17 maart 2012

Na de voor islamieten zeer vernederende Koranverbranding drong zondag 11 maart in Kandahar een Amerikaanse sergeant in twee dorpen huizen binnen. Hij opende het vuur en doodde zestien burgers dodend, onder wie negen kinderen. Oorlog brengt haat en wraak voort; zulke incidenten verhevigen de antiwesterse gevoelens en zijn een extra indicatie voor hoe rampzalig de militaire bezetting van Afghanistan is. Het is daarom wijs van het kabinet-Rutte om mede onder druk van de uitkomst van het  GroenLinkscongres van 11 februari terug te komen op het plan de missie in Kunduz  aanzienlijk uit te breiden. Inmiddels hebben de Taliban het overleg met de Amerikanen in Qatar opgeschort en heeft president (ook wel de westerse marionet) Hamid Karzai de Amerikanen laten weten te willen dat “hun troepen op hun bases blijven” en ze “liever al in 2013” weggaan in plaats van in 2014.

Anders dan in de Palestijnse gebieden of Syrië voert in Afghanistan het Westen zelf een bezettingsoorlog. Het raakt elk van ons dus extra, omdat Nederland door F16’s en een trainingsmissie impliciet aan die bezettingsoorlog meedoet en er dus mede verantwoordelijkheid voor draagt. We zijn ons vaak niet bewust van die medeverantwoordelijkheid, zoals premier Balkenende in 2003 toen hij ‘ja’ zei tegen president Bush op diens verzoek om politieke steun voor zijn invasie in Irak. Jaren later leidde dat indirect tot zijn vervroegd aftreden.

Oorlog is een zaak van leven en dood. Politieke steun daaraan verlenen is dus geen kleinigheid. Alles wijst erop dat het kabinet-Rutte en ook D66, GroenLinks en de ChristenUnie in 2011 die wezenlijke politieke kant van ‘Kunduz’ niet goed hebben doordacht. Het beeld is nu alsof we daar een stukje ontwikkelingswerk zouden bedrijven, onder meer door te spreken van ‘opbouw’ of door Afghanistan te typeren als een gewone ‘fragiele staat’. Maar in het islamitische, tribale Afghanistan woedt  al enige jaren een harde en bevoogdende bezettingsoorlog onder leiding van het Westen. Dat bezetting pijn doet, lijkt in ons denken weggezakt.

Toen ik op een bijeenkomst eens zei: “‘Kunduz’ is geen vredes-, maar een oorlogsmissie”, zorgde dat even voor een schok, ook toen ik dit op een congres herhaalde en eraan toevoegde dat we moeten ophouden woorden als ‘civiel’ te gebruiken. Een missie in de context van oorlog en bezetting is immers niet civiel. De recente massale protesten tegen de Amerikaanse bezetting naar aanleiding van Koranverbrandingen in Bagram maken dit eens te meer duidelijk. Minister van Buitenlandse Zaken Uri Rosenthal stelt in antwoord op Kamervragen hierover dat de protesten “spontaan lijken” en “in het hele land” voorkwamen. Er zijn sindsdien zes Amerikaanse militairen door Afghaanse collega’s gedood en in Kunduz konden Nederlanders enige dagen niet buiten hun poorten opereren. Onder die dodende collega’s bevonden zich ook Afghaanse agenten. Zijn wij die niet aan het trainen? Getraind-zijn door en met geld van de bezetter levert schuldgevoel op. Ook straks, als de Amerikanen weg zijn en er een bijltjesdag in het verschiet ligt.

De Afghanen zijn de westerse bezettingsmacht meer dan zat en willen, zoals een NOS-correspondent het uitdrukt, “slechts dat hun cultuur, religie en land met rust gelaten wordt”. Ze willen zich ontwikkelen vanuit hun eigen tribale rechts- en  veiligheidssysteem en willen terecht geen westerse kolonialisme meer na dat van de Britten en Russen. De moordpartij van de Amerikaanse sergeant ontlokte president Obama de uitspraak: “Dit maakt me vastbeslotener ervoor te zorgen dat we onze troepen terughalen. Het is de tijd ervoor.” Alles, inclusief de massale Afghaanse protesten, zijn een onthullend signaal dat de mensen voor wie we het menen te doen, van ons wegkijken, en dat je in zo’n situatie een list moet verzinnen. Temeer als we inzien dat het een vergissing is te denken dat we er zitten vanuit solidariteit. Als we vervroegd weggaan, kunnen D66, GroenLinks en de ChristenUnie hun geweten zuiveren over hun impliciete steun aan oorlog en semikoloniale bezetting en kan het kabinet elders wat minder bezuinigen, wat ook politiek-symbolisch niet zonder belang is.

Het impliciet meedoen aan een bezettingsoorlog is bovendien kortzichtig, omdat die  oorlog slecht verloopt. De Amerikaanse kolonel Daniel Davies komt er eerlijk voor uit dat “niemand nog in die oorlog gelooft”. In een militair tijdschrift schrijft Davies: “Mijn superieuren bedriegen het Pentagon en het Amerikaanse volk. Hoelang moeten we nog sneuvelen voor een missie die niet werkt?” (NRC Handelsblad, 27 februari). De Afghanen zijn de bezetting zat en Nederland opereert impliciet in het kader van een oorlog die niet werkt. Laten we de eer aan ons zelf houden en binnen een jaar uit Kunduz vertrekken.

Dit artikel verscheen eerder in Het Parool van 17 maart onder de titel ‘Afghanen zijn bezetting meer dan zat’ en in verkorte vorm in Trouw van 20 maart onder de kop ‘Voor de Afghanen is het Westen de bezetter’.

Advertisements