15 juni 2014ISIS

In 2003 boezemde het seculiere Baath-regime van de soennitische dictator Saddam Hoessein het Westen angst in, ook al zorgde het in het olierijke land zelf voor stabiliteit. De angst was zo groot dat de VS en Engeland zonder goedkeuring van de VN-Veiligheidsraad er een – volkenrechtelijk onwettige –militaire interventie begonnen. De westerse agressie draaide uit op een ramp. Nu zijn velen in rep en roer vanwege de verovering van de stad Mosul en andere steden in Noord-Irak door ISIS, een extreme (!) afsplitsing van Al Qaida die met executies angst verspreidt en die clandestien wordt gesteund door soennitische generaals van het oude Baath-bewind.

De weinig sympathieke premier Maliki, die behoort tot de sjiitische meerderheid in het land, staat mede aan de basis van deze ontwikkelingen. Hij bevoordeelde de sjiieten (die ook in Iran de scepter zwaaien) ten koste van de twee andere bevolkingsgroepen in Irak: de soennieten en de Koerden. Deze houding van Maliki slaat ook terug op de Amerikanen en Britten, die met hun militaire interventie onheil over het land hebben afgeroepen – inclusief de opkomst van aan Al Qaida verwante terreurgroepen. Bij geweld is het nu eenmaal actie en reactie. Die interventie, het initiatief van Bush en Blair, had niet de instemming van de toen nog onbekende Obama. Ziedaar het dilemma waarvoor de Amerikaanse president zich gesteld ziet, nu er uit de ellende van de oorlog in Syrië en uit de situatie van de Iraakse soennieten, die zich sterk vernederd voelen, een fanatieke groep strijders is voortgekomen die is gericht op de stichting van een kalifaat.

De soep wordt echter niet meteen zo heet gegeten als deze wordt opgediend. Het aantal ISIS-strijders is niet meer dan tienduizend. Zulke groepen gaan vaak ook snel weer aan hun eigen fanatisme ten onder. ISIS heeft trouwens weinig met de islam te maken, ook al grijpt de ideologie nostalgisch terug naar het kalifaat van vroeger. ISIS is gewoon een radicale geweldsgroep onder het mom van religie. Op dit moment lijkt de groep redelijk sterk en trekt ze vanuit Mosul op naar Bagdad. Maar haar troepen zullen in de burgeroorlog die inmiddels is ontstaan, niet echt doorstoten en zeker niet Bagdad kunnen innemen.

De eenheid van Irak is wel in gevaar. De Koerden, die anders dan premier Maliki een uitstekend leger hebben en daardoor een belangrijke rol spelen, vinden dat laatste niet erg: ze smachten al twee eeuwen naar een eigen staat. Alles wijst erop dat ze die nu ook gaan krijgen, zeker als premier Maliki aanblijft en zich niet inspant voor verzoening. Of de meeste soennieten in Irak ook een eigen staat willen, is de vraag. Zij zijn zich ervan bewust dat bijvoorbeeld de opdeling van de gemengde hoofdstad Bagdad grote problemen zal opleveren. Ze willen vooral gelijkberechtiging in hun land. Een regering van sjiieten, soennieten en Koerden samen is daarom de beste oplossing, zoals ook de Amerikaan Paul Bremmer nu oppert. (Dom genoeg volgden hij en anderen in en na 2003 nog een heel andere strategie.)

 Uit rancune jegens de VS en het bewind van premier Maliki zijn de soennieten nu in de greep van ISIS, of liever: ze gebruiken de extremisten voor een tijdje. Maar volgens mij zullen ze algauw, zeker als ze een eigen staat krijgen, deze vorm van extremisme weer afwijzen. Dit extremisme is immers niet in lijn met hun politiek-seculiere traditie en denken. Kortom, de voormalige Baath-generaals zien ISIS als een tijdelijk voertuig tegen premier Maliki en de Amerikanen.

In de huidige situatie zijn de drie grote groepen in Irak hoe dan ook op elkaar aangewezen – ook in hun streven weer van ISIS af te komen. De driehonderd adviseurs die de VS onlangs uitzond, daarbij helpen. Net als de Amerikaanse minister Kerry, die op zijn minst premier Maliki moet bewegen zijn opstelling te matigen. Of dat alles lukt, is de vraag.

Geweld heeft haar eigen dynamiek, en met een stevige interventie van buitenaf zal het geweld slechts verder oplaaien, nog los van de vele burgerslachtoffers die zo’n interventie zou kosten. In de VS gaan er nu helaas stemmen op, vooral onder Republikeinen, die willen dat Obama militair hard ingrijpt, in de lucht en ook op de grond – om geopolitieke redenen, zoals de grote olievoorraden. In de Koerdische regio is die olie ruim aanwezig. Gelukkig daarom dat de nu al vrij autonome Koerdische regio momenteel de meest stabiele is in Irak. Door een militaire interventie ten gunste van premier Maliki zouden de Amerikanen tevens de verdenking op zich laden partij te kiezen in een sektarische strijd tussen sjiieten en soennieten. In de polemologie, ja ook in het volkenrecht, geldt partijkiezen als een doodzonde. Het Westen hoede zich hoe dan ook voor een tweede militair avontuur in dit wespennest.

Verschillende versies van dit artikel verschenen eerder in Het Parool, Zaman Vandaag en magazine De Linker Wang, en verder op joop.nl The Post Online, civismundi.nl.