30 september 2010

De groots opgezette conferentie ‘Religie en Politiek’ van GroenLinks en De Linker Wang op 9 oktober was geslaagd. Ook al ervoer Femke Halsema blijkens onder meer de reactie van Trouw-columnist Ephimenco dat bij een ‘derdewegkritiek’ op de islam er addertjes onder het gras kunnen liggen, vooral in tijden van islam bashing, zoals nu. Het herinnert me aan de derde weg tijdens de Koude Oorlog. Ook toen was polarisatie troef en bleven we, wat we ook zeiden, ‘hielenlikkers’ van hetzij Moskou hetzij het Kapitaal. Maar los daarvan, de conferentie was mede door Halsema’s subtiele kritiek op religie vanuit de emancipatieoptiek onderwerp van debat.

Religie heeft overigens als regiem – trouwens net als bijvoorbeeld (vroeger) de socialistische zuil – per definitie een vorm van dwang en (eenzijdige) programmering in zich, ook via het gezin. Vooral bij een sterk groepsdenken, waarin men zich vaak ook nog afzet tegen mensen van de outgroup. Ik herinner me hoe kinderen van openbare en bijzondere scholen elkaar weleens uitscholden, zoals ook het geval was toen de hotpants of het minirokje in zwang raakte. Maar hoe minder aandacht men aan dat banale gedoe gaf, des te sneller was het over. Aandacht maakt zoiets vaak sterker.

En wat emancipatie of bevrijding van dwang betreft, die kan alleen van binnenuit komen. Interventie verkrampt en blokkeert zo persoonlijke bewustwording, die samenhangt met de overwinning van angst voor vrijheid (Erich From) en met het proces van individualisering. Op emancipatie gerichte confrontatie werkt dus meestal averechts, zoals vooral ook islam bashing het tegendeel is van emancipatoir.

Maar wat men op de conferentie over het hoofd zag, is dat die bevrijding van onderop allang gaande is. Dit door het proces van persoonlijke spirituele bewustwording in het kader van individualisering, ook wel (zelf)spiritualiteit genoemd. Er zijn momenteel twee tendensen in de samenleving: a) dat waarschijnlijk vooral traditionele mensen hun angst en slachtofferdenken laten bespelen door  (populistische) politici en b) dat een brede beweging van postmoderne spiritualiteit zich voordoet, wat je kunt omschrijven als ‘de weg naar binnen’ of  ‘de weg naar de bron’, kortom als bezield leven. Een onderzoek van de WRR in 2008 noemde voor Nederland zelfs het cijfer van vier miljoen ‘ongebonden spirituelen’, pluriform en vaak ongestructureerd, soms nog wat zoekend, maar niettemin bewust en geëngageerd. En zoals onderzoek in Engeland uitwees, sterk opkomend in bedrijfsleven, zorg, maatschappelijk werk en onderwijs, ja zelfs binnen de muren van de kerk. We zien niet in de laatste plaats hier de positieve kant van religie, die in de brede zin van het woord – dus niet beperkt tot het instituut – inderdaad ook een voertuig van emancipatie kan zijn.

Zeker als je je richt op duurzaamheid, compassie en vrede is het negeren van deze spiritualiteit, laat staan erop neerkijken, wel het laatste wat GroenLinks (en ook het CDA en PvdA) zou(den) moeten doen. Openheid naar deze beweging lijkt hoe dan ook van belang – dit naast het respecteren van kerk en moskee. Ook de politiek kan bezieling gebruiken. Misschien ontdekt GroenLinks daardoor dat het gezien zijn idealen in wezen een soort spirituele partij is, zoals ook andere partijen dat mogelijk ontdekken als ze zichzelf overstijgende idealen nastreven. Als religie weer ‘in’ is, dan gaat het niet om het instituut – de kerk heeft in het Westen naar het lijkt haar tijd gehad, wat met vertraging ook het lot van de moskee zal zijn –, maar om de spirituele dimensie daarvan. En dan niet meer met het godsbeeld als een buitenwereldlijk (straffend) wezen, maar als God within en ‘God als Liefde in het aardse leven’, waardoor ook de tegenstelling religieus en humanistisch als het ware gedateerd is.

Jammer dat conferenties over deze thematiek meestal zo weinig aandacht besteden aan die voor de samenleving zo belangrijke innerlijke dimensie van religie.

Dit artikel verscheen onder meer in het oktober-novembernummer van GroenLinks Magazine.

Advertenties