Lezing, uitgesproken op 10 november 2011 in het stadhuis van Leiden, in het kader van de ‘Dag van de compassie’.

Compassie als meeleven met elkaar (ook met onze innerlijke ups en downs – de moderne mens worstelt wat af) kregen we, vergeten of niet, allen mee met onze geboorte. Ik probeerde het dit jaar eens uit: 1) op het persoonlijke vlak, 2) in de politiek en 3) in de journalistiek (als publicist) en ook via Twitter. En ik merkte daarbij dat compassie een enorme, innerlijke kracht is. Ik ben met dit uitproberen van compassie milder geworden naar de ander. Een soefiwijsheid is: strijden met de ander geeft oorlog en worstelen met zichzelf geeft vrede. En vrede dan als, aldus de dalai lama, “de manifestatie van menselijke compassie”.

Uit onderzoek blijkt dat de mens in staat is het elektromagnetische veld dat ons allen omringt, sterk te beïnvloeden. Dit kan via affirmatie, gebeden en de kracht van intentie of de kracht van de gedachte. Vooral door liefde of compassie, omdat die uit het hart komen. Hoe dan ook, in het algemeen geldt dat wat je aan negatiefs of positiefs ‘de lucht ingooit’, terugkomt. Ook compassie.

De kwantumfysicaontdekking dat alles energie/bewustzijn is, is nog niet echt tot ons doorgedrongen. Ook niet onze enorme potentie om dat veld te beïnvloeden in positieve dan wel negatieve zin. Uit metingen blijkt dat het veld rondom ons hart qua magnetische uitstraling vijfduizend maal sterker is dan het veld rondom onze hersenen. Het verschil tussen je hart openen of je hart sluiten is dus geen peanuts. Trouwens ook voor jezelf. Als we chronisch negativiteit uitzenden, schaden we de ander en ook onszelf. Het gaat in je cellen zitten. Maar ook andersom: wie een glimlach uitzendt, krijgt hem terug.

Compassie is ook een politiek ideaal en dus van belang in ons politiek opereren. Ook in de enkele politieke adviesfuncties die ik nog doe, maar waarover ik nu niet uitweid. Compassie is ook voor de gemeente Leiden relevant, al was het alleen maar in haar communicatie met haar inwoners. Maar zolang het wij-versus-zij bij ons de boventoon voert, vloeit compassie weg. Vooral als we te maken krijgen met mensen die ons irriteren. De eerste impuls is dan de ander te brandmerken – u weet wel, de blame game, zoals we nu in de politiek nogal zien, van ‘ik ga vrijuit, de ander heeft ’t gedaan’.

Het helpt mij in zo’n situatie toch compassie uit te stralen, als ik mijn best doe te bedenken dat ik zelf ook schaduwen heb en dat de irritatie vooral een spiegeling is. Dus dat de ander een ongeheeld stuk in mijn onderbewuste triggert. “Alleen de erkenning van je schaduwen, is al heling”, zegt Carl Jung. Het maakt mij in elk geval milder. En mildheid bleek vaak een begin van het openen van mijn hart, van toelaten van compassie.

Samen met mildheid en moed is compassie als kracht om de wereld te veranderen een uniek trio. Compassie om niet aan de naaste en de schepping voorbij te gaan, maar verbindend mee te voelen en zo machteloosheid en onverschilligheid te doorbreken; mildheid om niet door te slaan in fanatisme en scherpslijperij; en moed om de angst te temmen en kracht te krijgen. Ja ook mildheid: het dagelijks brood van compassie en liefde.

 

Advertisements