29 mei 2012

We waren net gewend geraakt aan het gedoogkabinet Rutte-Verhagen. Wilders won hierdoor helaas aan gezag, maar bleef buiten de Kamer hoog van de toren blazen. Het beleid was rechts, maar het parlementaire spel bleef levendig en de oppositie kreeg zo nu en dan een kluif toegeworpen. En nu zitten we ineens in een hijgerig klimaat van nieuwe verkiezingen, omdat Rutte geen vertrouwen had in een andere coalitie vanuit de Kamer en/of omdat hij na het weglopen van Wilders behoefte had aan nieuwe legitimatie van de zittende macht. Het eerste bleek een vergissing.

Het Lenteakkoord toonde aan hoe drie progressieve partijen – gaten schietend in het ‘bijna-Catshuisakkoord’ – in een paar dagen tijd in staat bleken compromissen te sluiten met VVD en CDA. In het licht van de crisis kwam dat constructief over, een verademing gezien de vertrouwensdeuk die de politiek aan het oplopen is – niet alleen door het populisme, maar ook door de regenteske houding van de Haagse stolp. Pim Fortuyn bracht deze aan het licht, maar ze is er nog altijd. Op 12 september zullen we daar helaas de gevolgen van zien. Was er maar gewoon weer geformeerd, dan had de PvdA wellicht ook kunnen meedoen en hadden we verschoond kunnen blijven van deze onnodige en door de euro sterk op emotie gebaseerde verkiezingen, die denk ik weinig anders zullen opleveren dan een bevestiging van de crisis. Als voorstander van de EU heb ik weleens gewaarschuwd tegen louter op rationele argumenten gebaseerde overhaasting, omdat het natiesentiment sterk is en het nu eenmaal tijd kost voor zich een Europagevoel ontwikkelt dat dit kan vervangen of aanvullen. Op sentiment spelende populisten maken er in tijden van crisis misbruik van. Als een progressieve partij nu pleit voor overdracht van soevereiniteit aan Europa en voor het op korte termijn in het leven roepen van een Europese regering,  dan kan dat uitmonden in politieke zelfmoord.

Drie recente lijsttrekkersverkiezingen hebben wat leven in de brouwerij gebracht. Ze hebben PvdA en CDA wat meer ‘digitale’ aanhang opgeleverd. Bovendien leverde die van GroenLinks via onder meer een persinterview met Jolande Sap en Tofik Dibi het nieuwtje op dat Ineke van Gent in 2010 niet de enige tegenstander van de Kunduz-missie was, maar wel de enige tegenstemmer. Dit wijst erop dat niet louter in regeringspartijen interne fractiedruk een rol speelt en dat het voor Kamerleden dan vaak moeilijk is om die druk te weerstaan. In GroenLinks bleek inzake ‘Kunduz’ dat dit vooral moeilijk was voor hen die relatief kort in de Kamer zaten. Spirituele kracht of soulforce, om met Gandhi te spreken, lijkt kortom ook voor politici geen overbodige luxe. Kracht dus om op het uur U te blijven staan voor je visie. Inhoudelijke diepgang heb ik overigens in de lijsttrekkersdebatten node gemist. De kiezer lijkt het nu vooral te moeten doen met de slagvaardigheid in het debat en/of de daadkracht die de politici uitstralen of zeggen te hebben.

Dit artikel verscheen eerder in onder meer Het Parool (7 juni 2012, onder de kop ‘Rutte gaf het te vroeg op’) en op de discussiesite Joop.nl.

Advertenties