4 juli 2011

Ruim honderd dagen duurt de NAVO-interventie in Libië nu al, en nog steeds is er geen zicht op een oplossing. Wel zijn er inmiddels meer dan tienduizend doden te betreuren. Het verzoek om aanhouding van Kadhafi door het Internationaal Strafhof (ICC) is op zich prima. Misdaden tijdens een oorlog zijn van alle tijden – volgens een recent rapport van Human Rights Watch maakten naast de troepen van Kadhafi ook de rebellen zich er aan schuldig –, en het Internationaal Strafhof heeft daarin een afschrikwekkende werking. Maar zo’n verzoek te laten uitgaan tijdens een oorlog vind ik niet handig. Partijen hebben dan de neiging zo’n verzoek tot aanhouding te gebruiken in hun (psychologische) oorlog jegens de ander. Niet handig, juist ook omdat de rechtspraak onafhankelijk dient te zijn. ‘Kadhafi heeft elke legitimiteit verloren’, zeggen politici nu al enige tijd elkaar na. Ook minister Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken en zijn collega Hans Hillen van Defensie doen dat, ook al neemt die laatste afstand van het ‘willen’ en ‘kunnen wegbombarderen van Kadhafi’.

Al tijdens een oorlog voor rechter spelen jegens de tegenstander, zonder dat deze veroordeeld is, is des te vreemder nu er in die oorlog sprake is van een complete patstelling. Ik voorspelde dat al in maart, waarbij ik betoogde dat met de interventie de stammensituatie in Libië niet werd onderkend. Het kabinet-Rutte zegt in zijn artikel-100-brief medio juni dat ‘alle politieke inspanningen gericht zijn op het aftreden van Kadhafi’. Ik ben vóór democratie en vrijheid en dus bepaald geen fan van Kadhafi, maar het mandaat dat de VN-Veiligheidsraad heeft gegeven, laat op de val van Kadhafi gerichte acties niet toe.

Doodzonde
Het Westen misbruikt VN-resolutie 1973 in die zin, dat de NAVO in feite fungeert als de luchtmacht van de rebellen en partij kiest in de oorlog. Ook door van de rebellen – zonder echt te weten waar deze politiek staan – hun eis van regime change over te nemen. Partij worden in een oorlog is, los van 1973, polemologisch een ‘doodzonde’. Nu zegt genoemde artikel-100-brief zelfs expliciet dat de ‘oppositiekrachten qua aantallen, materieel en organisatie onvoldoende capaciteit hebben en sterk afhankelijk zijn van de NAVO-operatie’. Het Westen houdt hen dus op de been. Maar het geld raakt op. Zelfs Engeland begint te twijfelen aan het perspectief van de NAVO-missie. De rebellen klagen over gebrek aan geld en wapens. Frankrijk geeft hun nu openlijk wapens, iets wat de Amerikanen weigeren als zijnde strijdig met VN-resolutie 1973, die juist een wapenembargo vraagt. Moskou protesteerde dan ook tegen de actie van Frankrijk.

De Veiligheidsraad onderkende dat de Libische dictatuur internationaalrechtelijk een gewelddadige opstand – we vergeten vaak dat hiervan sprake is en dat die opstand meer te maken heeft met stammenrivaliteit dan met de Arabische lente – op zich wel mag proberen neer te slaan, alleen niet met wreed- of bruutheid. Vandaar de eis van de raad te streven naar een wapenstilstand, iets wat ook de Afrikaanse Unie vraagt. En toch werd afwijzend gereageerd op het Libische voorstel van 25 mei in een brief aan Spanje, waarin hierom expliciet werd gevraagd. Onthullend die afwijzing, vooral voor het Westen. Italië zei eind juni niet voor niets dat een bestand ‘de weg kan vrijmaken voor politieke onderhandelingen’. Italië kent als oude kolonisator het land en ook de bedoeïenentrots van Kadhafi.

Nogmaals, de oorlog zit in een patstelling. De rebellen hopen met steun van de NAVO het hele land te kunnen krijgen, hoeveel extra mensenlevens dat ook kost. Maar moet het Westen zich als derde partij niet richten op het redden van die mensenlevens, en op hoe te komen tot vrede, ook al betekent dit mogelijk een tweedeling van het land? Een dictator vanuit wraak of haat geen uitweg bieden, is vanuit de vredesoptiek niet slim. Het verlengt het bloedvergieten, omdat een dictator in zo’n geval dan algauw geneigd is zich ‘dood te vechten’.

Politiek van het sentiment
Wat me verbaast, is dat van de westerse regeringen die deelnemen (of half meedoen zoals Nederland, terwijl Duitsland weigerde) dat niet of te weinig inzien. Zo gaat dat in een oorlog. Maar is dit niet de politiek van het sentiment (of van de onderbuik) in plaats van die van vrede? Of de politiek van (westerse) macht? Deze gevoelens speelden ook mee in 2003, toen we ons ook bijna allen keerden tegen een brute en bluffende dictator, namelijk Saddam Hoessein. Het werkte niet, want het werd een drama, ook al viel de dictator. In plaats van hiervan te leren, vallen we nu weer in dezelfde valkuil – ten koste van mensenlevens.

Er zijn al twintigduizend doden gevallen, zo niet meer, mede ook doordat de NAVO – haar goede bedoelingen ten spijt – door de bombardementen indirect de burgeroorlog heeft verlengd. Zo gaat dat als het recht, in de woorden van Geert-Jan Knoops, ‘speelbal wordt van de politiek’. Hoe dan ook, voortzetting van de strijd doet het aantal doden sterk toenemen, zeker als Tripoli (twee miljoen inwoners) inzet van de strijd wordt. Nederland is in het kader van de NAVO-operatie daarvoor medeverantwoordelijk. Zelfs méér nog dan door de politieke steun die ons land in 2003 gaf aan de invasie in Irak, waarover het kabinet-Balkenende-Bos in eerste instantie dreigde te vallen. Laat ons land daarom net als Italië, Noorwegen of Zuid-Afrika wat ‘vredesactiever’ zijn en de NAVO bewegen te komen tot een bestand tussen beide partijen.

Merkwaardig dat partijen als GroenLinks zo stil zijn en op dit punt geen initiatieven ontplooien. Met elke tegenstander moet je tenslotte onderhandelen. Kadhafi’s dochter Aïsha zei op 1 juli tegen een Franse tv-zender daartoe bereid te zijn. De Libische premier Al-Baghdadi zei in de Franse krant Le Figaro van 15 juli ook ‘te willen praten, zonder dat Kadhafi of zijn clan zich daarmee bemoeit’. Rusland en de Afrikaanse Unie (premier Zuma van Zuid-Afrika) doen tevens hun best de beide partijen om de tafel te krijgen, en oefenen daartoe druk uit op de NAVO. Waarom niet daarop ingaan? Elke oorlog stopt zo. Dialoog is altijd de uiteindelijke optie. Als de NAVO hiervoor kiest, zullen de rebellen (moeten) volgen.

Dit artikel verscheen op 12 juli in Het Parool onder de titel ‘Onderhandelen enige optie Libië’ en in Civis Mundi van 12 juli onder kop ‘Val van Kadafi? Het gaat toch om beschermen burgers?’. Andere versies verschenen in Friesch Dagblad (begin juni), in NRC Handelsblad van 28 juni (een ingekorte versie), in De Linker Wang en in VredesMagazine, beide van medio juni, en ten slotte als discussieartikel op de website van de Volkskrant.