05-01-2017 detail-yoga-ruimte-tafel-en-schalen-3

‘EEN KEIZER ZONDER KLEREN, Ken jeZelf, God als Kracht en het Dogma Voorbij’  (Uitg Aspect)

  ‘God een misvatting’, ‘religie zonder God,’ als nieuwe percepties en het ontstaan van een ‘atheïstische kerk’, lijken naast de huidige ‘leegloop der kerken’ en de groeiende postmoderne of Nieuwe Spiritualiteit, indicaties van een cultuuromslag, die gaande is. Samen met ook het proces van individualisering een omslag die positief kan zijn, maar tevens verwarring geeft, aldus Hans Feddema. In antropologische zin definieert hij religie als een ‘model om het Mysterie of de Oerbron te duiden en er ook contact mee te kunnen leggen’. Het sjamanisme was al zo’n vorm. Institutioneel kwamen vanaf de achtste eeuw voor Christus de religies op. Ook het monotheïsme in de vorm van jodendom, later christendom en de islam. Oorspronkelijk met als doel de mens te helpen bij de ‘religare’, d.w.z. ‘het terug-verbinden met God’. De tragiek is echter, dat het institutionele en de er al gauw mee gepaard gaande macht er de overhand kregen. En tevens strenge regelgeving en dogmatiek. Vele filosofen, ook zij die zoals Spinoza, Kierkegaard en Carl Gustav Jung vast bleven houden aan het bewustzijn van God, wezen dat af. Zelfs Kierkegaard, zo releveert de schrijver, noemde ‘de christelijke kerk een facade voor leegte, onzin, bedrog en een afgedwaald instituut, dat weinig meer met de visie van Christus te maken had’. Feddema onderzoekt, analyseert en zegt het milder. Maar hij meent hoe dan ook, dat de kerk zich in een identiteitscrisis bevindt. Stellend, dat deze te vaak verzandde in de letterlijke interpretatie van de verborgen religieuze werkelijkheid in of achter de mythisch-religieuze verhalen, een werkelijkheid of spirituele kracht daarin, die volgens hem slechts te voelen en innerlijk te ervaren is. Een ‘verstandelijk’ geloof geeft bezieling noch spiritualiteit in de hectiek of eenzijdigheid van de moderniteit van vandaag, inclusief de crisis van ecologie en globalisering. Het voor waar houden van het Credo evenmin, aldus de schrijver. Als historicus deed Feddema behalve naar het ‘zoon van God’- idee en de magie of ook het sjamanisme in de hellenistische context van toen, onderzoek naar de al ooit in Nicea  (325) en later geformuleerd Credo van de Kerk, inclusief de maagdelijke geboorte, ‘neergedaald ter helle’, ‘de opstanding des vlezes’ etc., constaterend dat ze allen, inclusief de nooit herroepen ‘Vijf artikelen tegen de Remonstranten’ van de PKN onhoudbaar zijn. Dus dat de ‘keizer’ al eeuwen in wezen ideologisch geen kleren aan heeft en nodig aan een ‘nieuwe stijl’ toe is. Ook onderzocht hij het Godsbeeld vanaf de scholastiek en het volgens hem ‘kleinmakende’ mensbeeld van de kerk, beide in zijn optiek evenals sommige dogma’s weinig bevorderlijk voor het zelfvertrouwen of het zelfbeeld van de mens als individu op z’n weg door het leven, ook wel innerlijke reis genoemd. Zonder  leerstellingen en zonder de zwaarte van vroeger, als zou zij ‘iets van God’ zijn, kan de kerk niettemin overleven als een gemeenschap, die zich in verwondering bezint op het leven, onze kwetsbaarheid en op spiritualiteit, zo meent hij. Een kerk- nieuwe stijl, waarin men elkaar zonder regelgeving adviseert en inspireert op de individuele zielenreis en hoe te leven in verbondenheid c.q. vanuit Godsbewustzijn.

In de twee slothoofdstukjes gaat de schrijver ook in op de relatie van  (hervormend?)  christendom met haar monotheïstisch broer de islam en haar crises. Ook daar is er beweging, blijkt uit het recente onderzoek van het Amerikaanse pr-bedrijf Burson-Marsteller. De Arabische jeugd zou in meerderheid de IS zien als ‘het grootste gevaar’, en ook vinden dat de wettische/dogmatische ‘religie een te grote rol speelt in overwegend islamitische Midden-Oosten’(De Volkskrant 13-4-‘16).