Juni 2013Geest-kracht

In een recent essay van Monique Samuel in Trouw over de kerk klonk door dat die te veel een instituut of gebouw is geworden, en te weinig een zijn, ook in het gedrag of de openheid naar buitenstaanders toe. De kerk zou volgens haar “ontzield zijn geraakt” en de “levende ervaring door de ratio hebben verdreven” (Trouw, 1 december 2012). Matthijs Driebergen probeerde daarna met een kleurrijk verhaal over de Oude Kerk in Amsterdam het kritische credo van Samuel te relativeren en riep haar op terug te keren naar de kerk en het daar toch maar vol te houden in de “zoektocht naar de Eeuwige”, ook omdat de kerk “daarin geen mensen meer buitensluit” (Trouw, 15 december 2012).

Ik deed de laatste jaren via participerende observatie wat antropologisch onderzoek onder groepen ‘ongebonden spirituelen’ en schreef er eind 2012 een essay over onder de titel ‘Nieuwe Spiritualiteit als Derde Weg’. Hun aantal bedraagt ruim vier miljoen Nederlanders. Als ik Mathijs Driebergen hoor of lees, zoeken zij hun bezinning en spiritualiteit ten onrechte buiten de kerkmuren. Ik waag dat te betwijfelen, ook al zijn er gelukkig ook recente initiatieven van Open Kerk, zoals kennelijk de Oude Kerk in Amsterdam en een analoog initiatief van Ad Alblas in Leiden. En ook al is de moderne spiritualiteit, zoals onderzoeken uitwezen, ook onder kerkmensen aan het opkomen, zij het zonder erkenning van bovenaf. Hoe dan ook, hun klacht is dat de lokale en landelijke kerkleiding maar blijven vasthouden aan verouderde dogma’s en godsbeelden, met alle gevolgen van dien.

Psychische groei belemmerd?
Een dominant denken in de kerk – zeker als dat sterk hiërarchisch is, met God aan de top – vertaalt zich immers meestal in dito gedrag naar beneden toe. Maar ik denk ook aan de innerlijke groei van kerkmensen. Hein Stufkens zegt terecht: “Als godsbeelden tot goden worden en de ervaring van het mysterie plaats moet maken voor het geloof in heilig verklaarde leerstellingen omtrent dat mysterie, dan wordt de psychische groei van mensen door de godsdienst eerder belemmerd dan bevorderd (…) Niet de verbeelding is dan nog langer aan de macht, maar het door mensen gesneden beeld; niet het scheppende Woord, maar het leergezag dat de creatieve geest eerder doodt dan tot leven wekt.” (Het mysterie ben jij. 2006, p.48).

Monique Samuel bepleit voor de kerk dan ook niet voor niets ‘een terugkeer naar de kern van het evangelie’. Prima, maar de vraag is dan steeds: wat is die kern? Ik denk het Koninkrijk Gods, dat Jezus al rondtrekkende predikte, evenals het één zijn of kunnen zijn van ons met God. Het ‘Koninkrijk in u’ is in wezen de mystieke kern van alle religies, maar het lijkt helaas niet het dominante denken in de kerk, ook niet in de PKN. Is dat, dus ‘het Koninkrijk is in u/jullie’, bovendien niet vaak uitgelegd als een politiek rijk? Nee, het zit in ons en het geeft alleen bezieling, indien innerlijk beleefd. Een mentaal geloof stoot af. Dito het idee dat alleen Jezus één was met God en voor ons dit niet zou zijn weggelegd.

Nieuw Bewustzijn
“Niet God, maar religie is in de kerk een heilige zaak geworden”, provoceerde Samuel. Religie is een model het onbenoembare te benoemen, maar neemt vaak ook de vorm aan van een regime. In onze verzuilde samenleving van voorheen werd zo’n regime ondanks zijn sociale controle, moralisering en hiërarchie als vanzelfsprekend geaccepteerd. Mensen hadden toen minder ik-bewustzijn. Een Brabantse vrouw vertelde me eens dat ze tot haar achttiende nooit ‘ik’ had gezegd, steeds ‘wij’. Het wijst op een ingroup-gevoel, waarbij de eigen groep op een voetstuk staat en de outgroup (de ‘ander’) niet zelden wordt afgewezen.

Zuilen verhinderden nogal eens persoonlijke bewustwording, die samenhangt met de overwinning van de angst voor vrijheid en met het proces van individualisering. Om vrij te zijn, moeten we ons van binnenuit kunnen ontwikkelen en ontdekken dat we in essentie niet het ego maar bewustzijn zijn. Naast anderen wees ook Jezus ons hiertoe de weg. Maar sterk groepsdenken bemoeilijkt dat.Vandaag is dat anders en zien we een nieuw spiritueel bewustzijn opkomen, met minder nadruk op dogma’s, een ander godsbeeld en tevens met een overgang van kerkelijkheid naar authentieke religie, van ‘klein gehouden worden’ naar genegenheid, van mentaal geloven naar vertrouwen en van dualiteitsbewustzijn (alles in tegendelen willen blijven zien) naar eenheidsbewustzijn. Een bewustzijn waardoor mensen minder pijlen schieten naar de ander en ook meer kiezen vóór het goede dan voor strijden tégen het ‘kwade’.

Moralisme
Het lijkt gezien deze verschuiving tijd dat de kerken zich bezinnen op hun wortels. Vooral op hun godsbeeld en op er mee samenhangende wat patriarchale moralisme, een ‘zedenmeesterij’, waaraan Jezus zich juist niet schuldig maakte. Voorts op hun visie op het kwaad in het algemeen, zeker als “God goed en kwaad tegelijk is”, zoals Carl Gustav Jung stelde. Diens inzichten kunnen daarbij een goede gids zijn. Deze zoon van een Zwitserse predikant met acht ooms die ook predikant waren, hield zich in zijn zoektocht naar archetypen, het onbewuste en de verbinding van ‘tegendelen’ ook hervormend bezig met theologie. Hij wees de (lichamelijke) ‘zondigheid’ van de mens af – dat deed de mens zich klein en schuldig voelen, wat fataal is voor geloven als ‘zijn’ of geloven vanuit het hart –, maar legde nadruk op het erkennen van de eigen schaduwen. Die erkennen zou al helend zijn, de mens milder maken jegens de ander.

De huidige situatie in de meeste kerken (zeker in de PKN naar het lijkt) kenmerkt zich nog door veel (dualistische) ideologie, door een divers wereldbeeld en door een niet willen bijstellen van verouderde leerstellingen, ook al zijn er talloze voorgangers die er niet meer in geloven. In zo’n situatie gaat de ziel teloor.

Het christelijke Westen kent ruwweg vijf gods- of wereldbeelden: 1) het antieke, 2) het manicheïsche, 3) het materialistische, 4) het theologische en 5) het integrale of modern-spirituele gods-of wereldbeeld.

Het eerste vinden we deels terug in de Bijbel (zij het minder bij Jezus, die zoals ik al zei de eenheid van Hem – en let wel: ook van ons – met God benadrukte). In dit antieke godsbeeld zijn het hemelse en het aardse apart, maar gebeurtenissen weerspiegelen elkaar in de zin van: zo boven, zo beneden. Als de goden op de Olympus ruziemaken, is er op aarde oorlog.

Bij het tweede is de goddelijke vonk of ziel te veel de gevangene van de materie, het lichaam en zijn begeerten. Alleen de geest zou goed zijn en de aarde veeleer een tranendal. Dit denken leidde van kerkelijke zijde helaas mede tot de ‘strijd’ tegen het eigen lichaam, tot de leer van de onbevlekte ontvangenis van Maria en tot het celibaat.

In het derde wereldbeeld is er geen God, geen ziel en geen geestelijke wereld, laat staan dat die met ons bezig is of ons subtiel leidt, zoals in het vijfde. Alleen wat we met onze zintuigen kunnen zien, bestaat. Het draait in dit vooral enkele eeuwen terug opgekomen antigodsbeeld om de materie. De aarde noch het lichaam zijn bezield. 

‘Heer op afstand’
In het theologische wereldbeeld (vooral afkomstig van Albertus Magnus en Thomas van Aquino) zijn hemel en aarde gescheiden. Het hemelse is iets bovennatuurlijks, waarover de wetenschap niet kan oordelen, alleen de theologen. Een gespleten kijk op de werkelijkheid is het gevolg, zoals we vroeger wel de zondag apart hielden voor een ‘bovennatuurlijke’ sfeer en door de week participeerden in het ‘aardse’. God troont boven Zijn wereld, oordeelt en bestemt van buitenaf. Hij is ‘Heer op afstand’. Dit theologische beeld had indirect tot gevolg dat de mens niet werd gezien als deel van de natuur en dat zowel het lichaam als de wereld slecht of zondig zijn. Met dit beeld samenhangend is ook dat christenen eeuwen hebben geleefd met God als a) een mensvormig wezen en daarin vaak tevens als b) een soort vaderfiguur. Beide zijn op zich begrijpelijk gezien onze wens God te zien als een persoon naar menselijk model en tevens gezien de behoefte aan een vaderfiguur bij volwassen mensen, zoals psychologen aantoonden. Maar wat ik wil betogen, is dat die projecties gemakkelijker konden ontstaan bij dit theologische beeld van een ‘Heer op afstand’.

In het vijfde ten slotte, dus het godsbeeld dat thans doorbreekt, is de kloof tussen God en de wereld opgeheven, zij het dat alles een uiterlijke en innerlijke dimensie heeft. Het hemelse is zo de innerlijke kant van de werkelijkheid. Engelen, demonen en zielen van gestorven geesten zwerven niet meer ergens hoog in de lucht, maar zijn onderdeel van de geest die het hele universum doordringt. Het heelal is met het goddelijke overgoten. Het is ‘God within’. God is dus tevens in ieder mens, hoezeer  ook velen zich daarvan niet bewust zijn, evenmin dat God ons draagt, zoals de zee de golf, noch dat we verbonden zijn met Hem/Haar zoals de golf met de zee. Alles is in God en God is in alles. Hij/Zij vormt het hart van het uiterlijke en leidt ons veel meer dan we denken. Mensen kunnen Hem mystiek ervaren of waarnemen via innerlijke leiding (ingevingen, intuïtie, innerlijke stem, innerlijk weten, synchroniciteit dan wel ontmoetingen en reddingen, die toevallig lijken maar het niet zijn). Paulus schreef vanuit mystieke intuïtie: “Niet mijn ik, maar Christus leeft in mij” (Gal. 2,20).

Het heilige is in de wereld en bezielt ons
Alle vijf wereldbeelden hebben vandaag de dag in mindere of meerdere mate invloed. Maar het ‘zo boven, zo beneden’ spreekt de mens van nu minder aan dan het ‘zo binnen, zo buiten’ van het integrale spirituele wereldbeeld. Ook wetenschappers als de kwantumfysici kunnen hier meer mee uit de voeten. Zij menen zelfs dat geest de stoot gaf en geeft tot materie en ook dat alles in wezen energie en/of bewustzijn is.

Kerkmensen laten zich door aspecten uit alle vijf wereldbeelden leiden, soms door elkaar. De leiding van de kerk houdt naar het lijkt vooral vast aan het vierde dus het theologische godsbeeld, zonder zich af te vragen of deze niet achterhaald en/of te intellectualistisch is. Dat doet de vervreemding over haar aanbod toenemen. Levend in een tijd van toenemend bewustzijn en een grote omslag in het denken, staat de kerk voor de uitdaging van diepe introspectie.

Zelf ben ik behalve van de Leidse Studenten Ekklesia ook lid van de PKN, ook al kerk ik ook wel bij de soefibeweging in Katwijk. Maar mijn hart ligt bij het vijfde wereldbeeld. Daarin is er voor mij geen kloof tussen God en de wereld, tussen God en ons mensen, noch tussen materie en geest, het bewuste en onbewuste. God is en manifesteert zich in het leven van alle dag, Hij is de eenheid van zijn en niet-zijn. God draagt en geeft kracht. Het heilige is kortom in de wereld – we worden erdoor bezield. 

God is voor mij de Eeuwige in wat ons ego ervaart als ‘tijdelijke’ tijd. God is liefde. Deze kracht tot bezield leven vat je niet samen in verboden en dogma’s, maar is inspiratie, hoop, verbondenheid, warmte, vreugde en compassie. Mathijs Driebergen ziet met alle respect de situatie rond de kerk te rooskleurig. Hij overtuigt niet. Met Monique Samuels deel ik de zorg over de kerk. Wat mij betreft vooral qua ideologie, dus over haar (dogmatische) denken, dat vervreemdend werkt. Als de kerk niet haar toevlucht neemt tot de zielenkracht gevende spiritualiteit en eenheidsbewustzijn, dus tot de God van ‘Mijn Vader en ik zijn één’, lijkt haar toekomst grauw.

Dit essay verscheen ook in Magazine De Linker Wang (juli 2013), op zinweb.nl en op civismundi.nl.