7 december 2009

We hebben net de twintigjarige herdenking van het einde van de Koude Oorlog achter de rug, en we zitten in een crisis, zowel ecologisch als economisch. Het Oost-Europese ‘socialisme’ ging ten onder aan de illusie van de rigide maakbaarheid van de samenleving door de overheid. Maar niet lang daarna raakte het Westen in de ban van eenzelfde soort maakbaarheid. Geopolitiek, militair en economisch.

De Russen ontdeden zich van het communisme, zeker, maar ze kwamen voor hun gevoel toch eerder als verliezers dan als overwinnaars uit de Koude Oorlog tevoorschijn. Vanuit de vredesoptiek strooi je een gewonde beer geen zout in de wonden. Een ‘verslagen’ natie een ‘trap na’ geven, is vragen om ellende, zoals de opkomst van Hitler na Versailles (1919) ons heeft geleerd. Toch deed het Westen dat na 1989. Vooral de snelle NAVO-expansie kwam hard aan in de Russische ziel. Dat Rusland nu autoritair wordt geleid en dat de Russen volharden in hun verzet tegen NAVO-uitbreiding, kan hiervan maar moeilijk los worden gezien.

Dom was ook dat de VS onder George Bush sr., Bill Clinton en George Bush jr. zich al snel gingen ontwikkelen tot een min of meer imperiale mogendheid die eenzijdig en grootschalig militaire macht inzette, voorbijgaand aan internationaal recht. Het bombarderen van Kosovo (1999) en de invasie in Irak (2003) vonden plaats zonder VN-mandaat – met recht een terugslag op de ontwikkeling van de internationale rechtsorde, een der sociale tegenbindingen (Kees Schuyt) tegen geweld. Arrogantie van de macht dus. Tegen de kersttijd in december – ‘a seazon of hope, zoals Obama zei op 4 december – lijkt het geen overbodige luxe een hand in eigen boezem te steken. Samen met de ingreep in Afghanistan leidde genoemde arrogantie paradoxaal genoeg tot verzwakking van het Westen.

Tegelijk ontstond in de financieel-economische wereld een wat Herman Wijffels noemt ‘verkokerd, atomistisch, egocentrisch en (voor het gevoel) rationeel gedrag van pakken wat je pakken kunt’. Dit eveneens arrogante gedrag ondermijnt de vrede. En ook de natuur, omdat het de biodiversiteit en ecosystemen aantast of vernietigt. Gedrag? Het is ook een ideologie, namelijk die van de rusteloze toewijding aan de god van de ongelimiteerde materiële groei. Met dat denken en het daarmee analoge gedrag lopen we vast. Wat we nodig hebben, is naar de mening van Wijffels (en vele anderen onder wie ikzelf) een paradigma shift, oftewel een wijziging van denken en handelen, een transformatie van bewustzijn. De idee van het almaar toenemende rijkdom en welvaart is voorbij. Een bijstelling van ons denkmodel is vereist. Het net uitgekomen boek Aftershocks van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid (WRR) waarschuwt dat zonder een koerswijziging de kiem wordt gelegd voor een volgende crisis. De mens is op zijn grenzen gestuit. De natuur ‘slaat terug’. We weten het in wezen wel, alleen dringen de consequenties nog niet goed door.

Handvest voor mededogen
Om te overleven zijn we echter toe aan een nieuwe impuls van eerlijk delen, wat een meer liefdevol met elkaar omgaan impliceert. Ik bedoel hiermee niet een vol heimwee terugverlangen naar de jaren zeventig, een sentiment dat ik iets te veel proef in de tv-productie De onrendabelen van Marcel van Dam, ook al is mededogen altijd van groot belang. Geen nostalgie naar vroeger; het gaat mij erom dat de inkomenskoek een eerlijker verdeling behoeft, nu onvermijdelijk de spoeling dunner gaat worden door de ecologische grenzen waarop onze groei-economie thans stuit. Ook op andere grenzen trouwens, als we bedenken, dat in 2050 Europa 31 miljoen arbeidskrachten tekort zal komen als de economie op dezelfde voet doorgaat

(Meer…)

17 november 2009

In april 2009 schreef ik in het Franciscaans Maandblad op verzoek een beschouwing onder de titel Heeft Obama met zijn hoop, eenheidsbewustzijn en moed iets van Franciscus? Over moed gesproken. Ik vind het ruim een halfjaar later verre van gemakkelijk hierop een vervolg te geven. Dit nu hij slechts ruim een jaar aan het bewind is in de VS, ook al ontving hij begin oktober de prestigieuze Nobelprijs voor de Vrede. Overigens een omstreden prijs in dit stadium, ook wel de ‘kus des doods’ genoemd. Op zich is die prijs best te verdedigen, gezien de mentaliteitsverandering die hij in korte tijd heeft aangebracht, niet in de laatste plaats inzake internationale cohesie, terugkeer van de VS tot de VN en verzoening met Rusland, maar de timing was niettemin minder adequaat.

Die Nobelprijs voor de Vrede maakt het me dus enerzijds niet gemakkelijker. Anderzijds vlei ik me in goed gezelschap te zijn, als ik na de verdrietige periode van George Bush jr. met als centrale emotie de ‘terreur van de angst’, nog steeds blijf hopen. Anders gezegd, als ik vertrouwen houd in de integriteit van Obama, die de kracht van de hoop zowel predikt als uitstraalt. Hoop is ‘real and keeps people going’, zeiden in het tv-programma Tegenlicht op 26 januari Amerikaanse jongeren die zich het vuur uit de sloffen hadden gelopen voor Obama. Ook al mag er door rechts populisme en door ellende van de economische crisis thans sprake zijn van een zekere terugslag, de overwinning van 4 november 2008 was niet in de laatste plaats een zege van het nieuwe denken en de nieuwe spiritualiteit van onderop, vooral bij jongeren.

Verbinding
Herman Wijffels, die ik zaterdag kort sprak bij het lanceren van Karen Armstrongs Handvest van Compassie, was in 2008 in de VS en signaleerde dat toen ook. Er was bij die jongeren een andere geest dan wat hij noemde het ‘atomistische, egocentrische en rationele gedrag van strijd en pakken wat je krijgen kunt’ – gedrag zoals dat met name in de financiële sector zou heersen en dat de crisis zou hebben veroorzaakt. We staan volgens hem aan het begin van een omslag qua paradigma en beschaving, een transformatie van bewustzijn en cultuur. Een omslag waarbij verbinding, dus ook compassie, van belang zijn. Ik refereer eraan, omdat wat er gaande was in 2008 al iets weergaf van die omslag. Obama was en is in wezen een vertolker ervan.

(Meer…)

7 november 2009

‘Het werkelijk waardevolle is intuïtie (…)
De intuïtieve geest is een godsgeschenk en het
rationele verstand een dienaar. We hebben een
maatschappij geschapen die de dienaar
vereert en het geschenk is vergeten’.
Einstein

Carl Gustav Jung onderscheidt vier functies of psychische zintuigen waarmee de mens wat tot hem komt, ervaart en verwerkt, namelijk de gewaarwording, het denken, het voelen (niet te verwarren met emotie) en de intuïtie. Het eerste zou ons vertellen ‘dat iets bestaat’, het tweede ‘wat het is’, het derde ‘of het al dan niet aangenaam is’ en intuïtie ‘waar het vandaan komt en waarheen het gaat’. Denken, voelen en oordelen zijn vrij rationeel, althans in het besluit dat eruit voortvloeit. Gewaarwording en intuïtie zijn meer irrationeel, oordelen niet maar nemen waar. Als je een ingeving krijgt, neem je die waar. Idem als je een huis of mooie vrouw gewaar wordt. De gewaarwording neemt echter uiterlijk waar wat er is, terwijl de intuïtie innerlijk waarneemt en daarbij gericht is op de zin der dingen en op de onderlinge samenhang.

Alle vier functies zijn van belang, hoe meer geïntegreerd des te beter, ook al zien we dat mensen nogal eens eenzijdig 1) een denktype, 2) een gevoelstype, 3) een gewaarwordingstype of 4) een intuïtief type zijn. Het intuïtieve type moet niet vergeten te ‘aarden’ of zijn/haar intuïtie te verbinden met gezond verstand, maar heeft in elk geval als meerwaarde dat het meestal inziet dat er in ons leven sprake is van een innerlijke leiding. En dat het dus van belang is in het dagelijks leven je innerlijke stem te volgen of je daimon of genius, zoals Socrates respectievelijk de Romeinen het noemden. Het christendom, dat het leerstellige en de mystiek te veel ontkende, gaf het woord daimon al gauw een negatieve inhoud in de richting van de ‘demon’, die verleidt in plaats van inspireert. Maar Socrates zag intuïtie juist als een ‘hemelse influistering’ en daimon als een wijsheid en creativiteit brengend goddelijk wezen.

Volgens Elizabeth Gilbert, auteur van de bestseller Eten, bidden, beminnen, heeft de westerse mens in de tijd van Renaissance de vergissing gemaakt die daimon of genius weg te drukken en knappe koppen tot genie te verklaren, los van hun intuïtie. Afgezien daarvan en ook van de vraag of daimon, genius of intuïtie zich wel laat wegdrukken, blijft het intrigeren wat intuïtie precies is en doet. Levert intuïtie je resultaten op die je met verstand en logica nooit kunt bereiken? Bezitten we vanuit de ziel een ‘ervaringsschat aan levenskunst en wijsheid, die oneindig verheven is boven het verstand’, zoals Eugen Drewerman zegt?

Zo ja, waar komt het dan vandaan? Zit het in de rechterhersenhelft of, als deze slechts een doorgeefluik is, komt het uit zoiets als het ‘collectief onderbewuste’, volgens Jung de schatkamer van het erfgoed van de ziel van heel de mensheid met oerbeelden en archetypen? Oerbeelden die zowel in de mens afzonderlijk als in het mensdom als geheel leven, al kunnen ze qua naam en vorm verschillen. Dat zijn nogal diepe vragen, zeker als je het ‘collectieve onbewuste’ gelijk stelt met de geestelijke wereld.

(Meer…)

12 november 2009

Ik ben erg blij met dit Handvest voor Compassie, dat nu wereldwijd wordt gelanceerd. Het is een initiatief van de bekende schrijfster Karen Armstrong. Zelf spreek ik liever van mededogen. Compassion vertaal ik overigens niet als medelijden, vanwege de neerbuigende, bevoogdende of verstikkende connotatie. In een recente publicatie onder de titel ‘De kracht van Moed, Mildheid en Mededogen’ omschreef ik mededogen niet als ‘praten over’, maar als ‘liefdevol gadeslaan en als een ‘meevoelend en begripvol luisteren’.

Mededogen is effectieve energie. Een term die ik bewust gebruik sinds we door de kwantumfysica weten dat alles energie is en wij mensen mede daardoor ons meer kosmisch verbonden (kunnen) voelen. Mededogen is effectieve energie omdat die uit ons hart stroomt, tenminste als we ons vrijmaken van oordelen jegens de ander, deze willen begrijpen en we tevens van onszelf houden. Zelfliefde is geen egoïsme. Nee, het is het hebben van een gevoel van eigenwaarde en het verbonden-zijn met het innerlijke vuur. Zonder zelfliefde geven we de ander niet – zelfs nauwelijks een complimentje.

Onze meelevende aanwezigheid of een zachte aanraking helpen mensen al te ervaren dat ze niet alleen staan. Vaak hebben ze je niet nodig om iets op te lossen. Ze willen alleen worden gehoord, zodat ze contact kunnen maken met hun eigen innerlijke wijsheid. Zelf behoeven we ook mededogen. Vandaar het belang van de van Confucius afkomstige en ook door Christus (of de schrijver Matteüs) iets negatiever verwoorde Gulden Regel van ‘te handelen naar hoe ik zelf benaderd wil worden’.

Dat vereist volgens Armstrong – die mededogen ziet als liefde, de lakmoesproef voor ware spiritualiteit en als de wezenskern in alle religies inclusief de islam – een dag aan dag in ons eigen hart kijken en nagaan wat pijn doet en dan steeds weigeren anderen eenzelfde pijn toe te brengen. Er lijkt in deze in de samenleving een nieuwe geest op te komen. Zelfs Jürgen Habermas schrijft nu in zijn bundel Geloven en Weten: “Religie is een bron van altruïsme en vredelievendheid, wat we in een seculiere staat actief moeten waarderen.” Mededogen is overigens ook een wezenskern van het humanisme en van de inzet voor vrede. Mededogen doet (agressie bevorderende) angst overstijgen en is daardoor bij conflicten ontwapenend, net als liefde.

Ten slotte het door het Deugdenproject Nederland verwoorde ‘Mededogen in de praktijk’:

Ik oordeel niet. Ik heb mededogen met mijzelf.
Ik merk het als iemand gekwetst is of
een vriend nodig heeft.
Ik leef mee met de pijn van de ander.
Ik neem de tijd om iemand die hulp nodig
heeft aandacht te geven. Ik laat zien dat ik om
een ander geef door goed te luisteren.

Ik ben dankbaar voor de gave mededogen.

Uitgesproken tijdens de lancering van het Compassiehandvest in de Raadszaal te Leiden, waarbij de Gemeente Leiden tevens het Handvest ondertekende.

2 oktober 2009SoulForceGandhiKing

Wat de mensheid intrigeert, is dat Gandhi een daadkrachtige spirituele man is met een grote morele authenticiteit, die mild is zonder de mensen naar de mond te praten, die weet wat het doel van onze levensreis is en zich bij alles laat leiden door zijn innerlijke stem, die ook de elite waarschuwt niet te vervallen in slaafse imitatie van het Westen en die zonder leger iets presteerde wat eenieder potentieel in zich heeft, maar waarvoor hij of zij het moeilijk vindt de geestkracht op te brengen. Werd hij vooral bekend door zijn conflictoplossing, zijn erfenis is dus ook een krachtige consistente levenshouding met een heel eigen moderne spiritualiteit. Erg actueel, nu het in het Westen meer en meer gaat om 1) individualiteit, 2) authenticiteit en 3) innerlijke kracht.

Bovendien is die satya graha van hem niet louter een technisch model. Nee deze is – en daarin was hij zijn tijd ver vooruit – een strategie van de liefde. Een bevrijdingsmodel met een eigen spirituele kosmische visie. Een visie op de mens, die enerzijds vanuit angst opereert en macht najaagt, maar anderzijds ook iets goeds of een stukje God, Satya, in zich heeft, reden dat je hem, zegt Gandhi, niet mag doden, maar dat je hem juist moet helpen zichzelf te bevrijden van zijn angst en machtwellust. Vandaag zeggen psychologen hetzelfde.

Ik was als jonge vredesactivist in de jaren tachtig nogal eens in de vroegere DDR. Ik hoorde dan van mensen dat hun communistische machthebbers zo in de greep van angst en geweld waren, dat er in elk postkantoor, in elke grote winkel, ja in elke kerk tijdens de dienst soldaten met geweren aanwezig waren en dat daarom, zo zeiden ze me, Gandhi’s model voor hen de enige optie was om zich van hen te ontdoen. In Leipzig organiseerden ze toen elke maandagavond met kaarsen in de hand stille tochten, die elke keer uitgroeiden en het land uiteindelijk enorm elektrificeerden, wat mede verklaarde waardoor in 1989 de Berlijnse Muur viel zonder dat er een schot werd gelost.

(Meer…)

11 oktober 2009Vredesmagazine

Een spreekbeurt heb ik ervoor afgezegd: ik moest en zou vandaag hier zijn en een verhaaltje houden. En het moet gezegd, het creatieve initiatief tot samenwerking van drie of meer vredesbewegingen van diverse ideologische snit in een uiterlijk mooi magazine, is niet niks. Zelf acht ik me overigens niet de meest geëigende persoon om een oordeel te geven over het blad. Formeel ben ik immers als redactielid medeverantwoordelijk voor het beleid, ook al wordt het hoofdwerk natuurlijk in en rondom de Obrechtsstraat gedaan.

Een samenwerking veronderstelt kritisch zijn ten aanzien van macht, kritisch ten aanzien van onderdrukking en economische ongelijkheid, kritisch ten aanzien van fanatisme en utopisme, kritisch ten aanzien van liefdeloos met elkaar omgaan of elkaar vernederend of respectloos behandelen, kortom, kritisch zijn ten aanzien van het geweld in mens en maatschappij en proberen het helpen terug te dringen. Geweld dan wellicht in de brede zin van het woord.

Er zijn overigens recente studies die aantonen dat enerzijds de geweldsenergie in ons er nog steeds is, dat een hoog percentage mensen in hun fantasieën wel eens iemand wil of heeft willen doden. Maar dat anderzijds ook afname van het uiterlijke geweld een duidelijke trend is. Onze voorouders waren aanmerkelijk gewelddadiger dan wij, naar het lijkt. Je schrikt als je de agressie in onze steden soms ziet, of verneemt dat er in 2006 in ons land 150 mensen werden vermoord. Maar onze voorouders konden er ook wat van. De middeleeuwse steden waren tientallen keren gewelddadiger dan de onze van nu. Misschien ben ik nu aan het vloeken in de kerk, maar ook in Nederland is niet alleen sinds 2002 het aantal geweldsmisdrijven aan het verminderen, maar ook het aantal moorden – in de jaren negentig nog 250 per jaar –, terwijl er ook sinds 1945 een scherpe afname is te zien van het aantal binnenlandse oorlogen, pogroms en militaire coups in Europa, de VS en in Zuid-Amerika.

(Meer…)

11 september 2009waardencrisis

Vooral in de zomer zie je hoe vluchtig de actualiteit vaak is. Je bent even weg en merkt daarna niet zo veel te hebben gemist. Dingen zijn even hot nieuws en ebben dan ook zo maar weg. Niet met Geert Wilders echter, noch met Afghanistan en de economische crisis, ook al staan de beurzen weer wat beter. Wilders begint een obsessie te worden in het land. Men weet niet goed hoe te reageren en maakt zich zorgen over de opiniepeilingen. Mijn zorg is vooral de interetnische spanningen die een en ander oproept. Toch zullen we die helaas enige tijd voor lief moeten nemen. Populisten groeien nu eenmaal in hun rol om mensen die zich slachtoffer voelen, al of niet vanuit oude wonden, te helpen hun frustraties ergens op af te afreageren. Dat moet dan maar. Er is weinig tegen te doen, omdat het meer een zaak van negatieve emoties is dan van ratio. Maar het maakt ook bewust. Op een gegeven moment krijgen mensen door dat het gedoe van Wilders gewoon stereotiep menselijk gedrag is, namelijk de eigen ‘schaduw’ bij de ander leggen. En het maakt bewust in de zin dat wij dit mogelijk ook zelf weleens doen. Een inzicht dat ons wellicht milder maakt in het algemeen.

Afghanistan
Afghanistan is nieuws vanwege de verkiezingen aldaar, de actie van Cindy Sheehan bij Vineyard, het vakantieadres van Obama, en het sneuvelen van twee Nederlandse soldaten in Uruzgan vlak na elkaar. Uit een CNN-peiling blijkt dat 57 procent van de Amerikanen nu tegen de oorlog in Afghanistan is. Cindy Sheeham, de peace mom die in 2004 een zoon in Irak verloor en eerder actie voerde voor de ranch van George W. Bush, richt zich nu op Obama. Deze zou de oorlog in Afghanistan laten ‘escaleren’. Veel steun kreeg ze niet, maar het geeft wel aan dat Obama enigszins klem komt te zitten door wel ‘Irak’ af te bouwen, maar (nog?) niet ‘Afghanistan’.
Corruptie en grootscheepse fraude bij de verkiezingen nemen overigens de laatste geloofwaardigheid van de missie weg. Op de dag zelf is zelfs 15 procent van de stembureaus niet open geweest, terwijl daarvan wel een uitslag werd afgegeven.
Los daarvan speelt paternalisme ons parten. Dus dat wij vanuit het Westen wel even de zaakjes kunnen opknappen in een land dat niet het onze is. Het duurt niet lang of een land gaat zoiets toch als bezetting ervaren. En dan word je deel van het probleem.
“De situatie verslechtert militair,” aldus admiraal Mike Mullen, de hoogste Amerikaanse militair in Afghanistan in een interview op 23 augustus met CNN. Door een beweging als de Taliban militair te bestrijden geef je haar vleugels. Iets wat je bestrijdt, krijgt energie, schreef ik al in 2004: het werkt niet. Hoe eerder we ons terugtrekken uit het land, des te beter. Hopelijk ziet Obama dat ook snel. Anders vrees ik voor een tweede Vietnam. En vrees ik voor Obama zelf. Deze wordt nu door rechtse populisten en ziektekostenverzekeraars zwaar bestookt vanwege zijn plannen voor een beter zorgstelsel, die Amerika ‘socialistisch’ zouden maken of ‘dodencommissies’ zouden bevatten. Het zijn vooroordelen en het is kwaadaardig, maar zoiets moet niet te lang duren. Hopelijk komt er een wending ten goede na Obama’s rede van 10 september voor het Congres, die sterk was en breed indruk maakte.

Waardencrisis
Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Na de val van de Muur was er eerst blijdschap, maar na enige tijd begonnen we in te zien dat er veel schortte aan de controle vanuit de politiek, de vakbeweging of de consument op de captains of industry en op de bankiers. Groot gebrek aan zelfdiscipline, ook als het gaat om hun salarissen en bonussen. Onthullend is dat sommige bankiers thans, nu er financieel een lichte verbetering optreedt, zich weer hoge bonussen laten uitkeren. Herman Wijffels noemde dat in het tv-programma Buitenhof van 7 september cynisch ‘het feest van de egotripperij en roverij’. En dat terwijl de bankiers ‘er zijn om de economie en de mensen te dienen’. Natuurlijk moeten wij mensen ‘de banken aanspreken’, maar we gaan ‘zelf ook niet vrijuit’, zo voegde hij toe. Denk maar aan ‘onze veel te hoge ecologische voetdruk’.
Er zou kortom sprake zijn van een waardencrisis. Bij jezelf beginnen om de wereld verbeteren? Ja, maar het ook niet alleen aan Wouter Bos overlaten om ertoe bij te dragen dat het bankwezen weer zijn geloofwaardigheid terugkrijgt.
In de uitzending zat tegenover Wijffels de econoom Rik van der Ploeg. Best een ‘knappe kop’, en hij kon zich wel vinden in wat Wijffels zei. Hij sprak ook over onze ‘indirecte uitbuiting van de derde wereld’, maar zijn betoog was helaas sterk mentaal en kwam vaak niet over door de vele woorden. Wijffels sprak vanuit het hart en kwam daardoor authentiek over.
Ik schrijf dit voorafgaand aan Prinsjesdag, maar wat mij betreft zou de huidige ministersploeg dat authentieke ook wel iets sterker mogen hebben. Ze doen het niet echt slecht, maar de kloof met de burger weten ze toch niet goed te overbruggen. Maar misschien is dat wel een structureel probleem in het Westen, nu de rol van de ideologie voorbij lijkt te zijn in de politiek en ook de mensen aan de basis qua bewustzijn al veel verder lijken te zijn dan de oude partijpolitiek.

Dit is een geactualiseerde versie van een commentaar in magazine De Linker Wang van september 2009.

20 augustus 2009Tiamat

Vadergod Apsu en moedergod Tiamat (tevens draak van de chaos) konden volgens de Babylonische mythe niet slapen door het lawaai van de jonge goden. Reden waarom zij besloten hen te doden, maar de jonge goden waren hen te slim af, doodden Apsu en spleten bij Tiamat de schedel met een knots, waarna ze haar lichaam aan stukken sneden, waaruit zij de kosmos en de wereld schiepen. In deze klassieke mythe zijn we niet alleen het resultaat van een godsmoord, maar is tevens scheppen en orde brengen een daad van geweld. Telkens als chaos de kop opsteekt, kan hij alleen getemd door bloed en geweld. Het is een beheersingsmythe, maar de machthebber legt haar uit als ‘bevrijdend’ of ‘reddend’ geweld.

We hebben geen idee welk effect deze klassieke machthebbersmythe heeft op ons denken. Ze is nog springlevend, zoals blijkt in tekenfilms, stripverhalen, internet, films met bad guys en good guys, maar vooral uit de waarden van de machten die ons conditioneren, zonder dat we dat vaak beseffen.

Het militair ingrijpen werkt niet in Afghanistan, zeggen we. Door een tegenspeler te bestrijden geef je deze juist energie. De recente sterke opkomst van de Taliban lijkt dat te bevestigen. Niettemin, als we eerlijk zijn, zijn er ook bij ons restanten van de mythe dat geweld ‘redt’. Voor het goede of humanitaire doel is het doden of het (als soldaat) gedood worden niet zo erg, denken we weleens, al of niet stiekem. Maar is dit denken voor ons kabinet niet juist de rechtvaardiging van onze bezettingsmacht in Uruzgan? De bekende ethicus Hannes de Graaf zei eens: “De rechtvaardiging van geweld is erger dan het geweld zelf.” Na geweld in drift kan spijt en verzoening volgen, maar een rechtvaardigingsideologie kan heel lang ons denken blijven beheersen en mensen stimuleren tot nieuwe daden van geweld. Met andere woorden: wie geweld goedpraat, zet het in gang. De Duitse historicus Bernhardi markeerde in 1914 vlak voor Eerste Wereldoorlog ‘geweldloosheid tot verval van de geest, verval van moed en leidend tot armoede’. In welk een armoede of ellende dit denken zijn land stortte, is nauwelijks te beschrijven. Dat wat we denken is dus geen peanuts. Gedachten zijn krachten. Hoe meer we ons losmaken van de mythe dat geweld ‘redt’, des te beter.

Dit artikel verscheen in Vredesmagazine van september 2009.

24 juni 2009ArunGandhi

Alom is er emotie in het land over de opmars van Geert Wilders. De VVD-Tweede Kamerfractie probeert hem zelfs de wind uit de zeilen te nemen door een pleidooi voor een drastische uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting. Beschimpen, ontkennen van de Holocaust, verdacht maken, alles moet kunnen, behalve het aanzetten tot geweld.

Weinig verheffend. Het zal bovendien niet baten. Mensen steunen Wilders vanuit negatieve emoties als angst en wrok of vanuit een slachtofferbewustzijn. Soms ook doordat zij zich cultureel en/of economisch ‘bedreigd’ voelen door nieuwkomers. Het kwalijke van populisten is alleen dat zij erop inspelen. Alsof onze liberale ‘joods-christelijk cultuur’ in gevaar zou zijn. Te gek voor woorden, ook al omdat de ooit zo hoogontwikkelde Arabische cultuur juist in grote verwarring, zo niet ontbinding is. Ik kan me er niet meer druk om maken. We moeten kennelijk even leven met dit gedoe. Het heeft te maken met het proces van globalisering en individualisering. De Fransman Dominique Moisi spreekt zelfs van de eeuw van drie dominante emoties.

In Europa zou die emotie angst zijn, bij de Arabieren vernedering en in Azië hoop. Naast angst zou men zich vastklampen aan (de ‘subemotie’) identiteit – een illusie overigens in de ‘vloeibare samenleving’ van vandaag. Alleen even wat vervelend. De populariteit van de EU lijdt eronder, net als de tolerantie jegens de (nieuwe) minderheden onder wie deze ontwikkeling tot verkramping leidt: afgeven op de islam werkt zo veeleer averechts.

Wat opvalt, is dat raciale en religieuze vooroordelen Nederlanders minder vreemd zijn dan het geval leek ten tijde van hun enthousiaste deelname aan de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika. Het is daarom maar goed dat Nederland via RTL4 en via het vredescentrum Emma in Utrecht onlangs kennismaakte met Arun Gandhi. Deze kleinzoon van Mahatma Gandhi noemde geweldloosheid behalve een strategie van conflictoplossing vooral ook een manier van leven. Hij had als kind enige jaren geleefd bij zijn grootvader en van deze geleerd dat we ons te veel laten leiden door een (aangeleerde) cultuur van geweld – inclusief ‘passief’ geweld, zoals het elkaar denigrerend of stigmatiserend bejegenen en uitsluiten. Geweldloosheid zou staan voor het elkaar met begrip, mededogen en liefde tegemoet treden. Dat klinkt milder dan de huidige hysterie in ons land, waarbij politici en columnisten elkaar voortdurend vliegen afvangen over de ruggen van moslims.

Moeten we Arun Gandhi niet vragen zijn werkterrein in de VS een paar jaar te verleggen naar Nederland?

Deze column werd gepubliceerd in het julinummer 2009 van Vredesmagazine.

17 juli 2009Berlusconi

Het is medio juli. Er heerst rust. Ik voel nu niet als anders energie vanuit de media. Maar ligt dat aan de media? Het zit in wezen in mezelf. Als de buitenwereld er nu even niet is en ik daar zo op reageer, geeft dat aan dat ik te weinig autonoom ben. Te weinig stil in mezelf. Te gevoelig dus voor de energie vanuit de buitenwereld. Ik kijk in deze zomerluwte, voordat ik vakantie ga houden in Frankrijk, ook nog nauwelijks tv. In wezen is dat alles een verademing. Ook de kranten lees ik minder nauwgezet.

Toch heb ik me vandaag, nu ik deze column aan het schrijven ben, me weer wat grondiger verdiept in de krant. Het lijkt nog steeds hetzelfde, veel negatief nieuws afgewisseld met wat hoop. Natuurlijk is er weer een aanslag, nu in Jakarta met acht doden. En de gruwelijke moord op mensenrechtenactiviste Natalja Estemirova in Tsjetsjenië, een geweldige vrouw die de hoop was van velen in dat geplaagde land, raakt me ook. Ik zie tevens een klein bericht over Silvio Berlusconi. Volgens zijn voormalige advocaat en ex-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Carlo Taormina is Berlusconi ‘een dictator in een democratisch land’. Dat ligt, aldus Taormina, niet alleen aan Berlusconi zelf, maar ook aan zijn partijgenoten, die gewoon ‘gehoorzamen’ aan wat Berlusconi beslist. Eerlijk gezegd vind ik dit erger dan diens geflirt met jongere vrouwen, waarover veel ophef is. Als de democratie en de weerbaarheid zelfs in een EU-land teruglopen, moeten we alert zijn.

Natuurlijk moeten we ook alert zijn op ons geweld in Afghanistan, een oorlog die met de dag uitzichtlozer wordt. De Taliban krijgt door onze maar voortgaande bestrijding juist energie. Hopelijk wordt het niet de achilleshiel van Obama, maar trekt hij tijdig lering. Interessant is verder nog wat ik lees over de arrestatie van een oppositieleidster wegens belediging van de vrouwelijke premier in een Indiase deelstaat. In een discussie over de vele verkrachtingen in die deelstaat had ze gesuggereerd dat de premier om hier wat meer begrip te krijgen ‘zelf eens verkracht zou moeten worden’.

Wij zouden zulks opvatten als gewaagde ironie of althans als vallend onder de vrijheid van meningsuiting, maar daar moet ze in het gevang voor ‘opruiing’ en ‘aantasting van de vrouwelijke waardigheid’. De cultuur daar en hier verschillen nogal, zullen we maar zeggen. Een teken van hoop vond ik ten slotte, dat er weer protesten en betogingen zijn in Teheran en zeker ook dat Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, de invloedrijke geestelijke en ex-president van Iran, het in een publieke rede opnam voor de tegenbeweging in dat land ‘in crisis’. Er zijn krachten en tegenkrachten aan de gang in de wereld. En alles moet kennelijk zijn eigen beloop hebben. Ook tijdens de zomerstilte word je je daarvan bewust, als je voor een dag de krant nauwgezet leest.

Dit artikel verscheen als column in het juli-augustusnummer van het magazine ’t Kan Anders.

Volgende Pagina »