2 oktober 2009SoulForceGandhiKing

Wat de mensheid intrigeert, is dat Gandhi een daadkrachtige spirituele man is met een grote morele authenticiteit, die mild is zonder de mensen naar de mond te praten, die weet wat het doel van onze levensreis is en zich bij alles laat leiden door zijn innerlijke stem, die ook de elite waarschuwt niet te vervallen in slaafse imitatie van het Westen en die zonder leger iets presteerde wat eenieder potentieel in zich heeft, maar waarvoor hij of zij het moeilijk vindt de geestkracht op te brengen. Werd hij vooral bekend door zijn conflictoplossing, zijn erfenis is dus ook een krachtige consistente levenshouding met een heel eigen moderne spiritualiteit. Erg actueel, nu het in het Westen meer en meer gaat om 1) individualiteit, 2) authenticiteit en 3) innerlijke kracht.

Bovendien is die satya graha van hem niet louter een technisch model. Nee deze is – en daarin was hij zijn tijd ver vooruit – een strategie van de liefde. Een bevrijdingsmodel met een eigen spirituele kosmische visie. Een visie op de mens, die enerzijds vanuit angst opereert en macht najaagt, maar anderzijds ook iets goeds of een stukje God, Satya, in zich heeft, reden dat je hem, zegt Gandhi, niet mag doden, maar dat je hem juist moet helpen zichzelf te bevrijden van zijn angst en machtwellust. Vandaag zeggen psychologen hetzelfde.

Ik was als jonge vredesactivist in de jaren tachtig nogal eens in de vroegere DDR. Ik hoorde dan van mensen dat hun communistische machthebbers zo in de greep van angst en geweld waren, dat er in elk postkantoor, in elke grote winkel, ja in elke kerk tijdens de dienst soldaten met geweren aanwezig waren en dat daarom, zo zeiden ze me, Gandhi’s model voor hen de enige optie was om zich van hen te ontdoen. In Leipzig organiseerden ze toen elke maandagavond met kaarsen in de hand stille tochten, die elke keer uitgroeiden en het land uiteindelijk enorm elektrificeerden, wat mede verklaarde waardoor in 1989 de Berlijnse Muur viel zonder dat er een schot werd gelost.

Ik was ook nogal eens in Israël. Daarvan herinner ik me de uitspraak van de latere premier Rabin: “Een leger kan een leger verslaan, maar niet een volk.” Hij zei dat tijdens de eerste Palestijnse intifada, toen deze nog geweldloos was en de Palestijnen eensgezind Gandhiaanse self-reliance (onafhankelijkheid) aan het opbouwen waren met onder meer een schaduweconomie. Later kregen haat en geweld helaas de overhand en ontaardde de intifada. De machthebbers in Israël waren daar niet rouwig om. Bepaald niet. Ze hadden nu het argument om (extra) geweld te gebruiken. Met als gevolg meer haat en minder vrijheid. Tel uit je winst.

Ik ben niet pessimistisch over de wereld – de cultuur verandert langzaam, daarvoor hanteren antropologen de term cultural lag. Ik zie langzaam vooruitgang, ook dat de innerlijk krachtige Obama er nu is, maar de Palestijnen leren ons dat je jezelf in de vingers snijdt als je inconsistent bent qua strategie. Om Gandhi na te volgen, is het zaak in beide handen een olijftak te houden en geen mooi weer te spelen met een olijftak in één hand en een granaat achter de rug. Zoiets zet de tegenspeler op scherp om zich voor te bereiden op het moment dat ik de granaat tevoorschijn haal. Ken jezelf, zei Gandhi. Dan weet je ook dat geweld een eigen dynamiek heeft.

Gandhi’s geweldloosheid is ook een uitdaging voor elk van ons persoonlijk. Bij  ahimsa gaat het erom doelen te bereiken zonder fysieke, psychische en materiële schade toe te brengen. Niet kwetsen dus. Dat is nogal wat. We verwonden of doden niet fysiek, maar vaak doen we dat wel psychisch. Bijvoorbeeld door over anderen te roddelen, hen te ‘katten’, bevoogden, negeren, vernederen en sociaal uit te sluiten of soms zelfs openlijk te treiteren en te pesten.

Allemaal vormen van psychisch geweld. Het is van belang de eigen schaduwen onder ogen te zien. Psychiater Carl Gustav Jung zei hierover: “Wie naar buiten kijkt droomt, wie naar binnen kijkt wordt zich bewust. Men wordt niet verlicht door zich beelden van licht voor te stellen, maar door zich bewust te worden van de eigen duisternis.” Naast zelfvertrouwen is eerlijkheid over onze schaduwen dus essentieel. Dit omdat arrogantie het laatste is wat de mens past. Maar vooral omdat ontkenning/verdringing van het geweld in ons leidt tot projectie. Erkenning van de eigen schaduwen werkt al helend. Als je ze niet erkent, krijgt het macht over je bij het minste of geringste. Aan zichzelf werken is dus geen luxe. Carl Jung zei tijdens de Tweede Wereldoorlog: “De wereld hangt aan een zijden draadje, namelijk de psyche van de mens, de wereld wijzigt niet als het individu niet verandert.” De psychologie is nog een jonge wetenschap, maar door haar invloed, de vele therapie- en andere groepen en door het proces van individualisering, is de bewustwording sindsdien al sterk toegenomen, waardoor we vandaag Gandhi en zijn nadruk op het ‘ken jezelf’ en  soul-force veel beter beginnen te begrijpen.

Strategische formules in Gandhi’s geweldloosheid of ahimsa zijn: 1) dat ze niet symptomen bestrijdt, maar boven het geweld uitstijgt en dat we dus moeten leven naar wat we prediken, 2) dat spiritualiteit en soul-force ons daarvoor de kracht geven, 3) dat met open vizier wordt gestreden, 4) dat het goede niet kan worden afgedwongen met geweld, 5) mede daarom geen lijden moet toegebracht, maar dat er in het uiterste geval bereidheid is zelf lijden op zich te nemen, 6) dat geweldloosheid zich richt op het beste in de ander en 7) mede daarom vijandschap en haat taboe zijn, 8] dat in de geweldloze strijd het middel minstens zo belangrijk is als het doel en dat we daarin consistent moeten zijn en 9) dat er een goede verstandhouding met de persoon van de tegenspeler is.

Maar kunnen mensen zo’n strategie van de liefde opbrengen, als ze bij zichzelf geen innerlijke vrede constateren? Kunnen we überhaupt wel in vrede leven met een ander, laat staan vrede bij hem brengen, als we niet in staat zijn in vrede te leven met onszelf? Moeten we niet allen veel meer aan onszelf gaan werken, voordat we bijvoorbeeld een Gandhi kunnen nazeggen: “Ik heb van vijanden vrienden gemaakt. Mijn grootste succes was dat de Britten India verlieten als vrienden.” En het verzoeningbeleid van Mandela en Tutu dan? Kunnen we vergeven? Soms moet je half wankelende dictators een vrijwillig ballingschap aanbieden om verdergaand lijden en bloedvergieten te voorkomen. Of zeggen we nee, we willen wraak?

De spirituele giganten Gandhi, Mandela en Tutu waren zich bewust van angst als dodelijke factor; Gandhi noemde het de oorzaak van geweld. Een letterlijk citaat van hem: “Onze ware vijanden zijn onze angst, hebzucht en egoïsme.” Angst maakt ons klein of laat ons in zelfafwijzing belanden, de ziekte van deze tijd, die behalve tot depressie ook leidt tot negativisme. Dit met alle gevolgen van dien, nu we door de kwantumfysica weten dat 1) alles energie is en 2) dat we non-lokaal verbonden zijn met het bewustzijn van andere mensen. Gooi je dus zelfafwijzing en negativiteit de lucht in, dan bevorder je het tegendeel van wat Gandhi ahimsa noemt. We leven mede door het proces van individualisering in een tijdsomslag. Het gaat nu in het leven om zelfvertrouwen, authenticiteit en spirituele kracht. Alledrie zaken die Gandhi al sterk benadrukte. Van Inayat Khan is de soefiwijsheid: “Vechten met de ander geeft oorlog en worstelen met zichzelf geeft vrede.” Eerst jezelf transformeren, wist ook Gandhi.

“Geweldloosheid,” zei Gandhi eens, “is zachtmoedig, het kwetst nooit, het is als het goed is niet een gevolg van boosheid, het is nooit bedillerig, nooit ongeduldig, nooit schreeuwerig en lijnrecht tegenover dwang (…) en ik zal niet wachten tot het hele volk zich daartoe heeft veranderd, maar zonder omwegen een begin maken bij mezelf.” Zelf voorleven dus. Door de ontdekkingen van de kwantumfysica geldt temeer de klassieke uitspraak van ‘zoals de mensen zijn, zullen de tijden zijn’. Ook dat engagement gedoemd is te falen, als we niet in de gaten hebben dat een conflict dat we buiten onszelf tegenkomen vaak een uitdrukking is van een conflict in onszelf. Zijn we niet te veel bezig anderen te veranderen om zo onze eigen probleem op te lossen? Ook in het groot bij militaire interventies? Het Westen is zo bevoogdend, hoor ik vaak als antropoloog onderweg.

De progressieve Amerikaan George Kennan zei eens: “Bevoogden en onszelf beschouwen als leraren voor de rest van de wereld is verwaand en ondoordacht. Als jij denkt dat jouw manier van leven navolging verdient, dan is de beste aanbeveling niet anderen de les te lezen, maar zelf het goede voorbeeld geven.” Inderdaad niet bevoogden, ieder heeft zijn eigen proces. Gandhi: “Kijk naar mijn levenswijze, hoe ik leef, woon, eet, zit, praat en me gewoonlijk gedraag, al die dingen samen in me, dat is mijn religie.” “Ahimsa kan niet zonder zelfaanvaarding, niet zonder gevoel voor het hogere en niet zonder liefde voor de mensheid.” Dat hogere, volgens hem een ‘ondefinieerbare mysterieuze kracht die alles doordringt’, noemt hij behalve God: Waarheid, Bewustzijn en Essentie, allen godsbeelden die de laatste jaren bij ons ook in zwang komen. Ook dat we een stukje God in ons hebben. Gandhi was qua bewustzijn, ja in vele opzichten, zijn tijd vooruit.

Gandhi had zijn successen omdat hij opereerde, niet vanuit het dualistische wij-zij, maar vanuit eenheidsbewustzijn en het hart, wat ook betekende inlassen van stilte, weet hebben van de wetten van het universum en luisteren naar je innerlijke stem. Vandaag zien we in dat zo’n houding een enorme kracht is en leidt tot vrijheid, authenticiteit en individualiteit. Gandhi was een voorloper van deze nieuwe attitude, die aan het opkomen is. “Bij de meeste mensen slaapt de geest, waardoor het hun ontbreekt aan soul-force, maar als al één mens die geest bij zich doet ontwaken, wordt daarmee de aarde een beetje opgetild,” zei hij eens.

Soul-force is een enorme kracht, via welke je leeft vanuit een hoger ideaal en via welke je niet gericht bent op eenzaamheid, angst, rivaliteit, wrok, iemand gebruiken, op tekort en eigenbelang, maar meer op gelijkwaardigheid, verbinding, mededogen, vrijheid, geven en denken in overvloed. Luther King formuleerde het als volgt: “De zwakte van geweld is dat het een neergaande spiraal is en juist datgene opwekt wat je wilt vernietigen. Met geweld kun je de hater doden, maar niet de haat. Met geweldloosheid hebben we echter een kracht die groter is dan een kernbom. Want een bom kan alleen vernietigen, maar geweldloosheid kan harten veranderen.”

Dit is een toespraak gehouden in Den Haag en Wassenaar ter gelegenheid van de internationale vredesdag van 2 oktober, op de geboortedag van Mahatma Gandhi.

11 oktober 2009Vredesmagazine

Een spreekbeurt heb ik ervoor afgezegd: ik moest en zou vandaag hier zijn en een verhaaltje houden. En het moet gezegd, het creatieve initiatief tot samenwerking van drie of meer vredesbewegingen van diverse ideologische snit in een uiterlijk mooi magazine, is niet niks. Zelf acht ik me overigens niet de meest geëigende persoon om een oordeel te geven over het blad. Formeel ben ik immers als redactielid medeverantwoordelijk voor het beleid, ook al wordt het hoofdwerk natuurlijk in en rondom de Obrechtsstraat gedaan.

Een samenwerking veronderstelt kritisch zijn ten aanzien van macht, kritisch ten aanzien van onderdrukking en economische ongelijkheid, kritisch ten aanzien van fanatisme en utopisme, kritisch ten aanzien van liefdeloos met elkaar omgaan of elkaar vernederend of respectloos behandelen, kortom, kritisch zijn ten aanzien van het geweld in mens en maatschappij en proberen het helpen terug te dringen. Geweld dan wellicht in de brede zin van het woord.

Er zijn overigens recente studies die aantonen dat enerzijds de geweldsenergie in ons er nog steeds is, dat een hoog percentage mensen in hun fantasieën wel eens iemand wil of heeft willen doden. Maar dat anderzijds ook afname van het uiterlijke geweld een duidelijke trend is. Onze voorouders waren aanmerkelijk gewelddadiger dan wij, naar het lijkt. Je schrikt als je de agressie in onze steden soms ziet, of verneemt dat er in 2006 in ons land 150 mensen werden vermoord. Maar onze voorouders konden er ook wat van. De middeleeuwse steden waren tientallen keren gewelddadiger dan de onze van nu. Misschien ben ik nu aan het vloeken in de kerk, maar ook in Nederland is niet alleen sinds 2002 het aantal geweldsmisdrijven aan het verminderen, maar ook het aantal moorden – in de jaren negentig nog 250 per jaar –, terwijl er ook sinds 1945 een scherpe afname is te zien van het aantal binnenlandse oorlogen, pogroms en militaire coups in Europa, de VS en in Zuid-Amerika.

We kunnen ons werk echter niet stoppen, geweld is er nog steeds, onze onzichtbare geweldsenergie incluis, en niet te vergeten het goedpraten van geweld. We zijn niet in de laatste plaats een samenwerking van 1) antimilitarisme, 2) pacifisme en 3) geweldloosheid, alledrie met diverse inspiratiebronnen van humanisme tot religie of spiritualiteit en vaak ook nog een vleugje anarchisme en marxisme. Het antimilitarisme probeert vooral het wapengeweld, wapensystemen en de militaire macht te analyseren en te ontmaskeren ­– naast acties zijn de onderzoeksdossiers van AMOK  in het magazine dan ook functioneel. Het pacifisme, als term ontstaan rondom 1890 op een vredescongres in Glasgow,  is vooral een filosofie van vrede, die zich keert tegen oorlog en in principe ook tegen de klassieke leer van de ‘rechtvaardige oorlog’ van Augustinus, een leer waarop George Bush sr. zich nog beriep voor de eerste oorlog tegen Irak. In vergelijking met pacifisme zoekt geweldloosheid het vooral in het alternatief, dus het niet willen blijven steken in het actie-reactiepatroon van aanvallen en verdedigen jegens de tegenspeler, maar daarboven uitstijgen, met andere woorden. de tegenspeler niet willen vernietigen, maar met hem in een proces komen waarin deze verandert. Het is naast een levenshouding niet ook  in de laatste plaats een alternatieve methode van conflictoplossing, een strategisch proberen de onderdrukte te bevrijden en tegelijk ook de onderdrukker. In het aan te bevelen boekje Beter Geweldloos van het Platform voor Vrede en Geweldloosheid (€ 3,- per stuk) zet ik beknopt maar dacht ik handzaam de negen  aspecten of dimensies van geweldloosheid uiteen.

Welnu, aan jullie het antwoord op de vraag of dat wat ons bindt en ook wat de accentverschillen zijn aan bod komt in het Vredesmagazine en of men zich herkent. In het prima interview in het nummer 3, 2009 met PvdA-lid en vredesvrouw Sonja van der Gaast zegt deze op grond van het stoppen van apartheid, dat dit ‘niet zonder wapens had gekund’ en dat ze daarom ‘niet echt antimilitaristisch meer’ is, maar, voegt ze toe, dat het terugkijkend ook weer zo is dat het ‘altijd op een andere manier kan’, en dat ze  theoretisch denkt dat ‘je met oorlog zelden iets goeds bereikt’, maar dat je ‘dan wel twee kanten nodig hebt’. Nog afgezien van het feit dat niet het ANC-geweld de apartheid op de knieën kreeg – integendeel –, maar de internationale druk, zijn deze negen regels op pagina 8 een toonbeeld van de ideologische verwarring waarin we verkeren. We weten het niet meer. Ook al is er niet meer de gedachte dat geweld het enige is wat uitkomst brengt, zoals in de tijd van de Baader-Meinhofgroep, er is bij velen van ons nog wel het denken dat oorlog soms moet omdat er in de woorden van Sonja ‘een partij is die niet meewerkt’. Alsof dat nu juist niet het probleem is, met andere woorden, dat er altijd een groep in de greep van het gewelds- of machtsdenken en de hebzucht is en dat het er juist om gaat hoe daarop te antwoorden, hoe die groep zo te benaderen dat een oorlog wordt voorkomen. Een militaristische benadering doet die meestal uitbreken omdat tegengeweld het conflict niet alleen doet escaleren, maar bovendien de onderdrukker een extra argument geeft. De Palestijnse Intifada begon geweldloos, wat de Israëlische machthebbers in verlegenheid bracht. De laatste waren er bepaald niet rouwig om dat op een gegeven moment het geweldsdenken helaas de overhand kreeg bij de Intifada.

De artikelen van John Zandt in het Vredesmagazine las ik trouwens steeds met genoegen. Hij wijst er terecht op dat het pacifisme nu helaas ontbreekt in de politiek. Misschien is het een uitdaging te proberen het daar weer terug te brengen. Als politieke partijen proberen conflictgroepen bij elkaar te brengen door eerst hen elkaars waarheid te doen erkennen, al of niet geïnspireerd door ons, zie ik dat trouwens als pacifisme, zeker als geweldloosheid, wat immers bekend werd door conflictoplossing. Zandt gaf ook een voortreffelijke bespreking in nummer 4, 2009 van het recente boek Met alle geweld van Hans Achterhuis. De laatste onderscheidt zes oorzaken van geweld, namelijk: 1) het (verheven) doel heiligt de middelen, 2) de mimetische of nabootsende begeerte, ook richting bezit en macht, 3) moraal of het door mensen gemaakte onderscheid tussen goed en kwaad, 4) het irrationele of opvliegende in de mens, 5) strijd om erkenning, je niet geliefd of gerespecteerd voelen en 6) het ingroup-gevoel of het wij-zijdenken.

Onderzoekster Jessica Stern ontdekte dat het zich vernederd voelen een belangrijke oorzaak van het zelfmoordgeweld is. De psychische component van de mens blijkt met andere woorden en ook bij de meeste oorzaken die Achterhuis noemt, niet onbelangrijk, ook niet voor ons magazine, denk ik, om daaraan aandacht te geven. John Welwood, een bekende, aan Harvard opgeleide psycholoog, zegt in zijn boek Liefde geven en ontvangen: En waarom liefde ontvangen zo moeilijk is? dat minstens driekwart van de mensen het gevoel hebben dat er niet van hen kan worden gehouden zoals ze nu zijn. Ze lijden aan zelfafwijzing of zelfs zelfhaat en op zijn minst groot gebrek aan zelfvertrouwen. Dat geeft bitterheid, jaloezie en negativiteit, wat dodelijk is voor een samenleving, zeker sinds we door de ontdekkingen van de kwantumfysica weten dat alles energie is en wij allen non-lokaal verbonden zijn met het bewustzijn van anderen. Dus dat alles wat we uitstralen effect heeft op anderen en onszelf. Carl Jung zei tijdens de Tweede Wereldoorlog: “De wereld hangt aan een zijden draadje, namelijk de psyche van de mens, als het individu niet verandert, wijzigt de wereld niet.”

Sindsdien is de bewustwording via zelfkennis en transformatie en ook door het proces van individualisering gelukkig wel behoorlijk toegenomen. Laten we ook niet vergeten dat de psychologie nog slechts een jonge wetenschap is. Op de vele workshops waar men tegenwoordig aan zelfreflectie, chikung, yoga of psychosynthese doet (ik noem maar een dwarsstraat), hoeven we niet neer te kijken. Ze doen in wezen indirect vredeswerk. Een individu dat zichzelf niet ziet zitten, dus zonder innerlijke kracht is, moet zijn eigen onbehagen afreageren of wordt een speelbal, slachtoffer of bestrijder, kortom een Wildersstemmer. Hij straalt geen positieve maar negatieve energie uit en is daarom vaak nutteloos voor de vrede. Zal dus ook geen abonnee worden, voelt zich totaal niet aangesproken door ons blad. En het lijkt beter het woord ‘zweverig’ niet te gauw in de mond te nemen, de haviken ter rechterzijde betitelden ons vredesmensen immers ook vaak als zwevers. De aan empowerment werkende boeddhist Thich Nath Hanh van Plumvillage, waar elk jaar tienduizenden mensen komen, was trouwens een vredesactivist bij uitstek tijdens de Vietnamoorlog.

Als wij samenvattend als magazine naast onze mentale bespiegelingen, ook kunnen bijdragen aan de empowerment van de mensen, bewijzen we niet alleen de samenleving een dienst, maar zullen ook de abonnees toestromen. Een aansprekend voorblad en mooie foto’s zijn prima, maar zowel de politiek (Obama uitgezonderd) als de vredesbeweging weet mensen momenteel niet meer in het hart te raken. Dat er nu vrede is in Ulster, vinden ze best fijn, maar ze lezen dat ook in de krant, menen ze. Zeggen dat dingen zus en zo moeten, weten ze nu wel, net als het sterk mentale en het moraliseren van ons. Moraliseren is zeker niet meer ‘in’. Zijn is waar de mensen tegenwoordig vooral naar kijken. Gandhi was van die geest onder de mensen een voorloper, getuige zijn ‘Be the change you want to see. Het draait in het tijdgewricht waarin we lijken te zitten vandaag minder om kennis en weten, als wel om bewustzijn en daarin vooral om drie dingen: authenciteit, innerlijke kracht en individualiteit. Indien we als redactie en als abonnees van het magazine die trend versterken, liefst met een creatieve actie, zijn we in tune met de samenleving en hebben we toekomst.

Dit is de weergave van een toespraak gehouden op een bijeenkomst van Pais en Vredesmagazine op 11 oktober in Emma, Utrecht.

11 september 2009waardencrisis

Vooral in de zomer zie je hoe vluchtig de actualiteit vaak is. Je bent even weg en merkt daarna niet zo veel te hebben gemist. Dingen zijn even hot nieuws en ebben dan ook zo maar weg. Niet met Geert Wilders echter, noch met Afghanistan en de economische crisis, ook al staan de beurzen weer wat beter. Wilders begint een obsessie te worden in het land. Men weet niet goed hoe te reageren en maakt zich zorgen over de opiniepeilingen. Mijn zorg is vooral de interetnische spanningen die een en ander oproept. Toch zullen we die helaas enige tijd voor lief moeten nemen. Populisten groeien nu eenmaal in hun rol om mensen die zich slachtoffer voelen, al of niet vanuit oude wonden, te helpen hun frustraties ergens op af te afreageren. Dat moet dan maar. Er is weinig tegen te doen, omdat het meer een zaak van negatieve emoties is dan van ratio. Maar het maakt ook bewust. Op een gegeven moment krijgen mensen door dat het gedoe van Wilders gewoon stereotiep menselijk gedrag is, namelijk de eigen ‘schaduw’ bij de ander leggen. En het maakt bewust in de zin dat wij dit mogelijk ook zelf weleens doen. Een inzicht dat ons wellicht milder maakt in het algemeen.

Afghanistan
Afghanistan is nieuws vanwege de verkiezingen aldaar, de actie van Cindy Sheehan bij Vineyard, het vakantieadres van Obama, en het sneuvelen van twee Nederlandse soldaten in Uruzgan vlak na elkaar. Uit een CNN-peiling blijkt dat 57 procent van de Amerikanen nu tegen de oorlog in Afghanistan is. Cindy Sheeham, de peace mom die in 2004 een zoon in Irak verloor en eerder actie voerde voor de ranch van George W. Bush, richt zich nu op Obama. Deze zou de oorlog in Afghanistan laten ‘escaleren’. Veel steun kreeg ze niet, maar het geeft wel aan dat Obama enigszins klem komt te zitten door wel ‘Irak’ af te bouwen, maar (nog?) niet ‘Afghanistan’.
Corruptie en grootscheepse fraude bij de verkiezingen nemen overigens de laatste geloofwaardigheid van de missie weg. Op de dag zelf is zelfs 15 procent van de stembureaus niet open geweest, terwijl daarvan wel een uitslag werd afgegeven.
Los daarvan speelt paternalisme ons parten. Dus dat wij vanuit het Westen wel even de zaakjes kunnen opknappen in een land dat niet het onze is. Het duurt niet lang of een land gaat zoiets toch als bezetting ervaren. En dan word je deel van het probleem.
“De situatie verslechtert militair,” aldus admiraal Mike Mullen, de hoogste Amerikaanse militair in Afghanistan in een interview op 23 augustus met CNN. Door een beweging als de Taliban militair te bestrijden geef je haar vleugels. Iets wat je bestrijdt, krijgt energie, schreef ik al in 2004: het werkt niet. Hoe eerder we ons terugtrekken uit het land, des te beter. Hopelijk ziet Obama dat ook snel. Anders vrees ik voor een tweede Vietnam. En vrees ik voor Obama zelf. Deze wordt nu door rechtse populisten en ziektekostenverzekeraars zwaar bestookt vanwege zijn plannen voor een beter zorgstelsel, die Amerika ‘socialistisch’ zouden maken of ‘dodencommissies’ zouden bevatten. Het zijn vooroordelen en het is kwaadaardig, maar zoiets moet niet te lang duren. Hopelijk komt er een wending ten goede na Obama’s rede van 10 september voor het Congres, die sterk was en breed indruk maakte.

Waardencrisis
Het zijn sterke benen die de weelde kunnen dragen. Na de val van de Muur was er eerst blijdschap, maar na enige tijd begonnen we in te zien dat er veel schortte aan de controle vanuit de politiek, de vakbeweging of de consument op de captains of industry en op de bankiers. Groot gebrek aan zelfdiscipline, ook als het gaat om hun salarissen en bonussen. Onthullend is dat sommige bankiers thans, nu er financieel een lichte verbetering optreedt, zich weer hoge bonussen laten uitkeren. Herman Wijffels noemde dat in het tv-programma Buitenhof van 7 september cynisch ‘het feest van de egotripperij en roverij’. En dat terwijl de bankiers ‘er zijn om de economie en de mensen te dienen’. Natuurlijk moeten wij mensen ‘de banken aanspreken’, maar we gaan ‘zelf ook niet vrijuit’, zo voegde hij toe. Denk maar aan ‘onze veel te hoge ecologische voetdruk’.
Er zou kortom sprake zijn van een waardencrisis. Bij jezelf beginnen om de wereld verbeteren? Ja, maar het ook niet alleen aan Wouter Bos overlaten om ertoe bij te dragen dat het bankwezen weer zijn geloofwaardigheid terugkrijgt.
In de uitzending zat tegenover Wijffels de econoom Rik van der Ploeg. Best een ‘knappe kop’, en hij kon zich wel vinden in wat Wijffels zei. Hij sprak ook over onze ‘indirecte uitbuiting van de derde wereld’, maar zijn betoog was helaas sterk mentaal en kwam vaak niet over door de vele woorden. Wijffels sprak vanuit het hart en kwam daardoor authentiek over.
Ik schrijf dit voorafgaand aan Prinsjesdag, maar wat mij betreft zou de huidige ministersploeg dat authentieke ook wel iets sterker mogen hebben. Ze doen het niet echt slecht, maar de kloof met de burger weten ze toch niet goed te overbruggen. Maar misschien is dat wel een structureel probleem in het Westen, nu de rol van de ideologie voorbij lijkt te zijn in de politiek en ook de mensen aan de basis qua bewustzijn al veel verder lijken te zijn dan de oude partijpolitiek.

Dit is een geactualiseerde versie van een commentaar in magazine De Linker Wang van september 2009.

20 augustus 2009Tiamat

Vadergod Apsu en moedergod Tiamat (tevens draak van de chaos) konden volgens de Babylonische mythe niet slapen door het lawaai van de jonge goden. Reden waarom zij besloten hen te doden, maar de jonge goden waren hen te slim af, doodden Apsu en spleten bij Tiamat de schedel met een knots, waarna ze haar lichaam aan stukken sneden, waaruit zij de kosmos en de wereld schiepen. In deze klassieke mythe zijn we niet alleen het resultaat van een godsmoord, maar is tevens scheppen en orde brengen een daad van geweld. Telkens als chaos de kop opsteekt, kan hij alleen getemd door bloed en geweld. Het is een beheersingsmythe, maar de machthebber legt haar uit als ‘bevrijdend’ of ‘reddend’ geweld.

We hebben geen idee welk effect deze klassieke machthebbersmythe heeft op ons denken. Ze is nog springlevend, zoals blijkt in tekenfilms, stripverhalen, internet, films met bad guys en good guys, maar vooral uit de waarden van de machten die ons conditioneren, zonder dat we dat vaak beseffen.

Het militair ingrijpen werkt niet in Afghanistan, zeggen we. Door een tegenspeler te bestrijden geef je deze juist energie. De recente sterke opkomst van de Taliban lijkt dat te bevestigen. Niettemin, als we eerlijk zijn, zijn er ook bij ons restanten van de mythe dat geweld ‘redt’. Voor het goede of humanitaire doel is het doden of het (als soldaat) gedood worden niet zo erg, denken we weleens, al of niet stiekem. Maar is dit denken voor ons kabinet niet juist de rechtvaardiging van onze bezettingsmacht in Uruzgan? De bekende ethicus Hannes de Graaf zei eens: “De rechtvaardiging van geweld is erger dan het geweld zelf.” Na geweld in drift kan spijt en verzoening volgen, maar een rechtvaardigingsideologie kan heel lang ons denken blijven beheersen en mensen stimuleren tot nieuwe daden van geweld. Met andere woorden: wie geweld goedpraat, zet het in gang. De Duitse historicus Bernhardi markeerde in 1914 vlak voor Eerste Wereldoorlog ‘geweldloosheid tot verval van de geest, verval van moed en leidend tot armoede’. In welk een armoede of ellende dit denken zijn land stortte, is nauwelijks te beschrijven. Dat wat we denken is dus geen peanuts. Gedachten zijn krachten. Hoe meer we ons losmaken van de mythe dat geweld ‘redt’, des te beter.

Dit artikel verscheen in Vredesmagazine van september 2009.

24 juni 2009ArunGandhi

Alom is er emotie in het land over de opmars van Geert Wilders. De VVD-Tweede Kamerfractie probeert hem zelfs de wind uit de zeilen te nemen door een pleidooi voor een drastische uitbreiding van de vrijheid van meningsuiting. Beschimpen, ontkennen van de Holocaust, verdacht maken, alles moet kunnen, behalve het aanzetten tot geweld.

Weinig verheffend. Het zal bovendien niet baten. Mensen steunen Wilders vanuit negatieve emoties als angst en wrok of vanuit een slachtofferbewustzijn. Soms ook doordat zij zich cultureel en/of economisch ‘bedreigd’ voelen door nieuwkomers. Het kwalijke van populisten is alleen dat zij erop inspelen. Alsof onze liberale ‘joods-christelijk cultuur’ in gevaar zou zijn. Te gek voor woorden, ook al omdat de ooit zo hoogontwikkelde Arabische cultuur juist in grote verwarring, zo niet ontbinding is. Ik kan me er niet meer druk om maken. We moeten kennelijk even leven met dit gedoe. Het heeft te maken met het proces van globalisering en individualisering. De Fransman Dominique Moisi spreekt zelfs van de eeuw van drie dominante emoties.

In Europa zou die emotie angst zijn, bij de Arabieren vernedering en in Azië hoop. Naast angst zou men zich vastklampen aan (de ‘subemotie’) identiteit – een illusie overigens in de ‘vloeibare samenleving’ van vandaag. Alleen even wat vervelend. De populariteit van de EU lijdt eronder, net als de tolerantie jegens de (nieuwe) minderheden onder wie deze ontwikkeling tot verkramping leidt: afgeven op de islam werkt zo veeleer averechts.

Wat opvalt, is dat raciale en religieuze vooroordelen Nederlanders minder vreemd zijn dan het geval leek ten tijde van hun enthousiaste deelname aan de strijd tegen apartheid in Zuid-Afrika. Het is daarom maar goed dat Nederland via RTL4 en via het vredescentrum Emma in Utrecht onlangs kennismaakte met Arun Gandhi. Deze kleinzoon van Mahatma Gandhi noemde geweldloosheid behalve een strategie van conflictoplossing vooral ook een manier van leven. Hij had als kind enige jaren geleefd bij zijn grootvader en van deze geleerd dat we ons te veel laten leiden door een (aangeleerde) cultuur van geweld – inclusief ‘passief’ geweld, zoals het elkaar denigrerend of stigmatiserend bejegenen en uitsluiten. Geweldloosheid zou staan voor het elkaar met begrip, mededogen en liefde tegemoet treden. Dat klinkt milder dan de huidige hysterie in ons land, waarbij politici en columnisten elkaar voortdurend vliegen afvangen over de ruggen van moslims.

Moeten we Arun Gandhi niet vragen zijn werkterrein in de VS een paar jaar te verleggen naar Nederland?

Deze column werd gepubliceerd in het julinummer 2009 van Vredesmagazine.

17 juli 2009Berlusconi

Het is medio juli. Er heerst rust. Ik voel nu niet als anders energie vanuit de media. Maar ligt dat aan de media? Het zit in wezen in mezelf. Als de buitenwereld er nu even niet is en ik daar zo op reageer, geeft dat aan dat ik te weinig autonoom ben. Te weinig stil in mezelf. Te gevoelig dus voor de energie vanuit de buitenwereld. Ik kijk in deze zomerluwte, voordat ik vakantie ga houden in Frankrijk, ook nog nauwelijks tv. In wezen is dat alles een verademing. Ook de kranten lees ik minder nauwgezet.

Toch heb ik me vandaag, nu ik deze column aan het schrijven ben, me weer wat grondiger verdiept in de krant. Het lijkt nog steeds hetzelfde, veel negatief nieuws afgewisseld met wat hoop. Natuurlijk is er weer een aanslag, nu in Jakarta met acht doden. En de gruwelijke moord op mensenrechtenactiviste Natalja Estemirova in Tsjetsjenië, een geweldige vrouw die de hoop was van velen in dat geplaagde land, raakt me ook. Ik zie tevens een klein bericht over Silvio Berlusconi. Volgens zijn voormalige advocaat en ex-staatssecretaris van Binnenlandse Zaken Carlo Taormina is Berlusconi ‘een dictator in een democratisch land’. Dat ligt, aldus Taormina, niet alleen aan Berlusconi zelf, maar ook aan zijn partijgenoten, die gewoon ‘gehoorzamen’ aan wat Berlusconi beslist. Eerlijk gezegd vind ik dit erger dan diens geflirt met jongere vrouwen, waarover veel ophef is. Als de democratie en de weerbaarheid zelfs in een EU-land teruglopen, moeten we alert zijn.

Natuurlijk moeten we ook alert zijn op ons geweld in Afghanistan, een oorlog die met de dag uitzichtlozer wordt. De Taliban krijgt door onze maar voortgaande bestrijding juist energie. Hopelijk wordt het niet de achilleshiel van Obama, maar trekt hij tijdig lering. Interessant is verder nog wat ik lees over de arrestatie van een oppositieleidster wegens belediging van de vrouwelijke premier in een Indiase deelstaat. In een discussie over de vele verkrachtingen in die deelstaat had ze gesuggereerd dat de premier om hier wat meer begrip te krijgen ‘zelf eens verkracht zou moeten worden’.

Wij zouden zulks opvatten als gewaagde ironie of althans als vallend onder de vrijheid van meningsuiting, maar daar moet ze in het gevang voor ‘opruiing’ en ‘aantasting van de vrouwelijke waardigheid’. De cultuur daar en hier verschillen nogal, zullen we maar zeggen. Een teken van hoop vond ik ten slotte, dat er weer protesten en betogingen zijn in Teheran en zeker ook dat Ali Akbar Hashemi Rafsanjani, de invloedrijke geestelijke en ex-president van Iran, het in een publieke rede opnam voor de tegenbeweging in dat land ‘in crisis’. Er zijn krachten en tegenkrachten aan de gang in de wereld. En alles moet kennelijk zijn eigen beloop hebben. Ook tijdens de zomerstilte word je je daarvan bewust, als je voor een dag de krant nauwgezet leest.

Dit artikel verscheen als column in het juli-augustusnummer van het magazine ’t Kan Anders.

10 juni 2009Rattenvanger

Lange tijd was de houding van politici jegens Geert Wilders genuanceerd: hij draaft door, maar heeft een punt door de problemen te benoemen. Onverstandig, omdat het mensen het idee geeft dat Wilders in essentie gelijk heeft.

De laatste tijd begint men hem van repliek te dienen. GroenLinks en D66 deden dat al eerder, maar nu gebeurt dat gelukkig ook van de zijde van de regering, die veel goede dingen probeert te doen op het terrein van integratie of inzake het ‘bij mekaar houden’, in de woorden van Job Cohen. Minister Van der Laan nam daarin beleefd doch krachtig het voortouw. Bijvoorbeeld toen Wilders voor de Deense televisie het had over ‘tientallen miljoenen moslims’, die hij bij misstappen en/of verkeerd denken Europa wil uitzetten. Minister Donner volgde daarin bij de uitreiking van de Anne Vondelingprijs eind juni. En zijn collega Van Middelkoop deed dat vervolgens ook op een congres van de ChristenUnie. Ex-minister Ella Vogelaar sloeg alleen de plank mis toen zij een vergelijking maakte met de jaren dertig in Duitsland. In dat land was toen sprake van een groot en diep trauma als gevolg van de zeer vernederende vrede van Versailles, iets waarvan men nu bij ons in de verste verte niet kan spreken.

Milde maar duidelijke repliek is nodig, omdat Nederland na Pim Fortuyn aan een nieuwe rattenvanger van Hamelen geen behoefte heeft. Zeker niet in de meer verbeten en humorloze versie van Wilders. In een samenleving waarin er sprake is van een grote nieuwe minderheid kan men het wij-zijdenken langs etnische of religieuze lijnen beter zo veel mogelijk beperken. Zeker nu door individualisering, globalisering en arbeidsflexibilisering argwaan de grondstemming van de moderne mens lijkt zijn geworden. Argwaan dan vooral richting de overheid. Als deze fouten maakt of als de politieke elite te regentesk is – en dat lijkt weer op te komen helaas – dan wel te weinig doet aan directe democratie, gaat de moderne mens dwarsliggen.

Dat kan door agressief gedrag jegens publieke dienstverleners, door gewoon thuis te blijven bij verkiezingen of juist wel op te komen en dan een volkstribuun te steunen. Normaliter kan zeker dat laatste fungeren als een extra reden voor politici om naar zichzelf te kijken en dingen te corrigeren waar nodig. Maurice de Hond spreekt van ‘woede’ en ‘het steken van een dikke vinger naar de macht’. Steekproeven in Volendam en Amsterdamse wijken duiden daarentegen meer op onvrede over criminaliteit en een politie die niets zou doen. Ook op een te veel aan regelgeving. Maar nog niet op een volstrekte antistemming jegens de overheid. Evenmin jegens de moslims, ook al werden opmerkingen als ’zij pikken al onze baantjes’ wel genoteerd. Kortom, het beeld van protest. Daar is op zich niets mis mee. Het hoort er bij.

Maar een complicerende factor is dat Wilders de nationalistisch-religieuze kaart speelt en een bevolkingsgroep dreigt te demoniseren. Dat raakt de rechtstaat, omdat het vijanddenken oproept. En omdat in een democratie een minderheid rechten heeft en de overheid de plicht heeft deze te beschermen. Vooroordelen debiteren aan de bittertafel is onprettig en onwenselijk. Maar als een politicus demagogisch week na week spookbeelden oproept over islamisering en het verdwijnen van onze nationale identiteit, kan dat funest worden voor de cohesie in de samenleving.

Gevaarlijk ook, omdat in onze toeschouwersdemocratie niet iedere burger volwaardig participeert, ook al staat hij op zijn punt. Daartoe heeft men het volste recht. Ik stel slechts vast dat er tussen mensen een verschil in bewustzijn is. Een onderscheid tussen nationalisten en kosmopolieten? Misschien. Het is hoe dan ook een zaak van attitude bij ons. Het ligt niet alleen aan de politici. Er is ook beeldvorming. En het is niet alleen winners en losers. Het is tevens een luisteren naar wat men graag wil horen, zeker als met de vinger naar de ander wordt gewezen. Marco de Vries (Erasmus Universiteit) schetst het bewustzijnsmodel van 1) ’speelbal, 2) ‘slachtoffer’, 3) ‘bestrijder’ en 4) ‘deelnemer’. Een speelbal is sterk in de ontkenning en nogal eens het mikpunt van pesterijen, het slachtoffer moppert en is zowel onverschillig (‘ze doen maar’) als boos, de bestrijder is echt boos en pikt het niet meer, terwijl de deelnemer het meeste bewustzijn heeft, voor dialoog is, minder oordeelt en beseft deel te zijn van een groter geheel. Het is een ideaaltype van innerlijke groei, waarbij we ook kunnen terugvallen. Het zijn rollen in soms diverse fasen van ons leven. Je voelt je slachtoffer, ook al ben je het niet. Je kiest dan die rol.

Het nare van populisten is dat ze negatief op deze emoties inspelen en in onze niveaus van bewustzijn gaan zitten wroeten. En wel door handel te drijven in onvrede, problemen drastisch op te blazen, zelf zowel de rol van verleider als die van slachtoffer in te nemen en als klap op de vuurpijl een zondebok ‘aan te bieden’, op wie de onvrede kan worden afgereageerd. Dat mensen zich laten meeslepen door de zoetgevooisde muziek van een rattenvanger van Hamelen als Wilders is geen ‘verdere stap van hun emancipatie’, zoals NRC Handelsblad-columnist Heldring meent, maar zegt veeleer iets over het stadium van ons bewustzijn als burger. Niemand kan mij immers, als het goed is, ongelukkig maken, tenzij ik dat zelf toesta. Maar dat is een kwestie van bewustzijn en als die te wensen over laat, is het zaak daar aan te werken, liefst zelf als burger. Wilders kan anders grote schade aanrichten, temeer omdat zijn retoriek vaak raciale ondertonen heeft.

Aan politici de taak een rechtvaardig en beleid te (blijven) voeren en misstanden op te heffen. Tevens de uitdaging het vertrouwen te herwinnen, ook door als een Obama een beroep te doen op de betere kant van mensen of hun zelfrespect te helpen versterken en tegelijk de muziek van ‘verleiders’ mild doch krachtig te weerspreken.

Dit artikel verscheen al of niet in een kortere versie onder meer in De Gelderlander van 8 juli 2009 onder de titel ‘Rattenvanger mild ontmaskeren’.

2 juni 2009Wilders-Rutte

Alom is er emotie in het land over de opmars van Geert Wilders en zijn PVV. Mark Rutte probeerde nog voor 4 juni hem de wind uit de zeilen te nemen door een wetsvoorstel tot verruiming van de vrijheid van meningsuiting. Het voorstel kreeg een emotionele lading doordat de VVD de ontkenning van de Holocaust ook uit ons strafrecht wil halen. En tevens omdat het naar het gevoel van velen niet los zou staan van het onder de rechter zijn van diens vergelijking van de Koran met Mein Kampf.

De vrijheid van meningsuiting is een groot goed. Op zich is er niets mis mee eens wat te stoeien met dat grondrecht in de wet. De zaak ligt voor de VVD bovendien principieel, maar de ‘timing’ wijst tevens op het stemmen proberen terug te winnen.

Dat mag, maar het is de vraag of dat zo lukt. Mensen steunen Wilders immers vooral vanuit diepe emoties. Het moderne leven, door de socioloog Zygmunt Bauman  betiteld als ‘het vloeibare leven’, gaat voor velen te snel. Er is globalisering, alles wordt open en het individu is teruggeworpen op zichzelf. Niets lijkt meer duurzaam en de spelregels veranderen voortdurend. Dat maakt onzeker.

En dan zijn er ook nog een miljoen moslims bijgekomen, mensen die voorheen ontbraken in het Nederlandse plaatje. Onzekerheid geeft angst. En vaak ook wrok, al of niet vanuit een soort slachtoffergevoel, dat op zoek is naar een zondebok. Aan de bitterballentafel ontstaan zo mythen als zou ons land verislamiseren. En als zou onze ‘joods-christelijke’ cultuur in gevaar zijn. Neem zulke zorgen serieus zou ik zeggen, een en ander maakt nu eenmaal deel uit van onze ‘vloeibare’ samenleving van risico en angst. Het kwalijke alleen is dat populisten erop inspelen. En ook nog met succes, omdat zij dieperliggende emoties weten te raken.

Maar dat maak je niet ongedaan door als VVD de regeringspartijen proberen te overtreffen inzake vrijheid van meningsuiting. Emoties vragen om een ander antwoord. De Franse onderzoeker Dominique Moisi spreekt van drie dominante emoties in onze tijd. In Europa zou dat angst zijn, bij de Arabieren vernedering en in Azië hoop. Angst en vooroordelen kun je beter niet beantwoorden met dezelfde emotie of met felle politiek correcte tv-debatten. Mensen krijgen hierdoor het idee dat ze ‘niet deugen’. Van belang is daarentegen contact en dialoog, waarin over en weer de angsten en zorgen met begrip worden besproken.

‘Zoek de fans van Wilders op’, houdt deelraadvoorzitter van Slotervaart Ahmed Marcouch de moslims en hun organisaties voor in een artikel met dezelfde kop in de Volkskrant van 30 mei 2009. Autochtonen zouden mijns inziens hetzelfde kunnen doen. Behalve begrip tonen ook rustig de feiten noemen. Bijvoorbeeld dat de voorheen hoogontwikkelde Arabische cultuur vandaag nogal zwak is en voor ons verre van een gevaar vormt. Of dat de moslim in ons land veeleer aan het vernederlandsen is in plaats van andersom. Niet het (felle) debat en het elkaar vliegen afvangen over de ruggen van een minderheid heen is het antwoord, maar dialoog, open en constructief.

Het zou weleens kunnen zijn dat hier de grote zwakte van het wetsvoorstel van de VVD ligt. In de zin dat het onbedoeld zal leiden tot verruwing van de samenleving. Dat is wel het laatste waarop we zitten te wachten, als angst in termen van Moisi ‘de afwezigheid van vertrouwen’ en vernedering  (zoals bij veel moslims) ‘gekwetst vertrouwen’ en ‘verlies aan hoop’ is. Rutte ontkent dat verruwing het gevolg zal zijn. Hij meent dat ons beschavingsniveau hoog genoeg is voor zelfdiscipline in onze uitingen. Maar hij vergeet, dat wij ons beschavingsniveau ten spijt terug kunnen vallen op negatieve emoties. De vraag welk signaal we geven is dus niet onbelangrijk.

Het gaat er in het voorstel om dat we het kwetsen door anderen pareren via het woord en niet via een beroep op de rechter. Het is een bijna onbegrensde uitingsvrijheid die wordt bepleit. Maar of daar het goede signaal van uitgaat, is zeer de vraag. Het publieke debat wil de VVD niet laten bepalen door lange tenen, heet het. De enige beperking is het aanzetten tot geweld en discriminatie van mensen. De filosoof  Spinoza (1623-’77), criticus van wat hij noemt de ‘dwingelandij van dominees’, is ook sterk voor vrijheid. Maar medeburgers te schande zetten, bespotten, verdacht maken, veroordelen of kwetsen zou zijns inziens niet onder vrijheid van mening vallen. Dit omdat het de maatschappelijke cohesie zou ondermijnen.

Anderzijds heeft zijn tijdgenoot John Locke een sterk punt, wanneer hij stelt dat overtuigingen of opinies niet bij wet afdwingbaar zijn. Meningen kunnen bovendien vandaag omstreden zijn, maar op termijn de waarheid blijken te dienen en dus hun tijd vooruit zijn. Het is dan ook van belang dat we grote waarde hechten aan de vrijheid van meningsuiting. Niettemin ben ik geen voorstander van het verruimingsvoorstel van de VVD. Ten eerste omdat dit grondrecht nu in de wet al goed gegarandeerd is, en ten tweede omdat in het voorstel de grens met geweld en discriminatie moeilijk te trekken is. Dan bedoel ik niet dat er ook verbaal geweld is, dus dat woorden tevens kunnen ‘doden’. Maar hoe te weten dat haat zaaien niet aanzet tot geweld? Direct dan wel indirect? Rutte beperkt zich tot het eerste, maar ook dat is niet waterdicht. De diepere oogmerken van mensen kennen we immers meestal niet.

Een derde reden om tegen het voorstel te zijn is dat we sinds enige decennia een vrij grote minderheid van nieuwkomers in ons midden hebben. In een risicosamenleving maakt dat  mensen extra onzeker. Vreemdelingenhaat en latent racisme liggen daardoor op de loer. Van beide kanten overigens. In bijna absolute zin alles maar kunnen zeggen, inclusief beledigen en haat zaaien, is in zo’n situatie niet verstandig.

Dit artikel verscheen tevens in onder meer Het Parool van 6 juni, Leidsch Dagblad van 9 juni, Dagblad van het Noorden van 11 juni en De Linker Wang van juli 2009.

1 mei 2009mahatma-gandhi

Lange tijd al opereert de mens vanuit een soort dualiteits- of tweedelingsbewustzijn. Mensen ervaren daarin afgescheidenheid van hun diepere kern, van de ander en het Andere en zijn hierdoor eenzaam. Vandaar het zoeken van de toevlucht in een groep. Sociologisch heet dat een ingroup, zoals de eigen zuil, religie, klasse, natie of ras, of een outgroup, waarmee anderen zich vereenzelvigen. Naast het gevoel van afgescheidenheid is kenmerkend voor het dualiteitbewustzijn het ‘wij-versus-hulliedenken’, het hebben van vooroordelen jegens een andere groep en/of het generaliseren van ‘slechte’ ervaringen met één persoon daaruit naar de hele groep. Antisemitisme, racisme en ook islamofobie horen bij dit patroon. De outgroup wordt vaak ‘verworpen’, terwijl men strikte solidariteit vraagt met de ingroup. Polarisatie in de samenleving is veelal het gevolg. En oorlog eveneens, zoals de geschiedenis aantoont.

Valkuil van het dualiteitsdenken
Extreem nationalisme, het idee van Tweede Kamerlid Geert Wilders om de Koran gelijk te stellen met Mein Kampf en ook de marxistische klassenstrijd by all means ten behoeve van de ‘door kapitalisten’ uitgebuite klasse, dat alles past naadloos in het door strijd en projectie gekenmerkte dualiteitsbewustzijn. Het kwaad ligt bij de ander, ‘goed’ is de eigen groep evenals de eigen underdog.

In deze tijd van individualisering groeit echter het inzicht dat de mens met het tweedelingsdenken en met de solidariteit van my underdog is always right vastloopt. En dat hij zo voorbijziet aan het individu en aan de eenheid van mens en kosmos. De underdog van vandaag wordt immers nogal eens de topdog van morgen, zoals het conflict tussen Israël en de Palestijnen duidelijk maakt. En het individu heeft bovendien vaak helemaal niet de innerlijke kracht om solidair te zijn met de underdog van zijn groep.

Nog los van het feit dat underdogs zelf ook onderling strijd voeren. Solidariteit op zich is goed, maar het leidt tot oorlog als je je met huid en haar overlevert aan je underdog, meent Mahatma Gandhi, die antagonisme zag als de valkuil van het dualiteitsdenken. Hij was tegen geweld en het militarisme, maar noemde zich liever geen antimilitarist. Dit om het idee van tegenover elkaar staande groepen, namelijk ‘militaristen’ en ‘antimilitaristen’, te vermijden. Hij waarschuwde niemand vijand te noemen, omdat je deze dan wilt ‘overwinnen’, terwijl het er juist om gaat deze te bevrijden tegelijk met de onderdrukte voor wie je opkomt. Niet op de persoon spelen dus, maar wel het onrecht op tafel leggen. Geweldloosheid is bij hem een techniek en een levenshouding, waarbij zaak en persoon worden gescheiden. Proberen het recht te herstellen, zonder mensen af te schrijven of te doden. Mede omdat ‘ieder mens een stukje waarheid in zich bergt’. De vijand zit bovendien ‘ook in onszelf’.

Over dat laatste, dus over onze schaduwen, zijn er gelukkig de laatste decennia nieuwere inzichten gekomen, niet in de laatste plaats door het baanbrekende werk van Carl Gustav Jung. Schaduwen als rugzak waarin we wegstoppen wat niet bij ons opgepoetste ego-ideaal past en niet gekend wil worden, maar die indirect manifest worden in irritaties over daden en karaktertrekken van anderen. Schaduwen als de manier waarop we ‘de ander’ archetypisch, dus vanuit het oerbeeld in het collectieve onbewuste, ervaren als iemand die we welbeschouwd de schuld geven om zelf gelijk te kunnen hebben en onszelf te kunnen rechtvaardigen – een schaduw die ook collectief gestalte kan krijgen in vooroordelen en discriminatie.  Schaduwen ook als angst en haat, die je niet met haat en geweld kunt temmen, maar in wezen louter via een strategie van de liefde. Ze ‘erkennen is al een proces van heling’, aldus Jung.

Eenheidsbewustzijn: zaad zijn van dezelfde boom en zo deel van groter geheel
Je bewust zijn van je eigen schaduwen – zelfkennis dus – is van het grootste belang:

  1. Het maakt de mens milder jegens de ander en zijn of haar schaduwen, doet ons met andere woorden minder oordelen of minder gauw ontploffen over het gedrag van de ander. Ook omdat je inziet dat je met dat laatste het alleen maar erger maakt, in de zin dat het negatieve wordt versterkt door er overeenkomstig op te reageren;
  2. Het maakt sceptisch ten aanzien van polarisatie en strijd, ook jegens groepen, omdat zoiets haat en bitterheid oproept of intensiveert en kan leiden tot destructie;
  3. Het doet het grote belang inzien van in het reine te zijn met zichzelf en innerlijke kracht te hebben, zonder welke je immers moeilijk recht kunt doen aan de verdrukten;
  4. Erkennen van zowel goed als kwaad in je, het helpt tenslotte te komen tot (meer) eenheidsbewustzijn, dus het besef dat alles met elkaar samenhangt, dat wij en al wat leeft zaden zijn van dezelfde boom en zo ook deel van een groter kosmisch geheel. Mystiek, het doen ontwaken van de goddelijke vonk in jezelf, draagt daar toe bij.

In deze tijd van individualisering, toenemend eenheidsbewustzijn en Obama-uitstraling lijkt het zaak als antwoord op onrecht en geweld een nieuwe strategie te leren. Minder die van strijd, polarisatie en geweld en meer die van de liefde, waardoor men een beroep doet op het beste in de tegenspeler in plaats van op het slechte in hem. Waardoor men zich richt op de confuciaanse Gulden Regel van mensen te behandelen zoals we zelf behandeld willen worden, kortom, het  trachten te realiseren van de softpower-strategie van Gandhi en Luther King.

Spiritualiteit als stille, altijd aanwezige kracht en individualisering als paradox
De economische crisis laat zien dat het sociale fundament van onze samenleving niet erg bij de markt ligt, maar naast een regulerende overheid bij de persoonlijke verantwoordelijkheid van het individu. Voelen we ons een speelbal of slachtoffer, sterk in ontkenning of zelfmedelijden? Of zijn we een bozige antigerichte bestrijder? Dat laatste getuigt natuurlijk van meer bewustzijn dan het slachtoffer-, laat staan het speelbaltype, maar je bent volgens Marco de Vries (Erasmus Universiteit Rotterdam) het meest bewust als je je deelnemer voelt. Deelnemers beseffen deel te zijn van het grotere geheel, kijken ook naar binnen, laten los, accepteren, hebben innerlijke rust, leven en kiezen bewust. Ik geef er de voorkeur aan de deelnemer schepper te noemen, iemand die zich scheppend manifesteert met liefde voor mens en milieu. Hoe meer mensen in hun kracht komen, een bezield en ethisch voorbeeld geven, kortom bewust zijn en scheppend deelnemer worden, des te groter zal de uitstraling daarvan zijn.

Dat heet ook wel spiritualiteit. Ik zie dat als je innerlijke leiding, als een stille, altijd aanwezige kracht bij ieder van ons. Het is de diepere dimensie van de realiteit. Dr. Nico Kools van de universiteit van München omschrijft spiritualiteit als mystiek, maar ook als het ‘zich richten op een werkelijkheid, die uitstijgt boven de onmiddellijke persoonlijke belangen – 1) op cognitief niveau via begrijpen, 2) op emotioneel niveau via engagement, zelfvertrouwen en mededogen en 3) op praktisch niveau door actie, politieke betrokkenheid en zorg voor medemens en milieu.’ (Bres, 254, 68)

Het is vooral een individuele zaak. Het gaat om jouw innerlijke ervaring of kracht, om jouw diepere beleving. Het proces van individualisering lijkt daarom minder ongunstig dan wel wordt gedacht. Herman Wijffels noemt het evenals ik ‘ontwikkeling van bewustzijn’ en probeerde het in 2006 daarom – zij het tevergeefs door verzet van CDA en CU – opgenomen te krijgen in het regeerakkoord.  Het gaat ook met uitwassen gepaard, zeker, maar als we ons daar op blind staren, dreigen we te vergeten dat dit proces tevens bewustzijn bevordert. Het is een soort paradox, dus dat de grotere nadruk op individualiteit samengaat met een sterker eenheidsbewustzijn.

Hoe dit ook zij, als in onze tijd het individu een grotere rol krijgt dan voorheen, lijkt het niet ondienstig in ons leven, om te beginnen in het onderwijs, deugden veel aandacht te geven. Uit de klassieke Oudheid kennen we de vier kardinale deugden wijsheid, rechtvaardigheid, gematigdheid en moed. Om de ‘zachte krachten te doen winnen’ in termen van Henriette Roland Holst, denk ik ook aan de Kracht van Mildheid, Moed en Mededogen als een effectief trio om de mens los te maken van het dualiteitsdenken van projectie, strijd en polarisatie.

Zachtmoedig actief
Mildheid is niet passief, maar zachtmoedig actief. Het sluit boosheid niet uit, maar het weerhoudt je om hard te worden. Je drijft je boosheid niet op de spits, wordt niet fanatiek, maar bent en blijft vriendelijk. Het Virtues Project International noemt mildheid zelfs ‘het dagelijks brood van de liefde’. Je hebt zorg voor anderen, de gerechtigheid en voor de aarde. En als het om waarheid gaat, houd je ‘eerlijkheid en tact in balans’. Je hebt een diplomatieke gezindheid, je bent open, humaan, redelijk en je bent er bij een conflict op gericht de ander niet van je te vervreemden.

Moed ontbreekt nogal eens, maar is niettemin een wezenskenmerk van het leven. Je hebt het nodig om de onzekerheden van het leven aan te kunnen en dat is dan ten diepste levensmoed. Bij de inzet voor gerechtigheid en geweldloze acties is moed te vertalen als vastberadenheid. Vastberadenheid geeft kracht, ook om angst te overwinnen en om bereid te zijn in principe offers te brengen of risico’s te nemen voor het goede. De mildheid houdt de moed in evenwicht, voorkomt dat het doorslaat naar overmoed of hoogmoed. Dit is maar goed ook, omdat overmoed en zeker hoogmoed de goede zaak meestal schaadt. Mildheid voorkomt ook dat  vastberadenheid overslaat in een antihouding of in verwijtend negativisme.

Mededogen tenslotte is een vorm van liefde. Het gaat om het luisterend meeleven met en het zich inleven in (het leed of de tegenslag van) de ander, corresponderend met de Gulden Regel om ‘datgene jegens anderen te doen wat je zou willen dat zij jegens jou doen’. Mededogen is meer dan medelijden, vraagt inzet, ook jegens het milieu. Het gehoord-worden kan mensen net het duwtje geven om te luisteren naar de innerlijke stem en (weer) in de eigen kracht te komen. Mededogen is dus belangrijk.

Je eigen krachtbron aanboren
Maar samen lijken mildheid, moed en mededogen een uniek trio voor de inzet van gerechtigheid, vrede en duurzaamheid. Mededogen om niet voorbij te gaan aan de naaste en de schepping, mildheid om in het activisme voor het goede niet door te slaan in fanatisme, en moed om de angst te temmen en kracht te krijgen. Daarbij is het essentieel, zo niet een voorwaarde je eigen krachtbron aan te boren. In een tijdperk van toenemende individualisering is het van belang dat mensen in contact zijn met hun ware zelf, kortom in hun kracht staan.

Anders kunnen zij moeilijk vrienden zijn met mens en milieu. Er is dan ook niets mis mee, wanneer mensen in een tijd van hectiek en depressies aan zichzelf werken. Hoe evenwichtiger en sterker zij zijn, des te aanstekelijker zal hun uitstraling en hun eenheidsbewustzijn zijn; des te meer kunnen zij ook zelf tonen welk een kracht het trio mildheid, moed en mededogen geeft in de inzet voor het goede. Wat we denken en doen en hoe we ons gedragen kan een enorme invloed hebben op de hoedanigheid van de wereld. Misschien wel meer dan het daar louter mentaal mee bezig te zijn. Opereert de mens vandaag dan meer vanuit het hart? Nog niet of enigszins, maar we zitten, de recente verkiezingen in de VS lieten dat zien, wel in een periode, waarin het individu en zijn innerlijke kracht een veel grotere rol speelt dan voorheen. En tevens in een tijd, waarin er van een soort eenheidsbewustzijn nu meer sprake is dan tot voor kort. Iets waardoor ook het gevoel van afgescheidenheid, zo typerend voor het dualiteitbewustzijn, nu hopelijk een minder verlammend effect heeft op veel mensen.

Dit artikel verscheen onder dezelfde kop in Spiegelbeeld, 16e jrg, 7 (juli) 2009 en in VredesMagazine 2e jrg,3, 2009. Voorts ook in een iets andere versie in weekblad Het Goede Leven, 10 mei 2009, met als kop ‘Ik ben het sociale fundament’.

25 april 2009Vertrouwenscrisis

De regeringscoalitie van CDA, PvdA en ChristenUnie stond weer eens even op scherp. Nu door de JSF-kwestie. Het droeg uiteraard niet bij aan de goede onderlinge relatie tussen de regeringspartijen, waarin wantrouwen een steeds weer opkomende emotie blijkt. Ze staat evenals het voorzichtige flirten van de rechtervleugel van het CDA met de PVV – de bekende Rotterdamse socioloog Anton Zijderveld is daar terecht verdrietig over – haaks op de geest van Beesterzwaag. En ook haaks op de geest van de eerste honderd dagen toen men in gesprek ging met ons aan de basis van de samenleving. Jammer vooral ook, omdat er juist in die samenleving eveneens wantrouwen is te bespeuren. Dit zeker door de economische crisis jegens de banksector, maar tevens jegens de politiek, die immers lang tekortschoot in toezicht. De vicepresident van de Raad van State Herman Tjeenk Willink klaagde onlangs niet voor niets terecht over het zoek-zijn van de balans tussen staat, markt en samenleving.

Maar er is meer aan de hand. Denken we alleen maar aan de mediaberichten over geweld, verbaal of fysiek, jegens dienstverleners en aan de sterke opkomst van de PVV van Geert Wilders. Filosoof Ger Groot noemt in een bijdrage van de brede studie De vertrouwenscrisis. Over het krakend fundament van de samenleving, 2009 ‘argwaan de grondstemming van de moderne mens’. Deze leeft als vrij individu in een risicosamenleving, waar je als het ware ‘alles kunt winnen’ maar ook ‘veel kunt verliezen’. Waar je zowel de lusten als de lasten van de vrijheid hebt. Als individuele burger meen je recht op geluk te hebben. De lusten acht je vanzelfsprekend, maar je neigt er toe de ‘lasten’ niet te pikken. Ziedaar de grondstemming van argwaan.

Het is een emotie die gemakkelijk kan doorslaan naar agressie of naar pogingen je frustratie af te wentelen op een zondebok. Bijvoorbeeld op de publieke sector of de (stedelijke) elite. En dat terwijl de economische crisis nog in een beginfase lijkt te zijn. Wie weet wat ons dus nog te wachten staat in deze? In steden kan het soms zelfs uitgroeien naar criminele jeugdbendes vanuit een eigen wijk. De grote opkomst van populisme, – verbaal nogal eens agressief naar een etnische of religieuze minderheid -, is tevens in dit kader te plaatsen. Naast angst speelt zeker ook argwaan een rol bij populisme. De onderzoekers Mark Bovens en Anchritt Wille tonen in een rapport (april 2009) aan dat Nederland een diplomademocratie is geworden, ‘geregeerd door burgers met de hoogste diploma’s’. Een nieuwe klasse van hoogopgeleiden zou niet alleen de hogere posten bezetten, maar ook inhoudelijk de dienst uitmaken.

Zij zouden mede daardoor ook hun eigen (politieke) voorkeuren en zorgen de meeste aandacht geven, waardoor vooral bij laagopgeleiden het cynisme over regering en parlement hoog scoort. Voer voor populisme of het gelijk van de grote bek. Tevens voer voor vreemdelingenhaat, stigmatisering en/of racisme. Het is ook mede daarom van belang dat christendemocraten en sociaaldemocraten zich niet door onderling wantrouwen laten meeslepen, maar elkaar vasthouden. Er is echter meer.

Balkenende en Bos vragen terecht om respect en participatie, maar geven ze die ook zelf? Zeven of acht jaren terug was er de kritiek over de ‘Haagse stolp’ en/of een regenteske attitude van politiek Den Haag. Leerden we daarvan? Ik denk te weinig, ook al schrokken we toen wel even. Laat Den Haag oppassen niet opnieuw regentesk te worden. De symptomen daarvan lijken vaak slechts subtiel. Zelfreflectie van de politiek is in elk geval van belang. Meedoen aan de oorlog in Afghanistan ging door, ook al bleek uit opiniepeilingen dat het volk er in meerderheid tegen was. Het onderzoek naar ons politiek deelnemen aan de oorlog in Irak komt er nu, maar het groene licht daarvoor duurde wel erg lang. Het parlementaire dualisme zakte weer in. Invoering van (correctieve) referenda of rechtstreekse burgemeestersverkiezingen staan wel eens ter discussie, maar daar blijft het bij. En van interactief beleid, bijvoorbeeld bij grote projecten, is geen sprake. Het in gesprek gaan met de basis zoals in de eerste honderd dagen blijkt een eenmalige zaak. De politieke elite doet met andere woorden weinig om het wantrouwen tegen te gaan. Er is het grote risico, dat ze daardoor willens en wetens de gesel van zowel agressie als het negatief gericht en angst voedende populisme over zich heen roept.

Dit artikel verscheen tevens in NRC Handelsblad (28 april 2009) en Friesch Dagblad (4 mei 2009).

Volgende Pagina »