20 december 2013Oerbron

Bij het woord aanbidden hoor ik het kerstlied ‘Kom laten we aanbidden’, dat me als kind vaak ontroerde. Maar ik zie daarbij tevens voor me de vele fraaie godsbeelden in delen van Afrika en Azië tijdens mijn onderzoek daar, of liever de mensen die adorerend deze beelden bezochten. Wat aanbaden of vereerden ze dan? En was het echt belangeloos aanbidden? Er waren/zijn dan bij die godsbeelden – soms uitgehouwen in een rots of gewoon door de natuur gevormd, in elk geval op een mooie plek – ook priesters, die al of niet met rituelen dat aanbidden begeleid(d)en? Het deed me wel wat, ook al ben ik zelf meer opgevoed met de ‘Heer op afstand’, wiens geboden ik moest onderhouden, in wie ik verstandelijk moest geloven, van wie ik geen gesneden beeld moest maken (dat althans niet ‘verafgoden’) en de naam niet ijdel mocht gebruiken.

Waarom deed wat ik zag me dan toch wel iets? Voor de aanbidders symboliseerden de beelden God of het goddelijke in het leven. Mensen probeerden zo via die beelden in verbinding te komen met hun Oerbron en zo meer in hun zielskracht te komen. En dat lukte ook vaak, merkte ik, zelfs meer naarmate de priesters zich er minder mee bemoeiden. Het aanbidden was vaak een innerlijk beleven of ervaren.

Stuurt bewustzijn ons meer dan we denken?
Antropologen zien religie als een ‘model om het mysterie te duiden’, en wat mij betreft vooral om er mee in verbinding te komen. Want als je het mysterie alleen mentaal gaat duiden, verwordt religie algauw tot een onbezield instituut met dogma’s en een verstandelijk geloof, dat je moet onderschrijven om erbij te horen. Ik gebruik  de laatste jaren dan ook liever de term geloof niet meer. Geloof is te statisch, wat de term geloven, waarin meer beweging zit, minder heeft. Geloven en vooral in vertrouwen leven komt meer over als iets van het hart. Net als religiositeit. Ik schreef twee jaar terug mede daarom het artikel ‘Als religie nu weer ‘in’ is, dan gaat het om religiositeit’.

Religie mag dan wel oorspronkelijk herverbinden betekenen, dus dat van het individu met het goddelijke, maar omdat ze vandaag nogal eens samenvalt met model of instituut, is het goed het begrip religiositeit meer naar voren te brengen, wat ik ook wel zie gebeuren in de recent sterk opkomende nieuwe spiritualiteit in en buiten Nederland. Religiositeit is net als mystiek – en mogelijk ook aanbidding in een authentieke vorm – de innerlijke dimensie van religie, zo niet van het hele leven, dus ook van koude instituten.

Ja, religiositeit doortrekt als het goed is tevens onze ‘seculiere’ samenleving en wel als een zuurdesem, waardoor deze ondanks alles minder mentaal is dan ze vaak lijkt. We denken dat we alles in de hand hebben of helemaal aan het stuur staan, maar Paul Smit kon weleens gelijk hebben als hij zegt dat het bewustzijn ons veel meer stuurt dan we denken. Ook dat er, zo voeg ik toe, veel meer leiding en synchroniciteit is in ons leven dan we willen weten. God is voor de moderne mens niet meer het oude uit de Middeleeuwen stammende theologische model van een straffende en belonende ‘Heer op afstand’, dus een soort buitenaards wezen, een godsbeeld, waarop atheïsme en uitspraken als ‘God is dood’ reacties zijn, maar een liefdeskracht of liefdespersoon, die, let wel, in de wereld en gebeurende is, ook in ons als mens, waardoor de tegenstelling seculier en heilig in de samenleving weleens minder relevant kan zijn dan we nu menen.

Eenzaamheid als gevoel van afgescheiden-zijn van je Bron
Een recent Parool-onderzoek toont aan dat één op de tien Amsterdammers nogal eenzaam is. Eenzaamheid heeft denk ik mede te maken met het gevoel van afgescheiden zijn van je Oerbron. Ik zeg gevoel, je kunt verstandelijk geloven in een ideologisch systeem of instituut, maar dat je uit het goddelijke voortkomt komt, wordt vaak vergeten en dus voel je je afgescheiden, niet verbonden. Dat je een deel bent van het universum en zo in harmonie met goddelijke oerkracht of kosmische levenskracht eenheidsbewustzijn kunt ervaren, lijkt dan ver weg te zijn. Logisch dat niet-verbondenheid met medemens en natuur en dus eenzaamheid het gevolg zijn. Aanbidden is bij eenzaamheid dan ook niet echt een uitweg.

Dankbaarheid als kracht
De Oerbron of het universum kun je dankbaar zijn voor het leven – zelf ervaar ik dankbaarheid overigens als inner power, die ik wel hanteer in m’n affirmatie (modern gebed via de kracht van de geest) –, maar die Bron ga je niet zo maar aanbidden, zeker niet als anderen zeggen dat je dat zou ‘moeten’.

Mensen voelen zich vaak alleen. Vrijgezellen zou dat vooral overkomen, heet het, maar waarom ook niet in een huwelijk, nu nogal wat mensen geen contact hebben met hun innerlijke zelf? Periodiek naar binnen gaan en verbinding zoeken met de goddelijke vonk in ons, doet dat alleen- of eenzaam-zijn vaak overstijgen. Dat is althans mijn ervaring. Verbondenheid met het mysterie in me geeft vleugels en doet in vertrouwen leven, dus leven in go with the flow, zoals dat tegenwoordig heet.

Dat mysterie heet in theologisch termen wel Christusbewustzijn of Boeddhanatuur dan wel, zoals de psychiater-vernieuwer Carl Gustav Jung het noemde, het ‘zelf’ in ons. In dat zelf zit liefde, ook om onze schaduwen te helpen helen. Die liefde of het innerlijke kind in ons aanboren is van belang. In een puja-ritueel bij een beeld in India hoorde ik een man zeggen: ’God, ik heb je lief’. Het ontroerde me. Hij had daarmee de (goddelijke) liefde in zichzelf aangeboord. Hij kon liefhebben en dat uiten. Is dat aanbidden? Ik weet dat niet, maar ik eer en respecteer het zelf in mij zeker wel en maak er vooral verbinding mee, godzijdank steeds meer.

‘Het Koningschap van God is in je’
Ik ben overigens wel blij met het Christuskind, waarvan we binnenkort de komst gaan herdenken. Dit mede omdat Christus ons ging wijzen op het licht in ons, ook al is dit vaak misverstaan of zelfs misvertaald. “Het koningschap van de geest is in je”, zei hij steeds (staat zestig keer in de vier overgebleven ‘canonieke’ evangeliën), dus niet: ‘onder jullie’, zoals (mogelijk met een voorop gezette bedoeling) ook ergens verkeerd in de Bijbel is terechtgekomen, maar ‘in je’. Dus niet iets politieks of wat de christenheid na Constantijn de Grote er verder ook van maakte, nee, Christus was net als de meeste wijsheidsleraren een mysticus. Het ging hem om verbondenheid met het goddelijke, dat hij ‘vader’ noemde, of om de spiritualiteit in ons binnenste, die ons bezielt in het leven en ons één doet voelen met het goddelijke. Is dat niet de betekenis van kerst?

Dit stuk verscheen onder meer in de Hooglandse Nieuwe, december 2013.