Inleiding door Hans FeddemaHarm Knoop

Allen en speciaal Harm Knoop, die ik straks nog extra introduceer, een hartelijk welkom in deze meimaand, waarin we terecht veel herdenken, vooral morgen en overmorgen. Mei is ook een maand waarin mensen soms even vrijaf nemen. Daarom is het fijn, dat er toch en ook ondanks wat regen een grote opkomst is. Het ligt ook aan Harm of aan zijn intrigerende thema, ‘de mythe in ons leven’, maar een maand eens overslaan deert ons als Café kennelijk niet. Het gaat ook goed met het Filosof. Cafe Haarlem. Daar hadden ze – er is iemand v.h. koõrdinatie-team uit Haarlem aanwezig: welkom Manon – al vrij snel Marli Huijer, de opvolger van René Gude weten te strikken als spreekster. Tania kon niet, maar ik had enkele jaren terug, – ze begonnen er iets eerder mee dan wij -, 2 keer deelgenomen aan dat Haarlemse Cafë en zo besloot ik donderdag naar onze mooie buur-stad te reizen om er de nieuwe denker des vaderlands te beluisteren.  Mede om haar te kunnen vragen hier bij ons eens een verhaal te houden, waarin ze toestemde. Zij het niet op korte termijn, gezien de vele optredens thans en omdat ze bezig is met een boek over ‘tussendenken’. Ze moest, omdat Hans Achterhuis met de term ‘tegendenken’ begon en René Gude daarom met de term ‘mededenken’ kwam, stellende dat je daar minstens net zo veel mee bereikte als met ‘tegendenken’, meende ze ook een term lanceren die daar bij paste. Dat werd dus ‘tussendenken’. Ik ga er verder niet op in, ook niet op wat ze zei, – misschien veel later eens – , dit ook omdat zij zoals gezegd nogal wat worstelt met dat thema, te meer omdat naast denken,– een denken, althans het grote accent daarop, dat omstreden is, en dat, althans zoals fenomologen en ook filosoof William James stellen, ‘niet de hele werkelijkheid kan verklaren’ — het ook om voelen en zijn gaat. Of om ‘tussenzijn’, zoals ik inbracht, dit ook gezien de uitspraak van Martin Buber, dat ‘het echte leven ontmoeting’ is, zowel met de medemens als met het Mysterie.

Ervaren en ja zeggen tegen het leven
Je kunt ook zeggen om ervaren, en vooral van de ‘eenheid van het leven’, ook het ja zegen tegen het leven ‘in vertrouwen op de oerkracht van je hart’ , zoals filosoof Mark Nepo in Happinez (april) zegt. Happinez, waarin ook een interview staat met de inspirerende Leidse Marike van IJssel, met wie ik wel samenwerk, en die jullie wel kennen van de Geluksroute, meestal in september. Opschrift boven het interview: ‘Grootsheid zit vaak in kleine gebaren’. ‘DENKER DES VADERLANDS’

Overigens bleek me na terugkomst uit Sri Lanka, – waar ik in het boeddhistisch dorp Dodanduwa nog weer wat restudy deed -, hoe populair René Gude was en nog is, wat ook tot uitdrukking kwam in allerlei beschouwingen over hem in de media, o.a. van de hand van Daan Rovers, de hoofdredacteur van het Filosofisch Magazine, dat overigens gister bijna overal in Leiden uitverkocht was en geheel in het teken stond van René Gude met een grote foto van hem op de voorpagina. Zeker sinds ik twitter, is me bekend dat kernachtige uitspraken vaak meer raken dan lange verhalen. Zie hier enkele gezegdes van Gude: 1) ‘Wat je niet was, kun je worden, hoe opwindend niet?’ 2) ‘Filosofie is leren te sterven volgens Socrates en Plato’, 3) Als regels worden opgelegd, verdampt de vrijheid meteen weer’, 4) ‘Het leven is ook vaak een heel gedoetje’ 5) ‘Ik noem de beteugeling van lusten en onlusten humeurmanagement’ en 6) ‘Hoe kunnen we de ‘knoopjes’ uit ons verstand halen?. Hij is wat het laatste betreft nog geen Eckhart Tolle met diens uitspraak: ‘Gedachten zijn als een parasiet die ons bewustzijn opeet’, maar je zag duidelijk een ontwikkeling bij hem naar inzien dat we het denken niet moeten verabsoluteren. Gezien ook z’n uitspraak: ‘Op het verstand kun je niet zonder meer vertrouwen’ ( Zo’n visie kom je iets minder tegen bij de filosofen Sebastien Valkenberg en Coen Simon getuige hun pas uitgekomen boeken ‘Op denkles’ en ‘Filosoferen is gemakkelijker als je denkt’, waarvan de eerste vrij traditioneel op de lijn van het modernisme zit en Coen denken ziet als ‘kunnen’.) Opmerkelijk is dat Gude, die filosofie ook wel definieerde als ‘een reflectie op het gewone leven’ in zijn bijdragen in de media de laatste jaren tevens aandacht vroeg voor ‘werken aan zingeving’ en aandacht voor ons vermogen om te kunnen kiezen voor waarden als ‘het Schone, het Goede en het Ware’.Van ons Filosofisch Café is levenskunst een belangrijke dimensie. Welnu, de uitspraak van Seneca: ’Leven moet een mens zijn hele leven lang leren’ past ook bij René Gude, zij het dat hij stelde, dat zulks minder voor sterven gold, iets wat Marl Huijer de verzuchting ontlokte in Filo-sofisch Magazine: ‘Ik worstel met René’s opvatting, dat sterven doodeenvoudig is’.

Elk mens een ‘call’?
Bij leven behoort vooral meen ik, dat je als mens een bestemming voelt , een soort levensweg, een verlangen, in termen van Joseph Campbell en Harm Knoop een ‘call’ of missie, die je mogelijk samen met je engel vaststelde, ook al is er de neiging die al gauw na de incarnatie te vergeten. Ik moet uitkijken, ik gebruikte het woord engel, dat lange tijd ‘uit’ was, maar ineens weer ‘terug van weggeweest’ lijkt te zijn, niet als iets met vleugeltjes, maar toch als wezens of krachten vanuit de geestelijke wereld, – in de kwantumfysica de ‘impliciete orde’ (term van David Bohm) genoemd -, energie-wezens met wie je als mens contact kunt hebben en van wie je ook steun kunt krijgen, als je hen er om vraagt. Bestseller schrijver Anselmus Grün onderscheidt er in z’n boekje ‘Ieder zijn engel’ 24 typen, inclusief de bij elk aanwezige beschermengel. We hadden hier onlangs hoogleraar Hans Gerding, sprekend over de reactie van Kant op Swedenborg z’n in contact kunnen treden met gestorven menselijke en ook andere geesten. Dat is in de Derde Wereld vrij normaal, zeker ook in Afrika en Sri Lanka, waar ik onderzoeksprojecten had en heb. Recent komt dat ook hier weer op. Zelfs in de vorm van ‘trans-speaking’, waarbij iemand uit de geestelijke wereld via een medium spreekt. Zo maakte ik in Simonshaven mee, dat in een groep een daartoe in Londen opgeleide vrouw boodschappen doorkreeg van Carl Jung, heel authentiek met een mannen stem. Zelf maakte ik twee wetenschappelijke studies over het temmen van demonen. Maar tevens van geesten van gestorvenen, die de mensen bleven lastig vallen, bijvoorbeeld als dolende ziel – wie wel eens aan ‘glaasje draaien’ deed, kent dat begrip -, dus de geest van een vaak ongetrouwd gebleven tante, die in een kinderrijk gezin vaak zeer dienstbaar was, maar dat overtrok en evolueerde naar een dwangneurotische regeltante en dit na haar dood niet los kon laten en dus een tijd bleef dolen/’hangen’. In Sri Lanka heet zo iemand een ‘preta’, die een gezin qua energie enige tijd kan verlammen. In mijn korte film ‘Demonenuitdrijving in naam van Boeddha’, die ik mogelijk hier nog eens ga vertonen., komt een ‘preta’ voor.

IS ALLES BEZIELD?
Heeft materie ook een ziel? In Afrika wel. Bij ons veel minder, hier zijn dingen zoals ze zijn primair, de eventuele ziel of kracht daarin is bij ons secundair. Ik zag vanmorgen voor tv David Reybrouck, die ‘n boek schreef over Kongo. Hij stelde terecht, dat onze rechtsspraak ‘vergeldend’ is, maar de Afrikaanse ‘herstellend’ .Terug naar wat ik wilde zeggen, in Afrika, zeker in Ubuntu-filosofie, is het zo, dat dingen en de kracht er in, altijd bij elkaar wordt gebracht, een kracht of ziel die onderling sterk kan verschillen, ook al komt het allemaal uit het goddelijke of de werkelijkheid van God. Dat is in Sri Lanka iets minder het geval, doordat de moderne religies net als bij ons, onderdeel van het publieke domein werden, in Sri Lanka vooral het boeddhisme, maar het opvallende is dat goden en geesten er tevens een grote rol spelen in het dagelijkse leven van de mens. Zozeer dat de boeddhistische clerus op het terrein van bijna alle tempels een ‘dewale’ toestaat: en klein tempeltje met godenbeelden. Goden en geesten, die net als in Afrika, waar alles draait om ‘levensvermeerdering’ of levensversterking, wat medemensen je kunnen geven, maar ook het bovennatuurlijke, kunnen eveneens in Sri Lanka grote invloed hebben, zeker ook bij het versterken van je levenskracht. Soms echter ook in straffende zin, zoals het ‘vervloeken’ in naam van godin Kali of de god Devol met sanctie van Boeddha, waarover ik de studie ‘The Cursing Practice in Sri Lanka as a Religious Channel for Keeping Physisal Violence in Control’ publiceerde. Dit gebeurt op een eilandje bij het kustdorp Seenigama. Ik was er onlangs weer even terug. Het vervloeken blijft, zeggen boeddhisten iets negatiefs als een vorm van ‘geweldsenergie’, dat schadelijk kan zijn voor het dorp. Daarom gebeurt het niet in het dorp zelf, maar met een stukje zee er tussen op een eiland, maar het goede lijkt, dat het in de naam van de goden en van Boeddha gebeurt. Met als gevolg, dat het geweld daarna stopt, dit in tegenstelling tot zwarte magie, wat vaak een ‘never ending cycle’ is. Nu las ik niet zo lang terug van universiteits-docente filosofe Angela Roothaan het boek met de intrigerende titel ‘GEESTEN, met als ondertitel: ‘Uitgebannen en teruggekeerd in de moderne wereld’. Zij stelt, waarbij ze ook Carl Jung’s visie over het terug willen v.d. ‘betovering’ en over geesten als symbolen in het onbewuste bespreekt, in navolging van filosofen als Derrida en William James, dat goden, geesten en gidsen werkelijk lijken te bestaan. Zij het onzichtbaar, ook al kunnen ze soms bijv. na het sterven van een mens een al of niet schijnbare vleselijke vorm hebben of wel een ‘soort identiteit’, maar niet de ‘ver-antwoordelijkheid’ van tijdens het leven. Je herkent ze eerst niet of later aan enkele kenmerken, zoals de Jezusverschijning na zijn overlijden aan de discipelen. Hij komt binnen, terwijl de deur gesloten is, allemaal karakteristiek voor geestverschijningen.

Vage grens tussen magie en religie?
We zijn in ‘t Westen erg anti zwarte magie, maar met witte magie is niet zoveel mis. Er is een aantal jaren geleden een boekje uitgekomen bij Meinema over ‘De Magische Wereld van de Bijbel’, met ook een hoofdstuk van Arjan Knoop: ‘Jezus de magiër’, waaruit blijkt dat het verschil tussen religie en magie minder groot is dan wordt gedacht en ook dat de Grieks-Romeinse en tevens de Egyptisch-Joodse wereld van het begin van onze jaartelling echt niet begrepen kan worden zonder haar dominante magische context en zonder de talloze bezwerende en helende sjamanen, zoals de laatste decennia hier de alternatieve helende mediums weer aan het opkomen zijn. Dat dit niet iets is, waar we bang voor hoeven te zijn, wil ik tenslotte illustreren met een interview, dat ik had met een hoge boeddhistisch geestelijke in het mooie kustdorp Unaventuna, waar een grote ‘dewale’, dus een goden-tempel met veel sjamanen toeristen boeit naast een indrukwekkend Boeddhatempel-beeld.

Goden als dimensie van de Oerbron net als beschermengelen?
Ik vroeg hem uitlokkend, waarom de boeddhistische clerus zo’n ‘dewale’ naast de tempel tolereert. Zijn antwoord was: ‘Jullie westerlingen denken dat wij polytheisten zijn. Het gaat mij als boeddhist om innerlijke transformatie, dus wat jullie Jezus tegen Nicodemus ‘wedergeboorte’ noemde, maar ik voel ook dat er een Oerbron van het leven is, die wel God wordt genoemd. Hindoes noemen dat Brahman en de goden zijn gewoon aparte dimensies van die Oerbron, dimensies die vaak grote kracht hebben. Als mensen daar voor hun werk, liefdes en conflictjes steun van krijgen of aan ontlenen, wie zijn wij om dat dan te verbieden? Nee, als ze zo in hun overlevenstrijd geholpen worden, zijn ze immers in een latere fase van hun leven meer ontvankelijk voor onze boodschap van innerlijke transformatie. Die goden en geesten kunnen jullie gewoon vergelijken met beschermengelen, die een ieder van jullie vanaf de incarnatie om zich heeft en aan wie jullie ook om steun kunnen vragen in het leven. Goden en jullie beschermengelen zijn onzichtbaar, maar ze kunnen daarom wel een kracht zijn.’

Nu de hoofdmoot vandaag. Ik ken Harm van een workshop van een week in het Nederlands geleide landgoed Centre Lothlorien, 600 km hier vandaan in N.-Frankrijk, een workshop over Carl Jung, die ons toen veel deed. Wie Harm is, zei ik al uitvoerig in het persbericht, maar ik vergat nog dat hij tevens docent is van de Hogeschool Geesteswetenschappen in Utrecht. Harm Knoop ‘The floor is yours’. PS Het werd een boeiende middag. Knoop is een begenadigd spreker, men hing aan z’n lippen. Maar een ieder was ook inhoudelijk erg betrokken bij het thema, hoe gestalte te geven aan de mythe in ons leve. Er werden heel wat exemplaren van het boek ‘Leef je eigen mythe’ verkocht in de pauze en bij de borrel.

Advertisements