9 mei 2013Interventie

President Obama worstelt met de vraag wat te doen inzake Syrië. Hij is zich ervan bewust dat zijn land na Irak en Afghanistan nogal oorlogsmoe is. Hij zou meerdere opties bestuderen, waaronder die van een internationale conferentie samen met Rusland, waarbij de strijdende spartijen zullen worden uitgenodigd. Inmiddels komen er ook van Nederlandse bodem voorstellen om toch maar militair iets te gaan doen in het geplaagde Syrië. In Trouw van 26 april pleit Jan Jaap Oosterzee namens IKV Pax Christi in het artikel ‘Tijd voor militair ingrijpen is aangebroken’ voor bommen op Syrische vliegvelden om vliegtuigen onklaar te maken. En in de Volkskrant van 8 mei dringt Amerikadeskundige Willem Post erop aan dat “Obama zo snel mogelijk overgaat tot echte wapensteun waardoor de val van Bashar al-Assad wordt bespoedigd”. Voor die steun denkt hij aan het Vrije Syrische Leger (VSL) en “hun leider, generaal Salim Idriss”. Maar in een oorlog moet je je, met alle respect, nooit afhankelijk maken van één persoon, ook niet van een generaal. De volgende dag kan deze immers zijn omgekomen, waardoor een deal in de lucht komt te hangen.

Hetzelfde geldt een factie als het VSL, waarvan het zeer de vraag is of dit wel echt bestaat, en zeker of het wel een samenbindende factor met een (duidelijke) commandostructuur betreft. Er komen steeds meer berichten dat het bij het VSL gaat om een ‘groep mensen met geweren’ en dat het enige wat hen bindt, is dat ze weten op wie ze hun kogels moeten afvuren. Echt politiek en militair leidersschap is er niet. Tel uit je winst, als er daarnaast ook zowel met Al Qaida verwante jihadisten als criminele benden opereren. Zich met hen verbinden – hetzij via wapenleveranties, hetzij via het bombarderen van vliegvelden – is des te meer een illusie, omdat ook de rebellen nietsontziend opereren en het hier een groot en diep sektarisch conflict betreft met mogelijk grote gevolgen voor de regio. Dit omdat bijvoorbeeld de soennitische Saoedi’s het sjiitische Iran haten en daarom alles zullen doen om via (wapen)steun aan de Syrische rebellen Iran te verzwakken. De Syrische burgeroorlog begon als vrijheidsstrijd en was zeer kort zelfs geweldloos, maar is nu helaas al vrij lang een bloedige, religieuze oorlog. Daar wapens naartoe brengen, is olie op het vuur gooien. Bovendien komen die wapens er al vanuit Qatar en Saoedi-Arabië.

Waar zouden anders de raketten vandaan komen die zo nu en dan op Damascus vallen? Zowel Post als het IKV beroepen zich op het principe van the responsibility to protect (R2P). Maar ze vergeten daarbij dat dit principe nimmer partijkiezen mag impliceren, laat staan bezetting. Gebeurt dit wel, dan wordt de grens overschreden van meedoen aan de oorlog, polemologisch een doodzonde. Ook omdat het geweld zijn eigen dynamiek heeft en interventie de strijd juist doet verhevigen. Een vredesorganisatie en ook Willem Post behoren dat te weten. Alleen al wapens leveren betekent dat je partij wordt in het conflict. Na een akkoord en met peacekeeping kan zoiets worden vermeden, omdat het bestand dan door beide partijen is gewenst, evenals het bewaken daarvan door VN-blauwhelmen.

Obama staat enigszins in de traditie van Martin Luther King-traditie (ook al lijkt hij dat gegeven zijn machtspositie en met het Pentagon in zijn nek moeilijk waar te kunnen maken) en weet ook dat bij grote mogendheden – geopolitieke of economische – machtsoverwegingen een rol spelen bij een keus voor militaire interventie, zonder dat ze daarvoor openlijk uitkomen. Het humanitaire is dan vaak een schaamlap. Zeker voor vredesactivisten is het dus zaak hier niet op in te spelen en te beseffen dat militaire interventies meestal averechts werken. Ook de acties tegen Libië bleken een ondoordachte ‘humanitaire’ interventie die in de praktijk partijkiezen betekende. Logisch dat China en Rusland dit niet een tweede keer willen.

In 2003 steunden velen, onder wie premier Balkenende en zelfs IKV’er Mietnt Jan Faber, het volkenrechtelijk onrechtmatige en met leugens gerechtvaardigde geweld van de Brits-Amerikaanse invasie in Irak; nu is eenieder het erover eens dat die bezetting op een drama uitliep. Het middel bleek erger dan de kwaal. Democratie exporteren, zoals Bush oreerde? Ook de Amerikaanse oorlogsanalist Christopher Harmen geeft in een interview met Guus Valk van NRC Handelsblad toe dat “Irak en Afghanistan voor de VS een les in bescheidenheid” zijn en dat “vooral de scenario’s voor opbouw na de oorlog niet bleken te kloppen”. Voorbeelden dat wapens in verkeerde handen kunnen vallen, zijn er te over, denk maar aan de recente situatie in Mali.

We voelen allen onbehagen, pijn en onmacht over de vreselijke burgeroorlog in Syrië, maar laat dat geen reden zijn voor ondoordachte en onverantwoorde stappen. Vooral de minderheden (Koerden, christenen, Alawieten) vrezen het allerergste bij de val van de ook in hun ogen autocratische, maar voor hen relatief tolerante Assad. Ons bevoogdend richten op het laten zegevieren van een van de partijen is geen optie. We kunnen niet anders doen dan naast veel humanitaire hulp al onze hoop vestigen op de door de VS en Rusland eind mei bijeengeroepen conferentie om te proberen de conflictpartijen onderhandelend tot elkaar te brengen.

Dit artikel verscheen tevens in verschillende versies in onder meer de Volkskrant van 13 mei en Friesch Dagblad van 21 mei.

Advertenties