24 november 2011

Is de democratie het probleem? Je zou het bijna denken, nu in Griekenland en Italië de macht uit handen van politici is overgegaan op die van technocraten. Maar als het een kwestie is van falende politici, dan geldt dat niet alleen de Griekse en Italiaanse. Het is immers de Europese politieke elite die ons door een beleid met niet te veel democratie en zonder adequaat toezicht op elkaar in de eurocrisis deed belanden. Het is bovendien de vraag of het nog niet echt gevulde noodfonds niet te laat en te beperkt is ingezet. En inzake de afgedwongen bezuinigen: ze moeten soms, maar staten kunnen erdoor ook in een krimp belanden, met alle gevolgen van dien. De vraag is ook waarom de Europese Centrale Bank (ECB) – het verzet van Merkel ten spijt – nog altijd niet is ingeschakeld om obligaties van de zwakkere landen op te kopen.

Er is hoe dan ook naast een eurocrisis sprake van een politieke crisis. Het populisme is daarvan een symptoom; een ander is de verontrustende kloof tussen volk en politiek, mede veroorzaakt door het polariserende debatklimaat onder politici. Voor Italië komt er het door Berlusconi belichaamde cynisme nog bij. Polarisatie en politici die primair handelen uit eigenbelang vervullen de samenleving van negatieve energie. De stille vreugde in de Europese hoofdsteden over het aftreden van Berlusconi was dan ook groot.

Maar ook in Nederland is er reden voor introspectie. In een rapport meldt het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) medio november dat slechts 39 procent van de mensen van 15 jaar en ouder nog vertrouwen heeft in politieke partijen (alleen de kerken worden nog sterker gewantrouwd). Zijn onze structuren en democratie onbezield? Is, zonder dat politici het beseffen, de regenteske bestuurscultuur of de ‘Haagse stolp’ terug? Interessant dat uitgerekend Athene de bakermat is van een ‘regering door allen’ als alternatief voor een ‘regering door één’ of ‘regering door weinigen’ (oligarchie). Ook bijzonder dat juist nu in Arabische landen het verlangen naar een ‘regering door allen’ zich manifesteert, iets wat wel een verlate democratische revolutie is genoemd – een revolutie die in Europa in 1848 begon.

Bijzonder is ook dat precies in deze crisistijd de Occupy-beweging er is, en dat in België auteur David Van Reybrouck het initiatief nam tot de ‘G1000’ tegen de impasse in de politiek. Alles wijst erop dat er meer aan de hand is dan een kleine economische neergang en dat de crisis zich breder laat voelen, maatschappelijk en geestelijk. De crisis raakt bovendien de houdbaarheid van het milieu. We leven financieel-economisch en ook ecologisch op krediet.

Dips horen erbij, hoor ik wel zeggen. Maar ditmaal lijkt de crisis zo intrinsiek dat we erover moeten nadenken of onze percepties wel kloppen. Onder meer die van het neoliberalisme, en of de daarop gebaseerde concurrentie wel onze fundamentele aard is – in plaats van juist samenwerking en heelheid, zoals bestsellerauteur Lynne Mc Taggart in haar nieuwe boek Verbinding betoogt. Maar ook moeten we ons afvragen of onze economische modellen wel echt zo voorspellend zijn als we denken; kortom, of de maakbaarheid van de economie niet een illusie is. Dat gaat verder dan de kritiek op de hebzucht of de bonuscultuur in de bankwereld, hoe belangrijk het ook is meer ethiek en empathie in economie en politiek te brengen.

Ik onderschrijf Herman Wijffels’ analyse dat “verkokering, egocentrisme en rationeel gedrag nog te veel domineren” in de samenleving en dat “rationaliteit en empathie daarin meer met elkaar verbonden” moeten worden. Maar net als hij zie ik ook al heel wat cultural creatives werken aan een nieuwe cultuur vanuit een nieuwe set van waarden, waaronder mildheid, samenwerking en compassie. Is er in wezen al niet sprake van een andere tijdgeest met mogelijk een cultuuromslag als gevolg, waarbij afbraak van het oude gepaard gaat met de eerste contouren van opbouw van het nieuwe? Voorshands dan nog als een nieuwe manier van denken, die allengs verouderde systemen aantast.

In de jaren zestig zag je een vergelijkbaar proces, maar nu gaat het dieper. Er lijkt een omslag gaande van tweeduizend jaar dualiteitsbewustzijn – gekenmerkt door tot oorlogen leidende wij-versus-zijattituden – door concurrentie en ook hiërarchische machtsstructuren in de richting van eenheidsbewustzijn, waarbij mensen zich meer van binnenuit laten leiden en gaan beseffen dat alles en iedereen met elkaar verbonden is. Het besef dus dat we allen één zijn, want uit dezelfde universele bron zijn ontsproten. De verandering komt dan ook van onderop en niet van de gevestigde elite. Deze visie, ook van mensen als Wijffels en McTaggart, zien we nu ook enigermate terug bij de ‘Arabische lente’ (het volk is sterker dan de tirannen), maar zeker bij G1000 en de Occupy-beweging, die beide ervan uitgaan dat we met zijn allen een soort monster hebben geschapen dat ons boven het hoofd is gegroeid, en dat we het nu anders zullen moeten doen – vanuit een mensbeeld gestoeld op eenheid en gelijkwaardigheid.

Is Occupy een symptoom van de crisis of van de onmacht van de huidige elite? De beweging is een revolte tegen het systeem, zonder dat zij zich al concreet wil uitspreken over alternatieven. Men wil de ruimte om daarover na te denken, en dat dan vooral in consultatie met elkaar. Prima. Laten we ons ervoor hoeden over deze beweging te gaan meesmuilen. In Amerika is Occupy behalve tegen hebzucht, grove winsten en de doodstraf bijvoorbeeld ook tegen de kwalijke macht van de 1 procent schatrijken in de VS. En het lijkt er nu zowaar op dat de geringe belasting die deze miljardairs mogen betalen, daar ineens een electoraal thema wordt.

Dit artikel verscheen op 24 november in Het Parool. Op 26 november verscheen het in Noordhollands Dagblad, Haarlems Dagblad, Leidsch Dagblad en de Gooi en Eemlander onder de kop ‘Economische crisis is ook een politieke crisis’.