Juli 2014Karen

Het gehuwd zijn van de Jezusgestalte? Is dat nog wel actueel, nu Wubbo Ockels op z’n sterfbed een Nieuwe Religie aankondigt, nl die van de Humaniteit, zeggend: ‘De God van de mensheid zit in ons allen’? Is dit thema wel zinnig, nu de kerken in een identiteitscrisis zitten en mede daardoor sterk leeg lopen? Misschien toch wel, omdat mensen als Jezus, Boeddha, Rumi, Kahn en Krishna relevant blijven. Dit ook gezien de sterk opkomende individuele (postmoderne) spiritualiteit, waardoor het wellicht beter is dat kerkelijke legenden over Jezus (ook wel ‘vervalsingen’ genoemd) worden opgeruimd. Legenden, die vaak nog steeds in ons denken zitten als impliciete beelden, en zo onze innerlijke groei kunnen blokkeren. Het goddelijke zit in ons binnenste. Het helpt dat te ontsluieren, als de ziener Jezus, die daar op wijst, een gewoon mens is.

De ontdekking van een Koptisch papyrusfragment over Jezus als gehuwde man, ontdekt door prof. Karen King (Harvard Univ.), haalde de voorpagina’s. VU-theoloog Bert Jan Lietaert Peerbolte doet dit recent in een dagblad af als ‘dubieus’ gezien het niet waterdicht zijn van koolstofdatering en omdat er uitdrukkingen in voorkomen die ook in het in 1945 bij Nag Hammadi (N.-Egypte) gevonden Evangelie van Thomas te vinden zijn. Het ‘naar eigen inzichten wijzigen of aanvullen’ van teksten noemt hij ‘vervalsing’. Wetenschappers kunnen fouten maken en ik zit er niet mee, dat de laatste tests van zowel papyrus als inkt nu wijzen op circa het jaar 741 en niet 350. Ook Karen King lijkt dat nu te erkennen. Maar in deze een term als ‘vervalsing’ gebruiken brengt me er toe te focussen op de zaak zelf en wat er bij de stichting van de christelijke godsdienst mogelijk niet/wel is gebeurd aan ‘vervalsing’ (of wat mij betreft liever een zachtere term) van teksten door bijbelschrijvers, – ook inzake de burgelijke status van Jezus en Maria Magdalena – in de anderhalve eeuw tussen de vroegste handschriften en de ‘canonieke’ evangeliën. Toen zijn er nogal wat teksten aangepast aan de geleidelijk – soms na onderlinge machtsstrijd – ontstane leer van de kerk. Een leer ten dele gebaseerd op de boodschap van Jezus, maar meer op de in de eerste eeuwen gevormde theologie, die het kennelijk nodig maakte, dat Jezus soms een uitspraak in de mond is gelegd resp. een andere is weggelaten.

Dat niet alle brieven van apostelen en ook van Paulus door hen zelf zijn geschreven, wat ook voor twee evangelies geldt – dat van Johannes is het jongste (omstreeks het jaar 110) en het meest ‘gemanipuleerde’/aangevulde evangelie met ook de suggestie van Jezus’ geliefde leerling als schrijver -, wijst er op dat men veel onder een ‘valse’ naam schreef om de boodschap meer gezag te geven, iets wat bij ‘t ontstaan van bijna alle religies gebeurde. Bij het Christendom wellicht iets meer, omdat de kerk van Rome er belang bij had om nieuwe dogma’s als de ‘kerk van Petrus’ als ‘middelaar’ tot God, of ‘Jezus als Gods gelijke’ (‘homo-ousios’), de erfzondeleer, afwijzing van reïncarnatie, Jezus’ ‘fysieke’ opstanding en ‘fysieke’ hemelvaart etc, in de geselecteerde canoniek gemaakte evangeliën te onderbouwen.

Onwaarschijnlijk?
‘Canonieke’ teksten zijn hoe dan ook meermalen geredigeerd. De grote r.k.-theoloog Dr. Karl Rahner sprak in Herders theologisches Taschenlexion zo zelfs van ‘opzettelijke correcties’, die deze ondergingen naast de fouten door het ‘kopiëren’. Als men denkt, zoals ook Peerbolte stelt, dat Jezus’ gehuwd zijn ‘onwaarschijnlijk blijft’, dan zegt dat weinig, als men louter afgaat op deze aangepaste teksten. Dat geldt zeker het biografische aspect. Ds. Nico ter Linden zei eens dat volgelingen bij een bijzonder mens er steeds toe neigen de geboorte van deze extra bijzonder te maken. Vaak ook diens jeugd, voeg ik toe, zoals ik ook zag in de (wonder)verhalen, die ik als antropoloog tegenkom (tijdens m’n onderzoek op Sri Lanka) rondom het leven van Boeddha. Inzake Jezus komt er nog bij, dat het ontstane dogma om hem een soort tweede God te doen zijn, de inkleuring van die jeugd nog noodzakelijker maakte, zoals Jezus’ ‘maagdelijke geboorte in ‘Bethlehem’. Een ‘maagdelijkheid’, die echter gezien het dogma van de goddelijkheid van Jezus in die logica niet tot Maria kon worden beperkt, maar dan ook moest gelden voor z’n grootmoeder Anna, reden dat de rooms-katholieke kerk in 1854 (!) kwam met de leer van Maria’s ‘onbevlekte ontvangenis’. Maar Jezus’ grote betekenis ligt niet in dit onfris overkomend gedoe, maar in zijn spirituele leringen tijdens zijn 3 jaar openbaar optreden als Christus. Zijn missie was vooral de mensen te bepalen bij het doel van hun leven (nu en in hun verdere incarnaties), nl. de evolutie van hun ziel als een continue leerproces. Dit alles in verbondenheid met het goddelijke en met de visie dat echte autoriteit niet uiterlijk, maar innerlijk is, dus in ons hart te vinden of in de roep van onze innerlijke stem.

Gehuwd zijn in joodse samenleving van toen een vereiste
Daarnaast was Jezus ook een gewone joodse man, met een beroep, getrouwd na en inclusief een bruiloft (die te Kana) en met kinderen. Volgens apostel Petrus in een recente ‘openbaring’ aan de Vlamingen William Gijsen, Joke Dewael, Harry van Erum, – zie hun boek ‘Het Kosmische plan van de Nieuwe Tijd, 2011, De teloorgang van de godsdienst, het begin van de echte spiritualiteit’, (een proces, dat overigens reeds door Simon Vestdijk in zijn tijdens W.O.II geschreven boek ‘De Toekomst van Religie’ is voorspeld) – waren het er twee, een dochter Sarah-Tamar en een zoon David, die na 3 maanden stierf. Dat hij in zijn eerste 30 jaar en ook bij z’n optreden een (ascetische) vrijgezel was, is onhoudbaar. Zelfs in de ‘canonieke’ teksten is daarvoor geen bewijs te vinden. Dat anderzijds zijn gehuwd zijn daarin niet expliciet wordt vermeld, is evenmin een bewijs van het tegendeel. Het enige is kijken naar de sociologische context van toen: de joodse patriarchale setting, waarin elke man al op zeer jonge leeftijd werd uitgehuwelijkt, dit mede wegens het goddelijke gebod voor joden om vruchtbaar te zijn. Rabbijnen in Jezustijd schreven de pubertijd voor als de juiste leeftijd. In de Afrikaanse Tswana-‘stam’ waar ik m’n eerste onderzoek deed, was dat in vroeger dagen voor het meisje al de leeftijd van de bij haar beginnende menstruatie en voor de jongen 16 of 17 jaar. In Palestina lag toen die leeftijd ietsje hoger, maar gehuwd zijn was een ‘must’ en zeker voor (rondtrekkende) rabbi’s.

Te vanzelfsprekend om te vermelden?
Als Jezus daar bewust van afweek, zouden zijn tegenspelers de Farizeeërs hem daarover gekapitteld hebben. En als hij dat dan had moeten verdedigen, zou dat later door de kerk zijn benut en ook door Paulus, de stichter van het christendom, die trouwens zelf op z’n reizen vergezeld was van z’n vrouw, zonder daar in z’n brieven bij stil te staan. Alles wijst er op dat Jezus’ gehuwde status, zoals ook Jacob Slavenburg terecht stelt, zo vanzelfsprekend was, dat de evangelieschrijvers het on-nodig vonden het te vermelden. Er zijn rondom Jezus tot bij z’n kruis toe, steeds drie vrouwen: z’n moeder, z’n zuster en Maria Magdalena, die o.a. in het Evangelie van Philippus (1945, Nag Hammadi) tevens ‘zijn metgezellin’ wordt genoemd. Vele christenen uit de eerste eeuwen van onze jaartelling en zeker uit de school van Valentinus ‘waren daar toen van overtuigd’ (Weekblad C.W. 23-5-’14) volgens Hans van Oort, Nijmegens hoogleraar in Vroeg Christendom. Alleszins plausibel, want als ongetrouwde had Maria Magdalena niet steeds kunnen rondtrekken met Jezus. Zijn tegenspelers zouden er grote schande over hebben gesproken. Dat haar meetrekken bij z’n discipelen niet helemaal onomstreden was, blijkt uit Logion 114 van het Thomas-evangelie, waarin Simon Petrus blijk gaf van een (trouwens meteen door Jezus in die tekst weersproken en ontzenuwd) patriarchaal denken door te zeggen: ‘Laat Maria van ons weg gaan, want vrouwen zijn het leven niet waard’. Zo’n papyrusfragment als van Karen King dubieus? Het geeft veeleer aan dat steeds meer mensen innerlijk weten dat het beeld van Jezus als ongehuwde niet klopt. Genoemd evangelie van Philippus zegt tevens dat Jezus zijn vrouw, die net als hij zich ook richtte op spiri-tualiteit in het leven, ‘vaak kuste’. ((‘Ik had en heb een missie, maar dat ik ook een vrouw en kinderen had, is lang monddood gemaakt of verdonkeremaand’, zei Jeshua ben Jozef op 23 mei om 15.00 uur aan een veertiger uit het dorpje Ter Aar, die bij een medium aldaar een ‘channel’-sessie had, toevallig op de dag dat ik Ter Aar bezocht. Dat Jezus hier zelfs het woord monddood gebruikt, geeft aan dat hij er niet blij mee is)). Waarom dit alles toch ontkennen, vraag ik, als Jezus anders dan vaak in de gearran-eerde relaties, kennelijk ook nog een liefdevol huwelijk met Maria Magdale-na had? Dat Jezus een gevoelswezen was als wij allen, en i.c. tevens gehuwd, maakt hem hoe dan ook als ziener en Christus niet minder heilig, te meer nu we ontdekken dat het heilige in de wereld is, ja in elk mens van goede wil, celibatair of niet.

Dit stuk verscheen tevens in Spiegelbeeld van juli/augustus 2014 en op www.zinweb.nl van september 2014.

Advertenties