8 maart 2013

Ik ben, zoals dat heet, een van de mensen van het eerste uur in de nog steeds energieke Nederlandse Girard Kring, ooit gestart door het Bezinningscentrum van de VU. In mijn laatste onderzoek op Sri Lanka op het terrein van de religieuze antropologie hanteerde ik wel concepten als mimesis, zondebokmechanisme en het offer van filosoof René Girard. Demonenuitdrijving in naam van Boeddha was een van mijn onderzoeken. Een tweede, waarvan de weerslag ook in antropologische tijdschriften een plaats vond, was het ‘Ritueel van vervloeking in naam van Boeddha en de goden op een eilandje bij het kustdorp Sinigama’. Boeddhisten uit heel Sri Lanka kwamen er, maar het gebeurde uitdrukkelijk buiten Sinigama, omdat de mensen daar, lijkt het, de kwantumtheorie al enigszins doorhadden, namelijk dat vervloeken een negatieve energie is, die weggespoeld moest door in dit geval het stromende zeewater tussen het eilandje en het dorp.

Een tweede of andere werkelijkheid
Door omstandigheden – ik deed bijvoorbeeld tevens nogal aan politiek, vooral gericht op het buitenland, zoals in missies naar conflictgebieden, maar was onder meer ook Statenlid van Zuid-Holland – weet ik niet in hoeverre in Girardkringen het baanbrekende werk van de kwantumfysica ook al leeft: dus de ontdekking dat wij mensen niet langer buiten het krachtenspel van het universum staan, inclusief magie of een soort bezield verband en ook dat er onder de bekende verschijnselen een andere werkelijkheid is, die veel subtieler is of dieper gaat, namelijk de wereld van het bewustzijn, van het spirituele, kortom van de Tao of de Geest. En vooral dat alles energie is (materie is in wezen gestolde energie), dat wil zeggen dat ook de kernen van atomen grotendeels uit lege ruimte bestaan en dat wat overblijft zich als golven gedraagt. Behalve energie blijken de allerkleinste ‘deeltjes’, die de materie vormen, bovendien dragers van informatie te zijn, informatie die aangeeft wat er moet gebeuren. Zo weet elke cel in ons lichaam, wat te doen en hoe met andere cellen samen te werken, bijvoorbeeld hoe een long of nier te doen ontstaan of in stand te houden. Zulke informatie heet ook wel bewustzijn, iets wat in religieuze en/of spirituele kringen wel geest of wijsheid wordt genoemd. Energie, bewustzijn en informatie dus.

Wat behalve David Bohm, ‘de tweede Einstein’, mensen als Deepak Chopra, Pim van Lommel en VU-‘bèta’wetenschappers als Gerrit Teule en Arie Bos nu stellen – dus dat bewustzijn geen bijverschijnsel is van de darwinistische evolutie, maar weleens de oergrond van alle materie zou kunnen zijn, kortom de prime mover van het universum – heeft gevolgen voor de geesteswetenschappen, althans voor vele van hun overtuigingen en/of vooronderstellingen. Daarmee eveneens voor ons denken, met welke overtuigingen we ook mogen zijn geprogrammeerd in de voorbijgegane decennia, al of niet in het verband van een (emancipatie)zuil. Dat alles aan verandering (panta rhei, alles stroomt) onderhevig is, zou immers ook moeten gelden voor ons denken, maar onderzoeken wijzen uit dat er wat dat betreft vaak nogal sprake is van een ‘culturele kloof, ook in dorpen, die zich verder wel op moderniseren toeleggen, dus dat oude waarden, hoezeer ook achterhaald, nogal taai zijn.Derde weg
Toch is die verandering van denken, zeker in instituten die sterk aan invloed inboeten of, zoals van de kerken wel wordt gezegd, aan het leeglopen zijn, urgent of noodzaak. We bevinden ons op een soort tweesprong (Charles Taylor): er lijkt sprake van een cultuuromslag, door sommigen wel de cultuuromslag van dualiteitsbewustzijn naar eenheidsbewustzijn genoemd. Het is een langzaam proces, ook omdat oud denken als gezegd nogal hardnekkig is, er zelfs vaak nog lang in slaagt de boventoon te voeren, wat ook blijkt bij de backlash in de Arabische Lente, wat in wezen een verlate democratische revolutie is en dus verlaat de kinderziektes van onze revoluties na 1789 heeft.

Omdat genoemde cultuuromslag niettemin gaande is, deed/doe ik al enige jaren als antropoloog via participerend observatieonderzoek onder satsang, soefi-en Bahai- groepen, voorts allerlei boeddhistische of christelijk geïnspireerde kleine huiskamerbijeenkomsten van de wat wel wordt genoemd de moderne (de Brit William Bloom noemt dat zo) of ‘postchristelijke’ (Ojas de Ronde) spiritualiteit, maar die ik de laatste tijd bij voorkeur typeer als postmodern, een pluriforme spiritualiteit met trouwens ook christelijke elementen. Vanuit dit onderzoek schreef ik in 2012 een essay onder de titel De Nieuwe Spiritualiteit als Derde Weg tussen het Materialistisch Paradigma en de Kerkelijke Dogmatiek, die naast m’n blog ook op zinweb.nl, civismundi.nl en in het magazine Vrouwen voor Vrede verscheen.

Ander gods- en mensbeeld ende moderne mens als mysticus.
Nieuw Bewustzijn wordt – ook al telt de postmoderne spiritualiteit volgens onderzoek van onder meer het Sociaal Cultureel Plan Bureau nu 26 tot 27 procent van de Nederlanders, in Duitsland en Engeland is dat aantal zelfs meer – door vooroordelen en weerstand omgeven. Dat is bijna altijd het geval vanuit het ‘correcte denken’, ook als dat nieuwe bewustzijn, zoals in dit geval in haar ‘grote verhaal’ (zie ook S. Aupers’ In de ban van de moderniteit, 2004) weleens meer authentiek zou kunnen zijn dan menigeen van ons bevroedt. In Nederland was Hein Stufkens een van de eersten die er serieus aandacht aan besteedde, denk aan zijn boek Heimwee naar GOD, opkomst van een nieuw religieus paradigma, 1987.

Ik weet niet in hoeverre de Girardbeweging hieruit ook inspiratie wil putten, zoals ze bijvoorbeeld voor de mensenrechten dank verschuldigd wil zijn aan traditionele religies. Ik denk daarbij aan het feit dat in dit nieuwe paradigma bij het individu de ziel of de innerlijke stem wordt gezien als de sturende factor, (hoe vaak ook overschreeuwd door de stem van het ego), en dat daarom innerlijk bewustzijn in wezen het begin is waaruit engagement uit voortkomt. Dat zoals ik vaststelde in dit Nieuw Bewustzijn ‘religie niet gelijk staat aan dogma’s, evenmin aan ethiek’ (zoals wij in de jaren zeventig wel met opgeheven vinger benadrukten om aan het fundamentalisme te ontsnappen), maar aan ‘bewustzijn, om vandaaruit te komen tot ethiek’, met andere woorden dat bevlogenheid van binnenuit komt. Die postmoderne spiritualiteit heeft moeite met het ‘vingertje van bovenaf’ en is meer iets van onderop. Dit omdat het eerste schuldgevoel geeft en dus klein maakt.

De door mij genoemde derde weg heeft ook veel andere authentieke waarden voor het leven en tevens een heel ander Gods- en mensbeeld dan het geijkte. Dit is van belang omdat de godsbeelden vanaf Zeus en Jahwe in Europa ter discussie staan, inclusief het theologische godsbeeld van onder anderen Thomas van Aquino en Albertus Magnus, het beeld van ‘een straffende en belonende Heer op afstand’, vooral een oordelende God buiten de wereld, waarmee velen van ons nog zijn opgevoed. Het goddelijke bevindt zich volgens het Nieuwe Bewustzijn in de wereld, ja in alles, ook in ons, zij het wel als een oneindige, tijdloze of eeuwige werkelijkheid, die het leven als bezielende energie doortrekt. Ook dat wij mensen niet alleen zowel fysieke als geestelijke wezens zijn, maar dat wij daarbij in beide werelden vertoeven met, let wel, als doel om in dit aardse al lerende onze spirituele aard te ontplooien. Van belang daarbij is dat de mens zelf het goddelijke in zich kan ontdekken en ervaren, een ervaren waarbij we niet meer afhankelijk zijn van instituten. De moderne mens is mysticus heet een recent boek van Ton Roumen.

‘Wie zichzelf kent, kent het Al’
Mede met het oog op het veranderen van denken wat gaande is, begon ik in juli 2013 samen met Tania Meira, een jonge filosofe, het Filosofisch Café Leiden. Dit in hartje Leiden, niet ver van de Burcht. Om kosten te besparen gebeurt dit in mijn woning naast de bibliotheek en de oude Hooglandse Kerk. En tot mijn verrassing met succes, met gemiddeld tegen de veertig mensen. Met verschillende thema’s en meestal met sprekers van buiten, maar op 2 maart gaf ik zelf de lezing over het sociologische thema ‘In hoeverre zijn individualisering en postmoderne spiritualiteit elkaar versterkende processen?’ Bij individualisering gaat het mij niet om individualisme, wat het odium van egoïsme heeft, maar om een proces waarbij het individu zich bevrijdt van knellende banden, zichzelf zonder angst voor vrijheid als autonoom individu aanvaardt en zijn individualiteit beseft, wat indirect het bewustzijn zou verhogen.

Wat dat laatste betreft ben ik in goed gezelschap naar het lijkt, omdat Herman Wijffels in 2007 in Beetsterzwaag probeerde het regeerakkoord in het teken van individualisering te zetten, maar toen op verzet stuitte – niet van Wouter Bos, maar van Rouvoet en van Balkenende, omdat zij kennelijk nog vastzaten in het denken dat het individu het niet redt zonder het ‘vingertje van bovenaf’ of zonder een sterke sociale controle. Nostalgie speelde mee, ook al zijn er allang weer nieuwe, vaak lichtere groepen en netwerken en is er best alweer nieuwe gemeenschapszin, zoals onderzoek uitwijst. Maar voor het verhogen van bewustzijn zag Wijffels als Jungiaan terecht het belang dat het individu in dit proces dan al of niet tijdelijk zonder verstikkende banden van de groep op zichzelf komt te staan en zo zijn individualiteit kan neerzetten en beleven.

In het universum van de Grieken vallen de wetenschap van de dingen en die van de mens met elkaar samen. Daarom kon Socrates ons voorhouden: “Ken u zelf” en idem Thomas in een logia: “Wie zichzelf kent, kent het Al” (in 1946 ontdekt in een kruik in Noord-Egypte). Ook Mohammed zegt: “Zij die zichzelf kennen, kennen de Heer”, zoals Jezus niet voor niets steeds zei: “Het Koninkrijk Gods is in je” of de confucianist Mencius zegt: “Zij die hun eigen aard kennen, kennen de hemel” of het hindoeïsme stelt dat “Atman (individueel bewustzijn) en Brahman (universeel bewustzijn) één”zijn.

Maar zijn er dan geen risico’s dat individuen de weelde van de vrijheid niet aan kunnen en dus uitglijden? Jazeker, maar is vallen en hopelijk weer opstaan niet inherent aan het leven? Bevoogding en ‘overbescherming’ heeft evenzeer risico’s. Wijffels zag terecht dat het eerste het verhogen van persoonlijk bewustzijn doet versnellen. In mijn lezing van 2 maart 2014 voor het Filosofisch Café Leiden heb ik tevens kunnen onderbouwen dat er een correlatie is tussen het proces van individualisering en de opkomst van de postmoderne spiritualiteit, waarin het immers ook om een individuele zoektocht gaat. Een spiritualiteit, die naast een zoektocht ook een gebeuren in het alledaagse is, of zoals ik spiritualiteit in mijn essay van 2012 omschreef: “De tocht naar bewustwording, dat er – ook in onszelf – heel wat meer is tussen ‘hemel en aarde’ is dan we denkend weten en dat die reis in onszelf, in ons binnenste begint.”