8 februari 2012

Nu GroenLinks zaterdag congresseert, verwijs ik graag naar de pas overleden polemoloog Koen Koch. Ik wijdde een tweet aan zijn dood. Hij verfoeide politici die oorlogen voeren voor (geo)politiek gewin, hoezeer ook gerechtvaardigd met mooi klinkende argumenten als zouden we mensen in een ver land in naam van de rechtsstaat met geweld van bovenaf moeten bevrijden van een dictator. Hij doorzag het cynisme van deze westerse politici en ook dat de betreffende burgers er daarna meestal veel slechter aan toe zijn. Zelfs de ‘kleine’ Sarkozy bleek onlangs inzake Libië, dat nu op weg lijkt naar een falende staat, een van die cynische politici, maar duidelijk is dat Amerikaanse politici en vooral de Amerikaanse ex-president Bush in deze de kroon spannen.

Onze Amerikaanse bondgenoot is een grootmacht die in zijn geopolitiek en met, let wel, talloze militaire bases in de wereld nog steeds gericht is op hegemonie. Vroeger vooral in wedijver met Rusland en nu met China. Begrijpelijk dat de Amerikaanse minister van Defensie Leon Panetta onlangs aan zijn Nederlandse collega Hans Hillen liet weten dat de VS zich nu vooral op Azië richten (NRC Handelsblad, 3 februari.) De Amerikaan Joseph Gerson (American Friends Committee, NLP/ZNET-site) sprak in zijn commentaar op de Pentagon’s New Guidance expliciet over de “US encirclement of China”, het omsingelen van China.

In dat beleid past, los van de wraak die het land aanvankelijk nam voor 11 september, ook de oorlog in Afghanistan. Geopolitiek niet alleen naar China toe, maar ook naar de buurlanden Pakistan, Iran en India. Een mislukte machtspolitiek ook nog, als we alleen maar kijken naar hoe Pakistan inmiddels vervreemd is van de VS. En hoe staat het met Afghanistan zelf? Het  corrupte regime-Karzai raakt steeds meer omstreden, de Taliban en krijgsheren werken lokaal op grote schaal samen, soms ook met de ‘centrale’ politie, en de Taliban dromen van terugkeer in Kabul na 2013.

Fremdkörper
Afgezien van de zinloze Amerikaanse oorlog, is er het belangrijke feit dat er nooit een Afghaanse natie was. Ook nu niet, ook al lijkt de politieke elite in Kabul dat te suggereren. Het land is een conglomeraat van stammen, elk met een eigen feodaal veiligheids- en rechtssysteem. De Britten hebben er iets kunstmatigs overheen proberen te leggen, de Russen ook en nu de Amerikanen eveneens, maar de lokale Afghaan behoudt het gevoel: dat is niet van mij. Tot falen gedoemd dus, de hele operatie. De opbouw moet van onderop komen, moet passen bij wat men heeft en denkt en dan via een langzame opbouw van lokale en regionale structuren. Daarom is een politietraining door Nederlanders in Kunduz onzinnig, omdat deze, behalve in het kader van oorlog en bezetting, geschiedt voor een kunstmatig, alleen door de elite aanvaard Fremdkörper.

GroenLinks is daar ingetrapt na gesprekken met de Amerikaanse ambassade in het voorjaar van 2010, toen de PvdA doorkreeg dat Uruzgan geen strijd tegen terrorisme is, maar past in de Amerikaanse neoconservatieve geopolitiek van hegemonie via oorlog, bezetting, regime change gecombineerd met ‘opbouw’. Verwerpelijk neokolonialisme dus. Dat GroenLinks omwille van het interne partijbelang – dat wil zeggen: salonfähig willen zijn, wedijveren met de PvdA, tonen dat het nee-zeggen van Femke Halsema tegen Herman Wijffels bij de kabinetsformatie in 2006 achteraf een fout was – dit niet door had, is een ernstig gebrek aan politieke visie. Temeer omdat de fractie vanaf  2001 – na aanvankelijke aarzelingen – als richtlijn hanteerde geen enkele steun te willen verlenen aan het Amerikaanse Afghanistanbeleid. Als vergoelijking van de omslag in 2010 voer ik aan dat er een proces van gewenning is opgetreden – er zijn zelfs Nederlandse offers gebracht – en dat de Amerikanen hun oorlog mede als opbouw verkochten en al eerder de NAVO zover hadden gekregen buiten hun grenzen te treden en de operatie in Afghanistan mede te gaan dragen, waarmee de suggestie werd gewekt dat de NAVO de internationale rechtsorde zou zijn.

Ordinaire neokoloniale operatie
En dat terwijl er een ordinaire neokoloniale operatie gaande is en er in deze niet sprake is van een gewone ‘fragiele staat’, zoals Tweede Kamerlid Mariko Peters (voorheen diplomate in Kabul) ten onrechte zegt. Dat een progressieve partij als GroenLinks dat neokolonialisme niet zag, komt mede omdat het thema buitenland tot stiefkind is verworden in de fractie, ook al had de partij in Utrecht vaak goede werkgroepen in deze en werd er na de NAVO-bombardementen op Joegoslavië gepleit voor een actief beleid van (diplomatieke) geweldspreventie, in plaats van steeds westers militair ingrijpen.

Inmiddels beginnen de Amerikanen in te zien, dat zij in Irak niets hebben bereikt en dat naast oorlog ook het spenderen van veel geld niet werkt. (De Amerikaanse diplomaat Peter van Buren spreekt van “een totaal fiasco”). Verder dringt het besef door dat in Afghanistan het probleem niet wordt opgelost met steeds weer nieuwe troepenversterkingen en steeds meer geld dan wel vernieuwing van strategie. Reden waarom in 2013 de meeste troepen weggaan uit Afghanistan. Men begint eindelijk te begrijpen dat het brengen van democratie via bommen en het opleggen van de eigen wil averechts werkt. Dit inzicht sluit ook aan bij wat Zygmunt Bauman (86) noemt de verdamping van de maakbaarheid door het proces van globalisering of door de kracht van het leven zelf, waardoor de “politiek haar macht kwijt is” en er ongrijpbare crises ontstaan.

Militaire interventie en bezetting creëren haat
Voor de Afghanen is er hierdoor na jaren oorlog dan gelukkig de kans om het zelf te doen, ook inzake de opbouw van het middenveld en van de veiligheid van onderop. Dat ze daarbij fouten zullen maken, zoals ook na het terugtrekken van de Russen, het zij zo. (De Taliban zijn overigens, bijvoorbeeld over meisjesonderwijs, milder gaan denken en zullen bij onderhandelingen water in de wijn moeten doen.) Afgezien van nuttige neutrale ontwikkelingshulp, is de opdringerige westerse bevoogding dan in elk geval ten einde, net als – hopelijk voorgoed – de Amerikaans strategie om in de derde wereld steeds maar militair te interveniëren, gecombineerd met het proberen op te leggen van westerse structuren. Een militaire bezetting is altijd deel van het probleem, creëert haat en doet het conflict verergeren. Als GroenLinks dit alles inziet (er zijn ook doorsnee D66-leden, weet ik, die internationaal georiënteerd maar niettemin in deze tegen het op schoot zitten van onze grote Atlantische broer zijn) en inziet dat de politietraining daarmee geen vredes-, maar in wezen een oorlogsmissie is, zal de partij zonder angst voor gezichtsverlies – van fouten maken leren we – zo snel mogelijk zijn steun onttrekken aan deze missie.

Dit terugtrekken van steun zal het leiderschap van Jolande Sap versterken. Een niet goed doordacht, verkeerd besluit, zoals van april 2010, zal anders als een molensteen om haar nek blijven hangen. Ook op het congres van 11 februari, als zij bij de door leden ingediende moties iets blijft verdedigen wat polemologisch en ethisch niet te verdedigen valt. GroenLinks worstelt helaas toch al wat met een imagoprobleem. Ik zou daarom ten slotte Jolande ertoe willen oproepen niet te laveren tussen facties in eigen kring en ook niet af te geven op PvdA, SP en D66, maar in haar kracht te gaan staan met een duidelijke koers vanuit de idealen van GroenLinks, en behalve voor vrede en ecologie in deze tijd van crises en dreigende werkloosheid, behalve voor banengroei en duurzaamheid ook te kiezen voor zo veel mogelijk behoud van sociale zekerheid in samenwerking en samenspel met de zusterpartijen PvdA en de SP. Het zal haar tevens electoraal slagkracht geven, wat ‘rechtse’ krachten ook mogen vinden. Idealisme is kracht!

Hans Feddema is antropoloog, medeoprichter van GroenLinks en lid van de klankbordgroep van de Tweede Kamerfractie van GroenLinks inzake Kunduz. Dit artikel verscheen onder meer in Friesch Dagblad en magazine Het Goede Leven, beide op 10 februari 2012, de discussiesite Joop  en in De Helling.

Advertenties