20 december 2011 

Er raast een spirituele renaissance over de wereld.
Een revolutie in de manier waarop we denken. De
meeste mensen voelen het, sommigen maken het
belachelijk, velen omarmen het en niemand kan het
tot stilstand brengen.’  – Marianne Williamson

Reflectie via de kerstster (Sirius) in De Hooge Berkt (Bergeijk)

Graag sluit ik me op dit prachtige en drukbezochte kerstdiner qua thema aan bij de stijl en diepgang van De Hooge Berkt. Behalve ‘de kribbe’ en ‘de herders’ als symbolen van nederigheid en van de tegenpool van macht, kennen we in het kerstverhaal ook een ster. In de lichtversiering hoog in de bomen speelt die zelfs vaak met kerst een voorname rol. Welnu, de kerstster is volgens astronomen Sirius, die je gedurende enkele dagen in de maanden december en januari op het zuidelijk halfrond kunt zien als een lichtpunt, en vrij helder tussen 20 en 22 december. Als die Siriusster ineens opvallend helder gaat schijnen, kun je naar verluidt grote veranderingen verwachten, veranderingen die uit het oude iets nieuws doen ontluiken. Het kind is zonder meer al een uiting van nieuw leven, maar Sirius versterkt dat. Het bijzondere van die ster is dat ze samen met het kerstkind een heel nieuwe periode inluidde, in dit geval het Vissen-tijdperk, dat in het begin overigens nog heel wat kenmerken van het vorige bleef behouden.

Is er nu wederom sprake van een soort Siriusster? Bevinden we ons vandaag na tweeduizend of drieduizend jaar opnieuw in zo’n overgang van het ene naar het andere tijdperk? Gaat het teken Waterman dat van de Vissen vervangen? Het is niet onmogelijk, nu er enerzijds naast crises en crisisstemming een geweldsprojectie van onze verdrongen schaduwen op anderen te zien is, terwijl er anderzijds een enorme spirituele onderstroom aan het opkomen is, en opmerkelijk meer buiten dan in de traditionele religieuze instituten. Godsdienstsocioloog Paul Heelas, die vooral onderzoek deed in West-Engeland, constateert, net als Marianne Williamson in bovenstaand citaat, “een spirituele revolutie”. En Eckhart Tolle, de schrijver van de Kracht van het Nu, spreekt van “een nog niet eerder vertoonde instroom van bewustzijn” en, zo voeg ik toe, met ook een grote activiteit vanuit de geestelijke wereld, niet in de laatste plaats van aarstengel Michael.

Een indicatie van die bewustzijnsvernieuwing is onder meer dat we vandaag minder spreken van religie en in plaats daarvan meer het begrip spiritualiteit hanteren. Op zich is er overigens niets mis met religie. Die is niet anders dan een menselijke poging om het ‘onbenoembare’ te benoemen of een model om het goddelijke mysterie te duiden. Tijdelijk is zo’n model wel functioneel, onder meer ook voor het brengen van ethiek van bovenaf in de samenleving, maar de kern van religie is anders. Die essentie is niet ‘geboden en verboden’ en evenmin moralisme, waarmee religie weleens wordt verward, nee, de essentie is bewustzijn van binnenuit met indirect ethisch engagement als gevolg. De term die daarvoor thans meer en meer wordt gebruikt is spiritualiteit. Is religie een model, dan is spiritualiteit de innerlijke dimensie of toepassing ervan. Dat, en ook het belang van zo’n nieuw centraal begrip geldt te meer, als religie een instituut wordt dat mentaal de dingen wel op een rijtje lijkt te hebben, maar verder elke bezieling mist en zo verstart.

Genoemde spirituele onderstroom, of die mogelijk niet eerder vertoonde instroom van bewustzijn in de woorden van Tolle, heeft nogal wat gevolgen. Sociologisch noem ik er drie:

  1. 1. Spiritualiteit is de ware religie van de mensheid aan het worden. Zo’n stelling wordt plausibel als we bedenken dat de innerlijke of mystieke spiritualiteit de oorsprong van alle religies vormt, aangezien bijna alle stichters (ook Abraham) aan het begin een innerlijke ‘roep’ volgden. Universalisme is kortom kenmerkend voor spiritualiteit. Nadruk in de spiritualiteit ligt dan ook niet op de vaak tot wij-zijtegenstelling leidende (dogmatische) verschillen tussen religies, maar op de overeenkomsten, zoals ‘de gulden regel’ of compassie.
  2. 2. Werkte de geestelijke wereld de laatste drieduizend jaar via het inzetten van enkele grote mensen als Zarathoestra, Boeddha, Jezus, Franciscus en tot voor kort ook in Nederland van enkele profetische mensen als radiopastor dr. J.J. Buskes of hoogleraar Johan Verkuyl en Monseigneur Beckers, nu gaat dat meer via het inzetten van alle mensen van goede wil. En dat in een tijd waarin sociologisch het proces van individualisering een hoge vlucht neemt, de ontvankelijkheid voor het gevoel toeneemt, niet in de laatste plaats bij vrouwen, en bovendien de kwantumfysica ontdekte dat niet materie de prime mover is, maar dat alles veeleer energie en bewustzijn is, met trilling en weerkaatsing in een veld van energie om ons heen, waardoor wij mensen elkaar spiegelen, waardoor irritatie over de ander in wezen iets van onszelf is.
  3. 3. In de afgelopen twee- of drieduizend jaar heerste het dualiteitsbewustzijn, dus het denken in tegenstellingen, (goed versus kwaad/licht versus donker, het mannelijke versus het vrouwelijke etc.) en vooral het daarin blijven hangen zonder ze te willen overstijgen, waardoor er vaak wij-zijattituden ontstonden, met projectie, oorlog en andere gevolgen van dien. De genoemde spirituele revolutie van onderop heeft tot gevolg dat er thans meer eenheidsbewustzijn gloort: het zich één voelen met het geheel, een zich verbonden voelen met al wat leeft, ook vanuit het inzicht dat het minder ons ‘masker’ maar vooral de ziel, of in de woorden van Carl Jung het (hogere) Zelf is, dat ons verbindt. Was de hoofdtaak van grote geesten, en anders dan vaak wordt gedacht ook van Jezus, om ons de weg te wijzen naar de ervaring van eenheid met het goddelijke oerprincipe, vandaag zullen wij die ervaring ook echt zelf (kunnen) beleven vanuit het doordringen tot of ontsluieren van de goddelijke kern in ons binnenste.

Ten slotte nog drie gevolgen van deze opkomende spiritualiteit voor ons als persoon:

  1. We zullen bij onze kleine en grote beslissingen tussen de twee stemmen in ons binnenste, dus tussen die van het ego en onze wat zachter klinkende innerlijke stem, meer en meer gaan luisteren naar de laatste, ook wel intuïtie genoemd. Dat lijkt ook van belang, omdat die stem verbonden is met onze innerlijke (lees: goddelijke) leiding, waardoor we zowel tot betere besluiten komen als milder, vriendelijker en liefdevoller worden.
  2. We gaan oude percepties ten spijt er nu meer voor openstaan dat, zoals Einstein dat eens formuleerde, “het hele leven een (goddelijk) wonder is”, en dat naast innerlijk weten ook ontvankelijkheid voor verbeelding en het avontuur een grotere rol gaan spelen in ons leven.
  3. We gaan meer en meer ontdekken dat we binnen in ons of in ons hart een enorme bron van positiviteit, of in de woorden van Gandhi, “zielekracht” hebben. Met ongekende scheppende mogelijkheden. Dus dat we ons niet klein meer laten maken door instituten of ons mede daardoor laten leiden door angst voor onze “grandeur”, zoals Mandela het ironisch zei, maar bewust worden van onze grote innerlijke kracht. Wat we aan energie de lucht ingooien, positief dan wel negatief, is daarom geen peanuts. Gedachten, woorden en intenties hebben kracht, ook in hun effecten op de miljarden levende cellen in het lichaam. De ander vervloeken dan wel deze zegenen zijn qua energie en effect zeer divers, ook voor het eigen lichaam, dat zeer gevoelig is voor de energie van woorden en gedachten. Vandaar dat ik in gesprekken weleens de gevleugelde uitdrukking ‘wie een glimlach uitzendt, krijgt hem terug’ hanteer. Het geldt trouwens ook andersom: als alleen al onze ogen een energie van haat of jaloezie uitstralen, komt die negatieve energie terug bij onszelf. Als God of het universum werkt via de kosmische wet van aantrekking, lijkt het zaak positief te zijn in je intentie. Als ons bewustzijn negatief is, trekken we het negatieve naar ons toe als staal naar een magneet en bevinden we ons al snel in gezelschap van zielen met dezelfde gedachten. Wanneer ons bewustzijn vol liefde en levensvreugde is en ons hart vervuld van dankbaarheid voor alles en iedereen, zullen we blije zielen aantrekken. Ja, zeker via dankbaarheid als kracht.

Als er indicaties zijn dat we de laatste tijd ons (althans als onderstroom) van dit alles meer en meer bewust gaan worden en dus ook van het belang van bezielende spiritualiteit in het leven, wie weet dat er vandaag opnieuw een soort Sirius ergens aan de hemel staat.