3 mei 2013Duitse graven

Het besluit van de gemeente Bronckhorst om ervan af te zien ook even langs het graf van tien Duitse soldaten in Vorden te lopen na afloop van de dodenherdenking, is twijfelachtig. Vooral omdat dit gebeurde onder druk van het bericht dat vijftig antifascistische verzetsstrijders het plan hadden protesterend aanwezig te zijn bij de herdenking op de Vordense begraafplaats.

Bij een dodenherdenking gaat het er niet om weer in vijanddenken of rancune jegens de (vroegere) tegenpartij te vervallen, maar om met de energie van compassie te herdenken en dus zonder oordeel – ook sommige verzetsstrijders hebben bloed doen vloeien – stil te staan bij de slachtoffers van oorlogsgeweld, in casu van het geweld in de Tweede Wereldoorlog. Het gaat bij herdenken niet om goed of fout, en de een is of was natuurlijk veel meer slachtoffer dan de ander, maar er kan moeilijk worden ontkend dat (een groot deel van) het Duitse volk ook slachtoffer was. De in de oorlog door Britse bommen omgekomen Duitse soldaten liggen bovendien nu eenmaal in Vorden, en het zou op zich al een daad van uitsluiting zijn hen te negeren bij een officiële dodenherdenking. Herdenken op 4 mei is immers een landelijk (én lokaal) ritueel, maar niet een nationalistisch gebeuren of een demonstratie van exclusief slachtofferschap, laat staan van eigen gelijk. Dat bijna vijfhonderd Vordenaren vorig jaar ook even stilzwijgend langs de Duitse graven liepen, was dan ook niet meer dan normaal. Je kunt dat – dus het niet-uitsluiten van die doden – tevens als een soort verzoeningsteken zien naar de toekomst of naar de buren net over de grens. Iets van vergeving dus, waaraan in Zuid-Afrika Nelson Mandela en Desmond Tutu na de apartheid via ubuntu (‘ik ben omdat wij zijn’) zo opmerkelijk gestalte gaven.

Maar herdenken hoeft niet eens vergeven in te houden. Men kan volstaan met het voelen van compassie zonder oordeel voor de omgekomen naasten. En men mag bij het herdenken wat mij betreft ongemerkt ook nog bitterheid voelen jegens de daders van weleer, ook al gaat het hierbij primair om mededogen met de slachtoffers en ook al is blijvende rancune, hoe begrijpelijk op zich, een minder goede, misschien wel schadelijke energie, ook voor zichzelf. Eenieder moet zelf weten welke energie hij of zij voelt bij herdenken. Elke bevoogding daarin is taboe. Vorden was niet bevoogdend, het koos voor een eigen verantwoordelijkheid, zonder iemand iets op te leggen. Maar het lijkt erop dat van de andere zijde – er waren helaas ook scheldpartijen richting burgemeester Henk Aalderink: hij zou een ‘vuile naziburgemeester’ zijn, en Vordens stilzwijgende gebaar zou gelijkstaan met ‘Holocaustontkenning’ –  nu aan een gemeente vlak bij de Duitse grens wel impliciet wordt opgelegd te doen alsof die Duitse doden er niet liggen. Zo wordt dus verlangd dat bij officiële herdenking bewust aan deze doden voorbij wordt gekeken – wat ook een daad is – en zo dus af te zien van een vredesgebaar naar de toekomst.

Dat de gemeente Bronckhorst voor die druk door de knieën ging, is te betreuren, ook al begrijp ik dat dit wat haar betreft geen toegeven is aan ‘vijanddenken’, maar dat zij een herdenking waardig wil houden en niet graag verstoord ziet. Hopelijk beslist Bronckhorst in 2014 anders.

Dit artikel verscheen tevens in Het Parool van 6 mei onder de kop ‘Vredesgebaar sneuvelt onder druk/verzet’ en als blog op joop.nl, bureaudehelling.nl en zinweb.nl.

 

Advertisements