20 maart 2014Mien-Jan

Toen de nucleaire top in Den Haag nog niet in beeld was, noemde dagblad Trouw Mient Jan Faber – mede naar aanleiding van zijn opmerking dat hij nu terugkomt op zijn vroegere acties tegen de kernwapens – een ‘realistische idealist’. Ik heb wel met hem samengewerkt in acties, dialoogconferenties met zowel de ‘officiële’ als de dissidente vredesbeweging uit ‘Oost-Europa’ van toen, en ook in het Komité Kruisraketten Nee onder leiding van Sienie Strikwerda. Dat was een breed comité, waarin ik zat vanuit onder meer de radicale vredesbeweging en de Evangelische Volkspartij (EVP).

Dialoog zagen we in die tijd als van belang om een (kern)oorlog te voorkomen, maar ik ben het met Trouw eens dat Faber terecht ook de dissidenten in landen als Polen steunde. Ik deed dat ook, hoewel ik hun wel steeds adviseerde niet voor de polarisatie te kiezen, maar gezien de militaire overmacht en het ‘havikdenken’ van het communistische bewind, zo geweldloos mogelijk te opereren. De middelen zijn vaak belangrijker dan het doel, zei Gandhi steeds. Dat laatste is iets wat, ook bij de Arabische Lente, in Syrië en tevens wellicht in Kiev weleens wordt vergeten. In die zin – dus als het gaat om het effect – beschouw ik zeker Gandhi en King als ‘realisten’.

Natuurlijk is elke term arbitrair. Achteraf de leus ‘kernwapens de wereld uit’ flauwekul noemen, zoals Faber doet, is aparte retoriek, maar is zeker in het licht van de vredesacties nu rondom de kernwapens in Nederland niet direct het stellen van een ideaal in een wereld, waarin we best iets minder wapens zouden kunnen hebben, ook bij ons als gewone burgers, vooral in de VS. Retoriek mag van mij, maar is in dit geval toch wat verwarrend. Dat laatste geldt zeker voor het feit dat Faber in 2003 de illegale (en mislukte) militaire invasie in Irak van president Bush steunde. Dat was meer denken in termen van (westerse) macht dan van realisme, laat staan idealisme.

Advertenties