December 2014

Van Augustinus is de uitspraak: ‘Ga niet naar buiten, keer tot uzelf in, de waarheid verblijft in de innerlijke mens’. En de grote ziener Jezus, van wie we binnenkort de geboorte herdenken, leerde ons, dat niet alleen hij een ‘Kerstster’ is maar wij allen Licht zijn. Anders gezegd, dat we een God-vonk in ons hebben en zo van binnenuit in verbondenheid met onze Bron (God) net als hij, zowel (zelf)liefde, compassie en blijheid kunnen uitstralen, als zielskracht hebben en zo ‘wonderen’ kunnen verrichten. Evenals Socrates riep Jezus daarom op tot het ontdekken van het Zelf, getuige z’n uitspraak: ‘Als wij het universum kennen, doch ons (goddelijke) zelf niet, dan is ons weten waardeloos’. De mens, anders gezegd zijn individuele ziel, maakt steeds na de incarnatie een leer-of groeiproces door. Jezus noemde dat tegen Nicodemus ‘hergeboorte’, iets wat we vergeten, lijkt het. Dit mede, omdat dat innerlijke groeiproces bij religie als geloofsinstituut en als geloofsleer, ook bij het ontstaan van het christen-dom, al gauw stiefkind werd. Behalve dat we ons moesten richten op het instituut als ‘middelaar’, kreeg de ‘uiterlijke reis’ meer aandacht dan onze ‘innerlijke reis’. En dat terwijl voorafgaande aan de grote religies er juist sprake was van veel (psychologisch) inwijdingsritueel voor het individu, ja zelfs inwijdingsscholen. Veel wijst er op, dat Jezus er ook z’n jonge jaren in doorbracht. Behalve door de geringe focus op onze innerlijke reis is het vooral door de sterke gerichtheid op het hiernamaals en dus nauwelijks op de ‘kracht van het nu’ (Eckhart Tolle), dat ook het thema geluk tot ver na de middeleeuwen geen begrip was in Europa. Sinds Spinoza en Montaigne het thema weer terug brachten, zijn we gaan inzien, dat dit een gemis was, samenhangend met ook de (te) geringe focus van de kerk op onze innerlijke reis.

Geluk als innerlijke wijsheid
We zien nu in dat innerlijk evenwichtig leven wezenlijk is en dat niets op de wereld mensen zo met elkaar verbindt als het zoeken naar geluk. Geluk is dan ook helemaal terug. Dit mede door 1) de opkomst van de psychologie, 2) het recente bewustzijn bevorderende proces van individualisering, 3) de herontdekking van de gnostiek der eerste christenen, voorts 4) de opkomst van de nieuwe spiritualiteit, zij het vooral nog buiten de kerk, een spiritualiteit, die de kern van ons bestaan raakt, nl. de verhouding tot het Absolute (God) en tot slot 5) de invloed van de Aziatisch spiritualiteit in het westen, vooral van het boeddhisme. Dit tevens in het persoonlijk beleven of ervaren er van. Trouwens ook de christelijke gnosis riep daartoe op, namelijk het religieuze niet te beredeneren maar het te voelen en zo ‘mensen van licht’ te worden en dat uit te stralen Volgens de Franse filosoof Frederic Lenoir gaven de klassieke Grieken het zoeken ‘naar een goed en gelukkig leven’ behalve in filosofie ook vorm in spirituele oefeningen. Zijn boek: ‘Over Geluk, een filosofisch ontdekkingsreis’ (2014/Ten Have) lijkt een ‘must’ om te lezen voor ‘de moderne mens als mysticus’, zoals Ton Roumen deze typeert. De moderne mens heeft nu minder met ‘verstandelijk geloven’, maar meer met innerlijk helen en ‘ervaren’. Een kerst tevens dan als innerlijke reis?

Deze reflectie verscheen onder meer in Kerk en Den Haag (18 december), in weekblad ZamanVandaag (22 december) en in magazine De Linker Wang van december 2014.