Opiniepeilingen gaan heen en weer, antidemocratische partijen zijn populair en kabinetten lijken nogal eens voortijdig te vallen. Zit Nederland in een politieke crisis?

De 93-jarige NRC-columnist J.L. Heldring meent dat. Door de ‘ineenstorting van de zuilenmaatschappij’, zegt hij in een Volkskrantinterview. Een politieke? Dan zeker  een kerkelijke crisis. Ik was op 15 april aanwezig bij het VU-symposium over het pas verschenen boek van godsdienstsocioloog Gerard Dekker: Heeft de kerk zichzelf overleefd? Dit ging niet over de onthullingen van seksueel misbruik in de katholieke kerk – onderzoek in de VS wijst overigens tevens op zulk misbruik bij protestanten – en ook niet over het in de ban doen van spirituele liederen van Huub Oosterhuis. Het gaat Dekker erom dat de kerk te veel maatschappelijk bezig is in plaats van zich te concentreren op haar kerntaak: ‘de omgang met God’. Maatschappelijke werk kan beter apart en niet onder de kerkelijke noemer, stelt hij. Maar hebben de kerken juist niet dáárdoor nog krediet? Het leeglopen van de kerken lijkt eerder te wijzen op het niet meer adequaat zijn van haar inspiratie. Dus dat mensen zich daarvan vervreemd voelen, zoals godsdienstsocioloog Ton Bernts van het rooms-katholieke onderzoeksbureau Kaski stelde.

Religies zijn, zo leert de antropologie, een model om de wereld te duiden of een poging het onnoembare te benoemen, maar tegelijk ook een regiem. Een regiem dat als ethiekbrenger in de samenleving tijdelijk nuttig is, maar als beheersinstituut al gauw ook deel van het probleem wordt. In een zuilensamenleving kon de kerk het denken van de mensen perfect beheersen. Er was toen vaak sprake van drukkende sociale controle, moralisering en hiërarchische gezagsverhoudingen. Mensen hadden nog weinig ik-bewustzijn. Een Brabantse vrouw zei me eens dat ze tot haar achttiende nooit ik had gezegd, steeds wij. Het wijst op een sterk in-group-gevoel waarbij, los van intern geweld jegens zwakkeren, de eigen groep op een voetstuk werd geplaatst en leden van de out-group niet zelden een stigma kregen. Het gaf een eenzijdige programmering, die niet zo maar (geheel) weg is, ook al zijn we de zuil van de jeugd, of de politieke partij die erbij hoorde, al ontgroeid. Ziedaar, waarom Geert Wilders succes boekt met zijn beleid van stigmatisering van de ‘out-group’.

(meer…)

23 augustus 2010

Ben net terug van vakantie in Midden-Frankrijk. Gecombineerd met een leuke workshop over Carl Jung, archetypen en de innerlijke betekenis van sprookjes. En dan zie je in Nederland dat het hier ook draait om een sprookje. Onschuldig of toch niet? Beide visies zie ik vertegenwoordigd in de acties en ingezonden brieven over een mogelijke coalitie van VVD en het CDA met de PVV. Met daarin tevens zowel ‘de held’ als ‘de demon’ als archetypen. Het gaat in deze reacties niet zozeer om de (meer dan) achttien miljard euro aan bezuinigen – ook al kunnen die wel eens veel pijn gaan doen –, maar om of het wel of niet zal of mag lukken: een rechtse coalitie, gedoogd door een populist.

Dat deze populist veel kiezers kreeg, is een prestatie. En zijn kiezers moeten we ernstig nemen. Toch lijkt dit ‘coalitiesprookje’ minder onschuldig als je kijkt naar wat er internationaal gaande is. Ik bedoel de ‘koude oorlog’ tussen het ‘joods-christelijke’ Westen en de islam en/of delen van de islamitische wereld. Onlangs toonden 92.000 uitgelekte geheime documenten over de oorlog in Afghanistan aan dat die vele malen grimmiger was dan gedacht. Die oorlog is bovendien steeds meer een groot fiasco aan het worden, wat voor president Barack Obama een grote tegenvaller is. Zijn voorganger trapte in de valkuil terreur te willen bestrijden met militair geweld. Alles wat je aldus energie geeft, krijgt energie en wordt met andere woorden sterker, welk rechtvaardiging je er ook aan geeft. Iets waar Obama zich helaas nog niet direct aan blijkt te kunnen onttrekken. Ook al begint hij gelukkig wel met het terugtrekken van militairen uit Irak.

Bovendien neemt genoemde ‘koude oorlog met de islam’ – ik generaliseer naar het beeld, dus naar hoe het overkomt bij velen –, in Israël en de Palestijnse gebieden tevens zo nu en dan hete vormen aan. Daarnaast opereert de Amerikaanse CIA ook nog in het geheim in diverse landen tegen ‘moslimterroristen’. Op vrij grote schaal zelfs. In dat licht is de hetze tegen de bouw van een moskee in New York geen kleine zaak, ook al ligt deze een paar straten verwijderd van Ground Zero. Hier ligt ook mijn grootste grief tegen VVD en CDA met het geven van extra legitimatie aan een PVV, waarvan de leider uitgerekend op 11 september zal gaan protesteren tegen dit gebedshuis, dat overigens tevens plaats inruimt voor een gemeenschappelijk centrum voor alle gezindten. Er zitten racistische ondertonen in het programma van de PVV en in de uitspraken van haar leider, die niet kunnen, zoals dat heet. Maar door in het religieus tolerante New York internationaal mee te doen aan een hetze tegen de bouw van een moskee, overschrijdt Wilders een grens.

(meer…)

28 september 2009

Ik ben antropoloog en geen theoloog, ook al publiceerde ik een artikel over rainmaking-rituals onder de Transvaal–baTswana, een stam onder wie ik ooit als jong broekie onderzoek deed. Het lijkt alsof ik die lijn weer wat aan het oppakken ben. De laatste tijd deed ik religieus-antropologisch onderzoek inzake 1) (een zeer effectieve) vervloeking op het eilandje Seenigama in naam van Boeddha en een god en 2) demonuitdrijving in naam van Boeddha, beiden op Sri Lanka. Over beide publiceerde ik, en over de laatste maakte ik een film van 25 minuten.

In het artikel in Civis Mundi sprak ik terloops over pretha, dolende zielen die na hun dood niet kunnen loslaten en blijven hangen in de lagere regionen van de astrale sfeer, mede omdat zij in hun leven vaak verzuurd, erg beheersend of vol negativiteit waren. De demonspecialisten die het uitdrijvingritueel leidden en mij toestonden te filmen, richtten zich niet alleen op (via de bezetene) sprekende demonen, maar bezwoeren tevens de dolende ziel met muziek, dans en vurige bewoordingen om in het vervolg de geplaagde familie met rust te laten. Ik heb dit  in een Amerikaans tijdschrift en in een film vastgelegd. Terzijde: wij kunnen als levenden zo’n dolende ziel helpen door liefdesenergie te zenden, wat we ook kunnen naar gestorven dierbaren. Graag zelfs.

Die ervaring – ik heb meerdere demonuitdrijvingen onderzocht – heeft me geraakt. Ik merkte als wetenschapper, het paradigma ten spijt, dat er meer is tussen hemel en aarde of dat er naast de onze ook een onzienlijke geestelijke wereld bestaat. In Civis Mundi stelde ik me kwetsbaar op. Ik stak niet onder stoelen of banken, dat er daarin sprake was van kairos, het ‘eeuwige nu’ of tijdloosheid en daarnaast in zichtbare wereld sprake van chronos, tijd met begin en einde. Althans zoals wij deze zien. (Immanuel Kant: we hebben slechts kennis van de werkelijkheid zoals we waarnemen en niet van de realiteit zoals die werkelijk is. Uit Kritiek van de zuivere rede.)

Hoe dan ook, ik sprak ook over synchroniciteit, een term afkomstig van de voor ons nu belangrijke filosoof en psychiater Carl Gustav Jung. Belangrijke items van deze grote man zijn: 1 (Collectief) onderbewuste, 2 Archetypen, 3 Individuatie (contact krijgen met je Hoger Zelf), 4 Zie het kwaad onder ogen, maar bestrijd het niet, 5 Het kwaad komt ook uit God en 6 Erken je schaduwen. Synchroniciteit geeft aan dat kairos en chronos, dus beide twee werelden, elkaar even heel na kunnen komen, bijvoorbeeld via een vreemde ontmoeting, ‘toeval’, telepathisch voorval, innerlijke waarschuwing of zelfs plotselinge helderziendheid.

(meer…)

30 maart 2010

Synchroniciteit – ‘toeval’ in je leven, wat geen toeval is en hoe je dat zelf kunt creëren.

Lang dacht ik dat synchroniciteit louter iets was dat ons van buitenaf overkomt en dan onverklaarbaar is, vaak griezelig lijkt, maar ons ook troost dan wel redt in gevaar. Nu zie ik dat we er zelf ook een rol in kunnen spelen. “We zijn zowel de protagonisten in het eigen leven als de bijfiguren in een groot drama,” aldus Carl Jung.

Dat ik dat nu anders zie, heeft te maken met de verandering van wereldbeeld door de opkomst van de nieuwe religiositeit. Het antieke wereldbeeld (ook dat van de Bijbel) is dat van ‘zo boven, zo beneden’. Als de goden ruzie maken, voeren bij wijze van spreken de mensen op aarde oorlog. Daarna heerste lang het theologische beeld van God ‘op afstand’, buiten de wereld maar wel de zielen oordelend en straffend. Nu is er (naast het achterhaalde moderne wereldbeeld van ‘alles is louter materie’),  meer de visie van ‘zo binnen zo buiten’, van ‘God in alles’, van ‘God within en outside’, van God als een aanwezige (liefdes)energie die het leven doortrekt.

Onlogisch
Synchroniciteit ervaar je als individu. Voor wetenschappelijk onderzoek is het zaak een sample personen over hun ervaringen te laten vertellen. Frank Joseph, een leerling van Jung, interviewde zo een honderdtal individuen. Met als resultaat dat 97% van hen zich onlogische coïncidenties herinnerde, vooral bij crises in hun leven.

Jung, die synchroniciteit definieert als een ‘non-causaal verbindend principe’ of als een ‘schijnbare toevalligheid die een gevoel van verwondering geeft’, is een van de eersten die zich waagde aan een diepgravende interpretatie. Maar ook Schopenhauer, die sprak over ‘de gelijktijdigheid van het causaal niet-samenhangende dat men toeval noemt’ en Leibniz, die het zag als ‘door God ingestelde harmonie en het gelijktijdig samenvallen van immateriële en materiële gebeurtenissen’, hielden zich er mee bezig.

Om synchroniciteit te begrijpen, zullen wij zekere percepties moeten loslaten. Anders spreken we als we iets niet kunnen verklaren liever van ‘vergissingen’, ‘willekeur’ of ‘spelingen der natuur’ of noemen we het gewoon toeval. Dan hoeven we er niet verder bij stil te staan. Ziedaar waarom we synchronische voorvallen meestal snel vergeten, net als dromen. In ons leven is er vaak ook te weinig tijd voor een dagboek.

(meer…)

7 april 2010

De hoeveelheid en intensiteit van geweld daalt al enkele jaren. Dit komt doordat wij steeds meer, net als Mahatma Gandhi, bij onszelf te rade gaan wat de oplossing van een conflict is. Wanneer mensen minder naar de ander wijzen bij de schuldvraag, is geweldloosheid dichtbij.

De Tweede Wereldoorlog ligt al ver achter ons. Tevens de toen begonnen bevrijding van de door ons bezette derde wereld, een bevrijding waarin Gandhi groot werd. Daarna was er lang de Koude Oorlog. Velen van ons zetten zich in voor een rechtvaardige vrede. Welnu, wat is het perspectief daarop anno 2010? Vrede heeft een uiterlijke en een innerlijke dimensie. De eerste heeft twee aspecten: 1) een situatie waarin groepen hun conflicten zonder geweld tot een oplossing (kunnen) brengen, ook wel genoemd positieve vrede en 2) een situatie tussen twee oorlogen met als titel negatieve vrede.

Bij de innerlijke dimensie ligt het gecompliceerder. De psycholoog en filosoof Carl Jung zei tijdens Tweede Wereldoorlog: ‘De wereld hangt aan een zijden draadje: namelijk de psyche van de mens. De wereld wijzigt niet, tenzij het individu verandert.’ Hij bedoelde met dat veranderen dat de mens de angst, haat en andere schaduwen in zijn onderbewuste onderkent en zijn emoties onder controle heeft. Zich laten voortdrijven door angst en wrok in plaats van door hoop kan al snel negatief uitpakken, mede omdat minder scrupuleuze leiders, al of niet onder de noemer populisme, erop inspelen.

Bij zichzelf de schaduwen erkennen noemde Jung al een proces van heling. Doet het individu dat niet, dan verdringt hij ze, waarbij deze bij de geringste emotie naar boven komen en dan meestal worden afgereageerd op derden. Hoe meer mensen dat doen, des te groter is de destructieve energie. Ziehier hoe oorlogen ontstaan. Grote conflicten komen voort uit kleine. Aan zichzelf werken is kortom geen overbodige luxe. Naast beleidsgerichte oplossingen voor wereldproblemen draagt innerlijke groei van het individu of vrede in zichzelf zeker bij tot het veranderen van de wereld.

Vooruitgang
Wat de uiterlijke dimensie aangaat: als de ‘negatieve vrede’ langer gaat duren, anders gezegd, als een volgende oorlog op zich laat wachten, is dat al een vooruitgang. Na 1945 en na de val van de Muur in 1989 lijkt de oorlogsdreiging bij ons wat op de achtergrond geraakt. Maar het zegt ook weer niet al te veel, omdat de conflicten de laatste tijd meer het karakter hebben van burgeroorlogen en strijd rondom guerrillabewegingen. Door het mondiaal meer betrokken zijn van mensen en verder door incidenten van agressieve jongeren op straat heerst wellicht het beeld dat het geweld een stijgende lijn vertoont. Maar recent onderzoek toont aan dat fysiek geweld duidelijk aan het afnemen is. Onze voorouders konden er ook wat van. De tribale oorlogen van onze verre voorouders waren vaak uitermate bloedig. En het aantal personen dat in middeleeuwse steden door geweldsmisdrijven omkwam, was bijvoorbeeld relatief gezien enkele tientallen keren zo hoog als in de steden van nu. Ook in Nederland is bijvoorbeeld het aantal moorden al enige tijd behoorlijk aan het dalen: 160 in het jaar 2006, terwijl er in de jaren negentig nog sprake was van gemiddeld 250 per jaar. We zijn nog steeds onder de indruk van de grote tragedie in Irak als gevolg van de domme Amerikaans-Britse invasie in 2003 in dat land. En de strijd met de Taliban in Afghanistan is nog niet gestopt. Maar toch zien we sinds 1945 zowel in Europa als de Verenigde Staten, maar ook in Zuid-Amerika een sterke afname van binnenlandse oorlogen en militaire coups.

(meer…)

22 maart 2010

Onlangs vond in Groningen in aanwezigheid van Dries van Agt een publieke discussie plaats over de Molukse treinkaping in De Punt in 1977. George Flapper, die de gijzeling als passagier meemaakte, bestreed de inschatting van psychologen destijds dat de druk voor de gegijzelde passagiers te groot zou gaan worden en dat hun gemoedstoestand zich ‘zou kunnen uiten in lichamelijke klachten en agressie jegens de kapers’. Het was naast angst voor het gebruik van fysiek geweld tegen de passagiers een van de argumenten van het kabinet-Den Uyl om militair in te grijpen. Van Agt, toen demissionair minister van Justitie, zei in de discussie dat er in 1977 ‘geen verwachting was dat er spoedig geweld zou worden gebruikt door de Molukkers’. Belangrijk dat Van Agt dat toegaf. Ook volgens Flapper was ‘de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de passagiers niet in acuut gevaar’. Latere onderzoeken  bevestigen dit. De relatie tussen kapers en gegijzelden was verhoudingsgewijs zelfs goed.

Ik behoorde tot de actiegroep Plaatsvervanging Gegijzelden, zo’n vijftig mensen die vanuit een school in De Punt opereerden. We oefenden op diverse manieren druk uit op het kabinet om het laakbare geweld van de kapers niet met geweld te beantwoorden, maar de kaping via onderhandelen op te lossen – mede ook gezien de vele grieven van de Molukkers, die overigens door het kabinet wel werden erkend, zoals nu ook weer in Groningen bleek. We lieten weten als groep de plaats van de gegijzelden tijdens de onderhandelingen te willen innemen en koersten op tijdwinst, ook omdat we wisten dat in het kabinet premier Joop den Uyl en minister Harry van Doorn (PPR) dat ook deden, althans niet meteen militair wilden ingrijpen.

Vrije aftocht?
Er waren meerdere pogingen tot bemiddeling. Er was zelfs sprake van een mogelijke vrijgeleide in een vliegtuig naar het toenmalige Benin. En psychiater Dick Mulder deed in de onderhandelingen met de kapers de toezegging van een vrije aftocht. Van Agt doet dat nu af als ‘een onder geweld afgedwongen toezegging’. Onzin, met alle respect. Mulder had die toezegging immers niet hoeven te doen. Dat hij het wel deed, duidt erop dat hij dacht aan een vreedzame oplossing. En ook dat die mogelijkheid er in principe lag. Maar het ontbrak helaas aan politieke wil. Vooral bij minister Van Agt. Toen deze voor zijn beleidskeus op zeker moment binnen het kabinet de steun kreeg van wijlen Bas de Gaay Fortman sr., haalden ook Den Uyl en Van Doorn bakzeil en ging men over tot militair ingrijpen. Het siert Den Uyl dat hij toen openlijk uitsprak dit te zien als een nederlaag.

Maar dat de keuze onvermijdelijk was, is onjuist. Het is een mythe die men ook nu weer probeert in stand te houden. Het had anders gekund, maar de politiek wilde niet. Ik acht de politicus Van Agt hoog. Niet in de laatste plaats om zijn geslaagde verzoening met Willem Aantjes en de bewonderenswaardige introspectie inzake zijn eenzijdige pro-Israëlhouding in het verleden, met als gevolg dat hij zich nu met kracht inzet voor een rechtvaardige vrede tussen Israël en de Palestijnen. Hij zou nog meer in mijn achting stijgen indien als hij alsnog op zijn minst zou erkennen dat het anders had gekund. Gezien de worsteling in het crisisteam, met name bij Den Uyl, kan men rustig zeggen dat, behalve de kapers en hun leider Max, in dit drama ook ex-minister Van Agt een cruciale rol heeft gespeeld.

Dit artikel verscheen in Friesch Dagblad 23 maart.

3 maart 2010

Het recente electorale ‘geweld’ doet ons bijna weer vergeten dat Nederland in 2003 steun verleende aan de Amerikaans-Britse invasie in Irak. En dat premier Jan-Peter Balkenende er een motie van wantrouwen van bijna de hele oppositie voor aan zijn broek kreeg. Een land binnenvallen is geen peanuts. Oorlog heet dat. Of liever: aanvalsoorlog. In het volkenrecht geldt krachtens VN-artikel 2, lid 4 een geweldsverbod dat inhoudt dat staten jegens elkaar, tenzij als verdediging, geen geweld mogen hanteren. Zowel de NAVO-bombardementen op Kosovo in 1999 als de inval in Irak in 2003 waren dus illegaal. De inval in Afghanistan wordt in verband met 11 september gezien als ‘verdediging’ tegen Al Qaida, die daar trainingskampen had. Vandaag geldt dat niet meer. Wel is er een nieuwe vijand ontdekt, de Taliban. Reden om, als je er toch eenmaal bent, te blijven. Het doel heiligt de middelen, heet dat. Nederland doet er aan mee in Uruzgan. Volgens plan tot medio 2010. Minister van Buitenlandse Zaken Maxime Verhagen (CDA) wilde nog twee jaar bijtekenen, maar dit gaat door de val van het kabinet gelukkig niet door.

Voor grootmachten is er zo nu en dan de verleiding geweld te gebruiken jegens andere landen om iets door te drukken vanuit een hoger politiek doel, soms ook verkocht als ‘vrede’. Rechtvaardiging is dan troef. Nieuw Brits bewijsmateriaal toont aan dat Blair in 2003 besloot tot de dreiging vanuit Irak welbewust aan te dikken. En we weten nog hoe de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell een ‘bewijs’ van een Irakees wapen liet zien dat geen bewijs was. In Nederland werd van de inlichtingen over Irak ‘alleen dat gemeld wat in het beleid paste’, aldus het rapport van de commissie-Davids.

Je fout erkennen inzake steun aan een oorlog is moeilijk voor politici. Zo kregen we jarenlang de vertoning van een zich rechtvaardigende premier Balkenende op basis van VN-resoluties, die over iets anders gingen dan over een mandaat voor oorlog.

Wat kunnen we hiervan leren? Ten eerste: ondanks onze internationale rechtsorde zijn ook vanuit democratische staten onrechtmatige agressie en militaire interventie in naam van het ‘goede doel’ mogelijk. Ten tweede: Steeds is bij dat alles de retoriek van rechtvaardiging troef. Als antropoloog was ik eens op bezoek in het hoofdkwartier van guerrilla’s. “We konden niet anders dan de wapens opnemen,” was het eerste wat ik te horen kreeg. Might is right is zeker ook in het Westen nog steeds een verleiding. Kritisch blijven jegens de machtigen lijkt dan ook een hoofdles.

Deze column verscheen in VredesMagazine van maart 2010.

16 februari 2010

Het burgerinitiatief Uit Vrije Wil van een groep zeventigers, onder wie Hedy d’Ancona, Frits Bolkestein en Paul van Vliet, om op hogere leeftijd vrij een eind aan het leven te kunnen maken, plaatst de politiek voor een dilemma. Het komt sympathiek over. Immers, wie wil niet graag zelf beschikken over zijn leven en dus ook over zijn fysieke dood? Deze discussie werd ook gevoerd naar aanleiding van de nieuwe wet op euthanasie en bij de ‘zelfmoordpil’ van Drion. Nieuw is echter dat nu niet ondraaglijk uitzichtloos lijden, maar levensmoeheid het criterium moet  kunnen zijn. Dat geeft de kwestie ook een zingevingsdimensie.

Dit criterium raakt meer het debat over zelfdoding dan dat over euthanasie. Zelfdoding is niet strafbaar. Indien iemand daarin slaagt, kan straffen niet meer. Als het blijft bij een poging, is het zaak om iemand te helpen bij het verkrijgen van nieuwe levenskracht, dus niet om deze persoon te straffen. Maar Uit Vrije Wil wil meer. Van hen moet bij wet worden bepaald dat derden is toegestaan iemand fatale middelen te verschaffen of feitelijk te helpen bij zelfdoding.

Dat is nu strafbaar. Begrijpelijk. Niet alleen omdat het kan leiden tot misbruik, maar ook omdat het een grote last legt op de schouders van derden. Onze cultuur is er immers meer een van bescherming van leven – zie ook de eed van Hypocrates – dan van het recht op dood. Er zijn culturen waarin die bescherming van leven te wensen overlaat – vrij recent nog op Europese bodem, onder meer ten aanzien van geestelijk gehandicapten. Maar Uit Vrije Wil vraagt van ons als samenleving een andere solidariteit.

De groep vraagt in wezen een ontheffing van het verbod op geweld jegens iemand, ook al is het op diens verzoek. In de praktijk is die ontheffing er al vaak in noodgevallen. Daarvoor geldt de uitdrukking ‘nood breekt wet’. Veel mensen vertrouwen mede daarom erop dat het in een noodsituatie wel goed zal komen. Maar de groep zeventigers heeft dat vertrouwen niet en wil zulke nood-breekt-wetsituaties een vaste structuur geven, waarbij levensmoeheid bovendien als extra criterium geldt. Daarmee gaat zij mijns inziens een brug te ver. Ik  bespeur een tendens van maakbaarheid. En waren we van de maakbaarheid niet juist aan het genezen na het echec van het ‘reëel bestaande socialisme’ in Oost-Europa?

(meer…)

24 januari 2010

Een land binnenvallen, zoals in 2003 gebeurde met Irak, is geen peanuts. Oorlog heet dat. Of liever: een aanvalsoorlog. In het volkenrecht geldt via VN-artikel 2, lid 4 een geweldsverbod, inhoudende dat staten jegens elkaar, tenzij in geval van verdediging, als politiek instrument geen geweld mogen hanteren. Alleen de Veiligheidsraad kan in een uiterste situatie in theorie instemmen met schending van het VN-geweldsverbod.

Maar zowel de NAVO-bombardementen op Servië (en Kosovo) in 1999 als de invasie in Irak in 2003 ontbeerden die instemming en waren dus onrechtmatig. Voor grote militaire mogendheden als de VS is er zo nu en dan de verleiding geweld te gebruiken jegens andere landen om iets door te drukken vanuit een ‘hoger politiek doel’, soms ook verkocht als ‘vrede’. Dat ze door hun superieure wapens ertoe in staat zijn, is een reden te meer om alert te zijn. Nieuw Brits bewijsmateriaal toont aan dat premier Tony Blair op instigatie van zijn communicatiechef in 2003 besloot tot een bewuste sexing up (aandikking) van de dreiging die van Irak uitging. En we herinneren ons nog hoe de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Colin Powell in een openbare zitting van de Veiligheidsraad een ‘bewijs’ van een Irakees wapen liet zien dat geen bewijs was. In Nederland gebeurde dat wat subtieler. Van de inlichtingen over Irak werd ‘alleen dat gemeld wat in het beleid paste’, aldus het rapport-Davids. Een beleid dat was vastgesteld op een bijeenkomst van ‘drie kwartier’ op het ministerie van Buitenlandse Zaken.

Toen later de Tweede Kamerbrief waarin het kabinet zijn politieke steun aan de oorlog bekend zou maken, op 18 maart 2003 in het kabinet aan de orde was, gaven alleen de LPF-ministers Roelf De Boer en Herman Heinsbroek wat tegengas. Hun terechte vraag of de invasie wel rechtmatig was, werd door de ministers Donner en De Hoop Scheffer van tafel geveegd als een ‘weinig zinvolle’ inhoudelijke discussie, waarover juristen het niet eens zouden zijn. Bijna niet te geloven. Alleen realpolitik leek toen te tellen, oftewel: loyaliteit aan de Verenigde Staten. En dat terwijl elke dag duidelijker werd dat George Bush jr. met zijn neoconservatieve bewind een gevaarlijke koers volgde. Dat Frankrijk en Duitsland zich sterk distantieerden van de eigenmachtige Amerikaans-Britse Irakoorlog hielp het toenmalige kabinet niet de ogen te doen openen.

Rechtvaardiging
Dat laatste moet pas later het geval geweest zijn, toen de oorlog een tragedie werd en  een miskleun in de zin dat nu ook Al Qaida de kans kreeg in Irak te gaan opereren. En nog meer toen bleek dat er zich in Irak geen massavernietigingswapens bevonden. Je fout erkennen inzake steun aan een oorlog die je er medeverantwoordelijk voor maakt, is voor politici erg moeilijk. Dus kregen we de jarenlange vertoning van een zich rechtvaardigen op basis van VN-resoluties, die wel gericht waren op Irak, maar dit land slechts sterk maanden om de VN-inspecteurs de vrije hand te geven in hun zoektocht naar mogelijke massavernietigingswapens. Het is bevrijdend dat het rapport-Davids deze vreemde rechtvaardiging doorprikt en duidelijk stelt dat elke volkenrechtelijke grondslag voor de oorlog ontbrak.

(meer…)

7 december 2009

We hebben net de twintigjarige herdenking van het einde van de Koude Oorlog achter de rug, en we zitten in een crisis, zowel ecologisch als economisch. Het Oost-Europese ‘socialisme’ ging ten onder aan de illusie van de rigide maakbaarheid van de samenleving door de overheid. Maar niet lang daarna raakte het Westen in de ban van eenzelfde soort maakbaarheid. Geopolitiek, militair en economisch.

De Russen ontdeden zich van het communisme, zeker, maar ze kwamen voor hun gevoel toch eerder als verliezers dan als overwinnaars uit de Koude Oorlog tevoorschijn. Vanuit de vredesoptiek strooi je een gewonde beer geen zout in de wonden. Een ‘verslagen’ natie een ‘trap na’ geven, is vragen om ellende, zoals de opkomst van Hitler na Versailles (1919) ons heeft geleerd. Toch deed het Westen dat na 1989. Vooral de snelle NAVO-expansie kwam hard aan in de Russische ziel. Dat Rusland nu autoritair wordt geleid en dat de Russen volharden in hun verzet tegen NAVO-uitbreiding, kan hiervan maar moeilijk los worden gezien.

Dom was ook dat de VS onder George Bush sr., Bill Clinton en George Bush jr. zich al snel gingen ontwikkelen tot een min of meer imperiale mogendheid die eenzijdig en grootschalig militaire macht inzette, voorbijgaand aan internationaal recht. Het bombarderen van Kosovo (1999) en de invasie in Irak (2003) vonden plaats zonder VN-mandaat – met recht een terugslag op de ontwikkeling van de internationale rechtsorde, een der sociale tegenbindingen (Kees Schuyt) tegen geweld. Arrogantie van de macht dus. Tegen de kersttijd in december – ‘a seazon of hope, zoals Obama zei op 4 december – lijkt het geen overbodige luxe een hand in eigen boezem te steken. Samen met de ingreep in Afghanistan leidde genoemde arrogantie paradoxaal genoeg tot verzwakking van het Westen.

Tegelijk ontstond in de financieel-economische wereld een wat Herman Wijffels noemt ‘verkokerd, atomistisch, egocentrisch en (voor het gevoel) rationeel gedrag van pakken wat je pakken kunt’. Dit eveneens arrogante gedrag ondermijnt de vrede. En ook de natuur, omdat het de biodiversiteit en ecosystemen aantast of vernietigt. Gedrag? Het is ook een ideologie, namelijk die van de rusteloze toewijding aan de god van de ongelimiteerde materiële groei. Met dat denken en het daarmee analoge gedrag lopen we vast. Wat we nodig hebben, is naar de mening van Wijffels (en vele anderen onder wie ikzelf) een paradigma shift, oftewel een wijziging van denken en handelen, een transformatie van bewustzijn. De idee van het almaar toenemende rijkdom en welvaart is voorbij. Een bijstelling van ons denkmodel is vereist. Het net uitgekomen boek Aftershocks van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt dat zonder een koerswijziging de kiem wordt gelegd voor een volgende crisis. De mens is op zijn grenzen gestuit. De natuur ‘slaat terug’. We weten het in wezen wel, alleen dringen de consequenties nog niet goed door.

Handvest voor mededogen
Om te overleven zijn we echter toe aan een nieuwe impuls van eerlijk delen, wat een meer liefdevol met elkaar omgaan impliceert. Ik bedoel hiermee niet een vol heimwee terugverlangen naar de jaren zeventig, een sentiment dat ik iets te veel proef in de tv-productie De onrendabelen van Marcel van Dam, ook al is mededogen altijd van groot belang. Geen nostalgie naar vroeger; het gaat mij erom dat de inkomenskoek een eerlijker verdeling behoeft, nu onvermijdelijk de spoeling dunner gaat worden door de ecologische grenzen waarop onze groei-economie thans stuit. Ook op andere grenzen trouwens, als we bedenken, dat in 2050 Europa 31 miljoen arbeidskrachten tekort zal komen als de economie op dezelfde voet doorgaat

(meer…)

Volgende pagina »