12 april 2014Rusland-Europa

25 jaar na afloop van de Koude Oorlog wordt de relatie met Rusland, waarmee we als EU grote materiële en immateriële belangen delen, opnieuw gedefinieerd door wantrouwen en vijandigheid. En dat terwijl we zo’n 25 jaar de kans hadden om die relatie te verbeteren. Hoe komt dat? Door de schofterige Poetin of de nare Russen, klinkt het vaak. Ik ben geen fan van Poetin en ben me van de zwakheden van de Russische beer wel bewust, maar zet niettemin vraagtekens bij dit beeld.

Oekraïne is nu de underdog. Begrijpelijk, maar was het niet spelen met vuur van het nieuwe bewind om na het verdrijven van Janoekovitsj het Russisch als officiële tweede taal bij wet af te schaffen? Ook al werd dit parlementsbesluit gevetood door de interim-president, een minderheid wordt erdoor op de ziel getrapt. In de derde wereld ontstaat bijna altijd een burgeroorlog wanneer een eind wordt gemaakt aan de bij de onafhankelijkheid verkregen taalrechten van minderheden. Natuurlijk zijn oude imperiale tendensen uit de tijd, gegeven de huidige mondialisering. Of Poetin dat wel echt beseft en al of niet vanuit revanchisme opereert, is de grote vraag.

Maar even belangrijk daarbij is onze westerse rol. In hoeverre hebben wij na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie de Russische volksziel niet onnodig vernederd, waardoor een vorm van revanchisme een kans kreeg? Het Russische volk ervoer de val van het regime weliswaar als een bevrijding, maar zag anderzijds het verliezen van de Koude Oorlog als een nederlaag. Een ‘verslagen’ vijand geef je geen trap na; zelfs in de dierenwereld gebeurt dat niet. Toch deden we dat door na de vrijwillige ontmanteling van het Warschaupact veel Oostbloklanden al vrij snel op te nemen in de NAVO, hoe graag die dat zelf ook wilden. Bekend is hoe Frits Bolkestein daartegen ooit waarschuwde. Vanuit de vredesbeweging deed ik dat toen ook. Dit was in mijn optiek toen onnodig en een honoreren van een op zich begrijpelijke angst voor Rusland – maar het ging hier om een westerse militaire organisatie. Deze stappen zouden door de Russen worden opgevat als geopolitieke expansie richting hun grens.

Hetzelfde geldt voor optreden van Guy Verhofstadt en Hans van Baalen op het Onafhankelijkheidsplein in Kiev. Zij gaven, enigszins provocerend, openlijk steun aan de pro-EU-demonstranten en deden hun onhaalbare beloften. Hier deed het oude, achterhaalde ‘blokdenken’ weer opgeld. De Russen zagen de actie uiteraard als het interveniëren van een (economische) grootmacht in ‘hun achtertuin’. De rampzalige gebeurtenissen daarna werden onafwendbaar. Door onhandig opereren door het nieuwe bewind in Oekraïne en het daarop inspelen door het Kremlin, lijkt het separatisme in het land helaas vleugels te krijgen.

Hoe eerder Oekraïne, Rusland, de EU en de VS, die donderdag voor Pasen bijeenkomen in Genève, via diplomatieke weg tot een compromisoplossing komen en de lont uit het kruitvat halen, des te beter. Een confrontatiepolitiek met Ruslandwerkt averechts, ook al lijkt de rol van het land in dit conflict na de val van Janoekovitsj verre van vlekkeloos. De eerste berichten vanuit Genève lijken positief, zeker als de OVSE als neutrale waarnemer zal worden ingeschakeld.

Naschrift 26-4-2014
Het bereikte akkoord was hoopgevend, maar in de praktijk blijkt er helaas weinig van terecht te komen: polarisatie is nog altijd troef in de Oekraïne. Van de kant van de Oekraïense regering, maar zeker ook van Rusland dat, zoals de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry terecht zegt, onvoldoende zijn invloed laat gelden op de pro-Russische rebellen.

Dit artikel verscheen onder meer in Het Parool van 17 april en op joop.nl.