou weleens geen plagiaat kunnen zijn, maar afkomstig uit het collectieve semantische geheugen.

Heeft het universum een eigen ritme
De filosoof Roemi zegt in een gedicht: ‘Dit is niet de echte werkelijkheid. Die bevindt zich achter een gordijn. De waarheid is dat we hier niet zijn. Dit is onze schaduw’. Dit impliceert dat we een schimmenspel opvoeren. En dat krachten van een onzichtbare dimensie achter de gebeurtenissen in ons leven de hoofdrol spelen. Ons denken is lineair. We zien dat het een leidt tot het ander, maar onder het oppervlak gebeurt er iets anders. Hermetisten noemen in de Kybalion oorzaak en gevolg een wet in de verborgen orde. Er is voor hen niet zoiets als toeval, alles is onderhevig aan die wet, alleen zijn er volgens hen diverse niveaus van oorzaak en gevolg, waarbij de hogere niveaus de lagere domineren. Doordat de mensen dat meestal niet doorzien, is toeval slechts een naam voor een wet die niet wordt herkend. Waarschijnlijk doen we de verborgen orde meer recht door in te zien dat elk effect een oorzaak heeft en elke oorzaak een effect. Een causaliteit die in dromen en in ‘toeval’ schijnbaar niet aanwezig is, maar niettemin ook daarvan de onderliggende wet is.

Je kunt zeggen dat het universum een eigen perfect ritme heeft, waarbij alles wat gebeurt een doel heeft of achter elke vorm een intelligentie zit, die synchroon werkzaam is. Omdat we dit met onze zintuigen niet waarnemen, staan we er vaak sceptisch tegenover. Dit ook, omdat we graag ons als ego willen neerzetten. Het go with the flow, het accepteren van een verborgen orde strijdt vaak met onze ‘vrije wil’ en onze geconditioneerde overtuigingen. Terwijl synchroniciteit weleens een weg naar vrijheid zou kunnen zijn en een weg om de kracht van de ziel of het onbewuste te beleven. Ons onbewuste is verbonden met het collectief onbewuste en heeft zo vele malen meer wijsheid dan ons bewuste. Het laatste leidt vaak tot mentaal activisme. Maar werkt dat? Door ‘doen door niet-doen’, zoals taoïsten zeggen, stil zijn, vertrouwen hebben en je overgeven aan een groter bewustzijn, lossen vragen zich vaak vanzelf op en ontwikkelen dingen zich zoals de bedoeling is. Krampachtig ‘doen’ vaak niet.

Een van de oudste literaire documenten uit het klassieke India, de Rigveda, drukt het zo uit: “Overal in het universum bevindt zich een oneindig netwerk van draden. De horizontale bevinden zich in de ruimte; de verticale in de tijd. Overal waar deze draden elkaar kruisen, bevindt zich een individu. En elk individu is een kristallen kraal, dat verlicht wordt door het licht van een Absoluut Wezen.” Dit suggereert een immense verbondenheid tussen alles in de kosmos, ook tussen gedachten. Misschien zijn we wel ontstaan uit gedachten.

Oneindig en onzichtbaar
Gedachten zijn onzichtbaar, oneindig en verbonden met andere gedachten. Dit is moeilijk voor ons te bevatten, verkleefd als we zijn aan de uiterlijke vorm. Hoe dan ook, die verbondenheid in de kosmos blijft normaal ongemerkt, tot de draden elkaar kruisen, waarbij we gaan spreken van synchroniciteit. Als ingevingen vanuit dat oneindige netwerk van draden ons redden uit een bedreigende situatie, worden we bewust van die verborgen orde. Ook als we een onverwachts telefoontje krijgen van iemand uit een ver land, van wie we jaren niet hoorden en aan wie we ‘toevallig’ de vorige dag weer eens dachten.

De onzichtbare orde blijft ons belangeloos begeleiden, ook al denken we dat we zelf alles regelen. Maar via de kracht van de gedachte en via de kracht van de intentie kunnen we die synchroniciteit meer naar ons toetrekken en zo de magiër van ons eigen leven worden. Synchroniciteit als levenskunst dus, waarbij in de woorden van Deepak Chopra zinvol toeval een onbegrensde kracht krijgt. Toeval wordt dan weer wat de mens ‘toevalt’, waarbij je niet meer zegt: ‘och dat moet mij weer overkomen’, maar: ‘ik heb dat aangetrokken’. Het weer verstaan van symbolische taal, het hebben van compassie, soul-force en (zelf)vertrouwen en open staan voor de wereld van verbeelding en de gnosis, een innerlijk weten op basis van ervaring met het Zelf in ons, dat alles hoort bij bewust synchronisch leven.

We zijn magneten en trekken aan wat we denken en willen. Goethe zei al: “Wensen zijn voorgevoelens van hetgeen u in staat bent daadwerkelijk te realiseren.” Maar het is wel zaak consistent te zijn in je intentie. Iets willen, maar tegelijk ook de saboteur de kans geven, het innerlijke stemmetje van ‘nee het gaat toch niet’, is tegenstrijdig en  werkt niet. De Creatiespiraal van Marinus Knoope en Het pad van Creatie van Ab Straatman beschrijven routes hoe je een authentieke intentie tot werkelijkheid kunt transformeren. Het boekje Toeval van Paul Liekens is een werkboekje hoe ‘het Veld’ te gebruiken om de synchroniciteit naar je toe te trekken en zo de magiër van je leven te worden. Iets wat die impliciete orde graag schijnt te willen. Je kunt als individu zo veel meer van het leven maken dan vaak gebeurt.

Speler op het schaakbord in plaats van een pion
Een louter vegeteren of een zwelgen in angst, negativiteit en depressie is niet de bedoeling, nog los van het feit dat dit in onze cellen gaat zitten. Evenwicht tussen onze binnen- en buitenwereld is niet zonder belang. Eveneens in de woorden van Thich Nath Han aandachtig opereren. De verborgen impliciete orde kan ons anders niet bereiken via onze intuïtie of via het ‘knipogen van God’, zoals Einstein en Albert Schweizer synchroniciteit omschreven. Meditatie en perioden van stilte zijn ook van betekenis. ‘Stilte is het element waarin grote dingen zichzelf verwezenlijken’, is een uitspraak van Thomas Carlyle. Synchronisch leven is een methode om boven ons niveau van oorzaak en gevolg uit te stijgen en je bewust te worden van een hoger niveau. Je bent dan een levenskunstenaar, die zich ontworstelt aan het zijn van een willoos stuk op een schaakbord. Je wordt een medeschepper c.q een speler op het schaakbord van het leven in plaats van een pion.

Synchroniciteit heeft dus in wezen drie dimensies: 1) het ondergaan en er van leren, 2) het naar je toetrekken en 3) het gebruiken als middel voor bewustwording en spiritualiteit. Bij het eerste gaat het om waarschuwingen; zelfs een ‘redding’ is een boodschap om je te ‘vertellen’, dat je bestemming nog niet is bereikt. Bij het tweede gaat het er om via de kracht van de gedachte en de intentie je doel te vinden en een levenskunstenaar te worden. En bij het derde is het een middel je te verbinden met het universum en zo dankbaarheid, liefde, mededogen, kracht en vertrouwen te gaan ervaren. Een houding die we ook vaak zien na een bijna-doodervaring. Kortom meer overgave, of in de woorden van prinses Irene verstandelijk geloven vervangen door vertrouwen en ook wat minder krampachtig alles zelf in de hand willen houden, mede omdat paradoxaal genoeg dit je levenstroom en innerlijke groei juist blokkeert.

Aanbevolen literatuur:
Jean Shinoda Bolen, De Tao van de psychologie, bewust leven met synchroniciteit 1999, Rotterdam
Deepak Chopra, Synchronisch leven, onbegrensde kracht van zinvol toeval. Utrecht
Wayne. W. Dyer, Eerst geloven, dan zien. Utrecht, 2002
Carl Gustav Jung, Synchroniciteit, een causaal verbindend beginsel. 1981, Roterdam
Frank Joseph, Zinvol toeval, synchroniciteit in ons dagelijks leven. 2000, Amsterdam
Paul Liekens, Toeval hoe doe je dat? 2003, Deventer
H.C. Moolenburgh, Is toeval echt toevallig? Een blik in de keuken van de schepping. 2008, Deventer
Squire Rushnell, Als God knipoogt, moet je wel omhoog kijken. De rol van toeval in het leven. 2003 , Amsterdam

Deze bijdrage verscheen als openingsartikel in Spiegelbeeld, mei 2010, 17de jrg, onafhankelijk tijdschrift voor Spiritualiteit, Wetenschap, Gezondheid&Milieu.