Augustus 2014Pinter

De Israëlisch-Palestijnse tragedie, ‘de moeder van alle conflicten’ in het Midden-Oosten, lijkt een gebed zonder eind. Om moe van te worden, hoe verdrietig het ook is dat het conflict in Gaza nu weer veel mensenlevens kost. De halfhartige autonomie die Gaza kreeg, ligt mede aan de basis hiervan, al opereert Hamas helaas verre van vlekkeloos.

De tweede brandhaard van deze zomer lijkt een laatste bedrijf in de fatale vergissing van Bush en Blair (2003) om van Irak met geweld een democratie te willen maken. Het was een onderneming die in strijd was met de internationale rechtsorde en bovendien aan 660.000 Irakezen en vijfduizend Amerikanen het leven kostte. Het resultaat: de opkomst van het er tot dan onbekende Al Qaida; de drie belangrijkste bevolkingsgroepen zijn van elkaar vervreemd; het ontstaan van een semidictatuur onder ex-premier Nouri Al-Maliki. De interventie was het zoveelste bewijs dat westerse militaire inmenging averechts werkt. Tot overmaat van ramp is er in Irak nu de opmars van Islamitische Staat (IS), die angst zaait, slachtpartijen onder religieuze minderheden in de bergen aanricht en het Westen uitdaagt, onder meer door het onthoofden van een Amerikaanse journalist. Gelukkig krijgen genoemde minderheden nu internationale, vooral humanitaire hulp en is Al-Maliki vervangen als premier.

IS geen directe bedreiging voor het Westen
Overdreven aandacht geven aan IS, of zich door hen te laten uitdagen, geeft hun energie en maakt hen sterker, ook al betreft het slechts naar schatting tienduizend strijders. Ik ben het eens met Stephan de Vries van de Teldersstichting (VVD), dat IS “geen directe bedreiging voor het Westen vormt” en dat de eigen regio in deze “de kastanjes uit het vuur moet halen” (NRC Handelsblad, 20 augustus).In mijn optiek zal het tij overigens spoedig keren, ook omdat er een eind komt aan de overvloed aan geld en wapens die IS van derden kreeg. De eerste tekenen zijn er dat de soennieten in Irak de band met IS zat is. Bovendien blijken de Koerden een weerbare macht om de opmars van IS te stoppen. In een eerder artikel schreef ik dat IS “aan fanatisme ten onder zal gaan”, dus in haar eigen zwaard zal vallen, ook door interne ruzies, zoals ook Arnold Karskens nu ook schrijft in TPO-Magazine (15 augustus). Voor ons in het Westen lijkt overdreven angst hoe dan ook een slechte raadgever.

Dit geldt ook voor de situatie in de Oekraïne, de derde brandhaard. Niet dat die totaal ongevaarlijk is, maar van een Tweede Koude Oorlog die is te vergelijken met de eerste waarbij twee nucleaire grootmachten onverzoenlijk tegenover elkaar stonden, is geen sprake. Rusland moet Oekraïnes onafhankelijkheid respecteren, maar ook in Oekraïne zelf en eerder in het Westen – denk aan de snelle NAVO-expansie richting Russische grens na de opheffing van het Warschaupact – zijn fouten gemaakt. Ik ben niet zo voor sancties, omdat ze los van tegensancties al snel leiden tot polarisatie. Gelukkig blijft via de VN en de OVSE het gesprek tussen de partijen gaande.

Ook positieve ontwikkelingen
Hoewel de drie brandhaarden zorgen voor een geopolitiek gespannen sfeer, is er in mijn optiek geen reden tot paniek. Er zijn namelijk ook positieve ontwikkelingen. Zo memoreerde Correspondent-hoofdredacteur Rob Wijnberg op Radio 1 (23 augustus) dat het geweld wereldwijd juist afneemt. Taalkundige en psycholoog Steven Pinker spreekt in zijn Harvard-studie Ons betere ik, waarom de mens steeds minder geweld gebruikt van “onze tijd als misschien wel de meest vredelievende in ons bestaan als mens”. Qua doodsoorzaken in de wereld staan volgens hem “oorlog en terrorisme nu op de laatste plaats”.

Zijn de drie brandhaarden dan toch niet meer dan stuiptrekkingen van oud denken, van oude conflicten, terwijl er tegelijk een positieve onderstroom van nieuw bewustzijn is te constateren?

Dit stuk verscheen in onder meer ThePostonline.nl, Joop.nl en als column in VredesMagazine.