november 2014

Mensen willen niet geloven, maar leven in en vanuit het Mysterie

Er schijnen de laatste tijd atheïstische kerkdiensten voor te komen met mooie muziek van o.a. Stevie Wonder en een heuse preek. Atheïstisch? Dan is steeds de vraag, aan welk godsbeeld men zich stoort. Nietzsche verzette zich met z’n ‘God is dood’-visie vooral tegen het in zijn tijd in zwang zijnde theologische wereldbeeld, waarbij er sprake is van een buitenaardse belonende dan wel straffende God, dus een soort (milde) heerser ‘op afstand’. Het is afkomstig uit de late middeleeuwen, waarin behalve uit het jodendom duidelijk ook invloeden van de antieke Grieken zijn te bespeuren. Dat Nietzsche zich tegen dat beeld verzette, is terecht. Franse koningen (en hoge geestelijken) maakten er wel misbruik van. Bijvoorbeeld door tegenover hun ‘onderdanen’ te suggereren, dat ze als een soort tussenpersoon tussen hen en God fungeerden en zo ook een stukje ‘almacht’ hadden. Dat mede daardoor mensen zich atheïst gingen noemen, begrijp ik. Ook dat de term God daardoor (wat) in onbruik raakt. We benoemen het goddelijke vandaag eerder als Mysterie of Universum, terwijl we ook wel spreken van Bewustzijn of God als Energie, die het leven doortrekt en bezielt.

Autoritair godsbeeld?
Er is kortom vandaag sprake van heel ander godsbesef, zoiets van ‘alles in God’ of ‘God in alles’ , dus ook in ons als mens. Het ‘heilige’ gebeurt in de wereld, waardoor god-zoekers als Nietzsche niet langer in problemen zijn, maar veeleer een groot deel van de kerken, dat vast blijft houden aan bovengenoemd vrij autoritair godsbeeld ‘op afstand’ en tegelijk aan het beeld van de mens, als in principe ‘zich schuldig en dus klein moetende voelen’. De in ledenaantal sterk terug lopende traditionele kerken bevinden zich hoe dan ook in een identiteitscrisis. Tekenend is dat twee van hun zonen, de filosofen Theo de Boer en Ger Groot, de eerste van protestantse en de tweede van katholieke huize, een boek schreven onder de titel Religie zonder God (uitgever Sjibbolet). De Boer is kerkelijk en Groot noemt zich, zonder zich te willen afzetten tegen kerken, atheïst, dit overigens verenigend met z’n functie als columnist van het dagblad Trouw. Terwijl de term religie vandaag zoals dat heet ‘uit’ is en het begrip spiritualiteit ‘in’, tornen beide filosofen niet aan religie, maar wel aan de traditionele theologie. Dit omdat die zou blijven hangen in rationaliteit, m.a.w. niet uitstijgt boven het stellen van ‘begrippen en redeneringen’ (p.39) en daardoor in hun optiek verwerd tot ‘een religie zonder God’, een godsdienst van ‘post-theïsme’(p.37). Opmerkelijk is, dat De Boer en Groot zich niet beperken tot de analyse van dit gegeven. Zij houden niet slechts de kerken de spiegel voor, dus dat hun theologie en geloof is gestold is in ‘verstandelijkheid’, hoe belangrijk hun kerkelijke rituelen ook mogen zijn. De schrijvers maken de indruk dit ‘posttheïsme’ wel prima te vinden. Ze maken althans niet duidelijk, in hoeverre er überhaupt zo’n religie mogelijk is, een religie, zonder daarin de innerlijke ervaring van het goddelijke en het er zich individueel ook door gedragen weten, te betrekken. ‘De moderne mens is mysticus’, zegt schrijver Ton Roumen terecht. Gaat het er vandaag in deze tijd van het proces van individualisering juist niet om de verbinding met het Mysterie, – en het er door gedragen worden -, persoonlijk te kunnen beleven?

Misinterpretaties van oude teksten in sleetse dogma’s
De Boer en Groot hebben het echter niet over beleven, dus over religiositeit, maar vooral of alleen over religie, dat ze zien als een godsdienst met riten en sacramenten, maar waarbij geloof in of stellingen c.q. visies over een bovennatuurlijke realiteit ontbreekt. Het essentiële fenomeen religiositeit, spiritualiteit resp. mystiek/soefisme kom ik bij hen niet tegen. Religie zie ik meer als ‘model om het Mysterie te duiden’. Ik deed er op die basis antropologisch onderzoek naar in Afrika en op het boeddhis-tisch deel van Sri Lanka, onder meer naar sjamanisme en naar magie en ook ‘demo-nenuitdrijving in naam van Boeddha’. Is het niet inherent aan religie, dat al bij de stichting daarvan zo’n model uitmondt in religieuze dogmavorming – inderdaad vaak een ‘optelsom van interpretaties’ met ook onderdrukking van minderheidsvisies helaas –, voorts in institutionalisering en in een rationele geloofsleer? Bij zo’n proces vinden vaak ernstige fouten plaats, ook door misinterpretatie van oude teksten. Dat de schrijvers op grond van hun schokkende analyse er daarom voor zouden pleiten, dat religie, i.c. het christendom aan zelfreflectie gaat doen en een drastische hervorming aanbrengt in haar sleets geworden dogma’s, had wat mij betreft in de lijn gelegen. Bijvoorbeeld inzake haar visie op 1) God, 2) de mens, 3) de erfzondeleer, 4) Jezus als tweede God, 5) de kruisdoodinterpretatie, 6) de innerlijke reis en de vaak te weinig geziene rol van de ziel en ook van de daimon (innerlijke stem) daarin, 7) de ‘macht’ van het instituut kerk, ook als ‘tussenpersoon naar God’, 8) de innerlijke groei (hergeboorte) van de mens, al of niet verbonden met de helaas door de kerken ontkende reïncarnatie en 9) de innerlijke kracht van de mens of de te weinig benadrukte kracht van de Geest bij het individu. De Boer en Groot vragen dit niet, maar komen met een paardenmiddel.

Juist blij je weer verbonden te kunnen voelen met het Mysterie
Op zich prima om dan maar God af te willen schaffen in religie en toch nog aan dat laatste te blijven doen. Maar ik doe er niet aan mee. Ik denk dat velen met mij juist blij zijn, dat ze zich weer verbonden kunnen voelen met het Mysterie in onszelf en in de wereld. Een Oer-werkelijkheid, die ik zie als universele Liefde. Blij dat ik door die verbondenheid met de Bron nu van binnenuit aan levenskunst en compassie kan doen zonder het vroegere ‘moeten’ van bovenaf en ook zonder de (te sterke) fixatie op de ‘ik’-individualiteit, waar we vaak mee kampen. Die verbondenheid weer voelen, dus de weg terug naar je Bron weer vinden, is des te meer van belang voor ons gezien de eenzaamheid, die ik alom bespeur in de samenleving, eenzaamheid, die mede of sterk te maken heeft met het gevoel van af-gescheidenheid bij de moderne mens.

Mystici wijzen voor het weer contact krijgen met je Bron op de weg naar binnen, dus het afgestemd proberen te raken op het Centrum binnen in ons, ook wel het spirituele hart genoemd. Gaat het ook bij de al of niet boeddhistische meditatie daar niet om en bij de grote ziener Jezus, wiens geboorte we straks weer gaan herdenken, in wezen eveneens, als hij ons bij voortduring voorhoudt dat God’s koningschap niet ergens ver weg, maar ‘in ons’ is als kracht? Religiositeit of spiritualiteit noem ik dit.

Religiositeit of spiritualiteit als vaak vergeten dimensie?
Religiositeit of spiritualiteit is in mijn ogen de belangrijkste maar vaak (ook door De Boer en Groot naar het lijkt) vergeten dimensie van religie. Ontmoeting met God of afgestemd zijn op het goddelijke, wat dus bij wijze van spreken op het Centraal Station kan plaatsvinden, maar ook op een stil moment in ons binnenste. Het heet ook wel een zich verbinden met je ziel, om je van daaruit krachtiger te manifesteren in de buitenwereld, dit omdat de ziel zoals we innerlijke weten er juist naar verlangt c.q. (via zijn keuze voor incarnatie) de missie voelt zich te manifesteren op aarde. Was onze ‘innerlijke reis’ lange tijd stiefkind, waardoor ‘individueel geluk’ in het ‘christelijke’ Europa te veel naar het hiernamaals werd verschoven, thans is geluk weer een begrip in Europa. Dit, naast het zich ontworstelen aan de oude theologie, mede door de invloed van filosofen als Spinoza en Montaigne. Maar vooral de laatste 65 jaar is innerlijk welzijn mede door 1) ‘don’t worry, be happy’- en andere vernieuwingsbewegingen, 2) de herontdekking van gnostiek, 3) Carl Gustav Jung en psychosynthese, 4) de komst van Aziatische spiritualiteit en 5) het teruggrijpen op Plato en andere klassieke filosofen, niet meer weg te denken. Geluk is thans iets religieus, anders gezegd een stukje religiositeit. Er is voorts de laatste decennia een sterke onderstroom van (postmoderne) spirituele vernieuwing opgekomen. En onderzoekers als Steve Pinker (wat we ook bij Hans Achterhuis en Nico Koning terugvinden in hun boek ‘De Kunst van Vreedzaam Vechten’ (2014) tonen op grond van een vergelijking van oorlog en ander fysiek geweld vanaf de Middeleeuwen tot nu, zelfs aan, dat we, – de weinig succesvolle ‘Arabische Lente’ ten spijt -, leven in ‘de meest vreedzame tijd ooit’ . Alles hoopgevend. En samengaand met een proces van individualisering, waarbij we tevens persoonlijk een directe verbinding met de Bron kunnen ervaren. Een direct kunnen ervaren, waarin we het paardenmiddel van een ‘religie zonder God’ wellicht niet meer nodig hebben. We worden autonomer of zijn er ons steeds meer van bewust, dat we twee stemmen in ons hebben, nl. 1) die van ons ego en 2) die van onze (goddelijke) innerlijke leiding, door Socrates daimon genoemd. De eerste is meestal het luidst, maar het lukt ons meer en meer (ook) te luisteren naar de tweede, inziend, dat 1) de ziel op ons als (in het lichaam tijdelijk geïncarneerde) mens wacht en 2) wij op de ziel in ons, zodat we bezield gaan leven. Kortom, dat we a) als magiër van ons eigen leven ja zeggen tegen het leven en tegelijk ons b) gedragen weten door een Dimensie, die het aardse overstijgt. Ik heb de filosofen Theo de Boer en Ger Groot hoog, maar hun ‘Religie zonder God’ van nu lijkt me met alle respect meer een achterhoedegevecht. Bij de mensen, seculier dan wel gelovige, dringt het immers meer en meer door, dat de religiositeit, mystiek en de sterk opkomende postmoderne spiritualiteit, de kern van het menselijk bestaan raakt, nl de verhouding met de Oer-werkelijkheid of de relatie met het Absolute.

Dit artikel verscheen eind november in magazine Spiegelbeeld, op Civismundi.nl, in IKON Kerknieuw en op vangodenenmensen.nl

Advertisements