26-1-2014TURKEY-MIDEAST-JEWS-CONFLICT-POLITICS

Bleek het Ottomaanse Rijk verhoudingsgewijs mild in haar bestuur, ook jegens de minderheden, na de stichting van de kleinere Turkse staat door Mustafa Kemal Atatürk werd dat anders. Troef werden nationalisme, grote invloed van het leger, geheime klieken die opereerden als een soort parallelle staat, onderdrukking van minderheden, extreem secularisme, beheersing van de islam, militaire coups en het neerkijken van de zich ‘witte Turken’ noemende stedelijke elite op de vrome plattelandsmeerderheid met de zogenoemde ‘zwarte Turken’. Er was wel modernisering, maar meer in de steden. 

Succesvolle emancipatie
Ziedaar waarom de filosoof en door het soefisme geïnspireerde imam Fethullah Gülen vanaf de jaren zeventig het initiatief nam tot een grootscheepse emancipatie van het platteland, eerst in Anatolië en daarna ook in het door veel Koerden bewoonde Oost-Turkije. Armoede en onwetendheid zouden naast tweespalt het Turkse probleem zijn volgens hem, en daar moest een eind aan komen via onderwijs en economische ontwikkeling met op dialoog, vrede en verzoening gerichte waarden als het ging om de minderheden. Maar tevens jegens de arrogante of onderdrukkende stedelijke elite, waartegen men zich niet met geweld zou mogen keren (zoals vandaag wel gebeurt in buurland van Syrië, met alle gevolgen van dien). Zijn werk was succesvol. Qua scholen en economische vooruitgang kan het platteland nu wedijveren met de steden. Zijn emancipatiewerk is zelfs uitgegroeid tot een invloedrijke op dienst (hizmet) gerichte beweging over heel het land, ook in de steden, maar opvallend genoeg tevens breed in het buitenland als een soort Novib-achtige ontwikkelingsorganisatie .

De oude elite vond het niet leuk dat er nu naast haar een nieuwe klasse ontstond die ook functies verwierf op welke zij vroeger het alleenrecht had, zeker toen zij in 2002 met het bewind van de AK-partij haar politieke macht verloor en ook daarna bij coups betrokken hoge militairen werden berecht. Dat Erdogan in 2002 de verkiezingen won, komt mede omdat hij, naar nu blijkt om tactische redenen, afstand nam van de ideologie van de politieke islam en ook van de op de ayatollahrevolutie in Iran gerichte Refah-partij, waarvan hij tot dan lid was. Hierdoor verkreeg hij in 2002 en ook daarna steun van liberale en linkse groepen, evenals van de Gülenbeweging, die niets moet hebben van de politieke islam, alle vooroordelen ten spijt. Genoemde beweging heeft nu tevens invloed door eigen tv-stations en door het grote onafhankelijke dagblad Zaman. Zij is daarmee een geduchte pottenkijker, als het gaat om het beleid van Erdogan.

Parallelle staat?
Alles wijst erop dat Erdogan, zeker sinds zijn partij de meerderheid heeft in het parlement, zijn masker aan het afwerpen is en terug lijkt te vallen op zijn oude oogmerk, namelijk in zijn land een soort politieke islam te doen post vatten. Hiervoor heeft hij zich al enige tijd, zoals door de eigen minister van Buitenlandse Zaken is verklaard en door AKP-politici is bevestigd, omringd door een geheime kliek van adviseurs die vaak het werk van de ministers overnemen, zonder dat die daartegen veel kunnen doen. Een kliek die doet denken aan de vroegere en mogelijk nog niet uitgeschakelde Ergenekom, een soort parallelle staat, die in wezen de dienst uitmaakt, ook al is er formeel een regering. De recent aan het licht gebrachte, maar door de premier ontkende corruptie, ook van zonen van ministers, kreeg daarom mede zo’n ophef, omdat het veel meer over het miskleunen van het bewind onthulde dan louter de corruptie en de diefstal, hoe erg al op zich.

Met het aan licht brengen van de corruptie heeft Gülen in directe zin niets te maken. Officieren van justitie deden gewoon hun werk. Nee, dat Erdogan nu zo gebeten is op de Gülenbeweging en ander critici, zoals de krant Taraf – hij spreekt van een ‘bevrijdingsoorlog’ –, is behalve als afleidingsmanoeuvre voor de schandalen waarin hij verweven is, inclusief het werken in of vanuit genoemde geheime kliek, vooral dat deze critici bijna als enige in het land niet het hoofd bogen voor zijn drukuitoefening, zoals de druk op kranteneigenaren om onwelgevallige journalisten te ontslaan. Het dwaas klinkende verwijt van Erdogan aan de Gülenbeweging is dat zij zou “samenwerken met de VS, Israël en de EU om zijn regering ten val te brengen”. Terwijl hij op 15 januari Turkse ambassadeurs bovendien opriep in het buitenland rond te vertellen hoe slecht de Gülenbeweging wel is. Iets eerder had hij ook al aan Kamerleden van de AK-partij gevraagd om in Europa rondreizend hetzelfde te doen.

De EU én de westerse media hebben lijkt me wel iets anders aan hun hoofd. Ze zullen zich eerder zorgen maken over het nauwelijks meer serieus te nemen recente optreden van Erdogan. Een prille democratie heeft kinderziekten, maar deze terugval lijkt nogal ernstig.

Dit artikel verscheen eind januari ook op joop.nl.